Colombia: wespennest voor journalisten
De veiligheidssituatie is er de laatste jaren drastisch verbeterd, maar voor journalisten blijft Colombia een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Vorig jaar werden opnieuw twee journalisten vermoord vanwege hun werk en moesten zestien anderen hun woonplaats ontvluchten na aanhoudende doodsbedreigingen of fysiek geweld. Dit jaar kwamen al twee journalisten onder verdachte omstandigheden om het leven.
Behalve door het geweld staat de persvrijheid in het Zuid-Amerikaanse land onder druk door smaadprocessen, een ongezond gebrek aan diversiteit in het medialandschap en de slechte financiële situatie bij vooral regionale kranten. De Nieuwe Reporter sprak in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá met onderzoekers Janina Valdivieso en Mauricio Durán Fernandez van persvrijheidsorganisatie Fundacion de la Libertad de la Prensa (FLIP).
Zelfcensuur
In een recent rapport van de CPJ staat Colombia over de laatste vijftien jaar bekeken voor de pers te boek als het op drie na meest dodelijke land, maar de laatste vier jaar vielen er onder journalisten minder doden te betreuren. Reden voor optimisme? Durán Fernández vindt van niet. “Het aantal moorden op journalisten is inderdaad afgenomen, maar het journalistieke klimaat is er ondertussen helemaal niet vrijer op geworden. Sterker nog, het aantal bedreigingen is juist toegenomen. Dat er niet meer journalisten zijn vermoord komt omdat ze zich vaak al op voorhand censureren.”
Met name journalisten buiten de grote steden krijgen volgens collega-onderzoeker Janina Valdivieso regelmatig te maken met intimidaties. “In kleinere gemeenschappen zijn de banden nauwer en op het platteland speelt het conflict tussen guerilla, leger en (gedemobiliseerde) paramilitairen.” De laatste groep, die vaak een economisch dominante rol speelt, lijkt verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de bedreigingen en het geweld, zegt Valdivieso. “Veel journalisten branden hun vingers daarom liever niet aan verhalen over drugssmokkel, paramilitaire activiteiten en corruptie, veruit de gevaarlijkste onderwerpen om over te berichten.”
Om de gevaren waaraan journalisten zijn blootgesteld inzichtelijk te maken zette FLIP acht jaar geleden een alarmeringsnetwerk op. Journalisten in zestien verschillende departementen signaleren problemen, FLIP rapporteert daarover en dringt bij de autoriteiten aan op maatregelen.
De Colombiaanse overheid doet volgens FLIP nog te weinig aan preventie. “De regering-Uribe zorgt voor bewaking en gepantserde auto’s, maar heeft geen oog voor de herkomst van de bedreigingen,” meent Durán Fernández. “Ik ken een journalist die vanwege doodsverwensingen al acht jaar beveiliging krijgt en al die tijd heeft de politie niet de moeite genomen om een onderzoek in te stellen.”
Polarisatie
De enorme tegenstellingen die Colombia kenmerken zijn ook zichtbaar in de journalistiek. Het is moeilijk een neutrale positie te behouden in een land waar je al snel in een kamp wordt ingedeeld. Een kritisch stuk over de regering kan betekenen dat je tot ‘vriend van de guerrilla’ wordt bestempeld. De regering van president Alvaro Uribe, tegen wie net als ruim zestig parlementariërs een strafrechterlijk onderzoek loopt vanwege vermeende banden met paramilitairen, doet actief mee aan de polarisatie en schept daarmee volgens FLIP een voedingsbodem voor bedreigingen en geweld tegen mediamensen.
In oktober vorig jaar viel Uribe onderzoeksjournalist Daniel Coronell tijdens een live uitzending op radiozender La FM hard aan op een column die hij over de president had geschreven. Uribe noemde hem onder meer ‘een lafaard, leugenaar, zwijn en professioneel ritselaar’. Enkele uren na de uitzending werd Coronell in een anonieme mail met de dood bedreigd. De tekst: ‘Al je nog een keer kwaad spreekt over onze baas zul je je eigen graf graven’ en: ‘Iedereen die onze president aanvalt tekent zijn eigen doodvonnis’. Coronell moest eerder al eens een jaar het land uit vanwege bedreigingen aan zijn adres.
Behalve persoonlijk worden Colombiaanse journalisten ook steeds vaker juridisch aangepakt. Smaadprocessen zijn aan de orde van de dag en worden door politici, die verdacht worden van banden met paramilitairen of corruptie, te pas en te onpas ingezet als dreigmiddel. Eén journalist zit volgens FLIP al drie jaar vast wegens smaad. Tot een veroordeling is het nog niet gekomen. Daar is het de aanklager dan ook meestal niet om te doen, zegt Valdivieso.
Zwart zaad
Klagen de Nederlandse media wel eens over de te grote afhankelijkheid van hun adverteerders, in Colombia zijn die banden vooral op regionaal niveau wel erg innig. Regionale kranten zijn voor hun financiën bijvoorbeeld direct afhankelijk van de publieke aankondigingen die door de lokale overheid worden betaald. “Die advertenties kun je beschouwen als een gunst,” legt Valdivieso uit. “Maar schrijf je lelijke dingen over de burgemeester, dan kun je als krant naar het geld fluiten.”
Die afhankelijkheid wordt versterkt doordat veel Colombiaanse journalisten slechts een deel van hun salaris van de baas krijgen. De rest moeten ze zelf bij elkaar schrapen door advertenties te verkopen, dikwijls aan dezelfde partijen die ze nodig hebben voor hun redactionele werk.
Mediaconcentratie
De onafhankelijkheid van de Colombiaanse journalist staat ook van binnenuit onder druk. Het medialandschap wordt, zoals in meer Latijns-Amerikaanse landen, gekenmerkt door een verregaande concentratie van macht. De twee grote media-imperiums die Colombia rijk is, zijn eigendom van twee families, die ook de scepter zwaaien over de meest invloedrijke Colombiaanse bedrijven: frisdrankgigant Postobon, luchtvaartmaatschappij Avianca en bierbrouwer Bavaria (niet te verwarren met het Nederlandse merk). Slechts enkele publicaties, zoals het opinieblad Semana, kunnen doorgaan voor onafhankelijk medium.
Van de twee belangrijkste commerciële televisiezenders zit vooral RCN helemaal op de lijn van de regering-Uribe. Dit komt volgens Duran Fernández duidelijk naar voren in de berichtgeving over het Colombiaanse congres. “Als er een conflict is tussen een senator van de regeringspartij en een lid van de oppositie, dan krijgt de eerste een vrijbrief om zijn tegenstander de grond in te boren. Wederhoor wordt niet toegepast.”
El Tiempo, de belangrijkste krant van Colombia, was tot voor kort eigendom van de invloedrijke familie Santos; de huidige vice-president Francisco Santos Calderón was zelfs hoofdredacteur van El Tiempo, maar legde die functie neer toen de campagne voor Uribe begon. Ook minister van Defensie Juan Manuel Santos maakt deel uit van de familie. Sinds de overname in augustus 2007 door het Spaanse Grupo Planeta is de krant, die eerder te boek stond als centrum-rechts, volgens FLIP een rechtsere (lees: meer regeringsgezindere) koers gaan varen, al is er op de opiniepagina’s nog steeds ruimte voor linkse opiniemakers.
Welke gevolgen dat in de praktijk kan hebben bleek in oktober 2007, toen de krant in de burgemeestersverkiezingen van Bogotá niet alleen openlijk zijn steun uitsprak voor Uribe´s kandidaat, maar ook diens linkse opposant zwart maakte. De laatste won overigens toch. Onlangs beging El Tiempo een grove fout door in de jacht op een primeur een archieffoto af te drukken van FARC-leider ‘Raúl Reyes’ (echte naam: Luis Edgar Devia Silva) met de veronderstelde Ecuadoriaanse minister van Binnenlandse Zaken Gustavo Larea. De foto was afkomstig van de laptop van de in maart bij een bombardement omgekomen guerrilla-commandant, schreef de krant, die zich beriep op militaire bronnen. Het bleek echter niet om Larea te gaan, maar om een Argentijnse communistenleider die op hem leek. De krant plaatste een rectificatie, maar stelde daarin nogal twijfelachtig dat er ondanks de fout voldoende bewijs was voor de banden tussen de Ecuadoriaanse regering en de FARC-rebellen. Die stellingname sloot naadloos aan bij de strategie van Uribe, die met verdachtmakingen aan het adres van de Ecuadoriaanse regering het bombardement op het grondgebied van de zuiderbuur wilde legitimeren.
Veel Colombianen vertrouwen vanwege dit soort voorvallen niet op de berichtgeving in eigen land en gaan liever af op buitenlandse nieuwsbronnen, zoals de BBC en het Spaanstalige Radio Nederland van de Wereldomroep. Al is de betrouwbaarheid van buitenlandse media natuurlijk relatief als zij hun nieuws overnemen van Colombiaanse kranten en persagentschappen. Waakzaamheid blijft geboden bij het volgen van berichtgeving over Colombia.










3 reacties:
18 augustus, 2008
[...] De Nieuwe Reporter – De veiligheidssituatie is er de laatste jaren drastisch verbeterd, maar voor journalisten blijft Colombia een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Vorig jaar werden opnieuw twee journalisten vermoord vanwege hun werk en moesten zestien anderen hun woonplaats ontvluchten na aanhoudende doodsbedreigingen of fysiek geweld. Dit jaar kwamen al twee journalisten onder verdachte omstandigheden om het [...] [...]
25 augustus, 2008
Hallo Camiel,
Goed om op deze wijze te kunnen berichten uit dat wereld deel ,als het over wespen gaat is het belangrijk altijd alert te zijn .
3 augustus, 2009
Er zijn nu inmiddels wel voldoende bewijzen, dat er banden zijn tussen Correa van Ecuador en FARC. Terecht ook dat ze dat kamp hebben aangepakt. Die lieden hadden al genoeg ellende aangericht.
Overigens prima hoor: er is zeker noodzaak voor diversiteit in de Colombiaanse media. Zou voor Nederland ook een leuk idee zijn. Ook allerlei families die elkaar het publieke geld toespelen.