Oranje boven bij gekooide sportjournalist

Hij moet er een beetje cynisch bij lachen. NOS-coryfee Mart Smeets kan er daags na het WK Wielrennen in het Italiaanse Varese (afgelopen zondag) de humor wel van inzien als hij vertelt over de interviews die een van zijn collega’s hield met de coureurs na afloop van de mondiale titelstrijd. “Mijn collega stopte na de finish zijn microfoon onder andere onder de neus van Karsten Kroon en de kersverse wereldkampioen Alessandro Ballan. Het vraaggesprek met Kroon werd uitgezonden, voor Ballan, als ik mijn eindredacteur moet geloven, was geen tijd. Tsja, wat moet je dan? Ik zit een dikke duizend kilometer van Hilversum. Dus het enige dat ik kon zeggen was ‘oké’.”

Smeets was maandagavond één van de sprekers tijdens het Mediadebat in het Amsterdamse Olympisch Stadion over de onafhankelijkheid van de Nederlandse sportpers. Dit naar aanleiding van de tegenstrijdige berichtgeving in de Nederlandse media over de ‘zaak-Rasmussen’ tijdens de Tour de France van 2007.

Onder leiding van Felix Meurders, presentator van het journalistieke tv-programma De Leugen Regeert, discussieerden onder anderen Christiaan Ruesink (chef sport AD Sportwereld), Marije Randewijk (chef sport de Volkskrant), Guus van Holland (oud-chef sport NRC Handelsblad) en NOS-verslaggever Bert Maalderink over de vrije toegang van journalisten tot sporters, het doorzettingsvermogen in de sportjournalistiek en het chauvinistische gehalte van de velen sportverslaggevers in ons land. Kortom, hoe onafhankelijk is de vaderlandse sportpers anno 2008?

“Liflafjes over een doelpunt”
NRC-journalist Van Holland sprak hierover de meest zorgelijke woorden. “In de periode dat ik nog chef was, probeerde ik in de sportverslaggeving meer diepgang en achtergrond te brengen in plaats van de liflafjes over wie er in welke minuut een doelpunt scoort. Maar het probleem is dat je de juiste mensen niet direct en vrij toegankelijk te spreken krijgt. Een aantal jaar geleden brachten wij een interview met oud-Ajacied Cedric van der Gun. Vrijdagavond om half elf kreeg ik een telefoontje van Ajax met de dringende mededeling dat het interview uit de zaterdagkrant moest. Wij hadden buiten Ajax om met een speler gesproken en dat kon natuurlijk niet door de beugel. Ik zei dat dit niet meer mogelijk was en dat het verhaal gewoon werd gepubliceerd. Vervolgens kreeg ik drie weken de Ajax-voorlichter achter me aan en werd me de toegang tot het stadion ontzegd. Zo gaat het er tegenwoordig aan toe in de voetbaljournalistiek. En niet alleen in de voetballerij. Tijdens de voorbije Olympische Spelen in Peking stond de Nederlandse sportpers onder het regime van Erica Terpstra en Charles van Commenée.”

Ruesink, chef sport bij het AD, herkende de ergernissen van Van Holland. “In de voetbaljournalistiek is het een strijd tussen voorlichter en journalist geworden. Bij een club als Ajax kun je bijvoorbeeld niks. Dan moet je zorgen dat je op andere manieren aan informatie komt. Dat is tenslotte ook de taak van een journalist, een goed netwerk onderhouden. Maar het is een lastige kwestie. Vaak zijn we gedwongen om te onderhandelen met een voorlichter. Je moet afwegingen maken als journalist. Wat is belangrijk voor mijn verhaal? Waar mag eventueel aan getornd worden?”

“Alle stukken inzien”
Oud-wielerverslaggeefster en sinds afgelopen maandag de nieuwe chef sport bij de Volkskrant, Marije Randewijk, gaf aan dat ook in haar sport de rol van de voorlichters steeds belangrijker begint te worden. “De Rabobank wielerploeg heeft dit seizoen geprobeerd om alle stukken die ik schreef over de ploeg van tevoren te mogen inzien. Dat hebben wij bij de Volkskrant resoluut van de hand gewezen. Het voordeel is dat wij de keuze hebben om een seizoen lang geen interviews te publiceren met renners van de Rabobank wielerploeg. Toen ik ze dat uitlegde, draaide men snel bij.”

“Die keuze hebben wij niet”, vult Ruesink aan. “In een krant waar sport zo’n prominente plek inneemt, is een dergelijk besluit niet aan de lezer te verkopen. Of je dan nog kritisch kunt zijn? Dat ligt er aan hoe een interview tot stand komt. Maar ik vrees dat we daar ook weinig keuze in hebben.”

Heeft de toenemende commercialisering in de sport nog gevolgen voor de objectiviteit van de sportjournalistiek? “Of ik na een Champions League-duel een speler interview voor een grote reclamezuil of op het veld, daardoor ga ik geen andere vragen stellen”, beantwoordt NOS-verslaggever Bert Maalderink de vraag. “Bij het schaatsen is het zelfs zo dat een collega een aantal mutsen van de commerciële teams in zijn bezit heeft om een schaatser maar zo snel mogelijk voor de camera te krijgen.”

Bij de Volkskrant is er wel een specifiek beleid op dit terrein. Randewijk: “Als het niet nodig is om een sponsornaam te noemen, dan doen we dat ook niet. De Eneco Tour heette bij ons de Ronde van de Benelux en in het basketbal laten we de namen van sponsors eveneens weg en noemen de club bij de stad waar ze vandaan komt.”

Het moge duidelijk zijn dat het werk van sportjournalisten de laatste jaren bemoeilijkt wordt door de steeds grotere rol van voorlichters. Moeten sportverslaggevers zich daarom dan juist niet meer gaan toeleggen op verdieping en achtergrond?

“Er is geen ruimte voor onderzoeksjournalistiek bij het AD”, stelt Ruesink. “Onze redactie staat continu onder druk. We hebben wel een tijdje een onderzoeksjournalist in dienst gehad. Maar als er na vier weken dan nog geen groot verhaal door hem naar boven werd gehaald, kreeg ik een zeurende hoofdredactie op mijn dak. Wij zijn nu eenmaal een massakrant. NRC Handelsblad of de Volkskrant zou die keuze wel kunnen maken.”

“Tsja”, verzucht Van Holland. “Een van de redenen waarom ik geen chef meer ben, is dat ook wij nog altijd wedstrijden als Ajax-RBC Roosendaal bezoeken. Ik vroeg me in die tijd wel eens af waarom we de waan van de dag niet even links lieten liggen en aan de slag gingen met een groot project.” Randewijk gaf aan dat zij in de komende periode serieus werk wil gaan maken van onderzoeksjournalistiek op de sportredactie.

Misschien dat er dan ook tijd en ruimte is om een verhelderend verhaal te schrijven over Operacion Puerta, een omvangrijke dopingzaak die de wielerwereld nu al een aantal seizoenen in haar greep houdt en waar gisteravond door de aanwezigen fel over werd gediscussieerd.

“Lijst met namen”
“Je moet maar niet denken dat je zoiets snel ontrafelt”, aldus Randewijk. “Wij zijn ook in het bezit van de lijst met namen van renners die mogelijk klant zijn geweest bij de Spaanse dokter Fuentes. Maar het zijn louter codenamen. En dan kan de Süddeutsche Zeitung keer op keer namen noemen van renners die mogelijk te linken zijn met de codenamen op die lijst, maar het blijft giswerk. In de huidige omstandigheden in het wielrennen is het belangrijk om je bij de feiten te houden. Al denk je bij jezelf best wel eens een keer als je vier renners van CSC in de kopgroep de Alpe d’Huez op ziet rijden: is dit wel zuivere koffie?”

Een getergde Smeets: “Moet je zo naar sport kijken? Dan kun je beter een ander vak gaan uitoefenen. Als Phelps acht keer goud pakt, moet je dan meteen aan doping denken? Of als Veldhuis als zesde aantikt, zeggen dat ze iets te weinig heeft geslikt? Wat een kul! De enige die openheid van zaken kan geven, is de Spaanse minister van justitie. Maar naast 49 wielrenners staan er ook mensen op die lijst die een andere sport beoefenen. Voetballers van Barcelona bijvoorbeeld, of een linkshandige Spaanse tennisser met lang haar die af en toe eens een toernooitje wint.”

Aan het eind van het debat werd ook nog de verslaggeving tijdens de voorbije Olympische Spelen in China onder de loep genomen. “Ik moet het maar begrijpen dat Michael Phelps, die acht keer goud wint, net zoveel aandacht krijgt in de pers als een onbekende Nederlandse taekwondo die als vijfde eindigt”, verzucht Van Holland. “Het gaat tegenwoordig steeds meer over Nederland. Buitenlanders lijken er niet toe te doen.”

Ruesink: “Wij kijken naar wat de lezer wil. Daar laten we ons door leiden. Een wereldrecord van Haile Gebreselassi op de marathon is belangrijk, maar als er grote ontwikkelingen zijn bij Ajax of Feyenoord dan vinden wij dat belangrijker. Het is logisch dat we Nederland-minded zijn.”

Aandacht voor politieke situatie
Een gevolg van het veel door een oranje bril kijken van journalisten was volgens Van Holland de magere aandacht van de pers voor de politieke situatie in China tijdens de Spelen. “Ik heb vaak het idee gehad dat als we er maar niet over berichtten, de mensenrechtenschendingen er dan ook gewoon niet waren in de ogen van de journalisten. Dit terwijl de onderdrukking in bijvoorbeeld Tibet gewoon doorging.”

“Je moet wel in acht nemen dat de Nederlandse maatschappij is veranderd”, werpt Ruesink tegen. “In 1978 bijvoorbeeld, tijdens het WK Voetbal in Argentinië, was de bevolking meer geïnteresseerd in politieke discussie dan nu het geval is. Daar moet je als krant op inspelen.”

Smeets, tijden de Spelen presentator van een dagelijkse talkshow (‘Ik heb me vertild aan amusement’), vond dat hem geen strobreed in de weg is gelegd in die twee weken. “Maar als je mij vraagt of ik China heb gezien, moet ik ontkennend antwoorden. Dat is inherent aan het sporten in een ondemocratisch land. De Russen hadden daar in 1980 aanzienlijk meer moeite mee. Toch is het treurig dat wij als journalisten daar niet doorheen hebben geprikt.”

Eén reactie

  1. Pingback: Vrijheid van een sportjournalist « Sport & Media

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>