De dood van een collega tijdens een reportage is geen prettige ervaring, maar doet ons wel nadenken over de veiligheid van het eigen beroep. Stan Storimans is niet meer en het staat vast dat zijn collega Jeroen Akkermans nog lang de gevolgen zal ondervinden van wat hij heeft meegemaakt.
We willen er allemaal bij zijn als de samenleving op zijn kop staat of als er geschiedenis geschreven wordt. Daarvoor staan wij, journalisten, cameramensen, fotografen, redacteuren, geluidstechnici, uren te wachten aan de poort van een fabriek, reppen ons naar een ongeval of pakken we in zeven haasten onze koffers voor een reportage naar een grote ramp in het buitenland. We duiken als onervaren beginners in het grote avontuur van de verslaggeving en worden specialisten op verschillende vakgebieden zonder ons veel zorgen te maken over het leed dat de slachtoffers uit onze levensechte reportages persoonlijk raakt.
Tenzij ons net hetzelfde overkomt als de mensen die we interviewen of de omstandigheden waarin we onze job doen zo verschrikkelijk zijn dat het ons ook als mens pijn doet.
Journalisten en fotografen zijn heel dikwijls degenen die als eersten arriveren op een ramp, een auto-ongeval of een treinongeluk. Zij kunnen dode lichamen aantreffen. Zij kunnen bloedende slachtoffers aantreffen, mensen die bewusteloos zijn of mensen in shock. Journalisten die in de dagen na de tsunami naar de getroffen landen reisden zagen de opgezwollen lichamen, roken dood en verderf en leefden tussen het ondraaglijke verdriet van de overlevenden die alles en iedereen verloren hadden. Zulke toestanden hebben een traumatisch effect op de journalisten die in een oorlogssituatie zitten. Want journalisten zijn geen supermensen.
Posttraumatisch stress syndroom
De Amerikaanse psychiater Frank Ochberg was de eerste die in de jaren ’60 onderzoek deed naar het posttraumatische stress syndroom (PTSS). In de loop der jaren werd het onderzoek naar PTSS en de behandeling van slachtoffers van oorlogen, rampen, geweld in het huisgezin op punt gesteld. Maar in zijn praktijk ontdekte Frank Ochberg dat journalisten even erg konden lijden onder traumatische gebeurtenissen als de slachtoffers over wie ze schreven. Dat was voor hem de aanzet tot de oprichting van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die traumatische situaties hebben meegemaakt tijdens hun reportagewerk en tegelijkertijd ook ijvert voor een meer respectvolle benadering van slachtoffers in de media. Onder impuls van Frank Ochberg kwam het onderzoek naar en de behandeling van trauma’s in een stroomversnelling terecht. Voor zijn levenslange inzet mocht de psychiater een speciale Award in ontvangst nemen van het ISTTS (International Society for Traumatic Stress Studies. Frank Ochberg heeft zich altijd erg ingezet om journalisten bewust te maken van de risico’s die ze nemen en het effect dat die risico’s kunnen hebben op henzelf als persoon.
In de opleiding wordt journalisten heel vaak de raad gegeven te focussen op de job en de eigen gevoelens te negeren. Helaas zo werkt dat niet. Als je gevoelens rond trauma lange tijd verdringt, komen ze later in alle hevigheid terug. Soms krijgt men lichamelijke problemen zonder dat daar een aanwijsbare oorzaak voor wordt gevonden. De Belgische cameraman die tijdens de Roemeense revolutie de dood van VTM-journalist van dichtbij had meegemaakt kreeg vijf jaar na diens dood plots hartklachten. Er was met zijn hart niets mis. De klachten waren terug te voeren op de stressvolle omstandigheden van het overlijden van zijn collega vijf jaar eerder. Dankzij een alerte arts kon de man op tijd geholpen worden.
Frank Ochberg noteerde uit de verhalen van de journalisten die hem in zijn praktijk bezochten nog andere klachten zoals ongewenste flashbacks, herbelevingen, zenuwachtigheid, gebrek aan concentratie en -afhankelijk van de reactie van anderen-de weigering om over het gebeurde te praten.
Herstellen
Hoe kan men collega’s die dergelijke ervaringen hebben meegemaakt helpen?
De collega’s laten vertellen over hun ervaringen, kan wonderen doen. De Belgische cameraman Daniel Demoustier die tijdens de oorlog in Irak in 2003 als enige van drie journalisten een Amerikaanse aanval op hun jeep overleefde, bevestigt dat praten helpt. “Ik ben ondertussen al duizenden keren geïnterviewd door journalisten over de hele wereld zodat ik er geen trauma aan overgehouden heb.” En VRT-correspondent Tom Van de Weghe die tijdens de aardbevingen van mei 2008 ’s nachts zelf moest vluchten om het vege lijf te redden bevestigt dat hij zich enorm gesteund voelde door de blijken van waardering van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken die kort nadien op bezoek kwam in Peking.
Geduld, rust en heel veel sympathie van collega’s is vaak al voldoende om te herstellen. Lukt het dan nog niet, is professionele hulp nodig. Professor Berthold Gerson van het AMC in Amsterdam was lange tijd voorzitter van het ISTSS en de werking van het Dart Center enorm genegen.
Pingback: Journalisten zijn geen supermensen | aboutCOMMUNICATIE
Pingback: Journalisten zijn geen supermensen | aboutMEDIA