Help, ik heb een satellietkanaal!

Column no. 16 – de laatste – van Anneke van Ammelrooy

Door een bijzondere samenloop van omstandigheden – anders valt het niet te verklaren – ben ik plotseling mede-eigenaar geworden van een nieuwe Iraakse televisiezender. Na vijf jaar zwoegen met de tanden op elkaar om een dagblad in Irak maken is dit een ‘welkome nieuwe uitdaging’, zoals het heet in de Wereld der Doorzetters – en een blijk van erkenning ook voor ons werk.

Maar waar begin ik aan? Nu, nu het bijna te laat is, betreur ik het dat ik altijd weinig op had met televisie.

Mijn mening over dit medium is de afgelopen jaren hier in Irak alleen maar positiever geworden (ondanks de teruglopende kwaliteit van de programma’s), omdat televisie alle mensen kan bereiken, in tegenstelling tot de kranten die de afgelopen jaren hun oplage dramatisch hebben zien teruglopen.

Maar doordat ik in Nederland televisie al vaarwel had gezegd in de jaren zeventig, heb ik dus geen ervaring met de technologie. Ik weet niet hoeveel tijd ondertiteling met software kost, ik weet niet of de studiocamera’s ook los gebruikt kunnen worden, de knoppen in de controlekamer zeggen me niets en hoe je echo in de opnamestudio bestrijden kunt, weet ik evenmin. God slaapt nooit.

Het geld vliegt de deur uit voor honderden meters kabel, pluggen, speciaal meubilair. Tijdens een live-programma met Al-Jazeera hebben we meer geld gespendeerd aan speciale vloerbedekking, make-up en lampen dan het verhuren van de studio opleverde. Nu het winter is en regent, blijkt het dak van de opnamestudio zo gehorig als een flatje uit de jaren vijftig. Capitonneren? Een nieuw verlaagd plafond, made in Egypt voor 350.000 dollar? Weet ik veel. Help! Voorlopig moet ik het budget laten regeren door mannen die beweren overal verstand van te hebben.

Ik heb mezelf de gemakkelijker taak toegeëigend om buitenlandse programma’s aan te kopen. Ik ging naar de MIPCOM in Cannes. Ik verzamelde braaf screening DVD’s, sprak met elk foreign sales department en e-mailde me suf met bedrijven die de rechten van films en televisieprogramma’s hebben. In drie maanden tijd keek ik meer televisie dan in mijn hele vorige leven als dagbladmanager.

Maar ondanks mijn enthousiasme voor het nieuwe medium en mijn positiever, pragmatischer oordeel over televisie, blijven de oude kwesties knagen. Escapisme, tv-verslaving, overgewicht van coach potatoes, consumentisme, geweld.

Om te beginnen de nieuwsprogramma’s: moet je per se een nieuwsprogramma maken? Ze zijn duur om te produceren als je bewegend beeld bij elk item wilt en ons nieuws komt bovenop al die Arabischtalige nieuwszenders die er al zijn (minstens tien) en die soms 24 uur per dag alleen nieuws uitzenden. Moeten we niet alleen heel snel en goedkoop de headlines geven en ons concentreren op uitleg en achtergrond? Of moeten we ‘nieuws’ revolutioneren? Maar hoe dan? Ik vind nieuwsprogramma’s meestal van een abstractie, onvolledigheid en gebrek aan drama dat ik met meer plezier naar de pretentieloze radio luister.

Ik heb voorgesteld elke dag zes uren televisie te maken, inclusief aangekochte programma’s, die dan later herhaald worden. In theorie willen we dat diverse leden van een gezin die uren helemaal uitzitten van zes tot twaalf uur ‘s avonds. In de praktijk zal dat nooit gebeuren want uit eigen onderzoek is gebleken dat de doorsnee Iraki naar programma’s op drie tot vijf zenders kijkt. De Iraki is trouw aan programma’s, niet aan zenders. Maar toch, wat willen we nu eigenlijk van die kijkers?

Persoonlijk heb ik een probleem met mensen die zes uur op de bank geplakt zitten of nog meer, wanneer ze overdag ook nog eens naar de herhalingen kijken. Dat gaat ten koste van op zijn minst familie- en vriendenbezoek, lekker koken, huiswerk maken en aandacht voor de kinderen, om maar enkele activiteiten uit de prehistorie te noemen.

Er zijn echter argumenten om daar minder over in te zitten dan in Nederland.

Ten eerste voeden de ouders amper op, dat wil zeggen, opvoeden in de zin van een langzame sociale massage om de kinderen vriendelijk en speels de dingen bij te brengen. Ouders helpen zelden bij huiswerk. Ouders spelen bijna niet met hun kleintjes. Ouders eten zelden samen met de kinderen, iedereen schuifelt naar het gasfornuis wanneer het hem of haar uitkomt. Dus misschien kan de televisie die kinderen iets geven wat ze niet van hun ouders krijgen.

In de tweede plaats is er weinig ander vertier en cultuur. Bioscopen en theaters die in 2003 zijn leeggeplunderd, zijn nog steeds een ruïne. Als de parkmanagers zich een beetje inspannen, kan de bevolking van Arbil hier in de zomer van de enige openluchtcinema in Irak genieten. Het andere scherm, voor alle weertypen, is binnen de hekken van een Koerdisch ministerie.

Speeltuinen hadden jarenlang een lagere prioriteit dan betonblokken tegen zelfmoordacties. Op een bevolking van vijf miljoen in Baghdad zijn twee openbare zwembaden, één ballet- en muziekschool en een handjevol exclusieve clubs voor welgestelden waar mannen eten en drinken, naast de club die elke vakbond heeft. Restaurants uitproberen is eigenlijk het enige wat je altijd buiten de deur kunt doen. De thee- en koffiehuizen, waar je kunt schaken en andere denksporten beoefenen, en de snackbars zijn ook weer tot steeds later geopend. Kruiswoordpuzzelen is razend populair. Zullen we een programma over andere spellen maken? Misschien, nu na de financiële crisis en vijf jaar burgeroorlog, geen Monopoly, maar Mens-erger-je-niet en zo?

Voor de jongens zijn er geïmproviseerde voetbalveldjes, veel kinderen hebben gelukkig een fiets. Misschien kunnen wij meer keus mogelijk maken door de spelregels van volleybal, hockey, basketbal, cricket, pingpong en handbal uit te leggen en onder kijkers het spelgereedschap te verloten? In het weekend zijn er bandjes die muziek maken, vaak op locaties die alleen ingewijden kennen. Zullen we een wekelijkse culturele agenda op televisie aanbieden?

Boeken zijn niet duur, maar buiten Kurdistan amper te koop omdat echte boekhandels dun gezaaid zijn in Irak na meer dan dertig jaar dictatuur. Ze zijn op twee handen te tellen. Misschien kunnen wij een boekenprogramma met boekenclub en nationaal distributienet opbouwen? Gelukkig zijn er wel honderden piraten die muziek- en film-cd’s kopiëren en in elke buurt verkopen. Kun je jongeren – technisch gezien – via televisie laten gamen?

Over minder kook- en schoonmaaklust als gevolg van tv kijken hoef ik me ook niet zoveel zorgen te maken. De helft van de bevolking heeft weinig te eten en te koken en in zijn tweekamerwoning schoon te maken. Enige afleiding van die twee problemen lijkt me welkom.

Dan is er een enorme behoefte aan educatie in bepaalde vaardigheden, aan levensbelangrijke weetjes. Hoe ga je om met je generator? Er zijn elk jaar enkele duizenden gewonden en doden als gevolg van pogingen de benzinetank bij te vullen terwijl de generator aan staat. Bacteriën in en om het huis: hoe een beetje dettol wonderen doet in de badkamer, eenvoudige voetverzorging voor het hele gezin en zó heb je een veilige koelkast. Lastige kinderen: wat doe je eraan in een rampenland zonder supernanny’s? Hoe maak je je huis veilig voor kleine kinderen? Engelse les voor iedereen – niet omdat we van de Amerikanen of Britten houden maar omdat er zoveel interessante gratis cursussen zijn op internet, nieuwtjes, wetenschappelijke studies. Wat zijn alternatieve energiebronnen voor de vele uren dat er geen stroom is?

Na de MIPCOM zit ik ook te dubben over entertainment. In Cannes werden ik en andere buyers doodgegooid met candid camera programma’s die steeds vulgairder worden geloof ik: verdachten komen een rechtszaal binnen en plotseling gaan de vrouwelijke rechters uit de kleren. Zie ik me niet vertonen in het Midden-Oosten, evenmin als die Spaanse serie met humor uit de Franco-tijd, waar enkele Madrilenos voor het eerst van hun leven op vakantie naar Frankrijk gaan en, in het donker arriverend op een camping, niet in de gaten hebben dat het een nudistenkamp is.

Het doorsnee gezin in het westen schijnt ook alle adressen te kennen waarnaar het zijn funny video’s kan opsturen, maar hoe lang kun je daarom blijven lachen, ook al til je de commentaren op een wat hoger intellectueel niveau.

Alleen Monty Phyton-achtige humor schijnt over de grenzen geëxporteerd te kunnen worden, om anders-leuke nationale producten valt voor mensen met een ander paspoort amper te lachen. Ik zag een Zweedse versie van Fawlty Towers – stomvervelend, terwijl ons Zweeds mismanagement van een hotel vol Neckermannetjes op de Canarische eilanden beloofd was. Putin’s studio produceerde een komische serie over een verliefde advocaat die de strijd aanbindt met corrupte medeburgers – en inderdaad, zoals te verwachten was, geen snoeihard sarcasme, en geen dialogen en actiescenes die burgers in elk land met vijfsterren-corruptie wel willen horen en zien. Na drie afleveringen zit de mafioso nog steeds niet in de bak.

Tja, wat moet een verre buitenlander met Van Kooten & De Bie? Maar toch probeert bijna elke zender zijn voor een nationaal publiek gemaakte comedy shows aan buitenlandse stations te slijten, tegelijk met de serieuzere programma’s.

We moeten wat anders hebben. De gemiddelde Arabische komische serie bestaat uit fascistische humor: gewone mensen die gierig, bemoeiziek, egoïstisch, wreed, hysterisch of aartslui zijn en een grote bek hebben – het beeld dat de gemiddelde bestuurder daar van zijn eigen mensen onderaan de ladder heeft. Het is zoeken naar de speld, dat ene juweeltje, in de hooiberg. Vermoedelijk loopt het uit op de ‘betere slapstick’ á la Charlie Chaplin, of die Britse tovenaar met zijn rode fez, Tommy Cooper.

Arabische zenders maken veel geld met quizzen waar ook moeilijke vragen aan de kijkers gesteld worden die dan kunnen bellen. Er zijn inbelprogramma’s waar je meer kans op contact met de mooie presentatrice maakt door vijf dollar aan een telefoontje /sms-je te spenderen. Ik voel me bezwaard door al die geld-uit-de-zak klopperij bij gefrustreerde nog niet getrouwde jongemannen maar misschien is het toch een alternatief voor betaald steunlidmaatschap? De banksector staat nog in de kinderschoenen, voor het overmaken van vijf euro jaarlijkse contributie zou de goedwillende Iraki een halve dag vrij moeten nemen.

Maar we moeten een alternatieve bron voor inkomen uit reclamespots hebben, want anders moeten wij ook elke film tien keer onderbreken voor alweer shampoo of pepsi of onbereikbare producten zoals de nieuwste Jaguar.

Bovendien, als bepaalde programma’s niet in de smaak zouden vallen bij de Saudische koninklijke familie, zouden de prinsen en prinsesjes ons ook net als al-Jazeera kunnen straffen met een adverteerdersboycot. Dat gaat zo: als jullie reclamespots aan dit onfatsoenlijke station geven, hoeven wij ze niet meer te hebben.

Mijn plannen voor thematische filmweken (terreur, geweld tegen vrouwen, woestijnleven, verzoening na dictatuur), een hele week films met Robert de Niro in de hoofdrol, een week films uit Italië – die plannen heb ik voorlopig in de ijskast moeten zetten omdat het internet niet weet wie de rechten heeft. Trouwens, de hele grote jongens, RDF, ARTE, MGM, zijn niet echt geïnteresseerd, zelfs niet als je vijf series en twintig documentaires of films wilt kopen. Hetzelfde geldt helaas voor de NPO.

Ik heb er maar alvast drie tot vijf jaar voor uitgetrokken om er een succes van te maken, van Al-Hadath (de gebeurtenis, de actie). Tegen 2013 zou ik in Nederland in aanmerking komen voor de vut. Misschien mogen tien jaar Irak als tropenjaren tellen?

Dit is de laatste column van Anneke van Ammelrooy.

Eén reactie

  1. Annemiek van Waarden schreef op 21 maart 2009 om 17:12

    Dag Anneke,

    Zou graag met je in contact komen. Ben sinds 2 jaar werkzaam in Noord Irak.

    Mvg,

    Annemiek

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>