Voor het december-nummer van het tijdschrift Join reisden studenten van de Hogeschool Windesheim Zwolle naar Kaapstad. Het tijdschrift werd op 11 december in Zwolle gepresenteerd. In het nummer ook een artikel over media: drie jonge Nederlandse journalistes over globalisering en ontwikkelingssamenwerking.
Jongeren zijn alleen in zichzelf geïnteresseerd. Grote kwesties als globalisering en ontwikkelingssamenwerking zijn voor hen een ver-van-m’n-bed-show. Of toch niet? Join sprak hierover met drie jonge journalistes. Geesje van Haren (28) werkt als hoofdredacteur van VersPers, een internetmagazine voor maatschappelijk betrokken jongeren tussen de 18 en de 35. Lonneke van Genugten (31) is eindredacteur van het tijdschrift Internationale Samenwerking (IS), dat zich richt op een publiek van 18 tot 88. En Mirla Klijn (25) was tot een week voor het driegesprek hoofdredacteur van internetmagazine Spunk, voor jongeren tussen de 15 en 25.
Zijn jongeren überhaupt geïnteresseerd in mondiale onderwerpen?
Lonneke: “Mijn ervaring is dat je er voor iedereen wel iets interessants van kan maken als je het op een manier brengt die aansluit bij de belevingswereld. Ik denk dat je het dichterbij brengt door een onderwerp te koppelen aan dingen uit het dagelijks leven. Ik zie dat vooral herkenbaarheid onze lezers heel erg aanspreekt. We hadden bijvoorbeeld een keer een artikel over Heineken in Congo en het programma dat ze daar hebben rond aids voor de medewerkers. Die krijgen gratis behandeling en ook hun vrouwen en kinderen en hun… hoe zeg je dat… hun geheime vriendinnen zelfs. Het klinkt heel cliché, maar iedereen kent Heineken. En als je daarmee begint en dan het stapje verder doet naar aidspreventie dan is onze ervaring dat dat toch heel goed scoort.”
Geesje: “Ik merk dat mondiale onderwerpen ook aanslaan als mensen er mee bezig zijn vanuit hun studie. Als ze op zoek zijn naar achtergrondinformatie om toch meer te kunnen brengen in een scriptie, of om toegepaste kennis te kunnen vinden in jouw blad of op het internet.”
Mirla: “Het is denk ik ook heel belangrijk dat je als jong kind al meer van de wereld ziet dan je eigen leefomgeving. Natuurlijk heeft niet iedereen geld om te reizen; maar ik zat opeens weer te denken aan mijn middelbare schoolreisjes, die gingen dan naar Parijs, supercultureel, maar je zou bijvoorbeeld ook naar een ontwikkelingsland in Europa kunnen gaan.”
Kunnen jullie iets vertellen over jullie eerste kennismaking met vakantie in een ontwikkelingsland?
Mirla: “Mijn eerste verre reis was, heel cliché, naar Australië, dus dat was niet echt een ontwikkelingsland. Polen was misschien die eerste kennismaking. Tenminste… daar heb ik wel veel armoede gezien.”
Lonneke: “Ik ging met mijn ouders naar wat toen nog Joegoslavië was en ik weet nog dat we daar ’s middags tussen twaalf en vier geen water hadden. Toen vroeg ik me wel af hoe die mensen dat dan deden. En ik had bedacht dat ik tussen twaalf en vier geen dorst mocht hebben. Dus wat dat betreft krijg je al heel veel mee als je klein bent.”
Geesje:” Ik zit er een beetje over na te denken, maar als ik op vakantie ga doe ik het altijd met veel plezier en sporten enzo. Ik ben bijvoorbeeld wel naar Costa Rica geweest, maar vooral om te golfsurfen. Dus heel erg kennismaken met ontwikkeling…. We zijn daar ook wel met paardrijdtochten door indianendorpen gegaan en dan zie je wel dat mensen een heel ander leven hebben dan jij. Maar heel erg op zoek naar kwesties op vakantie, dat doe ik liever niet.”
Is interesse in ontwikkelingssamenwerking niet iets dat mensen vaak pas op latere leeftijd krijgen? Zijn jongeren niet vooral met zichzelf en de puberteit bezig?
Mirla: “Niet per se, het is juist goed om in de puberteit met dat soort onderwerpen in aanraking te komen omdat je dan je interesses ontwikkelt en daar schijn je aan vast te blijven houden.”
Lonneke: “Ja, en dan zijn die prikkels dus juist belangrijk. Ik was voor IS ergens in Noord Holland op een school en daar waren oorlogsslachtoffers uit Sierra Leone. Zowel daders als slachtoffers, die armen en benen misten, waren nu een voetbalteam. Het was een educatief programma over sport en ontwikkeling en dan zie je dat het heel veel indruk maakt op die middelbare scholieren. Dat soort impulsen zijn heel belangrijk om je interesse op te wekken.”
En op welke manier maken jullie zelf onderwerpen interessant voor jongeren? Hoe zoek je de aansluiting bij hun belevingswereld?
Mirla: “Je moet ze niet onderschatten, want als ze het gevoel krijgen dat ze als ongeïnteresseerde, domme wezens worden benaderd, dan haken ze gelijk af. Het is denk ik ook belangrijk om de onderwerpen klein te houden. Zo heb ik een keer een heel gênant item gemaakt voor 6-pack over het feit dat we schoon drinkwater gebruiken om onze ontlasting weg te spoelen. Dat is best wel zonde, bovendien zitten er nog heel veel voedingsstoffen in je ontlasting. Dus ging ik kijken of ik daar mijn groentetuin op kon verbouwen. Dat is best hilarisch geworden want je ziet mij dus poepen in een lasagneschaal en dat vervolgens uitsmeren. Dat vinden jongeren grappig die kunnen daar om lachen en er zit ook nog een boodschap in.”
Lonneke: “Wij proberen een sandwich te maken. Voor in het blad hebben we de rubriek ‘de Bekende Nederlander’, daarin vertelt bijvoorbeeld Hannah Verboom of Kader Abdolah over zijn of haar betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking. Wat ook heel erg aanslaat is een rubriek met leuke gadgets en geef-dingetjes. En voor jongeren die al wat verder zijn hebben we de dossiers waarin ze verdieping kunnen vinden.”
Geesje: “Wij werken heel erg met thema’s. Deze maand zijn we bezig met buitenland en uitwisselingsprojecten, daarna gaan we het hebben over de zorg en dan kijken we weer terug op de economie, dus dat zijn hele grote onderwerpen. Maar wat we telkens proberen te doen is een hoofdpersoon nemen, van onze leeftijd, dat hoeft niet per se een bekende Nederlander te zijn maar gewoon iemand die diep in dat onderwerp zit, waardoor je een personificatie hebt van het onderwerp. Daarnaast proberen we veel gebruik te maken van foto’s en slideshows om het toegankelijk te maken. Als mensen meer informatie zoeken of geïnteresseerd zijn dan kunnen ze de langere achtergronden gaan lezen. Het is een groot cliché dat het snel en hyperig moet voor jongeren.”
En wat vinden jullie van de berichtgeving in de reguliere media over ontwikkelingslanden?
Lonneke: “Het mag natuurlijk altijd meer. Wat me opvalt bij bladen als Viva en Elle is dat ze ook altijd één of twee grote verhalen hebben over bijvoorbeeld problemen van vrouwen in Afghanistan. Het is absoluut positief dat als je lekker de Elle leest over Angelina Jolie, je ook zo’n verhaal krijgt aangeboden.”
Mirla: “Ja, je moet niet worden overspoeld met zulke verhalen, de negatieve berichten. Want ik kan me ook voorstellen dat met name jongeren dan denken dat heb ik nu wel gezien.”
Geesje: “Ik vind überhaupt dat de berichtgeving in met name dagbladen vaak te kort focust op dezelfde onderwerpen. Ze hebben het het ene moment allemaal over dit en volgende maand hebben ze het allemaal over dat. Terwijl het leuker zou zijn als zij elkaar aanvullen.”
Lonneke: “Je ziet trouwens in de regionale bladen wel steeds meer dat er aandacht wordt besteed aan kleine projecten en initiatieven van dorps- of gemeentegenoten. Dat vind ik wel goed, als je buurman of iemand bij je op school zo’n project heeft dan zul je het sneller lezen.”
Geesje: “Dat komt ook doordat steeds meer mensen dat soort projecten aan het opzetten zijn. Er wordt steeds vaker afgeweken van de grote goede-doelen-organisaties. Het is wel leuk dat de krantenwereld dat volgt.”
Vinden jullie de berichtgeving wel evenwichtig genoeg? Is het niet te veel kommer en kwel?
Geesje: “Daar komt wel verandering in, Bram Vermeulen maakt bijvoorbeeld hele mooie stukken voor NRC Handelsblad en ook voor het NOS Journaal. Helaas brengt het NOS Journaal die items nog wel allemaal in de komkommertijd, dat mag ook wel eens in de winter, vind ik.”
Lonneke: “Ik denk ook dat het beeld van zielige mensen niet altijd door de media wordt geschetst. Het is een hardnekkig beeld dat we met zijn allen hebben. Ik denk dat er heel veel wordt gedaan om een ander beeld te laten zien. Om te laten zien dat het ook moderne landen zijn, maar het beeld van dat vliegje op het hoofd haal je ook niet zomaar weg van ieders netvlies. Er moeten gewoon nog meer van dat soort berichten komen.”
Vinden jullie dat journalisten de taak hebben om de beeldvorming te veranderen?
Mirla: “Het ligt er een beetje aan voor welk blad of welke krant wordt geschreven. Ik denk dat ze wel invloed kunnen hebben. Dus in zekere zin ligt daar wel een taak ofzo. Maar er moet ook gewoon objectieve berichtgeving komen over die landen en wat daar aan de hand is. En die berichten zijn soms heel negatief, dat is gewoon zo.”
Geesje: “Ik vind dat journalisten niet de taak hebben om de beeldvorming te veranderen, want dat lukt politici niet eens. Dan maak je jezelf veel groter dan je bent. Je moet je als journalist focussen op goede informatieverschaffing zodat de lezer zelf zijn mening kan vormen. Meningsvorming door het opdoen van kennis is veel belangrijker dan beeldvorming.”
Lonneke: “Ik denk dat je als journalist gewoon altijd, ook bij andere onderwerpen, op zoek moet gaan naar mooie verhalen die mensen anders niet zouden weten. En of die nou positief of negatief zijn… En ik vind het mooi wat Geesje zegt dat het niet om de beeldvorming gaat maar om een bijdrage waarmee mensen een mening kunnen vormen, je levert bouwstenen.”
En wat is het verhaal dat jullie zelf ooit nog willen maken?
Mirla: “Ik zou heel graag naar Mongolië willen om te beschrijven hoe de nakomelingen van Przewalskipaarden (die in 1960 waren uitgestorven) daar in het wild zijn uitgezet en hoe het nu met ze gaat. Of naar Wit-Rusland, waar een groepje creatieve jongeren een magazine zijn gestart, genaamd CDMAG. Dat magazine wordt op cd-roms (illegaal) gedistribueerd om jongeren een platform te bieden waar ze, ondanks de beperkte persvrijheid, hun mening/ei kwijt kunnen.”
Geesje: “Ik wil graag een keer in alle werelddelen verschillende boerderijen bezoeken en daar de economische kanten van belichten. Kijken wat het boerenleven nog voorstelt en wat er op het platteland te verdienen valt; hoe erg mensen onder hun bedrijf kunnen lijden.”
Lonneke: “Dat klinkt wel leuk, dat wil ik ook wel doen. Ik vind het moeilijk… als alles mag. Het is bijna te veel…”
Geesje: “Mag ik er nog eentje noemen? De Taliban een keertje interviewen dat lijkt me ook wel interessant.”
Lonneke: “In Afghanistan heb je geloof ik één vrouwelijke gouverneur, die zou ik wel eens willen volgen. Niet alleen in haar werk, maar ook thuis, kijken hoe ze zich ontspant enzo. Daar ben ik zelf heel benieuwd naar: de vrouw achter de burka.”
Eén reactie