‘Boekenlezers zitten niet te wachten op neutraal betoog’

Het is de droom van veel journalisten: een boek schrijven. Sommigen laten het niet bij dromen: zij slagen erin een boek uitgegeven te krijgen. Wat zijn hun drijfveren? Wat zijn de verschillen met het schrijven voor de krant? En wat vindt hun werkgever ervan?

Journalisten die een boek willen schrijven, krijgen daarvoor de mogelijkheid, zo blijkt uit een rondgang langs boekschrijvende redacteuren bij Trouw, de Volkskrant en De Telegraaf. Ze moeten het dan wel in hun eigen tijd doen. Of onder werktijd, maar dan onbetaald.

Bij uitgevers worden zij doorgaans met open armen ontvangen. “Uitgeverijen kicken altijd op journalisten. Want boeken van journalisten krijgen gratis aandacht van de krant, zodat ze zelf geen dure advertenties hoeven te plaatsen.”

Wie zijn deze boekschrijvende journalisten?

Rob Pietersen, verslaggever Integratie bij Trouw, was sportverslaggever toen ex-profvoetballer Michel Boerebach zich in 2005 bij hem meldde. Boerebach had twee jaar eerder zijn twee zoontjes verloren in een auto-ongeluk en wilde samen met Pietersen een geschreven monument voor hen oprichten. Aan de hand van interviews met Boerebach en mensen uit zijn omgeving schreef Pietersen het boek ‘Nooit meer zaterdag’ dat in 2006 werd uitgegeven. Vervolgens werd Pietersen benaderd door het hoofd van een woongroep voor gehandicapten die het boek had gelezen. Of hij het dagboek van Hatice Kocyigit, een meisje met een zeldzame spierziekte, wilde bewerken. Na lezing en gesprekken met Hatice bewerkten Pietersen en Jeanet Nijeboer het dagboek tot ‘Hatice, Dagboek van een dapper meisje’ dat in 2007 uitkwam.

Joop Bouma is tien jaar onderzoeksjournalist bij Trouw. In tegenstelling tot Pietersen schreef Bouma op eigen initiatief. In 2001 publiceerde hij ‘Het rookgordijn’, over de macht van de Nederlandse tabaksindustrie en in 2006 ‘Slikken’, over de farmaceutische industrie.

Jeroen Trommelen is onderzoeksverslaggever bij de Volkskrant. Hij publiceerde in 2000 ‘Dwars door Suriname’, waarin hij de drie Guyana’s vergeleek. Daarna schreef hij ‘Handboek milieu’ dat ook in 2000 uitkwam. ‘Gifpolder Volgermeer’, dat over “zijn achtertuin” gaat en hij samen met Stephanie Kaars schreef, volgde in 2005. Zijn laatste boek is ‘Stop de broeikas’ in 2007.

René Steenhorst is 23 jaar medisch journalist voor De Telegraaf. Steenhorst stond ooit mede aan de wieg van de lokale nieuwskrant De Almare in Almere. In 1980 werd hij door uitgeverij De Europese Bibliotheek in Zaltbommel benaderd voor het boek ‘Almere, stad zonder verleden’, dat in 1981 uitkwam. Steenhorst kreeg de smaak te pakken. Met zijn collega Frits Huis schreef Steenhorst drie boeken over politici: in 1985 ‘Bij monde van Willem Drees’ en ‘Joseph Luns’. Een jaar later ‘Maarten Schakel’, over de gelijknamige politicus en verzetsman. Daarna focuste Steenhorst zich op de medische wereld. Zijn eerste boek over dit onderwerp was ‘Rebel tegen wil en dank’, de biografie van professor Smalhout. Dit boek kwam in 1992 uit. In de tien jaar die volgde schreef hij nog vijf boeken over de medische wereld (zie de bibliografie onderaan het artikel). Op 28 januari 2009 verschijnt het boek ‘Portretten uit een bewogen tijd’. Een bloemlezing van de columns van hoogleraar anesthesiologie Bob Smalhout, samengesteld en geredigeerd door Steenhorst.

Wat zijn de drijfveren om een boek te schrijven?

Het was nooit de ambitie van Pietersen om een boek te schrijven. Toch schreef hij er twee. Pietersen: “Het kwam beide keren op mijn pad. Het verhaal van Boerebach en dat van Hatice hebben me geraakt. Ik ben blij dat ik dat voor hen kon verwoorden. In de krant was er geen ruimte om hun verhaal op deze wijze naar buiten te brengen.”

Bouma onderzoekt en archiveert nauwkeurig. “Ik bewaar nogal veel. Op een gegeven moment wil ik dat materiaal en de kennis die ik in mijn onderzoek heb opgedaan omzetten in een boek.”

Bij Trommelen mondde zijn wens om een lang artikel te schrijven over Nederlands, Frans en Engels Guyana, voor Volkskrant Magazine, uit in een boek. Trommelen: “Mijn reis van twee maanden ging wel door, maar mijn verhaal kreeg uiteindelijk slechts twee pagina’s in het supplement Het Vervolg. Ik barstte van de energie om van mijn verhaal een boek te schrijven.” Trommelen nam vervolgens contact op met Uitgeverij Arena die direct geïnteresseerd was.

Steenhorst: “Er is veel waardevols dat je uiteindelijk niet in je artikelen kwijt kunt. Dat blijft in je hoofd en je archief zitten. Als je deze informatie dan in een boek kwijt kunt is dat erg prettig.” Het is plezierig om je op een bepaald onderwerp te storten en er alles van te weten. Zijn boek over de griep werd door de professor viroloog Masurel dan ook beoordeeld alsof het een proefschrift was. Als een boek af is wordt Steenhorst overmeesterd door een zintuiglijk plezier: “Als je de lijm en het verse papier van je nieuwe boek ruikt geeft dat een enorme kick. Daarbij, de krant wordt snel weggegooid, maar je boek blijft mooi op een plankje staan.”

Wat zijn de synergetische effecten tussen het schrijven van krantenartikelen en boeken?

Bouma: “De informatie die ik archiveer tijdens mijn onderzoek voor de krant kan ik benutten voor mijn boeken en omgekeerd. Omdat je over een bepaald onderwerp een boek hebt geschreven, nemen mensen met nieuws hierover contact met je op, zodat je daarover weer voor de krant kunt schrijven.” Trouw publiceerde voorpublicaties van de boeken in het supplement De Verdieping.

Trommelen noemt de voorpublicatie uit zijn boek ‘Handboek milieu’ als voorbeeld van reciprociteit. Trommelen: “Een aantal hoofdstukken heb ik ingekort en die zijn gepubliceerd in De Volkskrant.” De krant heeft interessante content en er wordt reclame gemaakt voor het boek.

Ook Pietersen is van mening dat de krant de verkoop van een boek kan bevorderen en tegelijkertijd profijt kan hebben van de content.

Steenhorst: “Tijdens het schrijven van een boek stuit je soms op allerlei nieuwtjes en soms primeurs die je weer ten goede laat komen aan de krant. Het is een kruisbestuiving. Ook wat betreft de contacten die je opdoet. Doordat je meer kennis van zaken krijgt kun je je onderwerpen beter duiden en worden je stukken in de krant inhoudelijk beter. Wat de vorm betreft: in boeken gebruik ik vaak bloemrijkere taal. Diezelfde woorden, daar betrap ik me mezelf op, gebruik ik daarna dikwijls ook in artikelen.”

Wat zijn de verschillen tussen het schrijven van een artikel en een boek?

Pietersen: “Bij artikelen heb ik altijd het gevoel dat het korter en bondiger moet. Het spannende bij het schrijven van boeken is dat het langer mag. Je moet jezelf de ruimte gunnen en dat ben je niet gewend.”

Bouma: “Bij het schrijven van artikelen moet je doseren. Als journalist schrijf je makkelijk, maar het is natuurlijk noodzakelijk lijn in je boek te houden. In een boek heb je veel meer ruimte om de nuance aan te geven. De kennis die ik voor mijn artikelen voor de krant opdeed, zonder dat ik nog wist dat ik een boek ging schrijven, kon ik tijdens het schrijven van het boek goed gebruiken. Toch begin je bij het schrijven van een boek helemaal bij nul. Het is echt iets anders dan het herschrijven van eerder gepubliceerde stukken.”

Trommelen: “Bij het schrijven van een boek word je gedwongen tot stellingname. Ik ben erachter gekomen dat je je lezers niet een heel boek kunt opzadelen met neutraliteit, zoals je dat in artikelen gewend bent. En in een boek heb je ook de ruimte om je stellingname te onderbouwen. Het schrijven van een boek is veel persoonlijker. Het kan de uitgever bijna niet persoonlijk genoeg.”

Steenhorst: “Vier, vijf alinea’s is wel het maximum van veel krantenartikelen. Je moet dus met weinig woorden, sober en zonder te overdrijven, snel effect bereiken. En dan kan het voorkomen dat er iemand van de lay-out naar je toekomt en je meedeelt dat er vanwege een extra advertentie van een kwart-pagina er 88 regels uit je artikel geschrapt moeten worden. Zo’n amputatie doet pijn. Daar heb je bij een boek bijna geen last van. Bij het schrijven van een boek kom ik langzaam op gang, terwijl ik voor sommige artikelen maar tien of vijftien minuten nodig heb.”

Wat vindt de werkgever ervan?

Beide keren dat Pietersen zijn hoofdredacteur en directe chef op de hoogte bracht van zijn plan een boek te schrijven, werd zijn idee positief ontvangen. Zolang hij het boek maar niet in werktijd zou schrijven en het niet ten koste zou gaan van zijn werk bij de krant. Bovendien nodigde Trouw hem uit aan de krant te denken voor een eventuele voorpublicatie. Als sportverslaggever moest Pietersen vaak ’s avonds naar een wedstrijd, zodat hij in die gevallen overdag aan zijn boek kon schrijven.

Bouma kreeg volledige medewerking van de hoofdredactie van Trouw. Hij vroeg en kreeg subsidie van het Fond voor Bijzondere Journalistieke Projecten www.fondsbjp.nl. Hiervoor schreven zowel zijn hoofdredacteur als zijn uitgever een aanbevelingsbrief. Per boek kreeg hij zo’n 2.500 euro. Bouma heeft voor het schrijven van zijn boeken voornamelijk gebruik gemaakt van het stuwmeer aan vakantiedagen dat hij had opgebouwd, en schreef verder aan zijn boek in de avonduren. Bij het schrijven van zijn tweede boek kreeg hij van de krant een maand betaald verlof.

Trommelen: “Ik heb de boeken in mijn vrije tijd geschreven en in de weekenden. Daarnaast heb ik na onderhandelingen met de hoofdredactie een paar weken betaald verlof gekregen. De uitgever heeft mijn activiteiten om boeken te schrijven niet gestimuleerd. Via onderhandelingen kon ik de barrières slechten. Maar dat gaat niet vanzelf. In ruil voor het betaalde verlof krijgt de Volkskrant 50 procent van de royalties van de eerste oplage. Daarnaast verkoopt de Volkskrant via de website boeken, waarmee de krant een relatief hoge marge verdient.”

Steenhorst vindt het melden van nevenactiviteiten als het schrijven van een boek aan de hoofdredactie normaal. Maar nooit stond de hoofdredactie te springen als een eigen journalist een boek schreef. Steenhorst: “Het enthousiasme daarvoor is nooit groot geweest. In de Verenigde Staten strekt het tot aanbeveling om als gespecialiseerd journalist bij een krant een boek te schrijven. Het is toch mooi dat een verslaggever niet na zijn werk op de bank gaat zitten?” Als de boeken uitkomen wordt er meestal wel een artikel voor de krant over geschreven. Maar het boek wordt bijvoorbeeld niet aanbevolen door de hoofdredactie. Wat impliciet wel gebeurt bij Amerikaanse kranten en tijdschriften. Bij zijn eerste boek liet de hoofdredactie nog doorschemeren dat ze liever zagen dat hij zijn energie in het schrijven van artikelen stak. Steenhorst werkt tijdens vakanties, weekenden en in de avonduren, als het krantenwerk gedaan is, aan zijn boek.

De Telegraaf
Op de vraag aan Paul Rijpkema, adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf, of deze krant richtlijnen heeft voor boekschrijvende journalisten liet de redactiesecretaresse weten dat hij “niet uit de school wil klappen.”

Trouw
De adjunct-hoofdredacteur van Trouw, Gerbert van Loenen, stelt dat Trouw nooit het initiatief neemt om redacteuren te vragen een boek te schrijven. Van Loenen: “Dat doen de journalisten zelf of de uitgeverijen. Trouw werkt samen met alle uitgeverijen. Niet per se met PCM-uitgeverijen. In de praktijk geven Van Gennep en Uitgeverij Kok Ten Have vaak boeken van Trouw-redacteuren uit.”

Als het werk dat een redacteur voor de krant heeft geschreven wordt gebundeld zijn alle royalties voor de krant. Van Loenen: “Het verschijnen van zo’n boek is een compliment voor een redacteur, dat niet onopgemerkt blijft bij de hoofdredactie. De redacteur is echter al gecompenseerd voor zijn verdiensten via zijn loon.” Indien het boek een mix is van werk voor de krant en daarna geproduceerd werk, dan wordt over de royalty-verdeling tussen krant en auteur onderhandeld.

Van Loenen meldt dat de krant graag redacteuren de tijd geeft om een boek te schrijven: “Peter Henk Steenhuis, werkt bijvoorbeeld de helft van de tijd op de krant, omdat hij met privéprojecten bezig is.” Van Loenen schrijft zelf ook een boek. Hij werkt al 13 maanden wat minder op de krant; eerst tachtig procent en nu negentig procent, zodat hij aan zijn boek kan schrijven over het ter discussie stellen van het leven van gehandicapten. Deze zomer komt het boek uit bij Van Gennep.

Volgens Van Loenen hebben boekschrijvende journalisten geen privilege bij Trouw: “Ze krijgen niet automatisch een prominente plaats in webshop of lezersaanbieding. De commerciële afdeling van Trouw maakt hier zelf een afweging over. Een voorpublicatie in de dagelijkse bijlage De Verdieping zit er ook niet automatisch in. Trouw-auteurs maken evenveel kans hierop als externe auteurs.” Van Loenen voegt hieraan toe dat Trouw redacteuren wel van een bepaald slag is: “Ze schrijven vaak non-fictie boeken over religie, filosofie en levensbeschouwelijke onderwerpen, die weer goed in Trouw passen.”

De Volkskrant
Lidy Nicolasen, verslaggever bij de Volkskrant in een vrijere rol, is aangesteld door de hoofdredactie om contacten tussen de journalisten en Uitgeverij J.M. Meulenhoff te onderhouden. Journalisten kunnen bij haar terecht als ze een idee hebben om een boek te schrijven, soms komt zij met ideeën bij journalisten.

Nicolasen: “De boeken die wij uitgeven, borduren in vrijwel alle gevallen voort op wat al in de krant heeft gestaan en waarvan wij denken dat het de moeite waard is er in boekvorm dieper op door te gaan. Er zijn collega’s die op basis van krantenartikelen voor andere uitgevers werken, die hebben ook toestemming van de hoofdredactie nodig. Soms krijgen mensen onbetaald verlof, soms nemen ze vakantie op. Heel vaak komt het ook voor dat het stimuleringsfonds van de krant de vervanging van deze collega’s op de redactie betaalt, zodat zij een paar maanden ongestoord kunnen werken. Dit fonds wordt beheerd door Stichting de Volkskrant, een kleine aandeelhouder van PCM.”

Indien een journalist materiaal gebruikt van de krant, vraagt de Volkskrant vijftig procent van de royalties, voor wat betreft de eerste oplage van 2.000 boeken. Boeken leveren voor de krant nog niet zo veel op. De krant verdient relatief een stuk meer door de verkoop van de boeken via de online boekhandel van de Volkskrant.

Nicolasen denkt dat journalisten/kranten steeds vaker de boekvorm zullen hanteren in de toekomst: “Mooie voorbeelden hiervan zijn Volkskrant-redacteuren die uitgegeven zijn door Meulenhoff naar aanleiding van een jaarlijks onderzoek dat ze voor de krant verrichten. Xander van Uffelen (Economie) schreef ‘Het grote graaien’ dat uitkwam in 2008; over de beloningen van het topmanagement in Nederland en Wilco Dekker (Het Vervolg) en Ben van Raaij (Kennis) schreven het boek ‘De Elite’ dat in maart 2009 zal uitkomen; over de top-200 invloedrijkste Nederlanders.

Nicolasen schreef zelf drie boeken (zie bibliografie hieronder). Haar laatste boek gaat over de op 15 januari 2009 overleden dichteres Sonja Prins. Deze biografie zal in april 2009 uitgegeven worden. Het is volgens Nicolasen toeval dat ze haar eigen boeken niet bij Meulenhoff heeft ondergebracht.

Hebben journalisten een streepje voor bij de uitgever?

Bouma: “Voor uitgevers is het werken met journalisten een vrij risicoloze onderneming. Ze hebben minder begeleiding nodig.”

Trommelen: “Als journalist kun je een coherent verhaal schrijven, je weet veel van de onderwerpen af waarover je al veel artikelen hebt geschreven. Journalisten houden zich aan deadlines en hebben weinig kapsones.” Steenhorst is het hier mee eens.

Pietersen: “Journalisten kunnen natuurlijk schrijven. Maar ik had niet het gevoel dat ik een streepje voor had.”

Nicolasen: “Uitgeverijen kicken altijd op journalisten. Want boeken van journalisten krijgen gratis aandacht van de krant, zodat ze zelf geen dure advertenties hoeven te plaatsen.”

Gaat u nog een boek schrijven?

Trommelen en Bouma sluiten niet uit nog eens een boek te schrijven. Bouma: “Het idee moet je opeens pakken en niet meer loslaten.” Voor Pietersen die nooit de ambitie had om een boek te schrijven wordt het moeilijker. Pietersen: “Nu ik meestal overdag werk en een gezin heb, wordt het schrijven van een nieuw boek lastiger. Het schrijven van een boek is niet bepaald lucratief.” Veelschrijver Steenhorst kan het niet laten. Hij was twee jaar geleden met een nieuw medisch boek begonnen, maar tussentijds werd hij ziek. Steenhorst verwacht zijn boek binnen een jaar af te kunnen ronden.

Bibliografie geïnterviewden

Joop Bouma (Trouw)
‘Het rookgordijn’, L.J. Veen, 2001
‘Slikken’, L.J. Veen, 2006.

Rob Pietersen (Trouw)
‘Nooit meer zaterdag’ Uitgeverij De Boekerij, 2006
‘Hatice, Dagboek van een dapper meisje’ samen met Jeanet Nijeboer, Uitgeverij Forum, 2007

Gerbert van Loenen (Trouw)
Boek over het ter discussie stellen van het leven van gehandicapten, Uitgeverij Van Gennep, zomer 2009

Jeroen van Trommelen (Volkskrant)
‘Dwars door Suriname’ Arena, 2000, Uitgeverij Arena uitkwam
‘Handboek milieu’ Meulenhoff, 2000
‘Gifpolder Volgermeer’ samen met Stephanie Kaars, Stichting Volgermeer Publicaties, 2005
‘Stop de broeikas’ Meulenhoff, 2007.

Lidy Nicolasen (Volkskrant)
‘Dame met hoed’ Contact, 1997
‘Van onze verslaggeefster’, Contact, 2002
Boek over Sonja Prins, Uitgeverij Bert Bakker, 15 januari 2009

René Steenhorst (De Telegraaf)
‘Almere, stad zonder verleden’ De Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1981
‘Bij monde van Willem Drees’ met Frits Huis, Het Spectrum, 1985
‘Joseph Luns’ met Frits Huis, Teleboek 1985
‘Maarten Schakel’, met Frits Huis, Teleboek 1986.
‘Rebel tegen wil en dank’ Het Spectrum, 1992
‘Medisch MisHandelen’ Het Spectrum, 1993
‘In de greep van de griep’ Het Spectrum, 1994
‘Het haperend hart’ Het Spectrum, 1995
‘Dramatische diagnoses’, Bzztôh, 1997
‘Frisse lucht’, Bzztôh, 2002,
‘Portretten uit een bewogen tijd’ redactie van Bob Smalhouts columns, Uitgeverij House of Knowledge, 28 januari 2009.

3 reacties

  1. Miriam schreef op 30 januari 2009 om 11:12

    —- Bij uitgevers worden zij doorgaans met open armen ontvangen. “Uitgeverijen kicken altijd op journalisten. Want boeken van journalisten krijgen gratis aandacht van de krant, zodat ze zelf geen dure advertenties hoeven te plaatsen.”—-

    Uhhh? En toch zijn er nog steeds mensen die denken dat “onafhankelijke journalistiek” een pleonasme is :(

  2. Nick schreef op 31 januari 2009 om 19:49

    Jammer dat met de tussenkop gesuggereerd wordt dat alleen deze journalisten boeken op hun naam hebben staan…

  3. locker schreef op 19 september 2009 om 22:00

    Het moet een bijzondere ervaring zijn om niet verschenen romans te lezen op je pc. De site boekenopener.punt.nl ( ook al van een oud-journalist ) gaat daarover. Me dunkt iets om over naar huis te schrijven.
    Geroetend,
    Locker (ps).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>