Bloedbad in de regio

Naar de 200 miljoen van de STER kunnen de Nederlandse dagbladen fluiten, afgezien van de 8 miljoen voor het innovatiefonds van minister Plasterk. Naast de instelling van een commissie en het doen van onderzoek zit er voorlopig niet meer in. Eén van die onderzoeken zou de informatievoorziening op lokaal en regionaal niveau betreffen, iets waarover grote bezorgdheid bestond bij vrijwel alle fracties in het recente Kamerdebat en ook bij de minister.

Bij de regionale kranten heeft ‘bezorgdheid’ al plaatsgemaakt voor iets dat het beste als ‘paniek’ omschreven kan worden. “Het is niet denkbeeldig dat een regionale krant in deze storm het loodje zou moeten leggen” schrijft Stentor-hoofdredacteur Alex Engbers op 18 december terwijl zijn collega Kees Pijnappels van de Gelderlander zich een dag eerder al onomwonden voor overheidssteun uitsprak: “De minister zou er daarom goed aan doen de maatschappelijke functie van het regionale dagblad te onderkennen en die vervolgens te beschermen.”

Na een paar uur cijfers over de sector te hebben doorgewerkt lijkt het allerminst overdreven om de situatie in termen van een ‘bloedbad’ te kenschetsen: oplages dalen snel, vrijwel nergens is nog keuze uit verschillende titels terwijl de positie van regionale kranten in hun verspreidingsgebied in een rap tempo verzwakt.

De oplage
Vanaf 2000 daalt de totale Nederlandse oplage jaarlijks met gemiddeld 100.000 exemplaren (-2,5% per jaar). De regionale oplage daalt van 2,4 miljoen in 2000 naar 2,1 miljoen in 2005 – daarna wordt het beeld onduidelijk door de fusie tussen AD en zeven regionale kranten.

Nederlandse verspreide dagbladoplage (x 1000)

In 2000 heeft het Algemeen Dagblad een oplage van 347.000; de regionale titels die in 2005 met het AD fuseren: Amersfoortse Courant, Rijn en Gouwe, De Dordtenaar, Goudsche Courant, Haagsche Courant, Rotterdams Dagblad en Utrechts Nieuwsblad verspreiden in dat jaar 425.000 exemplaren. Zowel AD (-80.000) als de zeven regionale titels (-100.000) verliezen in de laatste jaren van hun zelfstandig bestaan. In de periode daarna loopt de oplage nog eens met 130.000 terug. De combinatie gaat in acht jaar tijd ruim 300.000 in oplage terug, een daling van 40%. Van de 461.000 exemplaren zijn er overigens maar 410.000 betaald. Gemiddeld zegden dagelijks ruim 100 mensen hun abonnement op: acht jaar lang, elke dag.

Inclusief AD gaan de regionale kranten in Nederland van een oplage van 2,7 miljoen in 2000 naar 2,1 miljoen in 2008, een daling van 22% in verspreide oplage – de betaalde oplage daalt met 25%. De helft van het verlies komt voor rekening van het AD, de andere titels leveren echter ook ruim 2% per jaar in.

Monopolievorming
De oplagedaling van de regionale pers heeft diepe sporen getrokken in de regio, wat onder meer te zien is aan de toename van het aantal one-paper gemeenten. In 1981 onderzocht De Journalist de pluriformiteit in de regio, en concludeerde dat 36% van de bevolking in een monopolie-gebied woonde. In 1993 deed ik in opdracht van de NVJ dat onderzoek nog eens over. Toen kon al 59% van de Nederlanders niet meer kiezen uit verschillende regionale titels. In 2000 is dat percentage gestegen tot 73 terwijl in 2008 85% van de bevolking in een one-paper city woont.

Bevolking in monopolie- en concurrentiegebieden

Die 85% klopt overigens niet helemaal, eigenlijk is het 83%; 2% van de Nederlanders woont namelijk in een no-paper city waarvan Almere de grootste is. Na pogingen van Het Parool, Wegener en de Gooi- en Eemlander om een krant voor de zevende stad van Nederland te maken geeft De Telegraaf nu een vier maal per week verschijnend huis-aan-huisblad uit in Almere.

Voor 15% van de Nederlandse bevolking lijkt er nog keuze uit verschillende regionale kranten te zijn. Maar eigenlijk wordt er alleen in Friesland echt geconcurreerd, namelijk tussen de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad – een krant die regelmatig bij de lezers komt vragen om een bijdrage, wat overigens best een interessant business model is in een tijd waar de grote uitgevers nogal onvoorzichtig met de hun toevertrouwde miljoenen omspringen. Daarnaast wordt er op last van de Nederlandse Mededinging Autoriteit geconcurreerd in Limburg waar twee Mecom-kranten kopij uitwisselen, waardoor er van echter concurrentie geen sprake is. In Zeeuws Vlaanderen gebeurt iets soortgelijks tussen PZC en BN/De Stem.

Nederland kent 25 plaatsten met meer dan 100.000 inwoners – alleen in de kleinste daarvan, Ede, bestaat concurrentie – tussen de Gelderlander en de Barneveldse Krant. In Maastricht, Leiden, Arnhem, Zaanstad, Enschede, Nijmegen, Rotterdam en Den Haag zijn concurrerende kranten gefuseerd. Nederland wordt een one-paper country op regionaal gebied, waarbij Friesland een status aparte heeft. (Het is niet alleen maar kommer en kwel: de Telegraaf heeft stadsedities voor Amsterdam, Rotterdam en Den Haag terwijl ook Metro Amsterdamse en Rotterdamse versies uitbrengt.)

De aanwezigheid in de regio
De oplage daalt en de concurrentie is zo goed als afwezig. Maar wat betekent dat voor de aanwezigheid in de regio? Hoeveel mensen kopen een regionale krant? Om dat aan te geven wordt vaak het begrip ‘dekking’ gehanteerd: het aantal verkochte kranten per 100 huishoudens. De totale ontwikkeling voor Nederland (dus inclusief betaalde bladen) belooft op dit gebied weinig goeds.

In 2008 werden er 50 kranten verkocht per 100 huishoudens – 20% daarvan wordt overigens samen met de buren gelezen. Nederland is een zuinig land, en regionale kranten worden vaker doorgegeven dan landelijke (bij de PZC en De Gelderlander gaat ruim 30% na lezing naar de buren) wat goed is voor het lezen maar slecht voor de inkomsten. In 2000 was het dekkingspercentage nog 65 en in 1990 nog 79. In 1983, toen het dekkingspercentage voor het eerst gemeten werd zoals dat nu gebruikelijk is, werden er 87 kranten per 100 huishoudens verspreid.

Wanneer we 2000 vergelijken met 2008 lijkt het erop dat in de grote steden regionale kranten op weg zijn naar een marginaal bestaan. In Eindhoven daalde de dekking van 38 naar 29, in Tilburg van 39 naar 29, in Groningen van 35 naar 19, in Breda van 47 naar 35 en in Nijmegen van 32 naar 21. Amsterdam daalde ‘slechts’ van 16 naar 14 – maar Het Parool had al het laagste dekkingspercentage in 2000.

In 2008 wordt Amsterdam voorbijgestreefd door de nieuwe AD/regio-titels. In Den Haag worden nu 12 exemplaren per 100 huishoudens van AD/Haagsche Courant verspreid. In 2000 waren dat er nog 23 van de Haagsche Courant alleen. In Rotterdam gaat het om een dekkingspercentage van 14 van AD/Rotterdams Dagblad – in 2000 was dat 19 van Rotterdams Dagblad alleen, het AD verspreide destijds 16 exemplaren per 100 huishoudens (totale teruggang van 35 naar 14). In Utrecht werden er acht jaar geleden 25 exemplaren van het UN per 100 huishoudens verkocht, nu zijn dat er 14. In de laatste acht jaar daalde de dekking van regionale kranten in de 25 grootste steden van Nederland met gemiddeld 32%.

De malaise blijft niet beperkt tot de grote steden. Een willekeurige greep: Appingedam van 41 naar 34, Achtkarspelen van 44 naar 38, Aa en Hunze van 60 naar 54, Assen van 48 naar 35, Almelo van 46 naar 33, Aalten van 57 naar 37, Amstelveen van 14 naar 12, Anna Paulowna van 56 naar 50, Alkemade van 41 naar 36, Alphen a/d Rijn van 35 naar 23, Asten van 48 naar 43, Aalburg van 29 naar 24, Alphen-Chaam van 62 naar 55, Arcen en Velden van 64 naar 51.

Het lijkt erop dat in kleinere plaatsen regionale titels per jaar bijna 1% dekking verliezen, minder dan bij de grote steden het geval is, maar die daling lijkt vooral de laatste twee jaar sneller te gaan. Dat kan op korte termijn al fatale gevolgen hebben, niet zozeer vanwege de abonnementsinkomsten maar vooral omdat een te lage dekking een medium onaantrekkelijk maakt voor adverteerders die dan op zoek gaan naar alternatieven als huis-aan-huisbladen, internet, regionale omroep of direct mail. En dat is een probleem dat uitgevers er in de recessie net niet bij kunnen hebben.

Dat de overheid niet staat te springen om de sector met tientallen miljoenen te hulp te schieten hebben de uitgevers aan zichzelf te danken. Je krijgt niet de indruk dat je centen bij hen in goede handen zijn. PCM heeft zich voor minstens 300 miljoen laten piepelen door Engelse ‘durf’-kapitalisten, de Telegraaf heeft bijna 200 miljoen met ProSieben-opties verspeeld terwijl Wegener en de Limburgse dagbladen in handen zijn van het Britse Mecom dat met de Nederlandse opbrengsten problemen in Noorwegen, Denemarken, Polen en Duitsland probeert op te lossen.

De kleine uitgevers die beter op de familiejuwelen hebben gepast – NDC, BDU, Friesch Dagblad en Het Parool – lijken nu de dupe te worden van dit beleid. Een paar innovatie-miljoenen als doekje voor het bloeden zullen de sector niet redden. Daar is meer voor nodig: structurele maatregelen maar ook harde ingrepen en ingrijpende innovaties bij de uitgevers zelf.

________________________

bronnen
Stentor: http://www.destentor.nl/algemeen/binnenland/4224659/Opinie-Het-begin-van-de-journalistieke-voedselketen.ece

Gelderlander: http://www.gelderlander.nl/voorpagina/4217298/Steun-aan-krant-goed-voor-t-land.ece

oplages: www.cebuco.nl; http://www.oplagen-dagbladen.nl & www.hoi-online.nl

oudere oplages: Cebuco Oplage Specificaties

40 reacties

  1. Theo Dersjant schreef op 24 december 2008 om 03:17

    @ Piet:
    Hulde voor het zichtbaar maken van deze vrije val. Waarbij de achteruitgang van het dekkingspercentage in kleine gemeenten nog een probleem urgent maakt: de bezorging. Juist in kleinere gemeenten zullen de kosten van het thuis bezorgen niet meer opwegen tegen de baten van de abonnementsgelden. Hoe lang duurt het nog voordat de krant in Anna Paulowna, Aa en Hunze of Alkemade alleen nog maar bij de sigarenboer te bekomen is (die op zijn beurt ook alweer in zijn bestaan wordt bedreigd, maar dat terzijde)?

  2. Mooi, verontrustend stuk. Het is zo erg als in de analyse staat, en misschien nog iets erger, omdat Mecom, de eigenaar van Wegener (de uitgever van het leeuwendeel van de regionale kranten in Nederland) bijna failliet is. Dit stuk zouden verantwoordelijke politici moeten lezen.

  3. Theo Dersjant schreef op 24 december 2008 om 17:03

    De dekkingspercentages in de grote steden doen overigens vermoeden dat er inmiddels wijken zijn waar nooit meer een krantenjongen komt.

  4. Frank van Vree schreef op 24 december 2008 om 18:58

    Goed werk, een even heldere als schrijnende analyse. De cijfers maken ook duidelijk dat de neergang van de regionale kranten een langlopend proces is. Andere cijfers versterken dat beeld: de neergang begon al rond 1970, daarna is er eerst ongeveer 1%, later meer 1 tot 2% per jaar vanaf gegaan. In Den Haag waren nog 1970 wijken, waar de Haagsche Courant een dekkingspercentage van meer dan 90% had.

    De neergang is dan ook geen gevolg van ‘elitaire redacties’ die onvoldoende naar hun lezers keken, zoals de laatste jaren hard geroepen is, maar van lange termijnverschuivingen in consumptiepatronen, tijdsbesteding en bevolkingssamenstelling. Belangrijkste factor vormt uiteraard de explosief gegroeide concurrentie: het meer dan honderdvoudig uitgebreide aanbod aan televisieprogramma’s, de lokale omroepen en de huis-aan-huisbladen, waar een groeiend deel van de bevolking qua informatievoorziening meer dan genoeg aan meent te hebben.

    Een deel van de uitgevers die nu bij Plasterkt op de stoep staan en nu plots de loftrompet zingen van de waarde van de kwaliteitsjournalistiek voor de democratie, heeft in dat opzicht dan ook boter op hun hoofd. Neem Wegener, die buitengewoon effectief is geweest in het verdringen van regionale kranten door huis-aan-huisbladen, haar grote melkkoe. Het beheersen van de lokale en regionale advertentiemarkten bleek steeds belangrijker dan journalistieke criteria – ook het onzalige avontuur met het AD en de regionale kranten was mede daarop gericht. En die ontwikkeling is nog lang niet afgelopen. Zo verschijnt hier in Friesland sinds kort een gratis blad met enkele quasi-journalistieke pagina’s binnen- en buitenlands nieuws, dat duidelijk maar een doel heeft: de positie van de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad op de advertentiemarkt te ondermijnen. Die journalistieke pagina’s vormen niet meer dan een smeermiddel om advertenties weg te kunnen zetten. En als Wegener in zijn opzet slaagt, is ook de door Piet Bakker ‘uniek’ genoemde Friese krantenmarkt om zeep geholpen.

    Dan denk ik – met Piet Bakker – waarom zou de overheid aan dat soort ondernemingen steun verlenen? Zouden er geen betere manieren zijn om de regionale en landelijke democratische journalistiek (en de echte krantenondernemers)te steunen?

  5. Valt dit stuk onder economisch nieuws of politiek nieuws?
    In het eerste geval denk ik: it’s all in the game & over tot de orde van de dag. In het tweede geval: hebben lokale en regionale politici nu ‘vrij spel’? Loopt de democartie op z’n laatste benen? Ik dacht ‘t niet en daarom is een woord als ‘bloedbad’, behalve wellicht voor de betrokken journalisten, volstrekt overdreven. Dág, regionale krantjes – zwaai, zwaai.

  6. Voortreffelijk stuk van Piet Bakker. Inderdaad. Met name de top van de grotere concerns heeft – naast een aantal autonome ontwikkelingen – er heel weinig van gebakken. Zojuist hebben wij in Rotterdam de papieren krant Rotterdam Vandaag & Morgen die gratis via bakken in een wekelijkse oplage van 50.000 verscheen, moeten stopzetten. Redactioneel was de krant een groot succes. Er blijkt een grote behoefte aan goed geschreven, diepgravende lokale journalistiek.
    Helaas, nadat we in oktober via advertenties bijna kostendekkend waren, stortte de advertentiemarkt in en moesten we voorlopig de stekker er uittrekken. De website http://www.vandaagenmorgen.nl gaat nog wel door en ons kantoor in Rotterdam blijft geopend.
    Onderdeel van dit plan was ook dat mensen enerzijds gratis de krant konden afhalen, maar ook tegen betaling de krant thuisbezorgd konden krijgen. Zo’n vijftig mensen hadden zich hiervoor al gemeld.
    Een ander structureel element bij de Nederlandse dagbladpers is het nadelige verschil tussen de prijsstijgingen van de abonnementen en de advertentietarieven enerzijds en de inflatie anderzijds. Over een langere periode gezien een verschil van tientallen procenten.
    Kortom, men prijst zich ook uit de markt. Toch zijn er voorbeelden van succesrijke papieren nieuwe kranten. Allereerst in Rotterdam de nostalgische gratis krant de Oud-Rotterdammer, die nu elke veertien dagen in een oplage van 115.000 ook via bakken wordt verspreid en advertentioneel een groot succes is. En natuurlijk NRC Next als betaalde krant.

    Geert-Jan Laan
    Uitgever/hoofdredacteur Rotterdam Vandaag & Morgen

  7. Joost Ramaer schreef op 26 december 2008 om 15:54

    Inderdaad, een heel waardevol en interessant stuk van Piet Bakker. Ik mis alleen één element in zijn verhaal: in hoeverre bieden redactionele webinitiatieven soelaas voor het terreinverlies van de papieren kranten? Heel weinig, vrees ik, maar ik zou ook dat graag in kaart gebracht zien. Te meer daar de uitgevers niets minder betogen dan dat het “nieuwe” bereik van hun websites en (semi-)digitale abonnementsvormen, zoals de Volkskrant digitaal-door-de-week en op-papier-op-zaterdag, het verlies aan “papieren” bereik zelfs meer dan goed zou maken! Wie biedt hier uitkomst?

  8. Dank voor de discussie. Hier enkele aanvullingen.

    De bezorging gaat met lage dekkingscijfers geen probleem worden. Het is al een probleem. In diverse plekken in Nederland worden bijvoorbeeld ‘s morgens geen PCM kranten meer bezorgd omdat de dekking te laag is. Enkele jaren geleden strandde een initiatief van alle uitgevers om een gezamenlijke bezorgdienst op te zetten. Met name De Telegraaf leek bezwaren te hebben. Aangezien de bezorging de achilleshiel van het dagbladabonnement is, zou een hernieuwd experiment wel eens op z’n plaats zijn. De situatie is intussen behoorlijk veranderd.

    De Mecom-toestand is de laatste dagen sterk verergerd. Dat Wegener het akkoord over het opschorten van de ontslagen heeft opgezegd was al een teken aan de wand. De problemen van Montgomery in Scandinavië en Duitsland zijn zo ernstig dat de nog steeds goed draaiende onderdelen (en Wegener is daar één van) sterk daaronder gaan leiden. Opsplitsing, gedwongen verkoop en verdere sanering zijn zeer waarschijnlijk. Voor eind januari moet Mecom geld hebben gevonden, anders nemen de banken het over.

    Mecom lijkt niet de meest aangewezen uitgever om ‘generieke’ steun te ontvangen. Er is nl. geen enkele garantie dat dit geld op de juiste plaats ingezet gaat worden. Uitgevers willen natuurlijk het liefst generieke steun (vooral belastingverlaging, het verbieden van de concurrentie en soepele omgang met arbeidsvoorwaarden). Samen met Wegener is PCM verantwoordelijk voor het AD-debacle, niet dat er niets had moeten gebeuren, maar de afkalving is alleen maar versneld door de fusie. Als er al steun zou moeten komen zou dat voor journalistieke initiatieven moeten gelden, uitgevers zouden daar slechts onder stringente voorwaarden gebruik van mogen maken.

    De recente crisis is fataal voor het Rotterdamse initiatief geweest en zal voor veel kranten ook zeer grote problemen opleveren. Kranten zijn extreem gevoelig voor de conjunctuur en krabbelen daarna ook nooit meer volledig op. Ze hebben meer last dan bijvoorbeeld tv.

    Als het gaat om de inflatie, hebben de Nederlandse kranten hun tarieven meer dan gezond aangepast. De laatste 10 jaar met ongeveer 10% boven het niveau van de inflatie (zie jaarverslagen NDP). De economen bij de uitgevers (en dat zijn er steeds meer – misschien wel teveel) hebben goed opgelet: een krant is een in-elastisch product, dwz dat elke prijsverhoging tot inkomstenverhoging leidt; betrekkelijk weinig mensen zeggen daardoor hun abonnement op. Maar gezien de vele gratis alternatieven lijkt het een riskante strategie.

    Dat advertentietarieven daarmee geen gelijke tred hebben gehouden komt door de enorme concurrentie. Vroeger was de krant een vrijwel-monopolist (concurrerende kranten maakten prijsafspraken), nu is dat geheel anders.

    Internet zorgt voor groei. Dat zeggen de uitgevers en dat klopt ook. Het zorgt echter nauwelijks voor inkomsten. De bottom line is dat een internet-nieuwssite er geen redactie van een paar honderd journalisten op na kan houden, bij lange na niet. De schattingen lopen uiteen van 5 tot 20% inkomsten voor een website in vergelijking met een krant met een evengrote oplage.

    De betaalde internetmodellen – bv epapers van NRC en Volkskrant – zijn redelijk succesvol maar nog steeds bescheiden. Bij de Volkskrant (Zaterdag-plus) gaat het om 35.000 exemplaren, voor NRC om minder dan 7000. Het ziet er niet naar uit dat deze vormen de verliezen bij papier gaan compenseren.

  9. Dat kranten gaandeweg verdwijnen dan wel een zeer beperkte rol op de lange termijn zullen spelen, is geen verrassende ontwikkeling. Dat dit proces, dat inderdaad al een kleine 40 jaar in gang is, nu in een stroomversnelling raakt door tal van ontwikkelingen, lijkt ook voor de hand liggend.

    Overigens (@Frank van Vree) is die stroomversnelling (maar niet de algehele tendens) wel degelijk deels het gevolg van redacties die niet naar lezers maar veelal uitsluitend naar elkaar en zichzelf kijken. De verantwoordelijkheid voor de toekomst van de journalistiek ligt niet bij eigenaren, politici, of de markt – sterker nog, dat zijn juist de sociale systemen welke de (goede) journalistiek geacht is te controleren.

    de toekomst ligt bij journalisten zelf. Dat we nu afstrevenen op een journalistiek zonder journalisten is daarmee wellicht een hele goede en gezonde ontwikkeling. waarom nog studenten opleiden voor kwakkelende blaadjes en betuttelende radio en tv-babbelprogramma’s met Bekende Nederlanders, beide nauwelijks nog investerend in onderzoeksjournalistiek of anderszins werk van hoge kwaliteit?

    Van Vree vraagt: “zouden er geen betere manieren zijn om de regionale en landelijke democratische journalistiek [...] te steunen?” zeker. journalisten opleiden tot onafhankelijke entrepreneurs. IPTV en andere digitale kanalen opzetten met sponsors voor goede journalistieke programma’s en achtergronden. niche-initiatieven zoals ProPublica, Spot.Us, en Politico starten, samenwerken met het voormalige publiek (voor specifieke onderwerpen en met heldere doelen), enzovoorts.

    met andere woorden: in plaats van investeren in het behoud van wat er is, 100% inzetten op wat kan komen, en daarbij uitgaan van het onmiskenbare talent dat er in Nederland te vinden is onder studenten, jonge journalisten, en wellicht ook nog wel onder mensen die al wat langer in het vak zitten, maar zich niet blindstaren – hoe begrijpelijk ook – op het redden van het verleden.

    maar dit alles kan en moet niet van krantenondernemers of overheid komen – zij hebben tenslotte belang bij het afhankelijk en mak houden van een mogelijke nieuwe journalistiek. dit moet van het talent zelf komen. ook niet van opleiders zoals Piet, Frank of ik – ook wij hebben veel te veel te verdedigen. maar van onze studenten (bijvoorbeeld).

  10. Ik sluit me aan bij Mark. Het laatste wat we nodig hebben zijn regiokranten die met de linkerhand bedelen bij overheid en steunfondsen en met de rechterhand zogenaamd ‘kritisch’ (haha!) aan de deurbel van de autoriteiten hangen. Daar kijkt iedereen dwars doorheen!
    Als het om democratische controle gaat (omdat zware begrip maar van stal te halen) verwacht ik veel meer van ‘lokale’ Rutger Castricum’s, ettertjes die eventuele misstanden aan de kaak stellen en – zonodig respectloos -met hun handycams op foute bobo’s afstappen. Dát is de toekomst! Niet “Meneer de Krant” met een kritisch commentaartje… Totaal passé, met alle waardering voor je volhardendheid in ons mooie Rotterdam, Geert-Jan.

  11. Theo Dersjant schreef op 26 december 2008 om 22:04

    @ Piet:
    Lekker is dat! Heb ik net m’n voorspellingen voor het komende jaar opgenomen (zie De Nieuwe Reporter op 2 januari), met daarin de gedachte dat het onontkoombaar is dat de dagbladuitgevers het plan voor een gezamenlijk bezorgbedrijf nieuw leven inblazen (en mijn verwachting dat die poging gaat stranden), kom jij ermee! Kan ik m’n voorspellende boeltje wel inpakken ;-)

    Over Mecom: van The Guardian begrijp ik dat het verkopen van het Scandinavische belang niet voldoende zal opbrengen om de banken tevreden te stellen. Er moet nog meer tafelzilver van de hand worden gedaan en dan gaan de ogen al snel richting Apeldoorn. Dat kon voor de Wegener-kranten wel eens een ‘blessing-in-disguise’ zijn: wellicht weg van de beurs, waardoor lagere rendementen mogelijk worden.

  12. Hans Roodenburg schreef op 26 december 2008 om 22:20

    Mooie discussie. Het wachten is op de eerste (gratis) weekkrant, huis-aan-huis bezorgd, die volwaardige (regionale) journalistieke achtergronden, interviews, opinies, etc brengen. Wie van de grote uitgevers wil daarin investeren (in kwalitatieve journalistiek)?
    De meeste huis-aan-huis-kranten zijn uitgegeven als
    ‘advertentiefuik’. Ze worden snel doorgebladerd of verdwijnen ongezien op de papierhoop. De journalisten hangen er maar bij. Adverteerders trek je alleen maar over de streep als hun advertentie (en dus de krant!) de aandacht krijgt die zij verdient!
    Rotterdam als testgebied? Vandaag & Morgen Rotterdam heeft in ieder geval een poging in die richting gedaan.
    Heel vervelend is natuurlijk dat er een slachtpartij in de journalistieke werkgelegenheid ontstaat. Maar in een creatief beroep kan het niet anders dan dat de beste komen bovendrijven.

  13. Of we afstevenen naar “journalistiek zonder journalisten” weet ik niet. Waar het in de bijdrage over ging is dat we afstevenen op een situatie waarbij de positie van regionale pers behoorlijk problematisch is. Vooralsnog komt daar weinig voor in de plaats in Nederland.

    Ik heb dat laatst voor enkele kleinere gemeentes bekeken: is er online een alternatief? Dat is er dus niet, op een enkel incidenteel bloggend raadslid na. Er is echt alleen de krant – het h.a.h.-blad is nauwelijks een volwaardig alternatief. Het wordt volgestampt door een kleine redactie die nauwelijks tijd heeft om iets na te bellen, laat staan om zelf op onderzoek uit te gaan.

    Als regionale kranten zich terugtrekken, blijft er een journalistieke woestijn achter. Echt geen florerend online gebeuren.

    Journalistiek is geen werk dat eenvoudig door amateurs overgenomen wordt. Daar zijn geen aanwijzingen voor. Het is een tijdrovende en relatief dure liefhebberij.

    De voorbeelden gaan te vaak over nationale Amerikaanse websites – een handjevol – waarbij bv Politico een krant (op papier!) uitgeeft omdat daar een fatsoenlijk tarief voor advertenties betaald wordt. Maar wij hebben het echt over Anna Paulowna, Aa en Hunze, en Alkemade – en 440 ander gemeenten.

    Het probleem van de dagbladen is dat ze te lang hebben gewacht met veranderen. Hun kostenstructuur en beslissingsstructuur – hun business model – is niet voorbereid op de nieuwe situatie. Maar in Europese zin zijn het vrijwel allemaal grote en gezonde bedrijven, onmogelijk moet het niet zijn.

    Als laatste: Mark suggereert dat er een soort van of/of situatie is, dat print plaats zal maken voor online. Een onontkoombare gang van zaken. Veel waarschijnlijker is en/en. Dat online nog belangrijker wordt, lijkt onontkoombaar, of het journalistiek volwassen wordt is de vraag. Print zal bescheidener worden, ook duurder, maar goede journalistiek moet nu eenmaal betaald worden.

  14. Grappig om te zien hoe de auteur van dit artikel (dat op zichzelf nuttige info bevat) in zijn ‘eigen tunnel’ blijft denken en blijft inzetten op een toekomstbeeld van redactievloeren waar professionals fulltime, met een gezellig CAO-salaris en economisch levensvatbaar het plaatselijke dan wel regionale bestuur (kritisch) volgen – op papier of online of gecombineerd. Terwijl het democratische spel natuurlijk anders gespeeld gaat worden en plaatselijke en regionale besturen veel meer rechtstreeks met bewonersgroepen, winkeliersverenigingen, sportkoepels (etc.) gaan ‘dealen’ in plaats van met een plaatselijk of regionaal medium dat namens een abstract ‘allen’ meent te spreken. Ergo: de moderne burger organiseert zichzelf en komt in eigen persoon of via een belangenclub in actie als er iets fout loopt. Wat al de heren in deze kolommen kennelijk niet (willen) zien, is dat in dit nieuwe spel de rol van de (plaatselijke, regionale) pers aanzienlijk vermindert en dat de burger zich in dit nieuwe spel verder heeft geëmancipeerd. Dit heet: vooruitgang.

  15. Hans Roodenburg schreef op 27 december 2008 om 14:16

    @Van Willigenburg. Kennelijk geen ervaren journalist die weet wat ‘duiden’ is. Geeft te veel zijn eigen mening en pikt de relativeringen niet. Natuurlijk zullen de journalistieke werkzaamheden van beroepsjournalisten in de regio teruglopen. Maar voor de beste collega’s zal er genoeg werk over blijven. Het is toch een onmisbaar vak. Burgers bemoeiden zich vroeger ook al met de inhoud van de kranten, maar de betweters (hallo Hans!) kon je wat gemakkelijker ‘uitselecteren’. En om al die ‘burgermeningen’ op internet te lezen heeft niets met emancipatie te maken, maar meer met de vrije mnogelijkheden van communicatie. Dat laatste is inderdaad vooruitgang.

  16. @Piet: natuurlijk is het geen of/of situatie. maar ik heb mijn reactie wel scherp van toon gemaakt om te zien of we, nu we het over broodnodige investeringen (en daar zijn we het over eens) in regionale/lokale journalistiek hebben, ook kunnen kijken verder dan de neus van de bestaande uitgevers lang is.

    dat er nu nog niet veel anders is, komt m.i. vooral omdat we economisch en intellectueel de uitgevers de hand boven het hoofd houden. dit is iets wat me al langer dwars zit: de laatste jaren zijn er grote aantallen lectoren en hoogleraren journalistiek benoemd (mijzelf incluis) in Nederland – daar waar er 10 jaar geleden nog geen bestonden.

    wat doen we met z’n allen: we lijken vooral bezig de status que, de bestaande situatie in het vak te beschermen, te bewaken, te verdedigen, en: te onderwijzen. ik vraag me steeds meer af wie we daar eigenlijk een dienst mee bewijzen. niet de journalisten, want op deze manier leiden we hen op voor hetzij werkloosheid, hetzij een baan in de marge, een slaafs bestaan bij de gratie van het alom falende nieuwsbedrijf. ook niet de wetenschap, welke eerder gebaat is bij een kritische en theoretische blik, m.a.w. resultaten zoals in het bericht van Piet in een breder kader plaatst (iets waar Frank hierboven toe aanzette).

    beschouw mijn redenering als een poging tot ook een andere manier van denken aan te dragen. dingen moeten anders, dat lijkt duidelijk. en mijn argument is dat die noodzakelijke verandering domweg niet te verwachten is van wetenschappers of werkgevers, maar van onafhankelijke journalisten. in hen moet geinvesteerd worden.

    de vraag is: hoe. en dan zijn Amerikaanse voorbeelden weliswaar niet heilig, maar wel interessant.

  17. @Roodenburg. Even los van de persoonlijke narrigheid in uw reactie, wil ik slechts duidelijk maken dat het helemaal geen zin heeft eindeloos naar een ‘gouden formule’ te zoeken of verbeten de hand in eigen (journalisten)boezem te steken, want de nauwelijks nog te beïnvloeden onderstroom in de maatschappij is dat burgers, hoe dan ook, steeds meer zichzelf vertegenwoordigen en de pers als overkoepelend middelpunt daardoor langzaam aan het vervagen is. De enige instantie die met royale steun van Den Haag een dergelijke ‘samenbindende symboliek’ nog manhaftig in stand probeert te houden, is de publieke omroep. Mijn conclusie: het negeren van nuances en verschillen, het onderschatten van het zelf organiserend vermogen van burgers, het overeind willen houden van oude vormen van betutteling, zijn allemaal tekens van één en dezelfde beroepsafwijking: conservatisme. Het conservatisme dat ‘ons’ in de huidige situatie heeft gebracht.

  18. lia schreef op 27 december 2008 om 18:33

    Dus, na geconcludeerd te hebben dat gezien de informatievoorziening de (regionale) lezers jarenlang mogelijk niet serieus zijn genomen door uitgevers en misschien zelfs ook niet door hoofdredacteuren, kan het vervolg op dit stuk van Bakker een stuk zijn waarin de functie(s) van (regionale) journalistiek aan de orde komt.

    Waar moet (regionale) journalistiek aan voldoen, wil het wel (weer) aandacht krijgen van die regionale bevolking?

    Moeten alle journalistieke functies in een regionale krant vertegenwoordigd zijn? Moet een krant en diverteren, en informeren, en opinieren? Zouden regionale kranten bijvoorbeeld ook ‘slechts’ de functie opinieren op zich kunnen nemen? Zouden daar adverteerders voor te vinden zijn? Lezen regionale lezers slechts de regionale krant, of hebben ze daarnaast ook een abonnement op een landelijk dagblad?Moeten ze ook (achtergronden bij) buitenlands en binnenlands nieuws brengen, of zou regionaal nieuws volstaan? Is onderzocht of ze hun informatie elders weghalen, of zijn ze ´gewoon´ helemaal niet geinformeerd? Mijn hemel, dit komt toch niet uit de lucht vallen? Ik bedoel maar, al die vragen hadden door de heren en dames onderzoekers van de journalistiek toch al veel eerder gesteld, en beantwoord moeten worden?

  19. @Lia, ik verwacht in deze meer van ondernemers die cijfers kunnen lezen dan van onderzoekers die eindeloos ouwehoeren. Ofwel: waar vakgenoten hebben zitten slapen, komt -hopelijk!- Christian van Thillo (Persgroep, Het Parool) weldra orde op zaken stellen. Als hij het AD/RD tot een échte stadskrant wil ombouwen (net als Het Parool), rol ik de rode loper wel uit.

  20. lia schreef op 27 december 2008 om 20:24

    Wat ik wel lollig vind Hans, is dat uitgevers en hoofdredacteuren de regionale lezers kennelijk jarenlang niet serieus genomen hebben, gezien het beroerde nivo van de informatievoorziening, maar dat die uitgevers en hoofdredacteuren (en daarmee misschien ook de adverteerders) zich daarmee naar nu blijkt alleen zélf in de vingers hebben gesneden.

    Het is de lezers wurst (geworden) wat er in die krant staat, en dat er wat in die krant staat. Maar nu er een ander probleem in zicht komt, namelijk een democratie op de helling (zie o.a. oorlogsdeelname Irak) door de sociale fragmentatie, moet de lezer ineens terug naar de krant.

    En nu komen de hoofdredacties eraan, met al die verhalen dat het aan veelvretende uitgevers ligt, terwijl ze al die tijd nog nooit opgestaan zijn om hun stem te laten horen. Nu moet de lezer terug naar de krant, nu ineens komt de democratie in het geding. Maar waarom zouden lezers die jarenlang niet serieus genomen zijn, nu naar die krant terug willen keren terwijl ze overal elders ook informatie krijgen kan? Hou toch op zeg, het enige waar ze voor praten, is hun eigen portemonnee, die hele informatievoorziening zal ze een worst zijn anders hadden ze het daar al veel eerder over gehad.

    En wat die ondernemers betreft, ik moet ze nog leren kennen hoor, die zo maatschappelijk betrokken zijn dat ze goede informatievoorziening boven hun eigen belangen zouden doen komen. Er zitten veel bij die zonder enig pardon media als platform voor hun eigen praatjes gebruiken, en de journalistiek van vandaag..tja die is echt niet bij machte om neutrale verhalen te vertellen want daar worden ze in een samenleving die nog altijd georganiseerd is op basis van de verzuiling, niet voor opgeleid. Helaas, pppindakaas.

  21. Frank van Vree schreef op 27 december 2008 om 20:52

    Er is, denk ik, op zich niet heel veel reden om somber te zijn over de journalistiek als publieke activiteit: economische ontwikkelingen, internationale verhoudingen, oorlogen, politieke debatten – er is werk genoeg aan de winkel voor mensen die in staat zijn kritische analyses en gedegen informatie te verschaffen. Dat is waar m.i. de opleidingen voor moeten staan: kwaliteiten ontwikkelen waarmee toekomstige journalisten die taken kunnen vervullen, ongeacht de organisatievorm. En ik denk inderdaad ook dat die toekomstige organisaties er heel anders uit zullen zien. Niettemin is de tegenstelling die in sommige bijdragen wordt geschetst, m.i. te simplistisch. Het web laat nu juist zien dat de journalistiek als zodaning niet verdwijnt, maar de vormen waarin de journalistiek als publieke activiteit plaats vindt, ingrijpend veranderen.

    De ontwikkelingen van laatste jaren zijn in een aantal opzichten hoopgevend, al is dat momenteel, in een tijd die we toch vooral als een overgangsperiode moeten zien, soms moeilijk te zien. Dat was ook de kern van mijn reactie op het stuk van Piet Bakker: ik denk inderdaad dat het verzoek van de 44 om generieke steun als zodanig niet erg zal bijdragen aan een versterking van de journalistiek als publieke activiteit, in de regio zomin als landelijk. Daarvoor zouden heel andere strategieen moeten worden ontwikkeld.

  22. @Mark Deuze: Je zegt dat veranderingen niet zijn te verwachten vanuit opleidingen. Ik vraag me af of dat zo is. Zou je niet juist in opleidingen journalistiek ruim aandacht kunnen/moeten geven aan de veranderingen in de journalistiek en met studenten moeten denken over vernieuwingen en daarmee experimenteren? Naar mijn idee zou je juist vanuit de opleidingen veranderingen mogen verwachten.

  23. @Frank: het is bijna altijd de neiging van contemporaine historici om de eigen tijd als “overgangsperiode” te classificeren. het probleem van zo’n term is dat het een verloop van A naar B suggereert – waarbij B vergelijkbare eigenschappen als A heeft (anders kan er ook geen “overgang” zijn). dat is zoals ik het zie een illusie; het is eerder een typische ‘moderne’ benadering van een nieuwe fase in de inrichting van de samenleving.

    @Alexander: ik ben het helemaal met je eens – maar de opleidingen zitten in een spagaat. aan de ene kant moeten de ze bestaande (gemankeerde) praktijk bedienen (als je stagaeplaatsen wilt voor je studenten, als je “binnen” wilt komen met je onderzoekers, etc); aan de andere kant moeten de opleidingen eigen 3-6 jaar voor lopen op de praktijk, zeker waar het gaat om de eerstejaars, die na 2-5 jaar studeren de arbeidsmarkt op moeten. om eerlijk te zijn: ik zou ook wel met Leiden alleen nog maar de toekomst willen onderwijzen. het heden en verleden wordt al uitstekend aangeboden door sowieso al veel te veel opleidingen journalistiek in Nederland en Vlaanderen. en vooral qua “cutting edge” onderzoek op het gebied van nieuwe journalistiek vindt in Nederland bar weinig plaats (uitzonderingen daargelaten). ook daar blijven we dus achterom kijken in plaats van dat we vooruit moeten zien.

    tot slot, Frank schrijft: “Dat is waar m.i. de opleidingen voor moeten staan: kwaliteiten ontwikkelen waarmee toekomstige journalisten die taken kunnen vervullen, ongeacht de organisatievorm.” Als media-socioloog zet ik daartegen dat het talent van journalisten voor een belangrijk deel gevormd/aangestuurd/bepaald wordt door de context (media, organisatievorm) waarbinnen het gebruikt wordt. kwaliteiten onderwijzen zonder aandacht voor die wisselwerking klinkt heel goed voor de achterban (“back to basics”, de “kern” van de journalistiek onderwijzen, etc), maar is toch ook een beetje naief. journalistiek vindt helemaal niet plaats in een vacuum.

    daarom denk ik dat het onderzoek doen naar en het onderwijzen van nieuwe vormen van journalist-zijn, onafhankelijk c.q. buiten bestaande (afstervende) bestuurseenheden, cross-mediaal, als dan niet in samenwerkingsverbanden met burgers, de aangewezen aanpak moet zijn. daarmee wil ik heus niet zeggen dat we dat nu allemaal moeten doen – ik heb enorm respect voor wat er bij de opleidingen (zowel op de universiteiten als HBO’s) gedaan wordt. deze uitspraken komen dus uitsluitend voor mijn rekening – en hopelijk voor Leiden.

  24. lia schreef op 28 december 2008 om 18:11

    Als in ieder geval het onderscheid maar eens wordt onderkent, benoemd en onderwezen tussen media (de ‘platforms’ om het zo maar te zeggen) en journalistiek (dat wat er verteld/gepubliceerd wordt) dan zou dat in elk geval een begin kunnen zijn van een journalistieke bedrijfstak die niet langer meer georganiseerd is op basis van welke verzuiling (religieuze, commerciele) dan ook.

  25. @Alexander. Als HBO-docent voel ik me aangesproken door jouw vraag en zou ik niets liever willen dan ‘vernieuwend’ bezig zijn. Mijn ervaring is echter dat studenten vooraleerst geschoold willen en dienen te worden in wat je ‘klassieke technieken’ zou kunnen noemen (hoe vertel je een verhaal? wat is het cruciale onderscheid tussen een goed en een slecht verhaal?). Ik bedoel: voor Mondriaan (vernieuwend) abstract ‘ging’ kwam hij vanuit een stevige figuratieve (‘ouderwetse’) basis. Helaas is het zo dat de discussie op DNR (begrijpelijkerwijs) gedomineerd wordt door modieuze vragen over distributiewijze (internet, papier, crossmediaal, etc.), hetgeen mijn studenten eerlijk gezegd – zo is mijn ervaring – geen klap interesseert. Zij willen ‘gewoon’ leren schrijven, tv-maken, radiomaken. Ik heb hierover het verhelderende artikel “De ware internetgeneratie is veertig plus” op DNR geschreven (20 juli, 2007). Ik zou, tenslotte, dan ook graag uit jouw mond horen wat jij voor vernieuwende didactiek op het oog hebt; ik leer graag bij!

  26. lia schreef op 29 december 2008 om 13:00

    Word jouw studenten ook onderwezen wat onafhankelijk is Hans?

  27. @Lia. Dan zou ik eerst een lobby moeten gaan starten voor het vak ‘filosofie’. Want voor het lichtzinnig gebruik van het topzware begrip ‘onafhankelijk’ voel ik weinig. (Ik geloof eerlijk gezegd dat ik nog nooit een onafhankelijk persoon ben tegengekomen. Of kan ik bij jou op de thee?)

  28. lia schreef op 29 december 2008 om 13:14

    Hans ik kan me voorstellen dat je er niets voor voelt om filosofie op een journalistieke school te onderwijzen maar het lijkt me toch goed als het begrip onderwerp van debat wordt binnen de journalistiek. M.i. is het wel van belang dat aanstaande journalisten weten wat onafhankelijkheid is. Ik voel zelf wel veel voor de betekenis in de Van Dale:  on·af·han·ke·lijk bn, bw 1 vrij, zelfstandig 2 door niets bepaald of geregeld.

  29. @Lia. Misverstand! Ik zou best voor het vak filosofie zijn. Maar ik vind het begrip ‘onafhankelijk’ een soort fictie, waarmee je dingen eerder versluiert dan opheldert.

    @Alexander. Over die vernieuwende didactiek: ondernemers-skills worden op mijn HBO (en in mijn vak) al zwaarder in het curriculum opgenomen. Erg goed, vind ik. Misschien ook wel ‘vernieuwend’…

  30. lia schreef op 29 december 2008 om 16:58

    hans, ik begrijp je dan denk ik niet goed. hoezo versluiert ´onafhankelijk´ de dingen meer dan dat het het opheldert? misschien moet het juist daarom onderwerp van debat worden; het is binnen het journalistieke werkveld nog onvoldoende uitgediscussieerd.
    grt

  31. Hans Roodenburg schreef op 30 december 2008 om 14:35

    @Van Willgenburg en Lia. Weer een sikkeneurige reactie. Het is goed dat er (ingenomen?) docenten journalistiek zijn. Maar het moet toch echt in de studenten zelf zitten! Anders kun je nog zoveel doceren, ze raken nooit gemotiveerd en kwalitatief. Wat ben ik blij dat ik ooit als volontair ben begonnen, die de meest lullige klusjes moest doen tot aan – zonder problemen – koffie rondbrengen toe. En werd begeleid door oudere collega’s die het goede voorbeeld gaven en je zeer kritisch benaderde.

  32. Frank van Vree schreef op 30 december 2008 om 19:03

    n.a.v. Marc Deuze
    Het valt mij op dat mijn woorden steeds op een bepaalde – behoudende – manier worden geinterpreteerd.

    1. met de term ‘ overgangssituatie’ impliceer ik niet dat er een min of meer geleidelijke overgang van A naar B plaatsvindt, met behoud van eigenschappen. De digitale revolutie creeert inderdaad geheel nieuwe verhoudingen, alleen weten we niet hoe die nieuwe verhoudingen er precies uit zullen zien, wat verdwijnen zal, wat zal transformeren of zelfs hernieuwd zal worden. We weten het eenvoudigweg niet, maar dat neemt niet weg dat we daar, mét onze antropologische, historische en sociologische inzichten over kunnen en moeten blijven nadenken. In die zin kun je dus heel goed van een overgangssituatie spreken.
    2. Natuurlijk pleit ik niet voor een vorm van onderwijs in ‘contextloze journalistiek’. Integendeel: het gaat er om studenten uit te rusten met een varieteit aan theoretische en practische inzichten en vaardigheden, die ze binnen verschillende contexten (of het nu gaat om een klassieke of multimediale omgeving, in loondienst of als zelfstandige) kunnen inzetten en ontwikkelen, met een open mind, zelfstandig, enthousiast en kritisch.

    Dat is goed beschouwd ook de praktijk, bij alle universitaire opleidingen: de curricula weerspiegelen de hierbovengeschetste overgangssituatie in vrijwel alle opzichten. Wie de programma’s naast elkaar legt, zal constateren dat ze op elkaar lijken, ondanks de eigenaardigheden, die soms rechtstreeks zijn terug te voeren op de interesse of expertise van zittende stafleden of praktijkdocenten – of het nu gaat om ‘retorica en argumentatie’ (Leiden), ‘geschiedenis van de journalistiek’ (Groningen) of ‘achtergrondjournalistiek’ (Amsterdam). Als er al verschillen zijn tussen de opleidingen, hebben die misschien minder met de inhoud te maken dan met de opzet, intensiteit, werkwijze en omvang.

    Maar goed, dit was eigenlijk een zijpad van de discussie die Piet Bakker met zijn mooie analyse in gang heeft gezet – maar die natuurlijk wel de kern van deze zaak raakt: de ineenschrompeling van de economische en sociale basis van de dagbladpers, die nog maar een paar decennia geleden floreerde als nooit eerder.

  33. Ik heb met belangstelling bovenstaande discussie gelezen, jammer dat er zo neerbuigend gedaan wordt over huis aan huis bladen. Wij brengen al meer dan 20 jaar met veel succes FlevoPost uit. Een huis aan huis blad in Flevoland wat niet alsadvertentiefuik voor adverteerders dient, maar informeert signaleert en becommentarieerd. Dit in combinatie met een aktule website zorgt ervoor ge dat de lokale informatievoorziening in deze regio op peil blijft.

  34. lia schreef op 5 januari 2009 om 23:43

    Ja Jack, ik heb ook ooit voor Flevopost geschreven. Het artikel ging over een astroloog die zich in de regio gevestigd had. Maar goed, het is dan ook alweer heel lang geleden.

  35. @Hans van Willigenburg: Ik heb ook niet 1-2-3 paraat op welke manier je vernieuwende journalistiek kan onderbrengen in een onderwijsprogramma. Want je hebt gelijk, studenten willen en moeten allereerst allerlei basisvaardigheden onder de knie krijgen. En een heleboel willen ook helemaal niets meer: ze willen gewoon een goed achtergrondartikel kunnen schrijven of een interessant interview kunnen houden. Maar ik vind dat je ze wel wat verder mag laten kijken door ze na te laten denken over ontwikkelingen in de journalistiek en te laten brainstormen over nieuwe vormen van journalistiek. Het mooiste is natuurlijk als je ze daar ook mee kan laten experimenteren in iets van een project. Zoals de SVJ Tilburg studenten liet experimenteren met berichtgeving over één straat: http://www.brabantsdagblad.nl/regios/denbosch/verwersstraat/.
    De aandacht voor ondernemers-skills zoals aan jouw hbo-opleiding lijkt me ook belangrijk. Zeker als daarbij ook aandacht wordt besteedt aan wat zo van belang is voor ondernemers: nieuwe concepten bedenken en ontwikkelen. En ook dan studenten laten experimenteren met die nieuwe concepten door ze ook uit te voeren. En daarbij hebben studenten natuurlijk ook altijd weer journalistieke basisvaardigheden nodig, zoals goed schrijven, interviewen, etc.

  36. Theo Dersjant schreef op 6 januari 2009 om 12:25

    @ Alexander en Hans: Laten we vaststellen dat momenteel niet alleen de media volop experimenteren om hun bestaansreden opnieuw uit te vinden, ook de opleidingen doen dat. Ikzelf (FHJ Tilburg) stel vast dat er een flink aantal universele waarden zijn. Je beroepshouding ten opzichte van bronnen bijvoorbeeld. Vandaar dat we in Tilburg aan het factchecken zijn. En: welke ontwikkelingen media ook doormnaken, het lijkt me dat studenten nog steeds hun Nederlands perfect moeten beheersen, geschiedenis moeten kennen, de relevantie van hoor en wederhoor, ethiek, ons juridisch stelsel, kunnen rekenen, kunnen analyseren en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Dat gold vroeger, dat geldt nu en dat zal straks niet anders zijn. De toepassing van al die kennis zal wel veranderen. Daarom ook mag er wat mij betreft volop worden geexperimenteerd met toepassingen. Het Bossche Verwersstraatproject is daar inderdaad een voorbeeld van. En er zijn nog wel meer mogelijkheden denkbaar. Tenslotte is het ook niet zo dat de opleidingen blind de praktijk achterna moeten lopen. Die praktijk heeft de afgelopen jaren ook nogal eens niet zulke fraaie zaken voortgebracht. Kortom: opleidingen moeten nadenken over een eigen visie en daar waar mogelijk de praktijk daarvan laten meeprofiteren. En zo makkelijk is dat allemaal niet.

  37. Pingback: Waarom moet regionaal nieuws op papier?

  38. Pingback: Opdracht 2.11 – project stad… « FHJ opdrachten Noel van Hooft

  39. Pingback: In welke mate spelen bezuinigingen een rol in de kwaliteit en kwantiteit van lokale politieke verslaggeving « De wereld van Bas

  40. Pingback: Down, down, deeper and down – 20 jaar regionale dagbladen in Nederland « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>