‘Lekken’ gebeurt vaker dan gedacht

De meest spraakmakende verhalen in de journalistiek zijn vaak gebaseerd op gelekte informatie. Watergate is hiervan waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Lekken is het ongeautoriseerd onthullen van geheime of verborgen informatie. Zowel de bron die lekt als de journalist aan wie hij of zij de vertrouwelijke informatie vertelt heeft er vaak belang bij om de precieze praktijk van het lekken verborgen te houden. Om deze reden is er maar weinig onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Welk percentage van de artikelen in de media komt er bijvoorbeeld voort uit gelekte informatie? En wat voor personen zijn de ‘lekkers’? In het huidige nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Journalism staat een artikel over een van de weinige onderzoeken die wel ingaan op dit soort vragen. Het artikel is niet vrij toegankelijk; de url verwijst naar de abstract.

Zvi Reich van de Israëlische Ben Gurion Universiteit bedacht een manier om problemen rondom onderzoek doen naar het gebruik van gelekte informatie te omzeilen: hij dekte zijn onderzoek in in een andere studie. In 2001 liep er een groot onderzoek naar verslaggeving in de drie belangrijkste Israëlische dagbladen. Een deel van dit onderzoek bestond uit uitgebreide interviews met verslaggevers over onder meer hun werkwijze bij specifieke artikelen. Hierbij zat slechts één vraag die rechtstreeks sloeg op lekken: de vraag of er bij het artikel gebruik was gemaakt van gelekte informatie of niet. Met behulp van de overige informatie uit de interviews, aangevuld met inhoudsanalyses van de betreffende artikelen, wist Reich van in totaal 448 nieuwsverhalen te achterhalen hoe deze tot stand waren gekomen en welke rol gelekte informatie hierbij eventueel had gespeeld. De artikelen waren allemaal random geselecteerd uit de kranten die verschenen in maart 2001.

Het gebruik van gelekte informatie bleek opvallend hoog: maarliefst 21 % van de artikelen was hierop gebaseerd. Dit is vijf keer zo veel als naar buiten kwam uit enkele in de jaren ’80 gehouden studies in de VS. Volgens Reich zou dit kunnen komen doordat de overheid en de bedrijfscultuur in de VS opener is dan in Israël. Als er minder vertrouwelijke informatie is, hoeft er ook minder gelekt te worden. Een andere mogelijkheid is echter dat het verschil komt door een andere onderzoeksopzet. De Amerikaanse studies waren volledig gebaseerd op inhoudsanalyse van artikelen. Maar aan artikelen zelf kan je lang niet altijd afdoende zien hoe deze precies tot stand zijn gekomen, aldus Reich.

Van tevoren dacht Reich dat het lekken van informatie meestal op initiatief van de bron zou gaan. Dit bleek niet het geval; in ongeveer de helft van de gevallen was het de journalist zelf die een bron benaderde om de informatie los te krijgen. De personen die lekken blijken vaak hoge posities te hebben. Het gaat bijvoorbeeld om directeuren, CEO’s, ministers, hoge ambtenaren en militairen van de rang van kolonel of hoger. Het beleid van veel organisaties om vertrouwelijke informatie geheim te houden voor lager geplaatste werknemers, werkt dus niet per se, volgens Reich. Hij speculeert dat hoger geplaatste personen zich mogelijk veiliger voelen dan lager geplaatste en zijn zij daarom eerder tot lekken geneigd zijn.

Een andere duidelijke uitkomst van het onderzoek was dat de betrokken journalisten wantrouwiger omgaan met gelekte informatie dan met ‘normale’ informatie. Gemiddeld werden in artikelen gebaseerd op gelekte informatie 3,23 bronnen genoemd en in regulier artikelen 2,46. In totaal bevatte 53 % van de eerstgenoemde artikelen informatie waaruit bleek dat de journalist gecrosscheckt had. Bij de reguliere artikelen was dit maar bij 18% het geval.

Wat verder opviel was dat de bronnen die informatie gelekt hadden niet altijd anoniem bleven in het artikel. In 20% van de gevallen werd de volledige naam van deze persoon genoemd. Reich vermoedt dat het in zulke gevallen gaat om personen die er weinig bij te verliezen hebben als bekend wordt wie ze zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ex-werknemers of mensen die binnen een organisatie niemand boven zich hebben. Ook opvallend was dat in de reguliere artikelen, waarin dus slechts informatie stond die zonder probleem openbaar gemaakt kon worden, veel bronnen toch anoniem bleven: 40 % werd niet met volledige naam en functie beschreven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>