Wat is er mis met persbureaukopij?

Kees Buijs, onderzoeker van het Katholiek Instituut voor de Massamedia (KIM) en voormalig redacteur van De Gelderlander, maakt in zijn artikel op basis van een onderzoek naar de bronnen van binnenlandse berichtgeving in Nederlandse dagbladen een reeks storende fouten.

In navolging van een Brits onderzoek en het boek Flat Earth News van Nick Davies concludeert Buijs dat ook Nederlandse krantenredacties zich schuldig maken aan churnalism: het onbewerkt en ongecontroleerd doorgeven van berichten van persbureaus, ondernemingen en belangenpartijen.

Het is volgens hem wel “minder dramatisch” dan in de Britse pers. Maar het aandeel van dit soort “voorverpakte” informatie is groot. “Van de 132 berichten waarvan we de bronnen zo goed mogelijk hebben opgespoord, blijkt 52 procent geheel of gedeeltelijk te bestaan uit persbureaukopij e.d.”

Wat is daar dan mis mee?
Buijs neemt kennelijk aan dat er bij persbureaus ongecontroleerd pr-achtige stukjes worden rondgepompt. De twee grootste persbureaus, ANP en GPD, zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de binnenlandse berichtgeving in de media. Zij hebben gezamenlijk meer dan 150 redacteuren in dienst die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren. En dat doen ze door ruw aangeleverd of kant en klaar materiaal te checken, zoals ook kwaliteitsredacties van andere media dat doen.

In zijn zoektocht naar een dramatisch voorbeeld van churnalism maakt Buijs een nog grotere fout. Volgens hem is dagblad De Gelderlander het slachtoffer van rondgepompte en niet gecheckte informatie. “(… ) die in zijn bovenregionale berichtgeving noodgedwongen geheel afhankelijk is geworden van ANP, GPD en de centrale redactie van Wegener nieuwsmedia dagelijks kant en klaar aanleveren. In de bovenregionale berichtgeving van deze krant- en van vrijwel alle andere regionale kranten in Nederland- is churnalism (…) op redacties min of meer praktijk geworden.”

Krachtige conclusie. Doet het, ongecheckt, ook goed als oneliner en is een staaltje van churnalism van de hand van Buijs.

Hij laat om onduidelijke redenen informatie achter en presenteert een voorverpakt statement.

De Gelderlander en bijna alle regionale kranten nemen niet “noodgedwongen” kopij af van de GPD, maar doen dat al jarenlang uit eigen vrije wil. Zoals Buijs weet is de nieuwsgaring van deze kranten deels gedelegeerd aan de GPD. Rondom de nieuwsgaring is een intensief en inhoudelijk overleg georganiseerd met elke aangesloten redactie van deze kranten.

Van onderwerp tot onderwerp, van dag tot dag, van week tot week, van maand tot maand. De GPD is geen klassiek persbureau maar een vooruitgeschoven redactie van de regionale dagbladen. De GPD-productie bestaat ook nog eens voor meer dan de helft uit nieuwsberichten van de aangesloten kranten.

De onderzoeksresultaten van Buijs zijn helaas niet te checken omdat hij alle details pas op 12 februari openbaart. Pijnlijker is dat hij zijn feiten niet bij de bron controleerde. Buijs heeft niet gebeld.

5 reacties

  1. Miriam van der Have schreef op 22 januari 2009 om 19:29

    Ik vraag me af of Marcel van Lingen een hekel heeft aan Sacha de Boer omdat ze bijna iedere avond zoveel rottigheid op de buis vertelt.

  2. KEES BUIJS schreef op 23 januari 2009 om 18:55

    Marcel van Lingen slaat met zijn kritiek op mijn artikel de plank mis. De “reeks storende fouten” die hij mij aanwrijft, blijkt te bestaan uit welgeteld twee punten, waarvan het ene is terug te voeren op begripsverwarring en het andere op zijn frivole interpretatie van een stukje persgeschiedenis.

    Het onderzoek is zoals gemeld een inhoudsanalytische verkenning van de brontransparantie van en in binnenlandberichten in vier dagbladen, en van het aandeel hierin van voorverpakte informatie van persbureaus e.d. Ondanks de beperkte opzet van het onderzoek levert het voor het eerst in Nederland cijfers op aan de hand waarvan we een paar – voorlopige – conclusies trekken over de (on)afhankelijkheid van dagbladredacties van andere nieuwsleveranciers. Dit is niet hetzelfde als het geven van een oordeel over de kwaliteit van persbureaukopij. Daarvoor is ander onderzoek nodig. Van Lingen hoeft dus niet reikhalzend uit te zien naar een rapportcijfer voor zijn GPD in het nog te publiceren onderzoeksverslag, want dat staat er niet in.

    Wel gaan we in een afsluitende paragraaf in op de vraag of onze cijfers net als die van Lewis wijzen op sporen van lopendebandjournalistiek, door Davies provocerend gemunt als churnalism. Wij hebben die sporen op basis van de kwalitatieve vergelijking van gepubliceerde artikelen met de beschikbare voorverpakte informatie van ANP, GPD, persberichten, andere media en centrale Wegenerredactie aangetroffen in de binnenlandberichtgeving van De Gelderlander. Deze krant is hierin geen uitzondering, aangezien werkwijze en organisatie op het vlak van bovenregionale berichtgeving overeenkomen met die van andere regionale dagbladen, aangesloten bij de GPD. De binnenlandberichtgeving in deze kranten komt tot stand in een keten – of beter: een web – van productie en reproductie van nieuws, dat de afnemers uiteindelijk wordt aangeleverd in kant en klare pakketten. Doorslaggevend voor onze keus deze journalistieke praktijk te bestempelen als churnalism is de vaststelling dat dagbladredacties die dit nieuws in hun krant en op hun websites zetten, er maar op moeten vertrouwen dat andere nieuwsleveranciers bij de productie of de verpakking de feiten hebben gecontroleerd, aangezien ze daar zelf niet meer aan toe komen. We gebruiken deze term om dit specifieke nieuwsproces te typeren, niet om een schuldige aan te wijzen of één schakel in het productieproces te diskwalificeren. Was het maar zo simpel.
    In onze interpretatie van churnalism blijven we dicht bij de beschrijving in Lewis’ onderzoeksartikel. Davies wil er in zijn sweeping statements wel eens meer dan één betekenis aan geven. Mogelijk heeft deze begripsverwarring Van Lingen parten gespeeld.

    Zijn tweede kritiekpunt betreft de ‘noodgedwongen’ afhankelijkheid van de GPD. Door deze kwalificatie te scharen onder de ‘reeks storende fouten’ die ik gemaakt zou hebben, raakt hij weliswaar ver verwijderd van het onderzoek, maar daartoe door hem uitgenodigd loop ik een eindje met hem op.
    Als redactieraadslid van De Gelderlander maakte ik de aansluiting bij de GPD in 2000 van nabij mee. Over het samenwerkingsverband werd moeizaam onderhandeld tussen Wegeners raad van bestuur, GPD en colleges van hoofdredacteuren. Hoofdredactie en redactie van De Gelderlander drongen erop aan meer dan één samenwerkingsverband te onderzoeken. Het statutair voorgeschreven ‘diepgaand beraad’ tussen directie en redactieraad liet lang op zich wachten en stelde uiteindelijk niets voor. Maar de grootste verrassing kwam kort erna, toen bleek dat Wegeners bestuursvoorzitter Houwert al maanden eerder de overeenkomst over aansluiting van onder meer De Gelderlander bij de GPD had getekend, inclusief een boetebeding voor het geval de krant de samenwerking zou opzeggen. Met steun van NVJ-secretaris Verploeg liet de redactieraad de juridische mogelijkheden verkennen om het voldongen feit en de gevolgde procedure aan te vechten. Maar omdat dit waarschijnlijk niets zou veranderen aan de ontstane situatie, zagen we van een rechtszaak af.
    Van Lingen betitelt deze gang van zaken als ‘eigen vrije wil’. Ik help hem graag uit de droom, want ik heb alle Gelderlanderstukken uit die roerige periode bewaard. Hij mag ze komen inzien. Dat heet checken.

  3. “Zij hebben gezamenlijk meer dan 150 redacteuren in dienst die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren.” Was het maar waar. Op het gebied van wetenschapsnieuws slaan ze heel regelmatig de plank mis.

  4. Theo Dersjant schreef op 24 januari 2009 om 17:38

    Nou moet ik bekennen dat ik geen oordeel kan hebben over de kwaliteit van de GPD-kopij. Ik stel echter – helaas – vast dat het ANP meer dan bij uitzondering materiaal op het net zet dat niet gecontroleerd is. Als studenten van FHJ Factcheck teruggaan naar de bron van onderzoeken en de vraag stellen: “En is er nog een journalist die gebeld heeft en het onderzoek heeft opgevraagd?”, krijgen zij vaker ‘nee’ dan ‘ja’ als antwoord. Dat betekent overigens dat er dus ook geen GPD-reporter belde.
    Het ANP zou ik – en er zal wel een protesterende reactie van het ANP komen – geen organisatie meer willen noemen die altijd betrouwbaar materiaal levert. Daarvoor is de persdienst – ook onder druk van de klanten – de laatste jaren te veel uitgekleed. Precies wat Davies beschrijft: als je meer wilt doen met minder mensen, gaat dat uiteindelijk ten koste van de betrouwbaarheid. Terwijl ANP-klanten zelf niet meer checken (behoudens de NOS), ‘want als we zelfs al het ANP moeten checken …’ Zo worden soms slechte berichten binnen enkele uren verveelvoudigd over het land uitgestrooid. Dat wordt nog eens versterkt doordat sommige media ongezien persbureaus hun stukken op de site laten plaatsen. Het Algemeen Dagblad en Elsevier doen dat. Daar is alleen nog controle achteraf mogelijk.
    Maar wellicht heeft Van Lingen een andere voorstelling van kwaliteit.

  5. Pingback: Meer of minder ANP? « Toekomst van de Journalistiek

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>