Het nieuwsinstituut NOS was lang een noodzakelijkheid op het traditionele platform van publieke radio en televisie. Vanwege schaarste aan zenders en de duurte van de productie waren er weinig andere mogelijkheden. Voor een veelheid aan (private) nieuwsorganisaties op radio en TV was simpelweg geen plaats en geen geld. Maar met de komst van internet en nieuwe technische en goedkopere mogelijkheden om multimediaal te werken gelden deze beperkingen veel minder en is een (zichtbare) rol van de NOS op dit platform helemaal niet nodig. Sterker nog, het werkt alleen maar verstorend.
Door een veranderend mediagebruik van burgers, waarbij vooral het (mobiele) internet een steeds grotere rol speelt en ook de integratie van beeld, geluid en tekst realiteit is geworden, koos de publieke nieuwsorganisatie NOS voor een platformonafhankelijke en crossmediale koers. Begrijpelijk, want het nieuws dient het mediagebruik van de burger te volgen om een maximaal bereik te kunnen garanderen. Van Teletekst op je mobiel tot multimediale weblogs van correspondenten, het is er allemaal. Een succesvolle ommezwaai, bezien vanuit het perspectief van een publieke nieuwsorganisatie.
Maar weinigen hebben zich ooit afgevraagd of deze koers van de NOS eigenlijk wel noodzakelijk en gewenst is, gegeven de oorspronkelijke bestaansgrond van de NOS en het feit dat de nieuwsmarkt op andere platforms dan radio en televisie, nooit een dergelijk instituut nodig had. Zo is er nooit een NOS-krant geweest en ook het internet kent inmiddels een veelheid aan verschillende nieuwsbronnen waaruit men kan putten, zonder dat de NOS onmisbaar is.
Geen dominante concurrent in leven houden
Jazeker, uitgangspunt van overheidsbeleid moet zijn dat pluriform nieuws met maximaal bereik onder alle doelgroepen min of meer is gegarandeerd. Maar zolang de markt in staat is dit zelf te regelen, moet de overheid geen dominante concurrent in leven houden die de markt verstoort. Zelfs als voor de nieuwsgaring en de pluriforme kwaliteitsjournalistiek permanente ondersteuning op enig moment onontkoombaar is, dient dit te geschieden in de vorm van gerichte fondsen aan een veelheid van aanbieders of met facilitaire voorzieningen op de achtergrond, zoals ook kwetsbare cultuurdragers worden beschermd, maar niet met de financiering van één prominente medespeler die massaal gebruikers weglokt. Pluriform nieuws is namelijk nog steeds het best gediend met veel verschillende en zelfstandig opererende redacties en titels, die ieder hun eigen nieuwsselectie en nieuwsduiding gestalte geven. Juist daar zou het overheidsbeleid en de financiële steun op moeten zijn gericht.
Het is zeker waar dat met name krantenuitgevers de volledige omslag naar nieuwe media nog moeten maken. Print – ja, zelfs de gratis krant – zal in de toekomst steeds verder in belang afnemen, mede door nieuwe innovaties als het comfortabel leesbare en makkelijk actualiseerbare digitale papier, waar de kracht van het multimediale internet ook optimaal tot zijn recht zal komen. Die ontwikkeling moet worden gestimuleerd en waar nodig ondersteund. Maar op een andere manier dan de exclusieve financiering van één nieuwsorganisatie, die toevallig al bestaat bij de gratie van haar onmisbaarheid op publieke kanalen, en die wordt toegestaan haar vleugels ook elders uit te slaan.
Dienstbaar aan initiatieven van anderen
Als er al een soort NOS nodig is op het internet, dan dient deze dienstbaar te zijn aan de initiatieven van anderen, vergelijkbaar met de rol van persbureaus. Geen eigen en prominente website, geen tientallen weblogs met achtergrondinformatie, uitdieping en duiding van het nieuws en al helemaal geen reclame. En als bestaande persbureaus ook in het digitale tijdperk hun taak goed vervullen, is zelfs zo’n rol voor de NOS niet weggelegd. Dan resteert alleen de nieuwsvoorziening op publieke radio en televisie. Tenminste, ook alleen maar dan zolang onvoldoende concurrentie beschikbaar is in de vorm van digitale nieuwskanalen van marktpartijen.
Kortom: De NOS is een sterk nieuwsmerk, maar haar aanwezigheid moet altijd worden bezien in het licht van noodzakelijkheid, niet omdat het er nu eenmaal is en de nieuwsconsument overal moet volgen. Zij zou zich moeten beperken tot radio en televisie, van het internet verdwijnen of een dienstbare rol op de achtergrond spelen. En overheidssteun zou veel nadrukkelijker gericht moeten zijn op het in stand houden van de pluriforme nieuwsmarkt.
Ik vrees dat de reacties op dit artikel voorspelbaar zullen zijn en langs de lijnen van belangenbescherming lopen. Het is jammer als ook dit debat weer wordt gekaapt door oneigenlijke argumenten.
27 reacties