Is er een toekomst voor verliesgevende websites?

Column no. 15 van Anneke van Ammelrooy

Zullen websites van kranten en tijdschriften in de toekomst overleven? Ik zie weinig onderzoek naar het feit dat de meeste websites van gedrukte media zichzelf niet kunnen terugverdienen door middel van advertenties.

De kosten bestaan natuurlijk niet alleen uit die ene redacteur die de artikelen erop zet, met of zonder foto, voor wie wij hier in Irak ongeveer negenduizend euro op jaarbasis kwijt zijn en wellicht u in Nederland bijna het tienvoudige.

Ook simpele websites, zoals van de Volkskrant en NRC, verbergen achter de eenvoudige façade met een fractie van het totale aantal artikelen uit de gedrukte krant gigantische en dus dure databases met het volledige krantenarchief. Onze krant heeft het Content Management System nog gratis van Campware gekregen, maar ik herinner me dat dergelijke software bij een van mijn vorige werkgevers al bijna honderdduizend euro kostte en heel veel manuren om te installeren (vervolgens moest dit CMS bij het andere softwareschroot gezet worden, omdat het oorspronkelijk uit de wereld van Amerikaanse supermarkten kwam en ongeschikt bleek voor het updaten van een artikelen-database).

De website-bezoeker betaalt zijn eigen verbinding maar niet de servers, back-up servers, alle elektriciteit die deze kosten en het onderhoud aan deze hardware. Wij krijgen dit in Jordanië bij monopolist Tamamtech (de enige die alles in het Arabisch kan ontwikkelen) voor ongeveer drieduizend euro op jaarbasis. Een koopje weliswaar – maar nu bij Tamamtech enkele werknemers zijn opgestapt en wij zonder helpdesk zitten, zouden wij eigenlijk moeten overwegen een ICT-ingenieur van ons twee tot drie maanden op cursus in de Verenigde Staten te sturen om alle geheimen van het Campware CMS te leren kennen. Dat is allemaal erg kostbaar.

De andere kant van het verhaal zijn de adverteerders die websites blijkbaar schuwen als extremistische ondergrondse blaadjes – behalve als het om websites van grote kranten gaat, zoals De Telegraaf en de New York Times, of websites met een miljardenpubliek zoals Yahoo. Ik was laatst op bezoek bij een enthousiast dotcom-bedrijf in Kopenhagen dat wel volop terugverdien-mogelijkheden zag voor onze goed bezochte website, maar dan voor allerlei dingen behalve gewone advertenties. Het lijkt erop alsof de doorklikmogelijkheid op internet adverteerders weghoudt die in een krant of blad gewoon een mooie foto met tekst zouden plaatsen en niks hebben met doorklikken.

De enige categorie adverteerders die massaal haar heil op het internet heeft gezocht, is die van de personeelchefs en de uitzend- en wervingsbureaus. Nadat de kranten en tijdschriften dus al heel veel waspoeder- en hoofdpijnpillen-adverteerders aan de televisie hebben verloren, verliezen zij nu een andere grote categorie, want veel van die personeelsadvertenties staan niet op krantensites. Misschien is dat ook een beetje hun eigen schuld, want er wordt een vermogen gevaagd voor advertenties waar drie tot tien sollicitatiebrieven op komen, terwijl ook in Nederland misschien wel de helft van de vacatures verdwijnt dankzij behulpzame werknemers die familie, vrienden en collega’s als kandidaten aanvoeren.

Gelukkig zijn drukbezochte websites zoals die van de NS of die van luchtvaartmaatschappijen nog niet op het idee gekomen om hun kosten te dekken door het aanbieden van toeristische advertenties van derden. Maar in principe hebben de kranten er met het internet een gevaarlijke potentiële concurrent voor misschien wel alle resterende advertentiecategorieën bij gekregen, terwijl ik, wanneer ik af en toe in Nederland ben, niet weet wat me overkomt wanneer ik 2,50 euro (ruim vijf gulden denk ik dan) voor een zaterdagkrant moet betalen. Als het zo doorgaat, resteren straks alleen nog de echte leesads zoals de Open Brieven aan Balkenende en dergelijke.

Daarnaast zijn er de gratis flutkranten die de dagbladen en dus ook hun websites het gras voor de voeten wegmaaien en de al lang voltooide revolutie van de gratis huis-aan-huis-bladen en lokale en regionale media met veel lagere advertentietarieven dan de STER. Het is een wonder dat er nog nationale dagbladen zijn, met of zonder website.

Hier in Irak trainen we media-webmasters hoe zij hun websites aantrekkelijker kunnen maken om meer bezoekers te trekken. Maar zouden ze daarin slagen, dan krijgen ze hoogstwaarschijnlijk toch geen enkele adverteerder, behalve die ene die blijkbaar geld over heeft en het project om politieke of sociale motieven wil steunen. Van dat extraatje kan dan de webmaster betaald worden en zelden meer.

In Irak overtroeven televisiezenders alle andere media in het aantrekken van groot advertentiekapitaal, zelfs bij democratische prijsjes van 25 dollar per seconde: een uur reclame per dag levert zo’n 2,7 miljoen dollar per maand op. We zijn dus blij dat we investeerders gevonden hebben voor onze eigen satelliettelevisie naast de krant.

Het is een extreme oplossing en uiteindelijk leven we straks helemaal voor de televisie maar je moet wat als gedrukt dagblad met website.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>