Multimediaal werken is zo gemakkelijk nog niet

Klaske Tameling won dit jaar de scriptieprijs van De Journalist. In haar scriptie ‘Mediaconvergentie binnen NOS Nieuws. Van beleid tot praktijk’ onderzocht zij de multimediale reorganisatie van NOS Nieuws in 2006.

Het is mei 2007 als ik als studente journalistiek van de Rijskuniversiteit Groningen aan het werk ben in onze newsroom. Het zijn de multimediaweken, wat betekent dat we met zo’n veertig studenten, twee weken lang, een internetsite moeten vullen met tekst, beeld en geluid. Het toverwoord van ons studiejaar is mediaconvergentie en dat zullen we dan ook aan den levende lijve ondervinden.

Als journalist bedien je niet meer één medium, maar je denkt en produceert voor meerdere platformen. Dat gaat niet altijd van een leien dakje. Zelfs docenten die al jarenlang meedraaien binnen de journalistiek hebben niet altijd antwoord op vragen als: welke verhaal is het best geschikt voor welk medium? Moet iedereen daadwerkelijk alle media kunnen bedienen of bestaat er nog zoiets al een specialisatie?

Ook teveel ambities NOS Nieuws?
Ik was dan ook blij met het bericht in de Volkskrant op 6 juni 2007. De NOS zou teveel multimediale ambities hebben om ze ook waar te kunnen maken. Het klonk me bekend in de oren. Het stelde mij gerust, maar maakte me tegelijkertijd nieuwsgierig naar de gang van zaken bij de NOS. Wat was daar aan de hand in deze nieuwe multimediale tijden? Ik schreef er mijn scriptie over en sprak met tien redacteuren en verslaggevers van de binnenlandredactie van NOS Nieuws. Ik was op zoek naar hun nieuwe multimediale werkwijze en vroeg me af welke problemen daarbij komen kijken.

Begin 2006 onderging de NOS een grote reorganisatie. Televisie, radio en internet gaan samenwerken op een grote nieuwsvloer: NOS Nieuws. Dit betekent voor alle journalisten dat zij vanaf dat moment niet meer gebonden zijn aan alleen televisiejournaals of een uitzending van het Radio 1 Journaal, maar ze werken voor alle programma’s van NOS Nieuws.

Afgezien van een grotere diversiteit aan collega’s (‘Radiomensen becommentariëren elkaar nauwelijks. Televisiemensen zijn veel arroganter’) verandert het inhoudelijke werk voor veel mensen. Voor de redacteuren nog wat meer dan voor de verslaggevers. Zij blijven werken voor één medium, maar de redacteuren hebben geen keus: zij bereiden voor zowel televisie als radio de onderwerpen voor. Iemand die voor de reorganisatie voor de radio werkte, moet leren denken in beeld. Andersom moet een voormalig televisieredacteur bedenken dat een tentoonstelling op de radio misschien toch niet zo spannend is. Daarnaast is het voor redacteuren extra hard werken, beide media moeten 24 uur per dag worden voorzien van onderwerpen en als het kan mag er ook nog iets voor internet worden gemaakt.

Halve verhalen
Voor de verslaggevers betekent dit dat ze soms op pad gaan voor een item dat voorbereid is door zo’n voormalig radiojournalist. Verslaggever Tanja Braun had daarom het gevoel dat ze vaak met halve verhalen op pad ging. ‘Er werden dan wel twee interviews geregeld, maar voor de rest was er niet gedacht aan een beeldverhaal,’ aldus Braun. Die halve verhalen konden ook komen van een televisiecollega en dat had er dan weer mee te maken dat er minder tijd was, verklaarde de verslaggeefster: ‘Omdat ze zowel voor radio als televisie dingen aan het uitzetten waren was er sowieso minder tijd voor de redacteuren om een onderwerp goed voor te bereiden zoals ik dat gewend was in de oude situatie’.

Het nieuwe beleid lijkt dan ook niet standvast. Op de nieuwsvloer is er alweer een scheiding opgetreden in de voorbereiding van radio- en televisieonderwerpen. ‘Op de avond dat de film Fitna van Geert Wilders online ging, is er bijvoorbeeld meteen besloten dat de uitzendingen voor radio en televisie gescheiden gemaakt gingen worden,’ vertelde Daan van de Staaij. Ook Martijn Bink zag de samenwerking uiteenvallen. ‘Het is een feit dat radio en televisie nog steeds twee eilanden zijn. Mensen trekken juist weer langzaam naar hun eigen medium toe.’ Van de Staaij denkt dat de hoofdredactie hier niet op zit te wachten, maar wat daadwerkelijk hun visie is, is volgens hem dan ook onduidelijk.

Onvrede op de werkvloer
De nieuwe situatie leidt tot veel onvrede op de werkvloer. Meer doen met minder mensen (want ondertussen waren er ook nog bezuinigingen gaande). Bovendien is men meer tijd kwijt aan intern overleg. De enorme nieuwsvloer met tweehonderd werkplekken zorgt ook nog eens voor langere hiërarchische lijnen met leidinggevenden en meer vergaderingen over onderwerpen waardoor besluitvorming wordt vertraagd. De tijd die hierin wordt gestoken gaat ten koste van inhoudelijke zaken waardoor de redacteuren en verslaggevers van mening zijn dat de uitzendingen er kwalitatief op achteruit gaan.

Redacteur Anne Peetom omschrijft de kwaliteit als veilige abc’tjes. ‘Dat is veilig. Misschien omdat we in de nieuwe organisatie toch heel veel dood vergaderen omdat het door verschillende lagen heen moet. Iedereen wil er iets over zeggen, redacteur, coördinatoren en eindredacteuren. Daardoor zijn we voorzichtiger geworden.’

De onvrede wordt nog groter wanneer er door de gevolgen van de reorganisatie belangrijke mensen vertrekken. Redacteur Rinke van den Brink maakt zich daarover grote zorgen. ‘Er zijn echt belangrijke mensen weggegaan en bezig om weg te gaan. Veel, veel meer dan normaal. Dat baart mij onrust en als ik leidinggevende zou zijn, dan helemaal.’ Van den Brink zegt dat het op dit vlak ontbreekt aan people management. Ook redacteur Daan van de Staaij vindt dat er meer aandacht moet komen voor de mensen die vertrekken bij NOS Nieuws. ‘Ik heb een beetje het gevoel dat het wordt gezien als ach: er werken hier toch zoveel mensen. Dat is misschien wel zo, maar ik zou toch eens kijken naar wie er weglopen en daar conclusies aan verbinden. Het gaat om zwaargewichten en daarmee raak je ook veel kennis kwijt.’

Reactie Hans Laroes
Het komt voor mij dan ook niet onverwacht dat er op 2 april 2008 een artikel in de Volkskrant verschijnt waarin de Ondernemingsraad van NOS Nieuws pleit voor exitgesprekken met mensen die vertrekken. Plaatsvervangend hoofdredacteur Marcel Gelauff zegt vervolgens in datzelfde artikel dat de NOS niet op dat soort hulpmiddelen zit te wachten en dat er niks aan de hand is.

Eind mei rond ik mijn scriptie af en win deze scriptieprijs. Hans Laroes reageert op mijn conclusies in een artikel in de NRC en NRC Next op 12 september. Een vergelijkende reactie als die van collega Gelauff. Laroes noemt de conclusies achterhaald en niet meer representatief voor de NOS zoals deze nu werkt. Per 1 april zou alles beter zijn gegaan verklaart de hoofdredacteur. Toch gek, dat er op 2 april nog werd gepleit voor exitgesprekken omdat de OR zich zorgen maakte over het grote aantal vertrekkende collega’s.

De reorganisatie van de NOS als zodanig was een logische stap in een tijd waarin mediaconvergentie de toekomst heeft. Veranderingen leiden altijd tot onrust, onvrede en tijdelijke chaos (als zou dat twee jaar na dato toch wel over moeten zijn). Dat daardoor de kwaliteit van uitzendingen tijdelijk uit het oog wordt verloren is niet wenselijk, maar ook dat zelfs niet onvermijdelijk. Maar dat er mensen, belangrijke mensen, weggaan en dat de visie op multimediaal werken ontbreekt, is kwalijk en onnodig. In mijn opinie slaat verslaggever Martijn Bink dan ook de spijker op zijn kop: ‘Ik denk dat ze het onderschat hebben en dat ze misschien teveel met een journalistieke bril naar de reorganisatie hebben gekeken. En te weinig vanuit managementoogpunt.’

2 reacties

  1. Pingback: Crossmedia in Noorwegen « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>