De NOS moet van het internet af!

Het nieuwsinstituut NOS was lang een noodzakelijkheid op het traditionele platform van publieke radio en televisie. Vanwege schaarste aan zenders en de duurte van de productie waren er weinig andere mogelijkheden. Voor een veelheid aan (private) nieuwsorganisaties op radio en TV was simpelweg geen plaats en geen geld. Maar met de komst van internet en nieuwe technische en goedkopere mogelijkheden om multimediaal te werken gelden deze beperkingen veel minder en is een (zichtbare) rol van de NOS op dit platform helemaal niet nodig. Sterker nog, het werkt alleen maar verstorend.

Door een veranderend mediagebruik van burgers, waarbij vooral het (mobiele) internet een steeds grotere rol speelt en ook de integratie van beeld, geluid en tekst realiteit is geworden, koos de publieke nieuwsorganisatie NOS voor een platformonafhankelijke en crossmediale koers. Begrijpelijk, want het nieuws dient het mediagebruik van de burger te volgen om een maximaal bereik te kunnen garanderen. Van Teletekst op je mobiel tot multimediale weblogs van correspondenten, het is er allemaal. Een succesvolle ommezwaai, bezien vanuit het perspectief van een publieke nieuwsorganisatie.

Maar weinigen hebben zich ooit afgevraagd of deze koers van de NOS eigenlijk wel noodzakelijk en gewenst is, gegeven de oorspronkelijke bestaansgrond van de NOS en het feit dat de nieuwsmarkt op andere platforms dan radio en televisie, nooit een dergelijk instituut nodig had. Zo is er nooit een NOS-krant geweest en ook het internet kent inmiddels een veelheid aan verschillende nieuwsbronnen waaruit men kan putten, zonder dat de NOS onmisbaar is.

Geen dominante concurrent in leven houden
Jazeker, uitgangspunt van overheidsbeleid moet zijn dat pluriform nieuws met maximaal bereik onder alle doelgroepen min of meer is gegarandeerd. Maar zolang de markt in staat is dit zelf te regelen, moet de overheid geen dominante concurrent in leven houden die de markt verstoort. Zelfs als voor de nieuwsgaring en de pluriforme kwaliteitsjournalistiek permanente ondersteuning op enig moment onontkoombaar is, dient dit te geschieden in de vorm van gerichte fondsen aan een veelheid van aanbieders of met facilitaire voorzieningen op de achtergrond, zoals ook kwetsbare cultuurdragers worden beschermd, maar niet met de financiering van één prominente medespeler die massaal gebruikers weglokt. Pluriform nieuws is namelijk nog steeds het best gediend met veel verschillende en zelfstandig opererende redacties en titels, die ieder hun eigen nieuwsselectie en nieuwsduiding gestalte geven. Juist daar zou het overheidsbeleid en de financiële steun op moeten zijn gericht.

Het is zeker waar dat met name krantenuitgevers de volledige omslag naar nieuwe media nog moeten maken. Print – ja, zelfs de gratis krant – zal in de toekomst steeds verder in belang afnemen, mede door nieuwe innovaties als het comfortabel leesbare en makkelijk actualiseerbare digitale papier, waar de kracht van het multimediale internet ook optimaal tot zijn recht zal komen. Die ontwikkeling moet worden gestimuleerd en waar nodig ondersteund. Maar op een andere manier dan de exclusieve financiering van één nieuwsorganisatie, die toevallig al bestaat bij de gratie van haar onmisbaarheid op publieke kanalen, en die wordt toegestaan haar vleugels ook elders uit te slaan.

Dienstbaar aan initiatieven van anderen
Als er al een soort NOS nodig is op het internet, dan dient deze dienstbaar te zijn aan de initiatieven van anderen, vergelijkbaar met de rol van persbureaus. Geen eigen en prominente website, geen tientallen weblogs met achtergrondinformatie, uitdieping en duiding van het nieuws en al helemaal geen reclame. En als bestaande persbureaus ook in het digitale tijdperk hun taak goed vervullen, is zelfs zo’n rol voor de NOS niet weggelegd. Dan resteert alleen de nieuwsvoorziening op publieke radio en televisie. Tenminste, ook alleen maar dan zolang onvoldoende concurrentie beschikbaar is in de vorm van digitale nieuwskanalen van marktpartijen.

Kortom: De NOS is een sterk nieuwsmerk, maar haar aanwezigheid moet altijd worden bezien in het licht van noodzakelijkheid, niet omdat het er nu eenmaal is en de nieuwsconsument overal moet volgen. Zij zou zich moeten beperken tot radio en televisie, van het internet verdwijnen of een dienstbare rol op de achtergrond spelen. En overheidssteun zou veel nadrukkelijker gericht moeten zijn op het in stand houden van de pluriforme nieuwsmarkt.

Ik vrees dat de reacties op dit artikel voorspelbaar zullen zijn en langs de lijnen van belangenbescherming lopen. Het is jammer als ook dit debat weer wordt gekaapt door oneigenlijke argumenten.

27 reacties

  1. Ik zou het een verspilling van middelen vinden als de enorme productie van de NOS op radio, televisie en teletekst niet op internet te vinden zou zijn. Zeker in Nederland, waar de publieke omroep uit algemene middelen gefinancierd wordt (en niet, zoals de BBC, uit kijk- en luistergeld, dat je niet hoeft te betalen als je geen TV en radio hebt). Iedereen betaalt ervoor, en dus moet iedereen er op zijn eigen manier toegang toe kunnen krijgen.

    Je gaat er in je betoog vanuit dat Radio, TV en internet drie totaal verschillende dingen zijn. Als je de productie van de NOS bekijkt, zijn er echter grote overlappingen te zien. Ik schat dat 90% van de online content van de NOS al op een andere manier eerder gebruikt is, of gaat worden. Nieuwsberichten van Teletekst staan online, radio- en TV-reportages worden hieraan gekoppeld.

    Een partij als PCM Uitgevers zou dit nu niet kunnen, maar het is de vraag of ze dit wel zou kunnen als de NOS zou verdwijnen. Televisie maken is duur. Om alleen voor internet een videonieuwsdienst met meer dan alleen persbureau-content op te zetten is in Nederland financieel niet haalbaar. Je moet continu actueel blijven, en dat kost heel veel tijd en mensen. En dus geld. Geld dat je niet voldoende terugziet door advertentieinkomsten.
    Je ziet niet voor niets dat de videoexperimenten van NRC en Volkskrant meer in het bijlagen-deel liggen. Filmpjes met een iets langere houdbaarheidsdatum, die dus langer bekeken worden, en meer geld kunnen opleveren.

    Waar je natuurlijk wel gelijk in hebt is de reclame. Die zie ik liever vandaag dan morgen verdwijnen van NOS.nl en de andere Publieke Omroep-kanalen.

    Je laatste alinea vind ik trouwens een zwaktebod, want het zet alle pro-NOS reacties meteen in de hoek van mensen die alleen aan hun eigen hachje denken. Ik heb geen banden met de NOS, heb die ook nooit gehad. Ik ben net als jij een nieuwsconsument, maar dan eentje die graag gebruik maakt van de diensten van de NOS.

  2. hoberion schreef op 10 januari 2009 om 12:42

    “Ik vrees dat de reacties op dit artikel voorspelbaar zullen zijn en langs de lijnen van belangenbescherming lopen. Het is jammer als ook dit debat weer wordt gekaapt door oneigenlijke argumenten. ”

    tja, ik was dit artikel aan het lezen en willen beargumenteren dat de nos een media bedrijf is wat niet beperkt zou moeten zijn door alleen radio en televisie, ik kijk voornamelijk opgenomen en internet content op mijn tv, vandaar dat ik ook graag de nos er op wil.. (uitzending gemist/journaal)

    “Pluriform nieuws is namelijk nog steeds het best gediend met veel verschillende en zelfstandig opererende redacties en titels, die ieder hun eigen nieuwsselectie en nieuwsduiding gestalte geven.”
    - als je het nieuws een beetje volgt zie je dat er steeds minder pluriform nieuws vanuit de pers komt vanwege de bezuinigingen, dit is helaas een fact of life vandaag de dag

    kijk maar eens op: http://graphicdesignr.net/papercuts/ waar de ontslagen in de US worden bijgehouden, je ziet nu al gedeelde content “content-sharing” tussen voormalig diverse kranten. Ook in nederland is een groot gedeelte van de nieuws voorziening anp/gpd knip en plakwerk

  3. Miriam van der Have schreef op 10 januari 2009 om 13:41

    Het is vreemd dat Schrama aan het eind van zijn blog zegt dat hij hoopt dat het debat niet gekaapt wordt door oneigenlijke argumenten terwijl hij daar zelf niet vies van is. Laat ik me beperken tot de vraag of de NOS op het internet hoort.

    De NOS is een omroep zonder leden en de taak van de NOS is vastgelegd in de Mediawet . Behalve het nieuws brengen -ik zou de NOS alleen nieuwsBRON willen noemen als de omroep zelf onderwerp is van nieuwsfeiten – moet de organisatie volgens de Mediawet ook andere programma’s maken. Daartoe behoren onder andere programma’s met een hoge frequentie en vaste regelmaat en programma’s met een algemeen dienstverlenend karakter. De kern van deze taken is het doelmatiger inzetten van omroepmiddelen. Dat betekent o.a. dat we er als Nederlanders mee ingestemd hebben dat we bij de publieke omroep één journaal genoeg vinden.

    Met andere woorden: de NOS is de omroep van ons allemaal. Nog niet zo lang geleden was de ether het enige medium (in de betekenis van informatiedrager) dat door de omroepen werd gebruikt. Door de komst van koperkabel en later glasvezelkabel zijn de omroepen hetzelfde medium gaan gebruiken als het internet. Dat het internet daarbij een andere communicatieprotocollen gebruikt is voor deze discussie nauwelijks van belang omdat er tegenwoordig al heel veel mensen zijn die hun ‘televisie’ ontvangen over IP. Dat geluid en beeld inmiddels belangrijke onderdelen zijn geworden van het internet is wel belangrijk. Daarmee is een niet te stuiten ontwikkeling ingezet waar bij publiceren niet meer multimediaal of crossmediaal is, maar juist medium onafhankelijk zal zijn.

    Zolang in het Mediabesluit staat dat de NOS verantwoordelijk is voor onder andere de dagelijkse nieuwsvoorziening, de parlementaire verslaggeving, de verslaggeving van nationale feest- en gedenkdagen en de actuele sportverslaggeving, zolang hoort de NOS ook op het internet thuis.

    Naar mijn mening is een groot deel van de malaise die traditionele uitgevers op dit moment ondervinden te wijten aan het te lang blijven vasthouden aan een specifiek medium. Krantenuitgevers hebben na het ineenstorten van de .com-hype de kans gehad om de beste websites van Nederland te bouwen. Dat hebben ze niet gedaan want dat zou ten koste gaan van de papieren krant. Nu de publieke omroepen inzien dat ‘omroepen’ meer is dan een televisie- of radioprogramma maken, moeten we niet gaan eisen dat ze dezelfde fouten gaan maken als de krantenuitgevers.

  4. Emile Schrama schreef op 10 januari 2009 om 15:38

    Er wordt in de reacties tot nu toe m.i. voorbij gegaan aan de principiële kant van de zaak. Ik heb mijn stelling dus niet goed genoeg uitgelegd, dan wel deze wordt verkeerd begrepen.

    Ook al lijkt het zeer vanzelfsprekend wat de NOS doet, het geschiedt vanuit de impliciete aanname dat de NOS in het nieuwe internettijdperk als uiterst zichtbare speler nog even onmisbaar is als vroeger. En dat is nu juist wat ik bestrijd. In de tijd van beperkte zenders en hoge kosten en zonder commerciële televisie viel er redelijkerwijs niets anders te organiseren dan één organisatie die het nieuws bracht op radio en televisie.

    Als het principe zou kloppen dat de NOS altijd en overal DE nieuwsorganisatie moet zijn, waarom is er dan nooit een NOS krant geweest? Ik denk dat u het antwoord wel weet, er zijn immers genoeg andere titels. Op het internet is het niet veel anders. Ook daar is een groeiend aantal titels, waarbij het maken van multimediale producties sterk in opkomst is, die gemakkelijker en goedkoper kunnen worden gemaakt. Waarom moet de overheid dan één (dominante) speler exclusief financieren en toestaan zich te profileren, als de internetnieuwsmarkt dit kennelijk zelf wel aan kan? Het verstoort de initiatieven van anderen, die opereren in een nieuwe markt die volop kansen biedt en die al gauw zal leiden tot eenzelfde mate van pluriformiteit (of nog veel groter) als in de krantenwereld.

    Zelfs als er ondersteuning nodig is en de NOS daarin een speler moet zijn, dan kunnen hun producties “embedded” worden ingezet door andere nieuwsaanbieders, zonder dat de NOS zelf prominent aanwezig is op het internet. Plurirformiteit wordt echt het best gediend met meerdere onafhankelijke titels die het nieuws ieder op eigen wijze selecteren en duiden.

    Het is in grote mate vergelijkbaar met diensten en (staats)bedrijven waar de overheid vroeger een monopolie bezat,maar die zich op den duur uitstekend bleken te lenen voor een vrije markt en privatisering.

    Wat betreft de kritiek op de laatste alinea van mijn artikel. Het was niet anders bedoeld dan de hoop uitspreken dat noch de NOS, noch de kranten hun reactie langs de lijnen van belangenbescherming zouden laten lopen. Dat dit verwacht kan worden is niet zo raar, gegeven de recente discussie tussen kranten en publieke omroep inzake de reclamebestedingen.

  5. Pingback: NOS overbodig op internet? | Bakkel dot com

  6. Emile Schrama schreef op 10 januari 2009 om 16:50

    Hier nog wat links inzake de ontwikkeling van digitaal papier en de doorbraak met kleur en binnenkort zelfs video. Boeken, kranten,tijdschriften zijn binnen een paar jaar in de oude vorm verdwenen (zei hij wellicht iets te optimistisch) en geïntegreerd met de
    mogelijkheid van internet.

    http://www.youtube.com/watch?v=oq_2LiTxhls

    http://www.baekdal.com/future/Products/epaper-future/

    http://www.treehugger.com/files/2008/10/epaper-research-will-bring-full-color-interactive-digital-newspapers.php

    http://www.youtube.com/watch?v=k6bkmPjVF-k&eurl=http://www.extendlimits.nl/index.php/2008/10/19/plastic-logic-next-gen-e-paper/&feature=player_embedded

  7. Bert Kok schreef op 10 januari 2009 om 18:01

    Emile heeft hier best een punt, vind ik. Van mij hoeft de NOS niet van internet af. Het gebruik van websites ter ondersteuning van radio- en tv-programma’s is prima. Maar de NOS heeft zich bijvoorbeeld als doel gesteld om Nu.nl als de nummer 1 nieuwssite van die plaats te verdringen. En dat vind ik toch een beetje vreemd, het beconcurreren van de particuliere mediasector met belastinggeld. Het is niet voor niets dat hierover binnen de EU een behoorlijke discussie gaande is.

  8. Je moet de Publieke Omroep en dus ook de NOS beoordelen op de taak zie vervuld moet worden. Die taak is natuurlijk platformonafhankelijk. Als we met zijn allen vinden dat er een publieke omroep moet zijn, dan moet die er ook altijd en overal en via elk apparaat zijn. Als onafhankelijke publieke nieuwsvoorziening belangrijk wordt gevonden (dat is kennelijk zo want anders was het systeem er niet meer), dan ook op internet. En als je vindt dat het systeem van een publieke omroep niet van deze tijd is, hef het dan overal op. Ik zou daar geen voorstander van zijn omdat de publieke omroep mij veel waarde biedt die ik ergens anders niet krijg en die volgens mij belangrijk is. Maar dat is een andere kwestie.

  9. Arnoud schreef op 10 januari 2009 om 19:34

    Emile: Welk probleem de NOS nu precies veroorzaakt door op het internet actief te zijn wordt mij niet duidelijk. Verstoren zij de markt? Daar zou ik dan wel wat meer onderbouwing voor willen zien: op welke wijze lijden andere partijen daar dan precies onder en als dat al aangetoond zwordt: zijn marktpartijen dan niet mans genoeg om naar de NMA of de Europese Commissie te stappen om een klacht in te dienen? En daarnaast wordt het mij niet duidelijk welke andere partijen (die nu blijkbaar marktpartijen zijn) opeens in aanmerking zouden willen c.q. moeten komen van overheidssteun.

    Het zou inderdaad jammer zijn als dit debat gekaapt wordt door oneigenlijke argumenten. Het zou nog jammer zijn als er argumenten gebruikt worden die totaal niet onderbouwd worden, zoals jij nu doet.

  10. Laurens schreef op 10 januari 2009 om 20:40

    Principieel ben ik het hier wel mee eens. Maar praktisch is er weinig aan de hand.
    Principieel zou je nog verder kunnen gaan: De NOS, nee de hele publieke omroep, moet ook van tv en radio af! Wat is er nog legitiem aan een bestel gebaseerd op schaarste en verdeling op basis van geloofovertuiging en lidmaatschap? En daarbinnen nog weer partijen als de IKON, RVU en NPS die zelfs dáár niet aan voldoen!
    Maar ook hier is er praktisch geen probleem, publieke omroepen maken mooie dingen, en doen niemand kwaad. Van mij hoeven ze dus niet van tv en radio af, daar is ‘t nu te laat voor.

  11. Emile Schrama schreef op 10 januari 2009 om 22:55

    In antwoord op de vragen en opmerkingen nog maar eens op een andere manier geprobeerd. En gezien het sterke merk NOS is mijn stelling ongetwijfeld impopulair,maar dat maakt de discussie m.i. niet minder principieel.

    Ten eerste:
    Niemand geeft antwoord op de vraag waarom er in krantenland geen NOS krant is.

    Ten tweede:
    De krant, in zijn papieren vorm, zal gaan verdwijnen. De ontwikkelingen met het digitale papier (of e-paper) gaan razendsnel. Kijk maar eens naar de 4 links die ik in een van de reacties heb gegeven, bekijk de filmpjes. Het duurt niet lang meer of op e-paper zullen tekst, audio en video volledig geïntegreerd zijn, terwijl continue update via internet ook een feit zal zijn. De huidige krantenuitgeverijen zullen zich meer en meer (moeten) omvormen tot multimediabedrijven, die het nieuws brengen op een wijze die je nu al ziet op krantenwebsites. Een en ander wordt geholpen door het feit dat multimediale journalistiek veel gemakkelijker en goedkoper is (te realiseren) dan in vroeger tijden, waarbij ook de multimediale journalist in opkomst is. En of het nu op de PC, op het mobielltje of op het e-paper is, de mogelijkheden van internet zullen een absolute sleutelrol vervullen. Overigens zal niet alleen de papieren krant verdwijnen,maar ook het papieren tijdschrift en boek. Nieuwe technische mogelijkheden zullen dit bespoedigen, waarbij overigens ook de PC en het e-paper naar elkaar zullen toegroeien en nieuwe mengvormen het licht zullen zien. Het scherm van de toekomst- zuinig, flexibel, goedkoop, in alle formaten beschikbaar – zal multi-inzetbaar zijn en verschillende functies ondersteunen.

    De oorspronkelijke bestaansgrond van de NOS (ik heb het uitsluitend over de nieuwsfunctie!)had te maken met de schaars beschikbare capaciteit op radio en TV en met niets anders. De taakopvatting is weliswaar opgerekt in de loop der tijd (platformonafhankelijk) vanwege nieuwe technische mogelijkheden, maar daar is eigenlijk geen goede onderbouwing voor. Misschien nog wel in dit stadium – we leven immers in een overgangstijdperk, waarin de multimediale integratie en de overgang naar moderne multimediabedrijven nog niet is afgerond – maar op enig moment zal zich een nieuw evenwicht voordoen, waarbij de nieuwsvoorziening door veel verschillende partijen op een min of meer zelfde wijze wordt gerealiseerd. Daarbij zal, net als in de krantenwereld nu, ruim voldoende pluriformiteit zijn gewaarborgd, zonder dat de overheid hoeft te zorgen voor een cruciale aanvulling in de vorm van een eigen organisatie. Natuurlijk kun je uit politieke overwegingen blijven kiezen voor een publieke nieuwsorganisatie, maar echt nodig is die niet, net zo min als die nodig was en is in de (huidige) krantenwereld.

    Ten derde:
    Iemand vraagt zich af of er sprake is van verstoring van de markt. Het antwoord is “ja”. In dit artikel – http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/2198/Oneerlijke_concurrentie_schaadt_kwaliteitskrant – wordt daar al op gezinspeeld en in de discussie die erna in de mediawereld volgde, werd dit nog eens bevestigd. De websites van de NOS trekken massaal bezoekers weg bij de websites van de kranten. Deze verstoring zal ook in het nieuwe tijdperk aanwezig blijven, tenminste zolang de overheid nog miljoenen blijft steken in het voortbestaan van een publieke nieuwsorganisatie, die zich zichtbaar en overal presenteert.

    Tot slot: in een aantal reacties wordt ook over de overige publieke omroeptaken gesproken, maar dit artikel handelt uitsluitend over de nieuwsfunctie.
    En ook: Ik heb niets tegen de NOS, maar er moet serieus worden nagedacht over de vraag of de NOS in het nieuwe mediatijdperk nog wel zo’n cruciale rol heeft. Niet meer en niet minder. En het antwoord moet niet te snel worden gegeven. Revolutionaire veranderingen roepen die fundamentele vraag op. Daar past een ‘open mind’ bij en een goed en diepgaand debat. Bestaande posities moeten daarbij niet als vanzelfsprekend uitgangspunt dienen.

  12. Of de Nos wel of niet op Internet mag opereren is een interessante maar theoretische discussie. Wat mij vooral zorgen baart is dat het Nos-nieuws met 430 van overheidswege bekostigd journalisten zo adembenemend middelmatig is. Noem eens een briljante journalistieke productie van een van die 430 man, op radio, tv, of internet?

  13. Miriam van der Have schreef op 11 januari 2009 om 00:26

    “Niemand geeft antwoord op de vraag waarom er in krantenland geen NOS krant is”

    Je uitgangspunt is verkeerd. Je had moeten vragen welke organisatie er binnen krantenland is die een soortgelijke rol speelt als de NOS in krantenland.

    Dat was het ANP. Voor de verkoop van de aandelen waren het een aantal krantenuitgevers die eigenaar waren van het ANP. Net als de NOS dat doet voor de publieke omroepen zorgde het ANP dat de budgetten van de aangesloten

  14. Miriam van der Have schreef op 11 januari 2009 om 01:21

    Oeps, dat ging even mis… Hier mijn volledige bijdrage:

    “Niemand geeft antwoord op de vraag waarom er in krantenland geen NOS krant is”

    Het antwoord is de Staatscourant. Net als de NOS is ook het bestaansrecht van de Staatscourant vastgelegd in de Nederlandse wet. Ok, ik vermoed dat jij iets anders bedoelt met NOS krant, maar dat is dan ook de reden waarom ik schreef dat je niet vies bent van oneigenlijke argumenten.

    Je gaat telkens opnieuw uit van de NOS als zelfstandig bedrijf dat kan doen en laten wat het wil en dat we het daarom maar vreemd moeten vinden dat de NOS geen krant uitgeeft. Maar de NOS bestaat omdat de omroep in de Mediawet is gedefinieerd. Zoals ik eerder al schreef: het medium van de omroepen beperkt zich niet tot de ether, maar radio en televisie laten zich nu eenmaal slecht vastleggen op papier zodat er geen krant door de NOS wordt gepubliceerd. Maar als rtv wel op papier zou blijven plakken zou de NOS vast en zeker ook op papier hebben gepubliceerd.

    Maar eigenlijk heb je de verkeerde vraag hebt gesteld. Je had beter kunnen vragen welke organisatie een soortgelijke rol als de NOS voor de kranten heeft gespeeld.

    Dat was het ANP.

    Het ANP is opgericht door een aantal krantenuitgevers om, net als de NOS doet bij de publieke omroepen, het geld van de krantenuitgevers zo doelmatig mogelijk te besteden.

    Juist omdat je zo op die NOS krant zit te hameren en je verhaal koppelt aan allerlei filmpjes over ereaders, wek je op zijn minst de indruk dat je de activiteiten van de NOS op het internet vooral als een probleem voor de kranten ziet. Als dat zo is dan heb je uit het oog verloren dat een niet onbelangrijk deel van de Nederlandse kranten eigendom is van niet commerciële instellingen. Hoewel de vergelijking op andere punten niet opgaat, kun je die stichtingen vergelijken met de publieke omroepen en de aandeelhouders van de andere kranten met de commerciële omroepen.

    Eigenlijk is er dus niet eens zo heel veel verschil tussen de krantenwereld en de omroepwereld.

    PS. Wat zou je eigenlijk willen doen met Radio Nederland Wereldomroep, de internationale publieke omroep die eigendom is van de Nederlandse Staat?

    PPS. Als we toch met links aan het strooien zijn: adobe.tv is de moeite van het bekijken waard. Een softwareuitgever die vrijwel ongemerkt zijn eigen omroepkanaal op het internet opzet. Dat gebeurt terwijl de traditionele uitgevers zitten te klagen over oneerlijke concurrentie door omroepen in plaats van zelf iets nieuws te verzinnen.

  15. Als de NOS dan vanuit de algemene middelen producties maakt, zouden die rechtenvrij moeten worden neergezet, zodat iedereen met dit materiaal kan gaan werken…

  16. @Bert Kok, wat je zegt klopt deels, maar: Maar wat als NOS.nl die drang niet had? Dan zal je minder snel ontwikkeling zien in de online initiatieven. En dan blijft men achterlopen en is het alsnog niet goed. Ik ben zeer te spreken over de initiatieven die de NOS online brengt met schaatsen, voetbal en de olympische spelen en iets als de mobiele applicatie.

  17. Emile Schrama schrijft: “In de tijd van beperkte zenders en hoge kosten en zonder commerciële televisie viel er redelijkerwijs niets anders te organiseren dan één organisatie die het nieuws bracht op radio en televisie.” Waarmee hij laat blijken de (omroep)geschiedenis niet te kennen.

    Juist de private omroepverenigingen hebben decennia lang geprobeerd de NOS klein te houden ten gunste van hun eigen actualiteitenrubrieken. Het Journaal mocht in het begin niet eens nieuws brengen.

    En de krantenwereld heeft het al sinds de jaren vijftig over concurrentievervalsing van m.n. televisie. Dit debat heeft dus niets met internet te maken, maar met wat je privaat of publiek wilt financieren.

    Persoonlijk ben ik erg blij dat er een publiek gefinancierde nieuwsorganisatie bestaat en we niet allemaal afhankelijk zijn van briljante marktpartijen als Nu.nl, Spits of Metro.

  18. Ik heb wel eens scherpere ‘aanvallen’ op de NOS gelezen, maar feit blijft dat de NPO een veel te breed, monsterachtig concept is geworden, waarbinnen zelfs GeenStijl (PowNed) en PON een gokje gaan wagen. Het feit dát ze dat doen geeft het totale faillisement van het NPO-concept aan. Lang leve het BBC-model! Weg met de STER! Weg met de omroepen!

  19. Wat mij vaak opvalt aan deze discussie is dat er vaak wordt geconstateerd dat de Publieke Omroep ‘marktverstorend’ zou werken, en dat dat DUS slecht is. Men gaat er kennelijk vanuit dat de markt een heilig mechanisme is dat niet verstoord mag worden, hoogstens mag er worden ingegrepen als de markt niet goed blijkt te werken.

    Dat is natuurlijk niet per definitie zo, maar een keuze die je als samenleving kunt maken. Als je een onafhankelijk publiek domein van waarde acht, dan kun je dat collectief financieren – ongeacht de invloed daarvan op de markt. We zeggen toch ook niet bij voorbaat: het nationale leger verstoort de markt voor huurlingen, dus dat is oneerlijke concurrentie. Of (in ieder geval tot nog toe): de aow-premie verstoort de markt voor commerciele pensioenfondsen? Het is wat mij betreft dus niet bij voorbaat een discussie over ‘marktverstoring’ maar over waar je al dan niet maatschappelijke taken collectief wilt organiseren, volgens een niet-commerciele maar maatschappelijke logica.

    Een onafhankelijk publiek domein is voor mij van grote waarde, en daarom hoort de publieke omroep (of een andere vorm van publieke mediadiensten) dus op ook op internet thuis.

  20. Bert Kok schreef op 13 januari 2009 om 11:23

    @Stef van der Linden: mee eens, de NOS moet niet gaan achterlopen op internet. Maar moet je gaan voorop lopen door nog een dunnetjes te gaan overdoen wat al zoveel op internet gebeurt, namelijk het algemene nieuws brengen? Dat is toch zonde van al dat belastinggeld? Laat de NOS investeren in interactie met kijkers en luisteraars (ja, ja, dat gebeurt ook al maar kan nog veel beter) en op internet de content brengen die niet of nauwelijks door de particuliere mediabedrijven wordt gebracht.

  21. @Martijn. Goed punt, interessante vergelijkingen. Jouw ‘pleidooi’ voor een publiek domein in de media onderschrijf ik, op voorwaarde dat het dan ook écht publiek is en geen opgetuigde kermis waarin dubieuze omroepen van twee walletjes eten (en de markt daarmee wél verstoren!). Enfin: het BBC-model, dus…

  22. Martijn, beetje jammer, dat ‘heilig’, begint helaas mode te worden om mensen met een andere mening bij voorbaat te associëren met religieuze zeloten.

    En je haalt nu toch twee dingen door elkaar. De klacht dat de publieke omroep marktverstorend is, heeft geen betrekking op de informatie die ze verstrekt, maar op de commerciële activiteiten die ze met behulp van belastinggeld ontplooit. Niemand in Nederland, een enkele verdwaalde libertariër uitgezonderd, pleit voor een Ayn Rand-achtige samenleving zonder publiek domein. Maar een level playing field zou wel fijn zijn.

    Dat is er nu niet. De STER drukt de prijzen van commercials, want ze hoeft immers niet de hoofdprijs te vragen aangezien een deel van de PO-begroting door de overheid wordt gedekt. Dat is concurrentievervalsing, die ook nog eens tot kaalslag leidt bij de commerciëlen, want geld dat ze niet binnenkrijgen, kunnen ze niet uitgeven aan producten als RTL Nieuws. En hetzelfde geëmmer krijgen we over een paar jaar op internet, want ook op webvertising-gebied is de STER steeds actiever. (En nadat ze de markt hebben verpest, kan Den Haag vervolgens claimen dat – zie je wel! – goede journalistiek niet gedijt in een commerciële omgeving.)

    Het subsidiëren van adverteerders noch het pesten van commerciële mediabedrijven lijkt me een taak van Hilversum (toch?).

    Dus: publieke omroep prima, graag zelfs, ik ben niet voor niets van eentje lid. Maar weg met die advertenties. Ik zie op minvws.nl toch ook geen banners van Pfizer, MSD of Sanofi-Aventis?

    (Je AOW-voorbeeld is overigens wat ongelukkig gekozen aangezien die regeling voor iedere Nederlander geldt (muv degenen die langere tijd in het buitenland verblijven). AOW is een overheidsmonopolie. Pensioenconcurrentie vindt plaats voor het plusgedeelte, muv clubs als het ABP, maar dat wordt een beetje een threadjack :-))

  23. @Arjan: je maakt een goed punt natuurlijk. Misschien was ik iets te kort door de bocht. Maar de conclusie luidt dan mijns inziens niet: de NOS moet van internet af, maar er moet wellicht nog eens goed nagedacht worden over de financiering van het publieke bestel.

    Al heb je ook bij een reclamevrije PO nog kans dat dat als marktverstoring wordt gezien, immers de eyeballs van een bezoeker aan een publieke omroepsite kunnen niet nogmaals verkocht worden door een commerciele jongen.

    PS: en de vrije markt is voor sommigen adepten echt een religieus dogma hoor.

  24. @Martijn Eens, in de oplossing van Emile kan ik me ook niet vinden. Aan het eyeballs-argument dat je aanvoert had ik niet aan gedacht, maar dat is inderdaad ook een vorm van marktverstoring. Ik heb klanten die hun vakinformatietitels onder druk zagen komen staan omdat de overheid zeer uitgebreide informatiesites ging opzetten. Dat gebeurde niet op journalistieke basis – de betreffende ambtenaren hadden een ‘voorlichtings’opdracht – maar bracht wel journalistieke banen – in het bedrijfsleven – in gevaar. Het bedrijfsleven is niet – eh – heilig, maar de overheid ook niet altijd onpartijdig/belangeloos. Het is prettig voor een minister, maar slecht voor een democratie als alleen de overheid het zich nog kan veroorloven om over zichzelf ‘verslag’ te doen.

    Dergelijke problemen zou je kunnen oplossen door, net als in de VS, alles wat met overheidsgeld is geproduceerd, toe te laten vallen aan het publieke domein. Dan kunnen burgers of bedrijven het hergebruiken, resamplen of wat dan ook binnen hun eigen producties en hun formatiecapaciteit inzetten voor het creëren van meerwaarde ipv het dunnetjes moeten overdoen wat de overheid al heeft gedaan. Is overigens wel een lastige discussie, want sommige informatie MOET gewoon openbaar/gratis zijn, zie de zeer recente rechtszaak over de NEN-normeringen. Dan zit je al wel een eindje bij journalistiek uit de buurt.

    Re dogma: je zult vast mensen hebben die onwrikbaar zijn in hun overtuigingen, maar die zijn niet te verwarren met mensen die een bepaalde mening hebben omdat er veel argumenten vóór zijn, maar niettemin wel openstaan voor contra-argumenten. Mijn opmerking over religie ging erover dat er, zeker sinds de kredietcrisis (die overigens is ontstaan in een van de _minst_ vrije en _meest_ gereguleerde sectoren van de markt: centrale banken met hun rente-instrument, bankvergunningen, AFM-achtige instanties, IFRS-regels, etc), een sfeertje ontstaat dat iedereen die nu nog een argument ten faveure van de vrije markt naar voren brengt – en daar zijn er vele van – bij voorbaat als een rare snuiter van de categorie ‘creationist’ wordt weggezet. Religieuze kwalificaties zijn retorisch sterke instrumenten, maar sluiten op hun eigen manier discussie uit. Dat vind ik dan weer jammer.

  25. Pingback: elger – Kortzichtige meningen over de NOS

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>