De ongemakkelijke waarheid over de pers

Dit is de ongemakkelijke waarheid, the inconvenient truth, over de pers. Waar de journalistiek en minister Plasterk van Media elkaar nazeggen dat een onafhankelijke pers onmisbaar is voor een democratische samenleving, heeft een groeiend deel van die samenleving grotelijks maling aan de journalistiek. De internetgeneratie, iedereen onder pakweg 30, informeert zich anders, als ze zich al informeert.

Dat een democratie niet zonder geïnformeerde burgers kan, en dus niet zonder pers, is een moreel oordeel – geen proefondervindelijk feit. Ik ben het met dat oordeel eens; ik kan me niet voorstellen dat onze samenleving beter en eerlijker zal worden als de laatste kwaliteitsjournalist is wegbezuinigd. Maar de Googlegeneratie ziet dat anders.

Die akelige waarheid is nog niet doorgedrongen tot minister Plasterk. Dat blijkt uit de Persbrief die de minister onlangs publiceerde. Zijn persbeleid ademt een sfeer van conservatief massamediaal denken, van houden wat we hebben. Plasterks perspectief is dat van een babyboomer die – net als de meeste dagbladjournalisten – opgroeide met krant, radio en tv, en zich niet senang voelt met internet.

Ronny Plasterk
Laten we eens een ander perspectief proberen. Hoe zou de Persbrief van dr Ronald Plasterk eruit hebben gezien als de minister (“Ronny”) 25 was geweest, meer naar YouTube keek dan naar de publieke omroep, meer naar LastFM luisterde dan naar Radio 1, 235 Hyves-vrienden had en de pers alleen kende van gratis krant De Pers? Zou de minister zich dan evenveel zorgen hebben gemaakt over de kwaliteitsmedia? Zou hij even weinig hebben begrepen van internet?

In zijn Persbrief vertelt Plasterk wat zijn plannen zijn met de journalistieke media, en dan vooral de geschreven media, de pers dus. Hij signaleert oplagedaling en kwijnende advertentieomzetten. Buitenlandse investeerders als Mecom, Persgroep en Apax kochten zich in bij Nederlandse krantenbedrijven. Journalistieke banen verdwijnen.

In de brief stipt Plasterk wel aan dat jongeren geen betaalde kranten lezen en liever op internet zitten, maar een stevige analyse ontbreekt. Het perspectief is dat van de massamedia, zenders van broadcast-informatie, van one-to-many. Daarmee beperkt Plasterk zich tot de korte termijn en onderschat hij schromelijk de impact van nieuwe media voor de lange termijn.

Paniek

Plasterk gaat in zijn Persbrief uitgebreid in op de paniek onder uitgevers, zonder die term te gebruiken uiteraard. Het lijkt wel alsof de stormbal voor alle media wordt gehesen. Maar zo slecht gaat het niet met de media. Hyves is net bezig een enorm pand te betrekken in Amsterdam, telefoonboeren kunnen de iPhones en hun klonen niet aanslepen en Google maakt meer winst dan ooit.

Maar dat zijn geen kwaliteitsmedia, hoor ik dr Ronald Plasterk sputteren tegen zijn jongere alter ego Ronny. “De media waarover ik iets te zeggen heb, moeten een rol spelen in het maatschappelijk debat. Ze moeten de overheid controleren en de burger informeren zodat die mee kan doen in de democratie.”

“Duh,” antwoordt Ronny. “Alsof ik me via Google niet informeer. Wordt wakker, ouwe. Google is ook een mediabedrijf.”

Tussen Ronald en Ron gaapt een generatiekloof. Dat die er is, weet de minister. Hij constateert dat jongeren hun media anders gebruiken. Maar Plasterk trekt de lijn niet door. Jongeren die nu geen betaalde krant lezen, gaan dat nooit meer doen (zei prof dr Jan van Cuilenburg van het Commissariaat voor de Media vorige week). Hun mediagedrag zal binnen tien tot twintig jaar het dominante mediagedrag zijn.

Omslag

Die omslag is de grootste sinds het ontstaan van massamedia halverwege de negentiende eeuw (de boekdrukkunst is drie eeuwen ouder, maar we laten de autoindustrie ook niet achtduizend jaar geleden beginnen bij de uitvinding van het wiel). Was de uitvinding en opmars van televisie dan niet veel ingrijpender dan internet? Ik ben bang van niet.

Internet voegt niet iets toe aan massamedia die al bestonden, zoals tv deed, of radio, maar vervangt het concept massamedia. Dit besef ondergraaft de geruststellende woorden van veel communicatieprofessoren die tot nu toe niet bang waren dat internet de krant zou verdringen. Dat deed, zeggen ze, televisie ook niet, of radio.

Ik denk dat internet niet een ander medium verdringt, maar een hele categorie media. En nee, dat proces zal zich niet binnen enkele jaren voltrekken, maar als de Googlegeneratie gemiddeld zo oud is als minister Plasterk nu, zal de omslag al even achter de rug zijn.

Betere verhalen

Hoe moet het dan wel? Als de Googlegeneratie geen journalisten pruimt, en wij de journalistiek met de minister niettemin van groot belang vinden, zullen we de jongeren een journalistiek moeten schoppen. De pers zal meer moeite dan ooit moeten doen om zich te verkopen, om zich een positie te veroveren, nu die niet meer vanzelfsprekend is.

Gisteren in Brussel schetste de Guardian-journalist Nick Davies (Flat Earth News) nog eens het beeld van de Britse kwaliteitsjournalistiek van de afgelopen tien jaar. In een verpletterende lezing liet hij zien dat die pers verarmd is, het grootste deel van het nieuws niet meer zelf checkt, en aan de leiband loopt van pr-instituten en wireservices als Reuters die niet de waarheid brengen, maar hooguit a ballanced account van wat de strijdende partijen zeggen.

Die onprettige vaststelling geldt – misschien in iets mindere mate – ook voor de Nederlandse pers. Onze lezers is het niet ontgaan. Het aanzien van de journalistiek, de credibility, heeft een knauw gekregen. Het enige wat de journalistiek kan doen is de lezer overtuigen met betere verhalen, met nieuws dat die lezer nog niet kende, met briljant geschreven onderzoeksjournalistiek dus.

[Dit stuk verscheen ook op mijn MediaBlog]

15 reacties

  1. Theo Dersjant schreef op 22 november 2008 om 15:11

    @ Henk: Mooie analyse! Ik zou er nog aan willen toevoegen: het financieringsmodel (deels advertenties, deels abonnees) valt in een snel tempo weg onder de ‘traditionele kwaliteitsmedia’. Daarmee is kwaliteitsjournalistiek in gevaar. En daarmee de democratie. In plaats van zich te bekommeren om het plaatsen van een dierentuin-hek rond de kwaliteitsmedia, zou de minister zich zorgen moeten maken over de vraag hoe kwaliteitsjournalistiek – los van media – overleeft. Op zoek dus naar nieuwe financieringsmodellen voor kwaliteitsjournalistiek (okee, whatever that may be).

  2. Lia schreef op 22 november 2008 om 17:54

    De pers is machtig als mensen slechts informatie tot zich nemen omdat ze bevestiging zoeken of willen ontspannen in plaats van een spiegel voorgehouden willen krijgen omdat ze willen leren.

  3. Theo Dersjant schreef op 22 november 2008 om 22:29

    @ Bart: Ik las het, ja. Ook interessant: het experiment bij The Guardian: ontwikkel rond een journalistieke kern (in dit geval nog steeds een dagblad) bedrijfjes die winst moeten genereren om onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken. De kern mag in dat model zelf verliezen. Voor zo’n systeem moet je echter geen beursgenoteerde onderneming zijn. Iets voor PCM?
    En: pogingen in de VS tot nonprofitjournalistiek.
    Nick Davies vertelde afgelopen donderdag tegen een groep studenten uit Tilburg die bij hem op bezoek was: Wiki-journalism: Betaal journalistiek speurwerk uit giften van individuele burgers (met het gevaar dat de rijken bepalen welke verhalen geschreven moeten worden).
    Ik denk dat als een paal boven water staat dat commercie en journalistiek elkaar nodig hebben en tegelijk helder ieders grens moeten aangeven. Het gekrakeel begint natuurlijk bij de vraag waar die grens moet liggen.

  4. Mark Hunter (Insead) had in Brussel nog een aardige opmerking. Als journalisten over verdienmodellen nadenken, stellen ze altijd de vraag hoe zij eraan gaan verdienen. Waarde toevoegen betekent in hun ogen: de waarde die zij aan iets kunnen overhouden. Terwijl het, zei Hunter, natuurlijk zou moeten beginnen met de vraag welke waarde je als journalist kunt toevoegen voor je lezer.

  5. @Henk: Je schrijft dat de persbrief van Plasterk een sfeer ademt “van conservatief massamediaal denken, van houden wat we hebben.” Vervolgens kom je met een afwijkende analyse, eentje die meer hout snijdt als je kijkt naar het mediagebruik van jongeren. Maar waar ik nu benieuwd naar ben: welke maatregelen zouden daaruit moeten voortvloeien in jouw ogen? Met andere woorden: als de minister jouw analyse had gemaakt, met welke beleidsvoorstellen voor de pers had hij dan moeten komen?

  6. @Alexander: Je vraag deugt. Een (1) dwaas, ik in dit geval, kan meer vragen opwerpen dan duizend wijzen, de minister cs in ditzelfde geval, kunnen beantwoorden. Ik heb willen vaststellen dat Plasterk te veel vastzit aan een massamediaal model en daaraan korte termijnbeleid verbindt, terwijl hij zich zou moeten realiseren dat dat model zelf stuk en dat defect consequenties zou moeten hebben voor de lange termijn.

    In het beste geval zou zo’n vaststelling moeten leiden tot een alternatief beleid, of zelfs een alternatieve persbrief. Mijn eerste opwelling is een wiki te beginnen, zodat we al crowdsourcend iets verstandigs kunnen bedenken. Maar vooruit, ik wil zelf ook wel iets bedenken. Geef me ff een weekje.

  7. PdV schreef op 24 november 2008 om 20:13

    Beste Henk,
    Dat Plasterk in zijn mediabrief de impact van internet op de mediaconsumptie onderschat, is een mening die ik deel. Maar je stelling dat de Google-generatie grotelijks maling heeft aan journalistiek, vind ik wat te grofmazig. In de trein om me heen kijkend zie ik bosjes jongeren gratis kranten lezen – journalistieke producten. Ik zie ze nu.nl raadplegen – vol ANP-journalistiek. En ik zie ze over duizend en één dingen des levens die minder niet bij de gevestigde media aan de orde komen twitteren, sms’en en praten – maar dat doen ouderen ook, dat praten bedoel ik.
    Dus ja, de Persbrief van Plasterk richt de focus wel heel erg sterk eenzijdig op de massamedia. Maar diezelfde massamedia brengen via internet en andere gratis platforms wel de informatie die ze eerst met de nodige pijn en moeite en inzet van betaalde arbeidskrachten hebben moeten vergaren. Een (1) paradox is daarmee dat de nieuwsconsumptie op het web zónder de massamedia juist slechter af is.
    Op veel gevestigde journalistieke bedrijven valt van alles aan te merken, van matige journalistieke prestaties tot gebrekkige marketing tot twijfelachtige innovaties. Maar er is ook vernieuwing en discussie over de orthodoxie: zie alleen al het heftige debat dat ontstond na de onschuldige opmerkingen van Spits’ Bart Brouwers over een iets minder defensieve omgang met de commercie. Vraag is of die vernieuwing voldoende tijd en ruimte krijgt of dat de economische neergang daar snel een einde aan maakt.

  8. @PvdV: Ik vrees dat het met die grofmazigheid wel mee valt. Natuurlijk is mijn opmerking geen waarheid van 100%, natuurlijk zijn er jongeren die nog kranten lezen (sommige studenten journalistiek bijvoorbeeld). Maar jouw relativering doet me denken aan dat zinnetje van Noach, toen de zondvloed begon: “Lekker buitje”.

    Dat de G-gen volop gratis kranten leest, bewijst niet dat ze nog evenveel respect hebben voor kwaliteitsjournalistiek als voorgaande generaties. Met alles respect voor de gratis kranten, die tenminste iets bieden waarnaar vraag is: jongeren hebben er een andere binding mee, namelijk: geen. Niet iets wat vergelijkbaar is met de binding van voorgaande generaties met hun dure abonnementskrant.

    Uit alle onderzoeken die ik ken, blijkt telkens weer dat de waardering van 15-35 voor de traditionele journalistiek buitengewoon klein is. Ze hebben relatief weinig vertrouwen in kranten, staan uitermate sceptisch tegenover de pers, en hebben er geen geld voor over.

    Ik beweer niet dat ik dat goed vind, of dat er niets aan te doen is. Ik wil slechts beweren dat het besef dat de G-gen geen betaalde kranten koopt, nog maar de helft van de akelige waarheid is. De andere helft is dat ze voor de oude journalistiek sowieso weinig of geen waardering heeft.

    Dat kan veranderen. Sterker: dat moet veranderen. Maar dan moeten journalisten niet blijven hangen in de gedachte dat het nog eens goed komt en dat het niet aan hen ligt, maar aan die verveelde jeugd. Die G-gen is over tien jaar de gemiddelde koopkrachtige consument. We doen er goed aan hem/haar tenminste te willen begrijpen.

  9. @Henk: Je geeft op het einde van je betoog al een voorzetje. Zo schrijf je: “Het enige wat de journalistiek kan doen is de lezer overtuigen met betere verhalen, met nieuws dat die lezer nog niet kende, met briljant geschreven onderzoeksjournalistiek dus.” Dus wellicht alle subsidie naar het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten?

  10. @ Alexander Pleijter: subsidie? fonds bijzondere journalistieke projecten? onderzoeksjournalistiek? volgens mij heb je Henk Blanken dan nog niet goed begrepen (of ik niet natuurlijk). De ‘G-gen’ is niet zoals jij en ik (de ‘JF-gen’) en wordt niet zoals jij en ik – hoe groot de zak subsidie ook wordt. Vanuit die vaststelling moet je kijken dat de ‘G-gen’ wel wil. Niet uitsluitend door het vanuit de ‘JF-gen’ voor ze te bedenken, maar door het ze te vragen en hooguit door te co-creëren. Door met ze te praten (lees: mailen en msn’en). Kom uit je toren.

  11. @ Jan Dijkgraaf: Ik basseer me onder meer op deze alinea uit het stuk van Henk Blanken:
    “Hoe moet het dan wel? Als de Googlegeneratie geen journalisten pruimt, en wij de journalistiek met de minister niettemin van groot belang vinden, zullen we de jongeren een journalistiek moeten schoppen. De pers zal meer moeite dan ooit moeten doen om zich te verkopen, om zich een positie te veroveren, nu die niet meer vanzelfsprekend is.”
    Mijn voorzetje was dus bedoeld om duidelijk te krijgen of Henk het inderdaad in die richting wil zoeken.

  12. @Jan&Alexader: je moet het een doen en het ander niet laten natuurlijk. Maar dat is een open deur waarvan je geen beleid kunt bakken. Wel geloof ik nog heilig in de kracht van Het Verhaal, het meeslepend vertelde Verhaal Dat Iedereen Wil Horen. Dat is iets anders dan tweekolommers met het nieuws van gisteren, iets anders dan het institutionele nieuws dat ons wordt voorgekookt door drie maal zoveel perswoordvoerders dan er journalisten zijn, en ook iets anders dan De Grote Boodschap die de ooit verzuilde pers kwijt wilde.

    Ik geloof in lezersgerichte journalistiek (kan me nauwelijks voorstellen dat er ooit een andere was), maar versta daaronder iets anders dan het louter behagen van de lezer. Ik wil weten wat de lezer wil weten, ik wil hem praktische informatie bieden als het verhaal daar aanleiding toe geeft, en ik ben voor alles benieuwd naar zijn mening, ook als die minder welluidend wordt geformuleerd dan we gewend waren.

    Maar bovenal geloof ik in de kracht van Het Verhaal. Dat moet nieuw zijn, onbekend dus, en voortreffelijk verteld. Kan een diep menselijk interview zijn met Katja Schuurman (mag altijd), maar zal maatschappelijk relevanter zijn als het iets onthult wat verborgen moest blijven. Dat is wat onderzoeksjournalistiek zo geschikt maakt voor mijn doel (de G-gen laten zien dat journalistiek er toe doet): het is nieuw, kan prachtig worden verteld, en gaat ergens over.

  13. PdV schreef op 27 november 2008 om 12:50

    Uit polemisch oogpunt kan ik ‘m wel waarderen Henk, die grap met Noach en het regenbuitje. Maar verder voel ik me er niet door aangesproken. Het dak van de journalistiek lekt, het dak van de betaalde media lekt, het dak van de massamedia lekt. En de prijs die wordt betaald is massieve sanering.
    Maar je schrijft in je epistel dat de Googlegeneratie ‘grotelijks maling aan de journalistiek’ heeft en zelfs ‘geen journalisten pruimt’. Dát vond ik net iets te grofmazig, en in je antwoord beperk je je (daarom?) razendsnel tot ‘kwaliteitsjournalistiek’. Dat is (buiten de Wibautstraat) een hol begrip. Een begrip dat – terecht – op wantrouwen stuit. De waarde van journalistieke verhalen wordt bepaald door de relevantie die ze hebben voor hun lezers. Niets meer, niets minder.

    Bedrijfseconomisch tonen de gratis dagbladen én de vele nieuwssites aan dat voor dat standaardnieuws geen 250 euro per jaar hoeft te worden neergeteld. Maar gek genoeg bestaan de gratis bladen en veel internetsites bij de gratie van de organisaties van de traditionele media, zoals het ANP. Dat is de enige paradox waar ik op wilde wijzen.

  14. Pingback: Koelman.com » Blog Archive » Nieuwtjes zijn gratis, nieuws niet

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>