‘Het grootste en beste persbureau van Slovenië’

Olaf Koens bereist als ‘Zomerreporter’ voor De Nieuwe Reporter enkele Europese landen. Via Twitter, Flickr en dit weblog doet hij verslag van ontwikkelingen in de journalistiek.

Het medialandschap in Slovenië is op het eerste oog gezond en vooral rustig. Er is een ruime keus uit publieke en commerciële televisiestations, er circuleren ontzettend veel kranten en zowaar nog meer radiostations. De journalistenbond is mondig en opstandig. Internetgebruik ligt er boven het Europees gemiddelde. Alleen valt het op dat er slechts één persbureau te vinden is in Slovenië. Bovendien is het ook nog eens volledig in handen van de overheid.

‘Er was hier eens een Chinese correspondent die me vroeg hoe het toch kan dat ons persbureau het ‘grootste en het beste persbureau van Slovenië’ is’, lacht Uroš Urbanija, de adjunct-hoofdredacteur. ‘Dat is natuurlijk een absurde vraag. We zijn er gewoon.’

Ik spreek in een café met Borut Meško, hoofdredacteur en Uroš Urbanija, adjunct-hoofd van ‘Slovenska tiskovna agencija’ (STA), het Sloveens Nationaal Persbureau. Ze hebben 94 mensen in dienst, waarvan ongeveer 60 fulltime. Er zitten twee vaste correspondenten in Brussel, eentje in New York en ‘een aantal mensen in de buurlanden Italië, Oostenrijk en Kroatië’.

‘Vroeger zaten er in Ljubljana slechts een paar correspondenten van het communistische persbureau ‘Tanjug’. Sinds de eerste vrije verkiezingen in 1990 bestaat STA’, legt Meško uit. ‘De markt is te klein voor een commercieel persbureau. Hoewel ruim eenderde van ons budget uit onze commerciële activiteiten komt.’

Bescheiden is hij niet. ‘Geen enkel medium in Slovenië overleeft zonder het STA. We schrijven driehonderd nieuwsberichten per dag. Geen commentaar, geen analyse, louter feiten en informatie.’ Ook heeft STA een Engelstalige dienst. ‘Die is belangrijk. We hebben vertalers die Sloveens nieuws naar het Engels omzetten en andersom. Vooral ambassades en internationale instellingen nemen dat af.’

In de eerste helft van 2008 was Slovenië voorzitter van de Europese Unie. Meško: ‘Voor de berichtgeving hebben we zeven extra mensen ingehuurd en een tweede man aangenomen in Brussel. Bovendien kregen alle buitenlandse journalisten een gratis login voor onze site.’ Voor grote evenementen stuurt het bedrijf eigen verslaggevers op pad. ‘Voor de Olympische Spelen in Beijing hebben we een contract met Xinhua, het Chinese persbureau, en hadden we twee verslaggevers en een fotograaf ter plaatse.’

Uroš Urbanija verdedigt met verve het overheidskarakter van het persbureau. ‘De journalistieke kant van bureau is strikt gescheiden van de zakelijke. Bovendien maken wij nu bijna driehonderd nieuwsberichten per dag. Waren we een commercieël bedrijf geweest waren dat maximaal 150 berichten per dag geweest. Daarmee druk je een hoop nieuws de vergetelheid in.’

Het hele spectrum verslaan
Borut en Uroš geven me een inzichtje in de mediamarkt zoals zij die zien. ‘Italiaanse praktijken’, legt Uroš uit. En hij kan het weten. Tot vorig jaar gaf hij les aan een univeristeit in Rome. Er zijn verschillende clans die een groot gedeelte van de media in hun greep houden. Lokale oligarchen met belangen. ‘Juist vanwege een dergelijk medialandschap moeten wij objectief nieuws brengen en alles checken’, legt Uroš uit.

Objectief nieuws, dat is volgens STA simpelweg ‘het hele spectrum verslaan’. ‘We laten alle kanten aan het woord en publiceren alles. Het probleem is echter dat verschillende nieuwsmedia met je bericht aan de haal gaan. Wij laten ook de oppositie aan het woord, maar een krant die sympathieker is ten opzichte van de overheid haalt die quote er juist uit.’

Soms zijn locale publicaties bepaald niet gelukkig met onthullingen van STA. ‘Dan worden we geblokkeerd, dat zien we wel vaker’, licht Uroš Urbanija toe. Maar hoe zit het dan met schandalen binnen de overheid? ‘Hoe groter de rel, hoe beter. Maar we checken alles van te voren.’

Nieuws is altijd een kwestie van invalshoek
Marko Milosavljevič is een onafhankelijke onderzoeker aan de Faculteit voor Sociale Wetenschappen in Ljubljana. ‘Je kunt natuurlijk zeggen wat je wilt, maar wanneer iets je eigendom is heb je er ook invloed op. STA is gewoon een departement van het Ministerie voor Communicatie.’ Hij legt uit dat het persbureau in de beginjaren verschillende eigenaren had, die de overheid langzaam heeft uitgekocht.

‘Recentelijk is er een nieuwe manager bij STA aangetreden, de voormalige woordvoerster van de inmiddels regerende partij. Natuurlijk heeft dat gevolgen. Ze heeft een aantal berichten teruggetrokken of niet gepubliceerd. Of ze berichten ergens wel over, maar veel te laat. Nieuws is altijd een kwestie van invalshoek. Wie spreek je, en wat voor quotes gebruik je?’

Hij noemt een voorbeeld van zijn eigen faculteit. ‘Er was een tijd geleden een hoop commotie vanwege het gerucht dat de premier bepaalde media zou censureren. STA belde een collega voor een quote. Hij liet letterlijk weten: ‘Ik geloof niet dat de premier zelf de media censureert, dat zullen zijn secondanten doen’. De quote die bij STA opdook was letterlijk: ‘Ik geloof niet dat de premier zelf de media censureert. Punt. Dat spreekt natuurlijk boekdelen.’

Keer op keer een vraag stellen
Milosavljevič trekt het breder en legt uit dat het om een cultureel fenomeen gaat. ‘Het heeft iets met de ‘coming of age’ te maken’, denkt hij. Hier worden de fundamenten van de democratie keer op keer getest. ‘Vergelijk het met Engeland. Wanneer een politicus ook maar een vinger uit zou steken richting de BBC zou er enorm veel commotie op gang komen. Daar zitten de ‘checks en balances’ in de cultuur ingebakken. Hier ontbreekt dat.’

Ook is Marko Milosavljevič kritisch ten opzichte van de EU-agenda van STA. ‘Het voorzitterschap van de Unie werd gezien als een soort grote nationale taak. Alsof Slovenië plots het centrum van de wereld was. Maar, vergis je niet. De Europese Unie is hier erg geliefd. Dat heeft misschien iets met de oorlog te maken.’

Zijn grootste punt van kritiek heeft te maken met de opzet van het nieuwsagentschap. ‘Het is geen publieke instelling, maar simpelweg een onderdeel van het overheidsapparaat. Het zou publiek domein moeten zijn met een raad die over de benoemingen gaat. Op dit moment worden de bestuurders simpelweg aangewezen door de politiek.’

Teleurstellend
In een reactie laat Uroš Urbanija weten daar wel gevoelig voor te zijn. ‘Dat probleem is niet nieuw. Alleen is het typerend dat mensen die problemen hebben met de huidige directeur juist geen problemen hadden met de vorige. De voormalige directeur was een belangrijk figuur binnen de voormalige Joegoslavische Geheime Dienst.’

‘Voor mij als adjunct zijn er twee dingen belangrijk’, legt Urbanija uit. In de eerste plaats dat ik onafhankelijk kan werken en in de tweede plaats dat alle journalisten betaald krijgen voor hun werk.’

Het verhaal dat de huidige directeur berichten zou hebben ingetrokken klopt, maar is verkeerd weergegeven. ‘Het ging om een klein commentaar dat door een jonge journalist van ons agentschap verkeerd is weergegeven. Er zat een journalistieke fout in en dat bericht hoorde simpelweg niet bij ons thuis.’

‘Dat is wat me teleurstelt aan journalistiek in Slovenië. Iedereen heeft het erover, maar niemand neemt de moeite dat even bij mij te checken’.


3 reacties:

Theijsku
12 september, 2008

Boelatovich, mooi verhaal. Ga je na je Olympisch zwem avontuur rond Cyprus eens kijken hoe het er in de Culturele hoofdstad van 2013 aan toegaat?

[...] ‘Er was hier eens een Chinese correspondent die me vroeg hoe het toch kan dat ons persbureau het ‘grootste en het beste persbureau van Slovenië’ is’, lacht Uroš Urbanija, de adjunct-hoofdredacteur. ‘Dat is natuurlijk een absurde vraag. We zijn er gewoon.’ (lees verder bij De Nieuwe Reporter) [...]

Olaf
19 juli, 2009

In recent nieuws over Slovenie;

“…Old patterns of corruption and control have left an independent Slovenia far from its goal of becoming a western-style democracy”

http://www.guardian.co.uk/commentisfree/libertycentral/2009/jul/19/slovenia-democracy


Laat een reactie achter »