Al enkele jaren organiseert de Dick Scherpenzeel Stichting een concours met de schone titel ‘Het vergeten verhalenproject’. De Scherpenzeel Stichting heeft onder meer tot doel om de Nederlandse verslaggeving over ontwikkelingsgebieden te bevorderen –in het hedendaagse jargon “Het Zuiden” genoemd. Een lovenswaardig streven.
Het vergeten verhalenproject past in die doelstelling: volgens de stichting worden veel verhalen uit en over het Zuiden in Nederland niet gepubliceerd, omdat er te weinig oog voor is. Om daar via de wedstrijd aandacht aan te geven, is daarom ook prijzenswaardig. Maar leidt deze competitie wel tot een collectie vergeten verhalen?
Vergeten verhalen zijn verhalen die de drempel van de media niet hebben gehaald. Daarvoor kunnen twee redenen zijn: de eerste is dat ze het hebben afgelegd tegen het overige aanbod, ondanks het boeiende, interessante, onmisbare. Die verhalen zijn zeldzaam: het vergt van de auteur enige doorzettingsvermogen en overtuigingskracht, en er is in de huidige (digitale) wereld altijd wel ergens een website waar plek is.
De andere categorie vergeten verhalen betreft onderwerpen die terecht in de hoek van curiosa terecht is gekomen. Ook daarvan komen voorbeelden binnen op de site ‘hetvergetenverhaal.nl. Het gaat om faits divers, opgewaardeerde ervaringen van back-packers, anekdotische aantekeningen en zo meer die terecht vergeten zijn – of beter ze zijn terecht genegeerd.
Knop om
Als het om het Zuiden gaat, gaat er bij Westerse journalisten ergens een knop om. De journalistieke criteria die in Nederland gelden, worden bij de incheckbalie achtergelaten (of vergeten). De eerst genoemde categorie journalisten stort zich op de hierboven beschreven anekdoterie. De tweede groep rent daarentegen van hulporganisatie naar hulporganisatie en beschrijft de werkelijkheid in Afrika door de bril van de hulpverlener. Die reportages bereiken doorgaans een groter publiek dan de faits divers van de eerste categorie. Zij voldoen aan de behoefte van het thuisfront.
De ‘nieuwsdesk’ in Rotterdam, Amsterdam of Brussel verwacht dat de correspondent ter plekke vlot werkt en ook het beeld bevestigt dat de (andere) persbureaus via de wire melden. Dat beeld wordt letterlijk gekleurd: zo las ik recent op de site van Dokters van de Wereld dat een ramp in Afrika 48 maal meer slachtoffers moet vergen, wil het in Europa evenveel aandacht krijgen als een ramp in Amerika of Europa.
Zowel de categorie ‘vergeten-verhalen’ als de categorie ‘door-de-bril-van-de-hulporganisatie’ gedraagt zich in het Zuiden alsof het niet alleen een ander werelddeel is, maar ook een gebied waar andere criteria gelden voor nieuwsgaring. Niet de lokale bevolking, de burgerlijke autoriteiten, Afrikaanse geestelijken of medici krijgen de microfoon of tv-camera voor hun snuit, maar Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis, de VN of Oxfam. Of: niet de normale nieuwsafwegingen speelt een rol, maar of het wordt verteld door iemand met wie we ons kunnen identificeren. Of het moet bizar en anekdotisch zijn, of opgeleukt kunnen worden. Zo wordt berichtgeving over het Zuiden al snel gekleurd, eenzijdig en dus verkeerd.
Journalistiek Nederland zal afmoeten van de anekdoterie; ze moet aan de kaak stellen dat de berichtgeving uit het Zuiden door hulporganisaties wordt bepaald, vaak letterlijk is gekleurd en dus eenzijdig en verkeerd is. En dat de enige remedie is dat dat de journalistieke criteria van Noord ook voor Zuid gelden.
Meer lezen over vergeten verhalen en het daarbij behorende festival: www.hetvergetenverhaal.nl.
Het vergeten verhalen festival is vrijdagavond 19 december in het voormalige Volkskrantgebouw in Amsterdam, Wibautstraat 150. Met onder meer een debat over de gevolgen van de kredietcrisis in ontwikkelingslanden, met Garrie van Pinxteren, Loretta Napoleoni en andere journalisten van naam.
Eén reactie