Publiceren op mobiel vooral ‘trial and error’
Schrijven voor een tijdschrift is een ander vak dan schrijven voor een krant. Een tv-documentaire is geen item voor het journaal. En een boek leest anders dan een website. Ieder medium stelt z’n eisen. Dat geldt ook voor de mobiele telefoon of PDA, een publicatieplatform dat steeds meer media beginnen te gebruiken. Maar waar moet je als journalist op letten als je ook op dat platform aanwezig wil zijn? De Nieuwe Reporter stelde enkele (praktijk)deskundigen die vraag.
Bekijk een mobieltje of PDA en direct is duidelijk waarom mobiel internetten anders is dan surfen op het normale web. Het toestel heeft een klein scherm en leest doorgaans minder prettig dan een monitor. Navigeren en scrollen met een touchscreen of stylus werkt wat ongemakkelijker dan met een muis en een toetsenbord. Laat staan om slechts met de toetsen te navigeren.
Daarbij zijn de mogelijkheden beperkter. Een video bekijken op een mobieltje gaat bijvoorbeeld met meer horten en stoten dan via een computer. Internetten met een telefoon of PDA is langzamer en – niet te vergeten – duurder. Hoewel steeds meer telecomaanbieders onbeperkt mobiel internet voor een vast bedrag per maand aanbieden, rekenen veel consumenten nog af per MB.
”Nieuws snacken”
Wellicht zit het belangrijkste verschil in het moment waarop een consument nieuws via zijn mobiele toestel wil bekijken, weet Johan Lemmens, Business Development Director bij ontwikkelaar Service2Media. “Wanneer bezoek je een mobiele nieuwssite? Bijvoorbeeld op het moment dat je in de trein zit en het nieuws wil checken. Dan wil je kort de meest actuele headlines of laatste updates met eventueel relevante afbeeldingen en video’s zien. En als je ergens meer over wil weten, wil je ook direct duiding”, legt hij uit. Omdat consumenten juist bij mobiel internet in no-time het meest relevante en laatste nieuws willen, is de telefoon of PDA volgens Lemmens een typisch medium om “nieuws te snacken”.
Basale aandachtspunten
Wat de basale praktische aandachtspunten bij het schrijven voor mobiel betreft, komen die grotendeels overeen met die van het normale web. Lemmens: “Zorg voor voldoende alinea’s en tussenkopjes zodat een tekst makkelijk te scannen is. Daarnaast geven kleine afbeeldingen tussen de tekst wat verstrooiing. Qua hyperlinks en verwijzingen naar andere media moet je opletten dat je niet naar iedere website kunt linken. Veel websites zijn namelijk minder of niet geschikt voor mobiele telefoons.”
Qua lengte van een artikel of duur van een filmpje gaat de gelijkenis met internet ook op. Volgens Lemmens blijkt uit gebruikerservaringen dat vijfhonderd woorden ongeveer de bovengrens is voor een artikel. Vijf tot tien minuten geldt als maximumduur van een video. Overigens delen sommige mobiele websites relatief lange artikelen op in pagina’s. Een artikel van vijfhonderd woorden beslaat dan twee pagina’s, waardoor de consument minder hoeft te scrollen.
Maar deze aandachtspunten staan niet in marmer gebeiteld, benadrukt Lemmens. “De regels omtrent mobiele content gelden voor nu, maar zullen met de ontwikkeling van de telefoons en data-abonnementen ook mee moeten veranderen”, licht hij toe.
“Trial and error”
Behalve de genoemde do’s en dont’s blijft het voorlopig uitproberen wat werkt op mobiel en wat niet. Studies zijn er nagenoeg niet. Het gros van de mobiele websites van media bevindt zich dan ook in een pilotfase. Aan de hand van reacties en ervaringen van gebruikers worden de websites verbeterd. Ook wat journalistieke en inhoudelijke keuzes betreft.
De techniek achter de mobiele website van De Telegraaf selecteert bijvoorbeeld automatisch de drie eerste artikelen van de reguliere site. Patrick Loppé, Channel Manager Mobiel van De Telegraaf, speelt echter met de gedachte om daar een filter voor te zetten. “We hebben nu erg vaak luchtig nieuws in die drie artikelen staan. Niet dat er helemaal geen luchtig nieuws op de mobiele website mag. Maar de eerste artikelen op de mobiele site mogen wat relevanter zijn dan op onze gewone site waar we ruimte hebben voor meer artikelen”, legt Loppé uit.
De applicatie die de NOS voor mobiele telefoons en PDA’s ontwikkelde, bevindt zich ook in een “fase van trial and error”, vertelt Roeland Stekelenburg, hoofd van de afdeling nieuwe media van de NOS. Sinds 3 juli is de applicatie te downloaden en er verschijnen zowel korte nieuwsberichten, langere artikelen als videoreportages op. “Voor de korte nieuwsberichten gebruiken we als basis teletekst. Voor de langere artikelen gebruiken we teksten van onze website. De videoreportages zijn losse items uit het journaal die we hergebruiken. Of en hoe we uiteindelijk artikelen en reportages speciaal voor mobiel gaan bewerken of maken, weet ik nog niet. Eerst willen we een groot onderzoek onder de gebruikers houden om te kijken wat aanslaat en wat niet”, vertelt hij.
Dat onderzoek is van groot belang. Stekelenburg: “Ik heb de wijsheid niet in pacht om te weten wat je op een mobiel wel en niet kunt doen. Ik denk dat niemand dat écht weet, omdat er nog te weinig ervaring is opgedaan.”
Uit reacties van consumenten weet Stekelenburg in ieder geval al dat niet elk onderwerp geschikt is voor een videoreportage op de mobiele telefoon of PDA. Stekelenburg: “Een schaatswedstrijd is bijvoorbeeld goed te volgen. Maar wielrennen veel minder. Het scherm is bijvoorbeeld te klein voor een totaal-shot. Je kunt de wielrenners dan slecht onderscheiden. Van gebruikers hoor ik ook dat ze de live-stream die wij van de Tour de France aanboden op hun mobiele telefoon vaak vooral gebruiken om het commentaar te horen.”
Workflow
Nu allerlei media er met de mobiele telefoon en PDA weer een publicatieplatform bij hebben, wordt er van de journalist ook wat meer gevraagd. Naarmate mobiel internet meer ingeburgerd raakt, wordt het aannemelijker dat een journalist niet alleen een bericht voor het internet moet schrijven, maar ook voor het mobiele web. Bart van Oortmerssen, chef-internetredactie Algemeen Dagblad, vindt een goede workflow dan ook steeds meer van belang. “Vergelijk het met het ANP. Daar schrijven ze eerst een kop en versturen die. Die kop kun je zo sms’en. ‘Aissati naar Ajax’, bijvoorbeeld. Daarna volgen teksten die steeds langer zijn en meer informatie bevatten. Één van de eerste en kortere takes zou je dan voor mobiel internet kunnen gebruiken. De volgende voor de website. En de langste bijvoorbeeld in de krant”, vertelt Van Oortmerssen.
De workflow die Van Oortmerssen beschrijft, is een streven. De redactie van het Algemeen Dagblad werkt nog niet zo. De komende tijd wil hij wel “hele grote stappen” zetten wat de werkwijze van de redactie betreft. Hij wil ervoor zorgen dat de krantenredactie meer gaat functioneren als een organisatie die vierentwintig uur per dag nieuws brengt. Van Oortmerssen: “Daar moeten redacteuren zich bewust van worden.”









2 reacties:
14 september, 2008
Beste Redactie,
Wij denken met http://www.4994.nl een handige leuke mobiele internetsite in het leven te hebben geroepen. Hopelijk denkt U dat binnenkort ook!
Met vriendelijke groet
jose Huber
http://www.4994.nl
22 november, 2009
Publiceren op een mobiel lijkt me leuk in samenwerking met een microscope. Maar niets voor mij. Ik houd het bij publiceren via een e-mail naar je pc. Als schrijver heb ik daar succes mee. Zie bijv. de site boekenopener.punt.nl.
Groet,
Locker