MediaDebat: niet meer van deze tijd

In zijn op 14 november verschenen ‘persbrief’ kondigt minister Plasterk aan van plan te zijn de Stichting MediaDebat voor nog een jaar (we hebben het dan over 2008) te willen steunen. Daarna moet het in 2006 begonnen discussiebureau op eigen benen (financiering vanuit de sector) kunnen staan. MediaDebat is een van de drie organisaties in het ‘drieluik’ van de minister voor versterking van zelfregulering in de media (met Raad voor de Journalistiek en Nederlandse Nieuwsmonitor). De minister heeft ten onrechte verwachtingen over het effect van het houden van discussies in zaaltjes. Een methode die nogal riekt naar de jaren zeventig.

MediaDebat moet discussies op poten zetten. Of, zoals het op de eigen website staat: MediaDebat stelt zich tot doel het op gang brengen en faciliteren van discussies over werkwijze, vakinhoud en ethiek in het journalistieke veld.

Volgens de persbrief van Plasterk gebeurde dat in het recente verleden door jaarlijks een stuk of tien discussiebijeenkomsten te beleggen. Nauwkeuriger: in de 35 maanden van het bestaan (het eerste debat vond plaats op 25 januari 2006) entameerde MediaDebat dertig discussies (bron: website MediaDebat).

Is het zinvol?
De kernvraag hier is: is het zinvol? Draagt het bij aan zelfregulering? Blijkbaar gaan alle betrokken partijen (MediaDebat werd in het leven geroepen door NVJ, NOS en Nederlandse Dagbladpers) ervan uit dat discussiëren op zich leidt tot zelfregulering. Maar dat is een nogal onbewezen stelling. De Nederlandse persgeschiedenis is immers doordesemd van discussietjes in achterafzaaltjes, belegd door NVJ-afdelingen, communicatieverenigingen, journalistenclubs, studentendisputen, politieke partijen en noem maar op. Zelfs zonder MediaDebat is er een aardige agenda aan bijeenkomsten over media en/of journalistiek. Dat dat bijdraagt tot begrip, informatieoverdracht of reflectie: akkoord. Maar zelfregulering? Vooruit: laten we er voor het gemak eens van uitgaan dat discussiebijeenkomsten bijdragen tot meningsbeïnvloeding (ik twijfel daar heftig aan), dan nog is het de vraag of ze wel bijdragen aan meningsvorming in de (blijkbaar door overheid en betrokken partners) gewenste richting. Ook dat is een niet onderbouwde gedachte. Discussies kunnen immers evengoed een averechtse invloed hebben.

Overigens is de Nederlandse Nieuwsmonitor van plan om te gaan onderzoeken of bijeenkomsten van MediaDebat, dan wel uitspraken van de Raad voor de Journalistiek, voor verandering in de media zorgen.

Zelfs al zouden debatten bijdragen tot zelfregulering. Dan toch vooral – blijkt uit een telling – in Amsterdam. Want van de twaalf recentste bijeenkomsten van MediaDebat vonden er zeven in de hoofdstad plaats. Dan Haag staat twee keer in de lijst die verder wordt aangevuld met Arnhem, Utrecht en Nijmegen. Nogal randstedelijk dus.

De nuchtere werkelijkheid is echter – vrees ik – dat bij het gros van de vrijblijvende debatten (er hoeven immers geen beslissingen genomen te worden) de deelnemers exact dezelfde mening voor het debat hebben als erna. Men komt om z’n eigen gelijk uit te venten. En na afloop deed iedereen een plas en alles bleef zoals het was.

Krejatieve aksies
Maar zelfs daar gaat het me niet om. Het gaat me om het instrument: discussies in randstedelijke zaaltjes. Dat ademt wel heel erg de sfeer van tuinbroeken en krejatieve aksies. Ofwel: MediaDebat is wel heel erg jaren zeventig. Anno 2008 zou je toch mogen verwachten dat het discours zich in digitale ruimtes afspeelt. Waar een publiek aanwezig is dat duizendvoudig veel groter is, actief kan participeren en communiceren met journalisten. Waar slechts een fractie van het geld voor nodig is dan het budget dat nu aan de huur van zaaltjes, reiskosten, flessen rode wijn voor de sprekers en koppen koffie voor de aanwezigen wordt gespendeerd. Overigens laat de Stichting MediaDebat weten dat het jaarbudget in 2008 82.000 euro telt (* zie voor een toelichting onder deze tekst).

Akkoord: debatten op internet leiden evenmin tot ‘zelfregulering’. Maar het is op z’n minst mogelijk voor een groter publiek er kennis van te nemen.

De huidige stichting MediaDebat faalt op dat terrein. Weliswaar staan de verslagen van de bijeenkomsten op de website, maar een levendig debat over de onderwerpen ontbreekt. Laat staan dat MediaDebat het mogelijk maakt vooraf via een weblog meningen te geven over een komend debat. Belangstellenden kunnen wel een nieuwsbrief ontvangen met de verslagen.

Tekenend in dit geval is dat student Robert Buzink momenteel bezig is met een initiatief om het eerstvolgende debat (op zaterdag 13 december over ‘Zelfkritiek op journalistieke praktijken’ – niet voor niets vijf dagen voor het Kamerdebat over het persbeleid) via een live blog te verslaan. Zo lijkt een particulier initiatief zowel goedkoper als effectiever.

MediaDebat onderkent zelf ook dat het beter moet, getuige een brief die voorzitter Agnes Koerts op 17 april jongstleden schreef aan het Stimuleringsfonds (over het persbeleid van de minister). In de brief ontvouwt Koerts de toekomstplannen: “Meer publiciteit per debat vooraf en achteraf, inclusief evaluatie van debatten en van discussiepunten. Aantal debatten afhankelijk van financiering. Nauwer samenwerking tussen onderdelen van drieluik zelfregulering, met name RvdJ en MD.”

Samengevat: meer van hetzelfde. En meer publiciteit. En samenwerking met de andere onderdelen van het ‘drieluik’. Ik voorspel: dat gaat niet lukken! Jonge mensen laten zich niet naar discussiezaaltjes slepen. En oude over het algemeen ook niet meer! Daar helpen geen moedertjelief of karrenvrachten publiciteit aan.

Nou kan die publiciteit weer wel helpen bij het wat meer ruchtbaarheid geven aan het bestaan van MediaDebat. Nogal wat journalisten (wie onderzoekt het eens) blijken helemaal nog nooit te hebben gehoord van twee van de drie peilers onder de zelfregulering: MediaDebat en Nederlandse Nieuwsmonitor. Alleen helpt bekendheid op zich de doelstellingen nog geen splinter dichterbij.

Kraamkamers van journalistieke mores
De meest effectieve plaats om discussies over zelfregulering op poten te zetten zijn de vergaderzaaltjes van de redacties. Dat zijn immers vooral de kraamkamers van de journalistieke mores. MediaDebat zou er daarom wellicht beter aan doen zich op die redacties te richten. Wellicht. Want iedere poging tot zelfregulering in dit land zal zinloos blijken zolang hoofdredacteuren de in eigen kring ontwikkelde journalistieke gedragscode niet eens aan hun eigen redacties wensen voor of op te leggen.

Want het is – om maar een voorbeeld te noemen – op z’n minst curieus dat Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers – een verder zeer sympathieke man – een van de initiatiefnemers was van de nieuwe Code voor de Journalistiek. Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren stemde op de laatste jaarvergadering manhaftig in met de tekst, waar we in artikel 13 lezen: “De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan”. De inkt van die code was nog niet droog of diezelfde Brouwers handelde, eenmaal op eigen redactie aangekomen, diametraal anders door commerciële invloeden in de redactiekolommen van Sp!ts niet alleen toe te staan, maar zelfs toe te juichen. Van mij mag-ie, hoor. Even goede vrienden. Maar laat hem dan niet sjiek doen met een code die feitelijk helemaal niets om het lijf heeft, simpelweg omdat hoofdredacteuren zich er zelf niks van aantrekken.

Zolang de redactionele leiders, sleutelfiguren in de zelfregulering, zo’n halfbakken houding aannemen ten aanzien van de eigen beroepsethiek, zal iedere poging zelfregulering te bewerkstelligen via bijeenkomsten in wat voor vergaderzaaltjes dan ook, zinloos blijken. Hoe dan ook lijken me de bijeenkomsten van MediaDebat goedbedoeld, ongetwijfeld gezellig, zinvol voor wie wil netwerken, maar weinig effectief en zeker niet bijdragend aan zelfregulering. De minister had wat dat betreft z’n geld beter op zak kunnen houden.

* In het begrotingsjaar 2008 bedroeg het budget van MediaDebat 82.000 euro, waarvan 60.000 door de sector zelf werd betaald, door NVJ, NDP, ROOS, Publieke Omroep (NOS-Journaal) en RTL-Nieuws. Van het ministerie kreeg de stichting voor 2008 22.000 euro subsidie. Voorts subsidieert de Stichting Democratie en Media losse debatten die passen in haar doelsteling (deze stichting steunde wel gedurende de eerste drie jaar de activiteiten van MediaDebat met een vast bedrag).

2 reacties

  1. Pingback: Liveverslag mediadebat op De Nieuwe Reporter | Robert Buzink

  2. Niet meer van deze tijd?

    Wat laat misschien, maar toch een reactie op de mening van Theo Dersjant dat discussies ‘in randstedelijke zaaltjes wel heel erg de sfeer van tuinbroeken en krejatieve aksies ademen. Ofwel: MediaDebat is wel heel erg jaren zeventig.’

    Voor een oordeel over de debatten, verwijs ik naar de verslagen op http://www.mediadebat.nl. Want waar Dersjant debatteren in zaaltjes uit de tijd noemt, blijkt dat door inhoud en vorm mooie en interessante bijeenkomsten kunnen ontstaan. Met zinvolle bijdragen over de vraag hoe de media nu functioneren, en in de toekomst anders zouden kunnen functioneren – mocht dat nodig zijn.

    Als Dersjant stelt dat MediaDebat faalt omdat er niet wordt gediscussieerd ‘in een digitale ruimte waar een publiek aanwezig is dat duizendvoudig veel groter is, actief kan participeren en communiceren met journalisten,’ ziet hij over het hoofd dat via een nieuwsbrief niet alleen verslagen en aankondigingen worden verspreid, maar dat via de website ook onderwerpen en meningen kunnen worden aangedragen; reacties kunnen worden geplaatst.
    De debatten worden zo mogelijk rechtstreeks uitgezonden via internet, of zijn terug te zien via bijvoorbeeld http://www.livedebat.nl, en het kanaal Politiek 24.
    Het initiatief van journalistiekstudenten om rechtstreeks verslag te doen en te ‘twitteren’ tijdens het laatste debat op 13 december j.l. en deze verslagen te plaatsen op De Nieuwe Reporter en Youtube juichen wij van harte toe. We willen in de toekomst graag met hen samenwerken.
    In De Journalist (ook de digitale versie) worden opiniestukken geplaatst waarop mensen kunnen reageren. We werken al samen met de Raad voor de Journalistiek, we gaan dat in de toekomst nog meer doen; zoals we ook op een wat andere manier samenwerken met de Nederlandse Nieuwsmonitor, zoals Dersjant al opmerkt in zijn verhaal. Met de beperkte financiele middelen die we hebben, blijven we zoeken naar mogelijkheden ook in de digitale ruimte onze plek te vinden.

    ‘Vooruit,’ stelt Dersjant, ‘laten we er voor het gemak eens van uitgaan dat discussiebijeenkomsten bijdragen tot meningsbeïnvloeding (ik twijfel daar heftig aan), dan nog is het de vraag of ze wel bijdragen aan meningsvorming in de (blijkbaar door overheid en betrokken partners) gewenste richting.’ Wij weten waarachtig niet welke richting hier wordt bedoeld. ‘Discussies kunnen immers evengoed een averechtse invloed hebben.’ MediaDebat is door de mediasector opgericht om discussies te bevorderen tussen pers en publiek, opdat media en publiek zich bewust zijn van de richting die ze gaan; niet per se om de media een bepaalde weg in te sturen.

    Enfin. Ik hoop dat deze informatie een goede aanvulling is op hetgeen Dersjant volgens eigen zeggen ondermeer via een van mijn voorgangsters had gehoord toen hij mij op een late zaterdagavond belde over de financien van MediaDebat omdat hij de volgende dag zijn opinie in De Nieuwe Reporter wilde plaatsen.

    Katrien de Klein, coordinator MediaDebat

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>