De ochtend nadat hij Nederland en zijn eigen redactie heeft verrast met de gedurfde aankondiging van een nieuwe, op jongeren gerichte krant, spreek ik Pieter Broertjes telefonisch. Ik hoor geen geknal van champagnekurken op de achtergrond. Nee, hij wil er voorlopig niets meer over kwijt, behalve dan dat hij “peace, man!” prevelend de redactie over moet om dringende vragen te beantwoorden. Het zullen vragen geweest zijn die ik hem ook had willen stellen: wat wordt het verschil tussen “V” en DAG? Hoeveel last gaat de Volkskrant hiervan krijgen? Is dit haalbaar in een tijd van verwoestende laagconjunctuur? En: hoe hard is het voornemen nu precies?
V moet het merk de Volkskrant steviger in de markt gaan zetten, maakte Broertjes in De Wereld Draait Door duidelijk. Precies dat onderwerp had centraal gestaan in een interview dat ik een dag tevoren met hem had en waarin mijn eerste vraag luidde waar het merk de Volkskrant voor staat.
Broertjes: Eén woord: kwaliteit. Wij hebben een contract met onze lezers, die verwachten dat wij journalistiek op het hoogste niveau brengen. Doordeweeks vooral met nieuws en achtergronden, in het weekend met reportages, reconstructies, interviews – soms de beste interviews die je kunt lezen in de geschreven pers.
Volgens mij zien de lezers qua concrete produkten ook een enigszins verbrokkeld merk: Hart en Ziel lijkt alleen in de verte familie van de opiniepagina, de geest van DAG strookte niet met die van de kunst- en wetenschapsbijlagen.
Het is waar, Hart en Ziel spreekt weer een andere doelgroep aan dan Het Betoog, des te beter, dan binden we een zo breed mogelijke groep aan ons. Kijk, we zijn de krant aan het heruitvinden, steeds meer gaat het ook om on-line en straks mobiel. Zelfs als we dat niet zouden willen omdat we het niet interessant vinden, móeten we meebewegen met het consumentengedrag. Dat dat verbrokkeld overkomt, is jouw observatie maar het is helemaal niet wat wij beogen. We streven een breed palet van informatie na.
Toch moet het af en toe voelen alsof je meerdere Volkskranten maakt, alsof je merk door de consumentenmarkt uiteengereten wordt…
We zitten in een spagaat tussen oudere en jongere lezersgroepen, we willen nu eenmaal dat die krant er over 20, 30 jaar ook nog is. Dan weet je, dat je online sterk moet zijn. En daar zijn we helemaal niet slecht in. De hoofdredacteur van de Wall Street Journal online zei me laatst: jullie site is echt goed, hoog niveau. Divers, alert, 24 hours 7 days in the week. Dan denk ik: kassa, dat hebben we binnen. En dat krijgt een vervolg, we moeten ook op de Iphone komen te staan, daar zetten we nu concrete stappen in. En dat alles wordt samengebonden door het begrip “kwaliteit”, door hoogstaande journalistiek.
Belangrijk is dat het totale bereik van de Volkskrant is toegenomen. We bereiken 1,7 miljoen mensen per maand via de site! Daar kan de papieren krant al niet eens meer aan tippen. Dus je moet eigenlijk al helemaal niet meer spreken over die oplagen op papier *, dat is maar één produkt van het merk…
Iets anders. Vorige week attaqueerde je Bart Brouwers, hoofdredacteur van Spits, die adverteerders tegen betaling redactionele aandacht garandeert. Letterlijk zei je dat hij “met vuur speelt”. Maar hoe consistent zijn jullie zelf? De interne ombudsman Thom Meens leverde kritiek op een verhaal over een wellness cruise, omdat de cruise van de verslaggeefster betaald werd door het organiserende bedrijf.
Zeker. Daar gingen we de mist in. Dat hebben we ook gezegd toen. Maar onder druk wordt alles vloeibaar… We zitten in een economische recessie waarin we onder druk staan. Maar ik blijf erop gespitst dat we er qua journalistieke onafhankelijkheid geen onoverzichtelijk geheel van maken. De krant kan maar één ding verliezen: zijn betrouwbaarheid en zijn integriteit.
Maar het zijn geen incidenten, ik hoor meer voorbeelden. Onlangs is een van je economieredacteuren op uitnodiging van Philips naar Moskou getogen om daar een verhaal te maken over hun nieuwe verlichtingsprodukten. Reis- en verblijfkosten voor rekening van Philips. En de lezer weet van niets…
Onafhankelijkheid zit ook in de journalist zelf. En of Philips dan een keer een reisje betaalt… Ik ben er geen liefhebber van, maar weet ook niet precies van al die 250 mensen wat ze doen. De afspraak is dat ze het niet doen en dat als het wel gebeurt – omdat het nu eenmaal zo uitkomt – dat ze dan hun eigen onafhankelijke verhaal maken.
Een verhaal over de opwindende toekomstperspectieven van Philips’ nieuwe verlichtingsprodukten…
Ik heb het verhaal niet voor de geest, maar alles wat riekt naar commerciële beinvloeding is verkeerd.
Als je twee arbeidsplaatsen opheft en uit de opbrengst alle reizen van verslaggevers zelf betaalt, ben je van het probleem af.
Dat is ook het uitgangspunt in principe, dat wij zelf onze reizen betalen. Maar valt dit nog wel binnen het bestek van dit gesprek?
We hebben het over het merk ‘de Volkskrant’ en betrouwbaarheid is onderdeel van kwaliteit. Opereert je krant op dat punt uit één stuk?
Het antwoord is ja, maar dan ga jij natuurlijk een casuïstiek opbouwen dat dat niet het geval is…
Een ander aspect van jullie merk is de signatuur. Jullie lijken nu eens elitair, dan weer populistisch, nu eens neo-liberaal dan weer progressief. Waar staan jullie?
Ik heb altijd gezegd: de Volkskrant bedient centrum-links Nederland. Dat is onze oriëntatie. Maar daarnaast hebben we een debat functie, wil ik dat we in deze verwarrende tijden een rol van betekenis spelen. Als debatpodium spelen we een rol op het hoogste niveau, en dat lukt kranten als Trouw en Het Parool, die wellicht een hechtere signatuur hebben, weer niet.
Ja, dat debat faciliteren doen jullie goed. En als de lezers willen weten waar de Volkskrant zelf staat…
Recent onderzoek van Leon de Wolff wijst uit dat 85% van onze lezers precies weet waar we staan: ze zien ons als links, progressief. Overigens kunnen ze natuurlijk ook onze commentaren lezen.
Bewegen die commentaren ook met de markt mee? Voormalig adjunct-hoofdredacteur Jan Tromp zei twee jaar geleden: “Neoliberalisme en neo-zakelijkheid zijn in de afgelopen jaren veel te serieus genomen. Wat de Volkskrant moet kenmerken, wat ons profiel moet zijn, is het belang van collectieve arrangementen en gemeenschapszin.” Dat klonk als een koerswijziging.
Zo ervaar ik dat niet. Voorzover ik van een verdienste van mezelf mag spreken, geloof ik dat ik onze krant bevrijd heb van linkse dogma’s. We staan wat minder krampachtig in de samenleving dan 15, 20 jaar geleden. Wij ontlenen onze identiteit nu veel meer aan thematieken. Over het thema ongelijke inkomens en extreme beloningen schrijven we al 25 jaar – lees het boek “Het grote graaien” van Xander van Uffelen maar. Dáár zit de ziel van de Volkskrant heel erg in. Of neem het thema “Wie deelt de lakens uit in Nederland” (de top-200 van invloedrijkste mensen)… dat heeft niets met links of rechts te maken maar wel met een betrokkenheid bij onze samenleving.
Hoe lang blijf je nog hoofdredacteur van de Volkskrant? Vorig jaar toonde je belangstelling voor de functie van voorzitter Raad van Bestuur van de Publieke Omroep.
Is dat zo? Pff… nou, dat is me vooral aangepraat, daar heb ik nooit zoveel over gezegd. Als je ergens lang zit, en er komt weer een mediabaan vrij – dan wordt er gedacht: die Broertjes zal wel een keer weg moeten of weggaan.
Deze baan heeft voorlopig je hart nog?
Zeker, je hoort hoe ik erover praat. Ik ben zeer betrokken bij de toekomst van de Volkskrant.
Wat hoop je dat je toegevoegde waarde is?
Nou, visie. Het punt op de horizon definiëren, zoveel mogelijk mensen in de reis daar naar toe meekrijgen.
In 2004 twijfelde je op dat punt. “Soms denk ik”, zei je, “misschien had er beter iemand kunnen zitten met nog veel meer visie. Daar ben ik altijd wel onzeker over.”
Daar ben ik nu juist zekerder over geworden de afgelopen jaren. Dat heeft onder andere te maken met senioriteit, je kunt beter beoordelen wat kansen en bedreigingen zijn. Ik kom net terug uit Amerika en zie dat hoofdredacteuren daar precies hetzelfde doen: overschakelen naar andere platforms, ook al weten ze dat het verdienmodel daar vele malen kleiner is dan bij de papieren krant. We hebben geen keus.
Tot slot even terug naar de toekomststrategie. Je eigen politiek commentator Hans Wansink en Warna Oosterbaan zeggen in hun nieuwe boek dat je je juist weer veel meer op die papieren krant moet concentreren. Ze vinden al die platforms maar afleiden van de eigenlijke journalistieke taak. Als ik jouw verhaal zo hoor, voeren ze een achterhoedegevecht.
Dat zijn jouw woorden. Ze hebben een mooi boek geschreven maar het is niet af. Ik kom er de dilemma’s waarvoor ik nu sta te weinig in tegen. Ze zeggen: “Maak maar een goede krant, Pieter”. Maar dat dóen we. We maken echt een veel betere krant dan vijftien jaar geleden, dat kan ik met de pagina’s erbij aantonen. Maar daarmee redden we het niet. Er moet nog een hoofdstuk bij in dat boek. Nou, dat schrijf ik dan maar, in de praktijk.
——————————————————-
* Op het eerste gezicht lijkt de oplage van de Volkskrant de laatste tien jaar een stuk sterker gedaald dan die van andere kranten. Maar oplagemanager Marcel Havelaar benadrukt desgevraagd dat de oplage van de papieren Volkskrant weliswaar sterker gezakt is dan die van andere kranten maar dat onder meer de sterke stijging van het aantal betaalde E-paper abonnementen dat verschil compenseert. En op deze E-paper abonnementen wordt een vergelijkbaar rendement als op de papieren krant behaald – de abonnementsprijs is lager maar de produktiekosten ook.
8 reacties