Lokale Britse kranten zijn er in journalistiek opzicht slecht aan toe. Redacteuren zijn gedemotiveerd door lage lonen, lange werkdagen, onderbezetting en door de nadruk op kwantiteit boven kwaliteit. In veel artikelen vindt geen traditioneel ‘hoor en wederhoor’ plaats en persberichten verschijnen bijna ongewijzigd in de krant. Dit heeft als gevolg dat lokale kranten hun positie ‘als waakhond van de lokale democratie’ verliezen en de verkoopcijfers verder dalen.
Een onderzoek naar dit onderwerp werd gepubliceerd in het oktobernummer van Journalism Practise in 2008. Het artikel is niet vrij toegankelijk, de link verwijst naar de abstract.
Deirdre O’Neill en Catherine O’Connor van Leeds Trinity & All Saints uit Engeland, namen een viertal lokale kranten uit West Yorkshire onder de loep. Het tweetal keek naar 2979 nieuwsartikelen, gepubliceerd in februari van 2007. Ook interviewden zij lokale journalisten en oud-redacteuren van deze kranten. Het blijkt dat journalisten in gemiddeld 76 procent van de artikelen gebruik maken van maar één bron. Deze bron is vaak een professionele PR-medewerker. Veel persberichten van lokale overheden, politie, scholen, et cetera, worden regelmatig direct geplaatst als nieuwsartikel. Met als gevolg dat onbelangrijk nieuws de voorpagina vult en nieuws dat ‘er écht toe doet’ geminimaliseerd wordt of zelfs niet verschijnt. In de gevallen dat er wel een tweede bron geraadpleegd wordt, blijft het ‘wederhoor’ beperkt tot een oppervlakkige quote aan het einde van het artikel.
Politie en rechtbanken
Het artikel inventariseert welke instellingen een groot aandeel als nieuwsbrenger hebben. De lokale overheid is in 9 procent van de onderzochte artikelen de primaire bron. Lokale gemeenten hebben PR-medewerkers in dienst die nieuws op een positieve manier brengen en slecht nieuws goed kunnen onderbelichten. Vaak verschijnen die persberichten zonder veel wijzigingen in de krant. Er wordt zelfs gevreesd dat gemeentelijke PR-medewerkers een verlengstuk van de redactie zijn. Want in slechts een derde van de artikelen werd een secundaire bron gehoord. Journalisten falen op dit gebied in het aan de kaak stellen van onjuistheden in de democratie.
Belangrijke nieuwsverstrekkers zijn ook politie en rechtbanken, beiden leveren 11 procent van het nieuws in de kranten aan. Hun aandeel daalt de laatste jaren echter. Vroeger hadden lokale kranten journalisten in dienst die gespecialiseerd waren in het schrijven over rechtsuitspraken en criminaliteit. Dat is nu niet meer het geval, waarschijnlijk door bezuinigingen.
Bovendien heeft de politie veel PR-medewerkers in dienst. Journalisten komen daardoor niet meer zelf in contact met ervaren politie-inspecteurs. De enige persoon met wie ze nog spreken is de woordvoerder. Hierdoor lopen journalisten veel achtergrondinformatie mis en worden de artikelen oppervlakkig. In slechts 12 procent van de artikelen worden alternatieve bronnen geraadpleegd.
Eet gezond dag
Een groot deel van de artikelen is gebaseerd op persberichten van educatieve instellingen. Scholen sturen persberichten uit over een ‘Eet gezond dag’, een ‘voorleessessie’ of een toneelstuk. Dit soort onderwerpen heeft een hoog positief gehalte maar weinig diepgang. Belangrijke zaken en discussies zoals ‘het tekort aan hoofddocenten’ of ‘het testen van te jonge kinderen’, die wel in de nationale pers aan de orde komen, worden gemeden in de lokale kranten.
Een ander controversieel onderwerp is het nieuws over evenementen en liefdadigheidsacties. Uit het oogpunt van human interest is het goed dat er aandacht is voor dit soort manifestaties. Shockerend is echter de hoeveelheid: maar liefst een kwart van alle artikelen gaat over onderwerpen als kunst-, cultuur- en liefdadigheidsevenementen. Dit soort stukken, die nauwelijks nieuwswaarde hebben, staan op prominente plaatsen in de krant. Plaatsen die bestemd kunnen zijn voor het echte nieuws.
Als laatste toont het onderzoek dat journalisten niet veel contact hebben met hun lezers. In slechts 5 procent van de artikelen zijn gewone burgers de aanleiding van het nieuws.
Ook blijkt het vertrouwen van de journalist in ‘deze burger’ als bron, niet groot te zijn. In tegenstelling tot nieuws afkomstig van politie en overheidsinstellingen, dat vaak klakkeloos voor waar wordt aangenomen, wordt nieuws van de burger wèl in 59 procent van de gevallen gecheckt.
Propaganda
O’Neill en O’Connor stellen dat momenteel de kranten vol staan met kopieën van persberichten, gratis advertenties en zelfs propaganda. Het is daarom hoog tijd dat lokale kranten zichzelf hervinden voordat zij al hun lezers kwijt raken. De onderzoekers vinden dat de journalistieke normen opgekrikt moeten worden door meer aandacht te besteden aan de lokale politiek, beleidsplannen en bevolking.
Pingback: Een typisch Nederlands probleem? Kansen voor de toekomst. « De wereld van Bas