Voor cartoonisten en striptekenaars zijn kranten en tijdschriften allang niet de enige media om tekeningen te publiceren. Internet biedt veel mogelijkheden en een ongekende vrijheid. Op het wereldwijde web zijn tientallen Nederlandstalige cartoonisten actief. Velen hebben een eigen site waar het werk wordt gepresenteerd in de vorm van een portfolio of een weblog. Ook publiceren cartoonisten hun ‘webcomics’ vaak op andere sites of weblogs.
Publiceren op internet begint soms min of meer noodgedwongen omdat de ruimte voor jonge, beginnende tekenaars in de gedrukte media niet groot is. Daarbij komt dat een cartoonist zeer gezichtsbepalend kan zijn voor een medium. De Volkskrant bijvoorbeeld zal een gevestigde naam als Jos Collignon niet zomaar inruilen voor een onbekende tekenaar die zich nog moet bewijzen. “Om een kans te krijgen bij de gevestigde media, moeten jonge tekenaars eerst naamsbekendheid verwerven en daarvoor is internet een zeer geschikt medium”, denkt cartoonist Bandirah. Hij begon in 2004 met publiceren op internet om ervaring op te doen. Ondertussen zijn twee bundels uitgebracht en verschijnen zijn tekeningen op websites als Sargasso, Panzerfaust, Frontaal Naakt en Flabber en in de tijdschriften Luna, Vice en Propria Cures. Bandirah: “Wat het lastig maakt is dat de ‘oudere’ tekenaars bij kranten en tijdschriften lang blijven zitten. Cru gezegd moeten jongere tekenaars wachten tot de oudere generatie doodgaat om een kans te krijgen”.
Onbekend talent een kans geven
Ook tekenaar Nozzman deed eerst op internet ervaring op voordat hij opdrachten kreeg bij papieren media. Voor hem was internet de meest logische plek om uit te proberen of het ooit iets zou worden met het striptekenen. In 2002 begon hij met het plaatsen van zijn cartoons op forums op internet, waarna opdrachten automatisch in zijn mailbox belandden. Toen NRC Next in maart 2005 voor het eerst uitkwam was Nozzman één van de vijf cartoonisten die in de nieuwe krant een wekelijkse cartoon hadden. Nozzman reageerde samen met veel andere cartoonisten op een online-oproep van hoofdredacteur Hans Nijenhuis die onbekend talent een kans wilde geven. Nozzman: “Als je werk leuk of goed genoeg is, dan maak je echt nog wel een kans bij geprinte media. Maar toch zal ik altijd online blijven publiceren.”
Een bekende cartoonist, vooral na zijn arrestatie in mei, is Gregorius Nekschot. Zijn cartoons en woordgrapjes worden gepubliceerd in HP/De Tijd en in Propria Cures. Maar vooral verschijnen ze op zijn eigen weblog, Frontaal Naakt en EnDanDit. Aanvankelijk verschenen zijn tekeningen niet in de papieren media. Nekschot: “Toen ik begon met het publiceren van mijn cartoons, was er geen vraag naar vanuit de oude media. Ze pasten niet zo bij de linkse tijdgeest van toen. Daarom heb ik mijn eigen platform gecreëerd.” In 2003 begon Nekschot zijn eigen website, maar hij verwierf vooral bekendheid doordat zijn tekeningen verschenen op ‘De Gezonde Roker’, de website van Theo van Gogh.
Binnen enkele minuten publiceren
Nekschot zag eigenlijk meteen de voordelen van internet. “Via internet kan ik mijn cartoons en ideeën binnen enkele minuten publiceren. Het belang daarvan is direct tot mij doorgedrongen. Ook hoef ik niemand om toestemming te vragen voor ik iets plaats. Ik heb collega’s bij kranten en tijdschriften die hun tekeningen aan redacties moeten voorleggen en er wordt soms in gerommeld. Ook kunnen zij hun cartoons vaak niet zomaar op hun eigen site plaatsen.”
Ook Bandirah vindt dat de vrijheid bij het online publiceren veel groter is dan op papier. Volgens hem zijn hoofdredacteuren van kranten en tijdschriften bang dat ze door cartoons abonnees en vooral adverteerders kwijtraken. Bandirah: “Toen bijvoorbeeld De Pers verscheen, zeiden ze dat ze een spraakmakende krant wilden maken, maar ik vind de cartoons die erin staan toch erg braafjes. Volgens mij is dat uit angst voor de adverteerders. Ik krijg zelf natuurlijk ook wel eens negatieve reacties op internet, maar dat heeft in ieder geval geen economische gevolgen.”
Grotere creatieve speelruimte
Internet biedt ook wat techniek betreft voordelen ten opzichte van het publiceren in de gedrukte media. Op internet kan gebruik gemaakt worden van allerlei mogelijkheden die op papier niet kunnen, zoals animatie, interactiviteit en geluid. Daardoor hebben tekenaars op internet een veel grotere creatieve speelruimte. Bij gebruik van deze digitale mogelijkheden zijn de woorden strip of cartoon wat te beperkend, daarom worden de tekeningen op internet vaak ‘webcomics’ genoemd. Een voorbeeld is Lamelos waar de cartoons en strips in een soort interactieve fantasiewereld worden gepresenteerd. Bandirah: “Ik zie het internet als een oneindig tekenvel. Je kunt het plaatje zo groot of klein maken als je zelf wilt.”
Online publiceren betekent ook meer interactie met het publiek dan bij publiceren in de geprinte media. Door de keuze voor bijvoorbeeld een weblog, gaan ook de ‘regels’ voor weblogs gelden. Want hoe meer publiek, hoe meer naamsbekendheid en dus heeft de boodschap een groter bereik. Nozzman: “Het online publiek waardeert het enorm als een cartoonist moeite steekt in zijn eigen website. Dus moeten er geregeld cartoons verschijnen die nergens anders zijn geplaatst. Als ik een paar weken geen tijd heb om speciaal voor nozzman.nl iets te produceren, krijg ik het verwijt dat ik alleen maar cartoons doorplaats.”
Ideeën van het publiek
Het contact met het online-publiek is belangrijk. Nozzman is bijvoorbeeld pas geleden begonnen met de reeks Nozzmanderen, waarin hij ideeën uitwerkt die hij gemaild krijgt van zijn publiek. Bezoekers van zijn site kunnen ook reageren op zijn cartoons. Bij Nekschot kan dat niet meer. Nekschot: “Ik ben er vanaf gestapt, want er kwamen allemaal gekken op bezoek die van alles schreven dat niet te zake deed of die afspraken om elkaar ergens te treffen voor relletjes bijvoorbeeld. Ik had geen zin om de hele dag te modereren. Als mensen iets kwijt willen dan beginnen ze zelf maar een weblog.”
Ondanks de vrijheid en de andere voordelen van internet, heeft het publiceren in kranten en tijdschriften toch meer status. Volgens Nozzman is het voor veel tekenaars een soort mijlpaal als hun tekeningen ergens afgedrukt worden. En voor de meeste tekenaars is het uitbrengen van een eigen bundel een droom. Nekschot denkt dat er nog veel aan zit te komen op internet. “Volgens mij kennen mensen van pak ‘em beet boven de dertig nog wel meer gewicht toe aan de papieren media. Maar voor jongeren is dat anders. Veel cartoonisten die ik de moeite waard vind, zijn op internet begonnen. Sowieso komt kwaliteit vanzelf bovendrijven, daarbij maakt het platform niet eens zoveel uit.”

5 reacties