De traditionele financiering van kwaliteitsjournalistiek – advertenties op papier – valt deels weg door de komst van het internet. Welk economisch model garandeert dat journalisten hun maatschappelijke functie kunnen blijven vervullen? Hélène Schilders, correspondent in de VS, ziet in dat land nieuwe mogelijkheden ontstaan. In een serie van drie artikelen – vandaag de laatste aflevering – schetst zij de opkomst van de non-profitjournalistiek, gefinancierd door filantropen, bedrijven en individuele nieuwsconsumenten.
“Het begint met verontwaardiging”, legde Herb Sandler in maart dit jaar in de New York Times uit. “Je wordt een beetje gek als de macht profiteert van de machtelozen.”
Die verbolgenheid deed Sandler en zijn vrouw Marion besluiten dat ze een groot deel van hun kapitaal wilden investeren in de journalistiek. In 2006 benaderden ze Paul Steiger, redactiechef van The Wall Street Journal, met het verzoek hun te adviseren. Het was een ongebruikelijk plan voor een Amerikaans filantroop: aan liefdadigheid is weliswaar geen gebrek in de Verenigde Staten, maar zelden schenken Amerika’s rijken zulke bedragen als de Sandlers doen aan de journalistiek. Laat staan dat ze hun eigen nieuwsorganisatie oprichten.
Publiciteit
De Sandlers, die 2,4 miljard dollar verdienden aan de verkoop van hun Golden West-bankimperium in 2006, geven met ingang van 2008 drie jaar lang jaarlijks 10 miljoen dollar aan onderzoeksredactie ProPublica. Als filantropen wezenlijke veranderingen willen doorvoeren, moeten ze er flink wat geld tegenaan gooien, vindt het echtpaar. (Dat reageerde niet op een interviewverzoek van DNR.)
De Sandlers hebben vanwege de grootte van hun donatie veel publiciteit gekregen, maar ze zijn niet de enige particuliere donors die journalistieke projecten in de VS financieel op de been houden. In Amerika zijn charitatieve stichtingen wettelijk verplicht elk jaar minstens vijf procent van hun netto-vermogen aan liefdadigheid te schenken. Volgens de Center Foundation gaven Amerikaanse stichtingen in 2006 177 miljoen dollar aan media en communicatie – één procent van al het geld dat ze dat jaar doneerden.
Filantropen geven aan de journalistiek omdat ze bekendheid willen als “mensen die iets belangrijks voor de gemeenschap hebben gedaan. En dat hebben ze ook”, zegt Charles Lewis. Als directeur van het Center for Public Integrity, een journalistieke non-profit, had hij vijftien jaar met donors te maken.
Nieuwsjunkie
Stichtingen als de Carnegie en Ford Foundations, en de Pew Charitable Trusts steunen de journalistiek al sinds jaar en dag. De gulste gever is waarschijnlijk de Knight Foundation, die draait op het persoonlijk kapitaal van de broers John en James Knight, de overleden eigenaren van de Knight-Ridder krantenketen. Sinds 1950 heeft de stichting bijna 400 miljoen dollar aan de journalistiek geschonken. Vorig jaar alleen al werd 50 miljoen dollar uitgekeerd, al wordt een deel daarvan over meerdere jaren uitgespreid.
“Het aantal aanvragen is de laatste jaren aanzienlijk gestegen en de meerderheid is afkomstig van mensen die niet vast bij nieuwsorganisaties werken”, zegt CEO en president Alberto Ibargüen.
Naast deze kolossen zijn er individuen als zangeres/actrice Barbra Streisand. Zij sponsort al twintig jaar media, variërend van het Center for Public Integrity tot het progressieve blad The Nation en radio- en TV-programma Democracy Now. In totaal gaat het om zo’n driekwart miljoen dollar per jaar, zegt Marge Tabankin, directrice van de Streisand Foundation.
Barbra Streisand is niet alleen “een nieuwsjunkie”, volgens Tabankin. De zangeres vindt het, net als veel andere donors aan de journalistiek, “belangrijk dat Amerikanen goed zijn geïnformeerd en dat de democratische waarden in Amerika worden beschermd”.
Pulitzer
Zelfs befaamde mediafiguren als Emily Rauh Pulitzer, weduwe van Joseph Pulitzer III, zijn overgestapt op het particuliere financieringsmodel. Na de verkoop van krantenketen Pulitzer Inc. in 2005 maakte ze het Pulitzer Center on Crisis Reporting, een non-profit voor journalistieke projecten in het buitenland, financieel mogelijk. De afname in informatie over buitenlandse ontwikkelingen en de kwaliteit ervan is “vreselijk”, vindt Pulitzer. “Terwijl we in een kleinere wereld juist moeten begrijpen wat er aan de hand is in andere delen van de wereld.”
Opmerkelijk is wel dat de Pulitzers eerst hun eigen krantenketen verkochten – een beslissing die Emily Rauh Pulitzer als grootste aandeelhouder 414,5 miljoen dollar opleverde. Had ze niet meer voor de journalistiek kunnen betekenen als ze de kranten had behouden en erin had geïnvesteerd?
De Pulitzer-familie was niet de aangewezen partij om de keten naar een succesvolle toekomst te leiden, meent Pulitzer. “De volgende generatie in de familie hield zich niet bezig met journalistiek. Het bedrijf werd al geleid door mensen van buitenaf. We hadden ook niet het gevoel dat we konden floreren in het Internet-tijdperk. Het was een heel zware beslissing.”
Evenals andere donors van non-profits krijgt Pulitzer rapporten waarin de non-profit verantwoording aflegt over de uitgaven. Daarmee houdt de rol van de gulle gevers op. Non-profits tolereren geen inhoudelijke bemoeienis met het journalistieke werk.
Volksgezondheid in Afrika
Donors kunnen echter ook op een andere manier invloed op de berichtgeving uitoefenen: door hun schenking te verbinden aan een onderwerp dat hen zelf aan het hart gaat. Op die manier garanderen ze dat er meer media-aandacht voor komt. “Als een bepaald onderwerp veel in de pers is, kan dat het maatschappelijk debat beïnvloeden”, zegt Alberto Ibargüen, directeur van de Knight Foundation, zelf een donor.
Publiek radiostation National Public Radio (NPR) signaleert dat stichtingen en individuele donors steeds vaker alleen willen bijdragen voor specifieke onderwerpen. Zo schonk de Carnegie Foundation NPR vorig jaar 200.000 dollar voor verslaggeving over onderwijs. Andere voorbeelden: de Streisand Foundation geeft onder meer geld voor berichtgeving over het milieu en het broeikaseffect, de Kaiser Family Foundation overweegt zelf een non-profit nieuwsorganisatie op te richten die alleen over gezondheidskwesties bericht, financieel-managementbedrijf Merrill Lynch betaalt het International Center For Journalists (ICFJ) om economisch journalisten in China op te leiden en de Bill & Melinda Gates Foundation geeft het ICFJ 1,7 miljoen dollar over drie jaar om lokaal journalisten in Sub-Sahara Afrika te trainen in verslaggeving over gezondheidsonderwerpen. In dat gebied probeert de Gates Foundation malaria en polio uit te roeien.
ICFJ-president Joyce Barnathan benaderde de Gates Foundation zelf omdat die “hetzelfde doel heeft als wij: de volksgezondheid in Afrika verbeteren, onder meer door betere verslaggeving”. Volgens Barnathan is de stichting niet betrokken bij de training van de journalisten, die voor onafhankelijke nieuwsorganisaties werken, en heeft deze geen zeggenschap over de onderwerpkeuze van de journalisten.
Donor-vermoeidheid
Is het zorgwekkend dat filantropen mede het nieuwsaanbod bepalen, ook als ze geen invloed hebben op de inhoud van de berichtgeving?
Robert Rosenthal, directeur van het Center for Investigative Reporting, vindt financiering die is verbonden aan een bepaald onderwerp niet problematisch, zolang het “een breed onderwerp” is. Niettemin geeft hij de voorkeur aan algemene sponsoring.
Deels omdat dan de geloofwaardigheid van het journalistieke onderzoek niet makkelijk in twijfel kan worden getrokken, zoals het Center for Investigative Reporting in 2006 overkwam. Een Republikeins politicus klaagde toen over de manier waarop het Center een onderzoek had gefinancierd naar hem en de wijze waarop hij geld inzamelde. De financiering was onder meer afkomstig van een Center-donor die eerder met de politicus in de clinch had gelegen over hervorming van campagnefinanciering. De donor had het Center speciaal geld gegeven om over dat onderwerp te berichten.
Maar de voornaamste reden voor algemene financiering is dat een non-profit daardoor een meer solide financieel beleid kan voeren, zegt Rosenthal. Interesses van charitatieve stichtingen en filantropen veranderen immers in de loop der tijd. “Er bestaat donor-vermoeidheid”, weet Bill Buzenberg, directeur van het Center for Public Integrity. Voor journalistieke non-profits kan dat betekenen dat de geldstroom van een bepaalde donor plotseling opdroogt.