De journalistiek verlustigt zich in haar eigen crisis. En is zelden meer te beroerd om een verontruste vakgenoot vrij baan te geven diens zorgen te uiten. Journalist Hans van Willigenburg noemt dit ‘de ziekte van het zelfbeklag’, die een gezonde kijk verhindert op de actieve rol van de journalistiek in het geestelijk klimaat van nu.
De journalistiek heeft grotendeels hetzelfde probleem als de progressieve politiek: door haar succes heeft ze haar oorspronkelijke functie zien afkalven en als pleister op deze wond verlustigt men zich thans in een ‘vroeger was alles beter’-stemming. Zo mag Nick Davies dankzij zijn alarmistische boek ‘Flat Earth News’ de hele wereld rondreizen om zijn vakgenoten billenkoek te geven met de boodschap dat ze overschrijvers zijn. Hamert fulltime alarmist Van Jole er dag in dag uit op dat ‘wij’, de pers, ten prooi zijn gevallen aan een burgerlijk-rechts discours. En kun je geen vakblad meer openslaan of er wordt luidkeels geweend over de voortschrijdende onttakeling van instituten als dagbladen, opiniebladen en actualiteitenrubrieken.
Als je dan ook nog een minister hebt (Plasterk) die zich makkelijk laat inpalmen door Hilversum, zich laat meeslepen door het morsdode dogma van de ‘pluriformiteit’ en vermolmde media subsidiematig in stand houdt, is de cirkel rond. En lijkt het of we collectief in een geestelijke woestenij zijn aanbeland waar alleen een klein clubje van belangeloze en maatschappelijk verantwoorde cultuurdragers (waaronder journalisten) nog enige smaak en niveau aan weten te geven. Want wat is het leven van een mens eigenlijk waard als hij of zij geen journalist wenst te raadplegen, die uitlegt wat goed en fout is? De progressieve elite trappelt om het antwoord te geven: weinig of niets.
Uithuilen
Het geklaag zou allemaal nog te pruimen zijn als het louter zorg om het niveau van de journalistiek betrof. Elke beroepsgroep heeft af en toe baat bij een blik in de spiegel en mensen als Davies kunnen nodig zijn om structureel ingedutte vakgenoten uit hun winterslaap te halen. Bovendien is het nooit weg om nog maar eens te benadrukken dat feiten zoveel mogelijk gecheckt dienen te worden. Maar waar het eigenlijk om gaat is natuurlijk de afkalvende status van de journalist, het slinkende gevoel van “nodig zijn”. En wat bij die analyse zowel in progressieve kringen áls in de journalistiek zo ontiegelijk ontbreekt, is een helder zicht op de eigen rol in de situatie zoals die ontstaan is.
Heeft progressief Nederland nu nog niet door dat haar gedroomde welvaartsstaat zelf verantwoordelijk is voor een (verwend) volk dat gratis informatie vreet en zich niet meer verheffen laat? Heeft de journalistiek nu nog niet door dat haar cultuur van permanente oppositie, dwarsliggerij, vrijpostigheid, kritisch onderzoek, roep om transparantie en morele scherpslijperij dusdanig door lezers en kijkers is overgenomen dat er amper burgers meer te vinden zijn die journalisten (of anderen) nog geloven? Het grappige is dat burgers en politici nuchterder met de informatierevolutie lijken om te gaan dan journalisten, die op congressen en in workshops bij elkaar uithuilen onder leiding van Nick Davies of andere onheilsprofeten. Een mooi voorbeeld is New Labour onder Tony Blair en spindoctor Alistair Campbell. Zij ‘lazen’ de tekenen des tijds heel juist, begonnen voorgenomen beleid bij ‘focusgroepen’ van burgers in de week te leggen en omzeilden zo eind jaren ’90 een pers die in rap tempo bezig was van schandaal naar schandaal te hollen.
Succes
De blindheid van progressief Nederland en de journalistiek loopt anno 2008 nagenoeg parallel, alsof ze samen in een innige verstrengeling verwikkeld zijn. Wie ontgaat de ironie als zij die eindeloos hebben opgeroepen tot kritiek, eigen meningsvorming en onafhankelijkheid nu ineens klagen over ‘verwilderde omgangsvormen op internet’? Wie ontgaat de ironie als zij die jarenlang zeiden te staan voor gelijke kansen voor iedereen nu keihard ‘ho!’ roepen als mensen die kansen, hoe onbeholpen ook, proberen te pakken? Het meest illustratief voor het failliet van de kritische levenshouding leverde onlangs de jonge cabaretier Jan Jaap van der Wal, die bij Pauw & Witteman het door zijn voorgangers (Freek de Jonge, Youp van ’t Hek, etc.) geïnfecteerde cynisme trachtte terug te buigen. Hij riep op om mensen (inclusief Jan Jaap van de Wal en de Goudse korpschef) weer ‘vertrouwen’ te geven en te stoppen met ‘die vreselijke tirades op internet’, anders voorzag hij een onleefbare maatschappij.
Prima. Maar hoe kon hij vergeten zijn door wie de mensen bij die scheldkanonnades en structurele ontevredenheid zo onvermoeibaar en tot in de kleinste hoekjes van het land zijn geïnspireerd? Zoals gezegd: door zijn Volkskrant spellende voorgangers van VARA en VPRO, die vooral in Winschoten, Sluis en Roermond vol vuur hun Randstedelijke grote mond de zaal in slingerden.
Volop kansen
Nogmaals: mijns inziens wordt de ‘crisis’ in de journalistiek (die volgens mij geen crisis is, maar een bloeiperiode) veroorzaakt door een cultuur die grotendeels door de journalistiek zelf geschapen is. Juist omdat de massamedia de afgelopen decennia diepgaand in levens en huishoudens zijn binnengedrongen, juist omdat ze de sluizen hebben opengezet naar meer kennis en minder naïviteit, juist omdat ouderwetse bolwerken door de journalistiek succesvol zijn ontmaskerd, zitten we nu met een bevolking ‘opgescheept’ die veel vragen heeft, onrustig is, antwoorden zoekt, van politieke partij naar politieke partij zapt, geen langdurige bindingen meer aangaat (ook niet met media) en vooral, bij gebrek aan vastomlijnde ideeën of levensdoelen, veel entertainment wil consumeren. Waarom zou het ministerie van Defensie inmiddels 7000 vacatures open hebben staan? Eindelijk hebben ‘wij’, het gewone volk, begrepen wat de pers ons jarenlang heeft voorgezongen: dat je zoveel mogelijk baas moet zien te worden over je eigen leven, zelf moet nadenken en je niet moet uitleveren aan andere (hogere?) machten.
Het zelfbeklag onder journalisten is in dit post-industriële universum dus wel de laatste reactie die je zou verwachten. Want waarom niet trots zijn op deze erfenis van goddeloosheid en verwarring? Wat biedt dat niet voor kansen? Kansen voor kwaliteitskranten, die louter aan duiding doen. Kansen voor nieuwssites, die zich toeleggen op headlines en superactuele filmpjes. Kansen voor de publieke omroep, die het sprookje van een coherent Nederland levend houdt. Kansen voor weblogs die (hele) specifieke doelgroepen aan zich binden. Kansen voor gratis vodjes, die treinen, trams en metro’s tot het laatste raampje dicht plamuren. Kansen voor ‘slow journalism’ als contrast tegenover de snelle happen. Is deze veelzijdigheid niet het logische eindstation van de emancipatie waaraan de journalistiek de afgelopen decennia zo overduidelijk lippendienst heeft bewezen? Eerlijk gezegd kan ik me in mijn 20-jarige loopbaan niet herinneren dat er zóveel mogelijkheden waren als nu om als journalist iets nieuws tot stand te brengen. En dus, vermoed ik, dat achter al dat zelfbeklag vooral dit schuilgaat: gebrek aan verbeeldingskracht en ondernemingszin. Plus een ordinaire hang naar (verdwenen) macht.
12 reacties