Bruikbaar overzicht kwaliteitsdiscussie

Het Nederlandse debat over journalistieke kwaliteit is de afgelopen jaren vrijwel stilgevallen. Mogelijk leeft het op door de komst van “Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk”, een lijvig boek met website waarin oud-journalist en communicatiewetenschapper Kees Buijs het complexe debat in heldere taal inzichtelijk maakt.

Zijn vertrekpunt is dat de kwaliteit van het journalistieke werk van pers en omroepen weliswaar “verbeterd” is maar dat het “desondanks niet goed gaat”. Nederlanders zijn beter opgeleid en geïnformeerd geraakt maar hebben daardoor ook betere media nodig, en daar hapert het. Vertellend over medialogica, hypes, civic journalism, de voorlichtingsindustrie, de komst van vechtmarkten, gratis kranten en weblogs en nog veel meer, maakt Buijs duidelijk dat de journalistiek achterop raakt.

Zeven kwaliteitsconcepten
Het boek vraagt geduld van de lezer omdat de schrijver aanvankelijk vooral standpunten van anderen in kaart brengt. Die aanpak zal als reden hebben dat er zoveel definities van “kwaliteit” in omloop zijn, dat de auteur die er eentje omarmt zich in andere “kampen” onmogelijk maakt. Door zich als neutrale bemiddelaar op te stellen, vermijdt Buijs dat effect. Met precisie omschrijft hij zeven overkoepelende “kwaliteitsconcepten” waarin alle benaderingen en aspecten een plek krijgen. Dat zijn in de eerste plaats het professionele concept (“journalisten bepalen wat goede en slechte journalistiek is”) en het marktconcept (“de markt maakt wel uit wat goede en slechte journalistiek is”). Deze twee zijn in de loop der tijd aangevuld met het concept van participerende/geëngageerde journalistiek en met het interactieve, het civiele en het mediakritische concept.

“Elk van deze kwaliteitsconcepten”, betoogt Buijs, “wordt gekenmerkt door een eigen accent op een cluster van journalistieke waarden, een eigen oriëntatie waarop journalisten en redacties hun opvattingen en hun werk afstemmen, een eigen typering van het publiek, eigen houdingskenmerken, voorkeuren voor journalistieke genres, accenten in nieuwsdefinities, middelen van kwaliteitsbewaking en een visie op de eigen rol als journalist of als redactie”. In een schema maakt hij inzichtelijk hoe het met de onderlinge hiërarchie en relaties tussen deze concepten is gesteld.

Verhoging rendement
Buijs houdt zijn bemiddelaarsrol lang vol, van elk concept de sterke en de zwakke punten opsommend. Tot aan het laatste hoofdstuk, wanneer het marktconcept er opeens van langs krijgt en Buijs zijn rationele benadering gedeeltelijk loslaat. De ratio domineert nog wanneer hij schrijft dat in het marktconcept kwaliteit niet primair is “wat belangrijk is voor de burger om te weten en zich een mening te kunnen vormen’ maar eerder “wat de consument wil zien of lezen, en wat hij kan gebruiken”. Maar het loopt wat mij betreft spaak bij de conclusie dat het hier “processen betreft die door het management worden aangestuurd en zijn gericht op verhoging van het rendement van mediaondernemingen en niet op verhoging van de journalistieke kwaliteit” (cursivering van mij, TvS). Was eerder in het boek juist niet duidelijk geworden dat het marktdenken weliswaar binnen een ander concept thuishoort maar wel degelijk ook tot kwaliteit kan leiden, zoals bij de creatie van Volkskrant Magazine?

Fox News
Ambivalentie bespeur ik ook rond de vraag of de “marktbenadering” op de lange duur commercieel rendeert. In de marktbenadering, schrijft Buijs in hoofdstuk 8, wordt doorgaans niets ondernomen tegen onzorgvuldige berichtgeving, eenzijdige discussies en gemanipuleerde opinies “zolang de consumenten niet weglopen”. Uit het laatste gedeelte van die zin valt af te leiden dat de marktbenadering niet per definitie tot een uittocht van lezers, kijkers of luisteraars leidt – terecht wordt in dit verband het succes van het Amerikaanse Fox News geciteerd. Maar hoe dat te rijmen met de slotalinea van het boek waarin de consequenties van de marktbenadering als volgt worden omschreven: “Maar nieuwsmedia met tanend gezag en tanende invloed zien hun publiek vroeg of laat vertrekken. Ook dat is marktwerking.”

Verkoopt kwaliteit?
Hoewel Buijs veelvuldig door middel van voetnoten aan onderzoek refereert, zit er op sommige punten ook een empirische lacune in het boek. Huub Evers schreef eerder op De Nieuwe Reporter dat de kwaliteitsdiscussie in Nederland op een gegeven moment gestokt is maar in andere landen (Duitsland, Verenigde Staten, Zwitserland) vlees op de botten krijgt in de vorm van interessante onderzoeksprojecten. Het was beter geweest als de uitkomsten van dat onderzoek, bijvoorbeeld dat van Philip Meyer, voluit in dit boek waren geïntegreerd: het wetenschappelijke antwoord op de vraag of kwaliteit verkoopt en commercie kwaliteit uitsluit, hoort in boeken als deze thuis. Juist het spannende debat tussen de markbenadering en de andere concepten is gebaat bij een zo stevig mogelijk fundament.

Kees Buijs, Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk. Boom Meppel, 2008.
Prijs: € 34,50

6 reacties

  1. Hugo Arlman schreef op 24 september 2008 om 16:45

    Opvallend dat Theo van Stegeren schrijft dat de discussie over journalistieke kwaliteit de afgelopen jaren is stilgevallen. Ten eerste omdat ik me een enigszins wegwerpende opmerking van hem kan herinneren ten tijde van de lancering van de NPS Journalistieke Canon – die op zijn minst één aspect van kwaliteit coverde -, namelijk dat als zekere tv-omroepen zich daaraan moesten houden ze geen enkel programma meer konden maken. En ten tweede omdat sindsdien, om die zomer van 2005 even als peildatum te nemen, het aantal journalistieke codes en leidraden explosief gegroeid is en het er zelfs op lijkt dat ook allerlei websites zich kunnen voorstellen onderworpen te zijn aan vergelijkbare normen. Als de rechter dat niet al doet.
    Die normen zijn natuurlijk niet het enige aspect dat telt bij journalistieke kwaliteit. Maar het is zeker de bodem. Je kunt je documentaire of feature nog zo fraai maken, als de feiten niet kloppen, is de kwaliteit in ieder geval onder de maat.

  2. Elise schreef op 24 september 2008 om 23:30

    Altijd leuk! Fox news als schoolvoorbeeld van bevooroordeelde journalistiek. Maar nooit, nooit, nooit… ook maar een vinger naar de vaderlandse journalistiek die al veertig jaar lang de linkse agenda voert. Ook Theo van Stegeren is zo’n exponent van de selectief verontwaardigde journalistieke elite. Het debat is stilgevallen, omdat deze wordt gevoerd door mensen die alles beter weten en die tegenwerpingen achteloos en arrogant terzijde schuiven. het debat is vermoord dor een kaste die geen tegenspraak duldt. Daarom, Theo!

  3. Laurens L. schreef op 25 september 2008 om 01:38

    Kom, kom Elise. Deze hetze slaat nergens op. Straks wordt ook Beertje Colargol 40 jaar na dato nog beschuldigd van een linkse agenda, omdat ie in opstand kwam tegen zijn ouders die vonden dat ie niet mocht zingen, want beren zingen niet. Beertje Colargol eindigde geloof ik ergens op de maan om de sterren te zien, een plek waar jij eerder op thuishoort…

  4. Theo van Stegeren schreef op 25 september 2008 om 10:46

    @ Hugo Arlman Je hebt gelijk, ik drukte me misschien wat onzorgvuldig uit. Inderdaad is er de laatste tijd veel gediscussieerd over kwaliteit in het kader van gedragscodes – we hebben daar op dit weblog volop aan meegedaan; ik bedoel het fundamentelere, wetenschappelijke debat zoals dat in dit boek aan de orde wordt gesteld.

  5. Elise schreef op 25 september 2008 om 19:49

    Het lachwekkende en inhoudsloze antwoord van Theo van Stegeren is het ultieme bewijs van mijn stelling.

  6. Elise schreef op 25 september 2008 om 19:50

    Theo van Stegeren = Laurens L.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>