Wat is er mis met persbureaukopij?

Kees Buijs, onderzoeker van het Katholiek Instituut voor de Massamedia (KIM) en voormalig redacteur van De Gelderlander, maakt in zijn artikel op basis van een onderzoek naar de bronnen van binnenlandse berichtgeving in Nederlandse dagbladen een reeks storende fouten.

In navolging van een Brits onderzoek en het boek Flat Earth News van Nick Davies concludeert Buijs dat ook Nederlandse krantenredacties zich schuldig maken aan churnalism: het onbewerkt en ongecontroleerd doorgeven van berichten van persbureaus, ondernemingen en belangenpartijen.

Het is volgens hem wel “minder dramatisch” dan in de Britse pers. Maar het aandeel van dit soort “voorverpakte” informatie is groot. “Van de 132 berichten waarvan we de bronnen zo goed mogelijk hebben opgespoord, blijkt 52 procent geheel of gedeeltelijk te bestaan uit persbureaukopij e.d.”

Wat is daar dan mis mee?
Buijs neemt kennelijk aan dat er bij persbureaus ongecontroleerd pr-achtige stukjes worden rondgepompt. De twee grootste persbureaus, ANP en GPD, zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de binnenlandse berichtgeving in de media. Zij hebben gezamenlijk meer dan 150 redacteuren in dienst die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren. En dat doen ze door ruw aangeleverd of kant en klaar materiaal te checken, zoals ook kwaliteitsredacties van andere media dat doen.

In zijn zoektocht naar een dramatisch voorbeeld van churnalism maakt Buijs een nog grotere fout. Volgens hem is dagblad De Gelderlander het slachtoffer van rondgepompte en niet gecheckte informatie. “(… ) die in zijn bovenregionale berichtgeving noodgedwongen geheel afhankelijk is geworden van ANP, GPD en de centrale redactie van Wegener nieuwsmedia dagelijks kant en klaar aanleveren. In de bovenregionale berichtgeving van deze krant- en van vrijwel alle andere regionale kranten in Nederland- is churnalism (…) op redacties min of meer praktijk geworden.”

Krachtige conclusie. Doet het, ongecheckt, ook goed als oneliner en is een staaltje van churnalism van de hand van Buijs.

Hij laat om onduidelijke redenen informatie achter en presenteert een voorverpakt statement.

De Gelderlander en bijna alle regionale kranten nemen niet “noodgedwongen” kopij af van de GPD, maar doen dat al jarenlang uit eigen vrije wil. Zoals Buijs weet is de nieuwsgaring van deze kranten deels gedelegeerd aan de GPD. Rondom de nieuwsgaring is een intensief en inhoudelijk overleg georganiseerd met elke aangesloten redactie van deze kranten.

Van onderwerp tot onderwerp, van dag tot dag, van week tot week, van maand tot maand. De GPD is geen klassiek persbureau maar een vooruitgeschoven redactie van de regionale dagbladen. De GPD-productie bestaat ook nog eens voor meer dan de helft uit nieuwsberichten van de aangesloten kranten.

De onderzoeksresultaten van Buijs zijn helaas niet te checken omdat hij alle details pas op 12 februari openbaart. Pijnlijker is dat hij zijn feiten niet bij de bron controleerde. Buijs heeft niet gebeld.

Marcel van Lingen

Marcel van Lingen is hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP).

Alle artikelen van Marcel van Lingen op De Nieuwe Reporter.

  • Miriam van der Have

    Ik vraag me af of Marcel van Lingen een hekel heeft aan Sacha de Boer omdat ze bijna iedere avond zoveel rottigheid op de buis vertelt.

  • KEES BUIJS

    Marcel van Lingen slaat met zijn kritiek op mijn artikel de plank mis. De “reeks storende fouten” die hij mij aanwrijft, blijkt te bestaan uit welgeteld twee punten, waarvan het ene is terug te voeren op begripsverwarring en het andere op zijn frivole interpretatie van een stukje persgeschiedenis.

    Het onderzoek is zoals gemeld een inhoudsanalytische verkenning van de brontransparantie van en in binnenlandberichten in vier dagbladen, en van het aandeel hierin van voorverpakte informatie van persbureaus e.d. Ondanks de beperkte opzet van het onderzoek levert het voor het eerst in Nederland cijfers op aan de hand waarvan we een paar – voorlopige – conclusies trekken over de (on)afhankelijkheid van dagbladredacties van andere nieuwsleveranciers. Dit is niet hetzelfde als het geven van een oordeel over de kwaliteit van persbureaukopij. Daarvoor is ander onderzoek nodig. Van Lingen hoeft dus niet reikhalzend uit te zien naar een rapportcijfer voor zijn GPD in het nog te publiceren onderzoeksverslag, want dat staat er niet in.

    Wel gaan we in een afsluitende paragraaf in op de vraag of onze cijfers net als die van Lewis wijzen op sporen van lopendebandjournalistiek, door Davies provocerend gemunt als churnalism. Wij hebben die sporen op basis van de kwalitatieve vergelijking van gepubliceerde artikelen met de beschikbare voorverpakte informatie van ANP, GPD, persberichten, andere media en centrale Wegenerredactie aangetroffen in de binnenlandberichtgeving van De Gelderlander. Deze krant is hierin geen uitzondering, aangezien werkwijze en organisatie op het vlak van bovenregionale berichtgeving overeenkomen met die van andere regionale dagbladen, aangesloten bij de GPD. De binnenlandberichtgeving in deze kranten komt tot stand in een keten – of beter: een web – van productie en reproductie van nieuws, dat de afnemers uiteindelijk wordt aangeleverd in kant en klare pakketten. Doorslaggevend voor onze keus deze journalistieke praktijk te bestempelen als churnalism is de vaststelling dat dagbladredacties die dit nieuws in hun krant en op hun websites zetten, er maar op moeten vertrouwen dat andere nieuwsleveranciers bij de productie of de verpakking de feiten hebben gecontroleerd, aangezien ze daar zelf niet meer aan toe komen. We gebruiken deze term om dit specifieke nieuwsproces te typeren, niet om een schuldige aan te wijzen of één schakel in het productieproces te diskwalificeren. Was het maar zo simpel.
    In onze interpretatie van churnalism blijven we dicht bij de beschrijving in Lewis’ onderzoeksartikel. Davies wil er in zijn sweeping statements wel eens meer dan één betekenis aan geven. Mogelijk heeft deze begripsverwarring Van Lingen parten gespeeld.

    Zijn tweede kritiekpunt betreft de ‘noodgedwongen’ afhankelijkheid van de GPD. Door deze kwalificatie te scharen onder de ‘reeks storende fouten’ die ik gemaakt zou hebben, raakt hij weliswaar ver verwijderd van het onderzoek, maar daartoe door hem uitgenodigd loop ik een eindje met hem op.
    Als redactieraadslid van De Gelderlander maakte ik de aansluiting bij de GPD in 2000 van nabij mee. Over het samenwerkingsverband werd moeizaam onderhandeld tussen Wegeners raad van bestuur, GPD en colleges van hoofdredacteuren. Hoofdredactie en redactie van De Gelderlander drongen erop aan meer dan één samenwerkingsverband te onderzoeken. Het statutair voorgeschreven ‘diepgaand beraad’ tussen directie en redactieraad liet lang op zich wachten en stelde uiteindelijk niets voor. Maar de grootste verrassing kwam kort erna, toen bleek dat Wegeners bestuursvoorzitter Houwert al maanden eerder de overeenkomst over aansluiting van onder meer De Gelderlander bij de GPD had getekend, inclusief een boetebeding voor het geval de krant de samenwerking zou opzeggen. Met steun van NVJ-secretaris Verploeg liet de redactieraad de juridische mogelijkheden verkennen om het voldongen feit en de gevolgde procedure aan te vechten. Maar omdat dit waarschijnlijk niets zou veranderen aan de ontstane situatie, zagen we van een rechtszaak af.
    Van Lingen betitelt deze gang van zaken als ‘eigen vrije wil’. Ik help hem graag uit de droom, want ik heb alle Gelderlanderstukken uit die roerige periode bewaard. Hij mag ze komen inzien. Dat heet checken.

  • “Zij hebben gezamenlijk meer dan 150 redacteuren in dienst die niets anders doen dan kwalitatief hoogwaardige nieuwsproducties leveren.” Was het maar waar. Op het gebied van wetenschapsnieuws slaan ze heel regelmatig de plank mis.

  • Theo Dersjant

    Nou moet ik bekennen dat ik geen oordeel kan hebben over de kwaliteit van de GPD-kopij. Ik stel echter – helaas – vast dat het ANP meer dan bij uitzondering materiaal op het net zet dat niet gecontroleerd is. Als studenten van FHJ Factcheck teruggaan naar de bron van onderzoeken en de vraag stellen: “En is er nog een journalist die gebeld heeft en het onderzoek heeft opgevraagd?”, krijgen zij vaker ‘nee’ dan ‘ja’ als antwoord. Dat betekent overigens dat er dus ook geen GPD-reporter belde.
    Het ANP zou ik – en er zal wel een protesterende reactie van het ANP komen – geen organisatie meer willen noemen die altijd betrouwbaar materiaal levert. Daarvoor is de persdienst – ook onder druk van de klanten – de laatste jaren te veel uitgekleed. Precies wat Davies beschrijft: als je meer wilt doen met minder mensen, gaat dat uiteindelijk ten koste van de betrouwbaarheid. Terwijl ANP-klanten zelf niet meer checken (behoudens de NOS), ‘want als we zelfs al het ANP moeten checken …’ Zo worden soms slechte berichten binnen enkele uren verveelvoudigd over het land uitgestrooid. Dat wordt nog eens versterkt doordat sommige media ongezien persbureaus hun stukken op de site laten plaatsen. Het Algemeen Dagblad en Elsevier doen dat. Daar is alleen nog controle achteraf mogelijk.
    Maar wellicht heeft Van Lingen een andere voorstelling van kwaliteit.

  • Pingback: Meer of minder ANP? « Toekomst van de Journalistiek()

  • Jo

    Waarom het ANP niet geheel onafhankelijk is.

    Brief van Dr. Edwin de Roy van Zuydewijn.

    Elk uur van elk etmaal – en dit al sinds de oprichting van het ANP op 11 december 1934 – hoort men bovenstaande zinsnede in de ether. Een aankondiging die vertrouwendwekend klinkt en voor de meeste Nederlanders (autochtoon en allochtoon gelijk) het begin is van een journaal waarvan men aanneemt dat de berichtgeving die hierop volgt accuraat is. Immers, het ANP draagt zorg voor “het in stand houden van een geheel onpartijdig en onafhankelijk bureau ter objectieve verstrekking van binnenlandse en buitenlandse nieuwsberichten aan de pers, radio en televisie en andere bedrijven’. Het ANP – tot aan 14 mei 2001 een stichting en daarna een ‘besloten vennootschap met gewone structuur’ – omvat een zevental dochterondernemingen naast ANP-AFX B.V. Deze besloten vennootschap op haar beurt stelt zich ten doel het ‘verzamelen, vergaren, produceren, samenvoegen, verspreiden, ontwikkelen en het marketen van financiële en economische nieuwsvoorziening. Zoals het geval is met de meeste heilige Hollandse huisjes, schuilt ook achter dit ogenschijnlijke bonafide bolwerk een twijfelachtige zweem van politieke, zakelijke en persoonlijke belangen. Heel anders dus dan de bedrijfsomschrijving de argeloze Nederlander doet vermoeden. Het ANP en ANP-AFX zijn de aangevers voor de gehele Nederlandse media en doorgeefluik van regeringsstandpunten. Ook zijn zij herhaaldelijk verantwoordelijk voor het verhullen of weglaten van ongevallig nieuws voor diegene die in Nederland de politieke en financiële touwtjes stevig in handen hebben. Voor alle duidelijkheid: dat is de bevolking in de verste verte niet en al helemaal niet via haar vertegenwoordigers in de Tweede Kamer. Zolang er zaken niet in de openbaarheid komen die de antidemocratische machtsstructuren in ons land blootleggen, bestaan deze structuren voor het grote publiek simpelweg niet. Dit maakt het nagenoeg onmogelijk om van datzelfde publiek te verwachten dat het op enigerlei wijze in staat geacht kan worden te oordelen – via ‘democratisch’ te verlopen verkiezingen – over de handel en wandel van de machthebbers op basis van (des-)informatie die via de media tot haar komt. In deze speelt het ANP sinds de (fascistische) jaren ’30 een belangrijke rol bij het ‘dom’ houden van het Nederlandse volk.

    Hoewel er honderden voorbeelden te noemen zijn waarbij het ANP haar verantwoordelijkheden en ‘mission statement’ opzettelijk aan haar laars lapt en er regelmatig geen sprake is van onafhankelijke nieuwsvoorziening, zal ik mij hier bepreken tot een klein aantal (schrijnende) voorbeelden: het ANP rept consequent over “de Hofstadgroep” terwijl het verzuimd te melden, om ongemakkelijke vragen aan de regering te voorkomen, dat “leden” van deze vermeende “terroristische organisatie” in een AIVD-huis woonden en dat er geen sprake van een “terroristische organisatie” a la de ETA, de IRA of de Sendero Luminoso is. De schrik moest er goed in geramd worden bij de Nederlandse bevolking om maatschappelijke steun voor de Amerikaanse oorlog met, en de bezetting van, Irak te garanderen. ANP terminologie (“de bedreiging van onze democratie”) werd ook ingezet om de Tweede Kamer haar zegen te geven Nederlandse troepen naar Afghanistan te sturen. Dat Justitie “in de strijd tegen terrorisme” zwijgend vergaande bevoegdheden heeft verkregen – waarvan vele direct indruisen tegen onze privacywetgeving en de meest elementaire, democratisch gegarandeerde, mensenrechten – lijkt welhaast iedereen in onze ‘democratie’ te zijn vergeten.

    Ook waar het financiële berichtgeving betreft weet het ANP zaken buiten het nieuws te houden. Vooral als betrokkenen de werkelijke machtshebbers van ons land zijn. Toen de Koninklijke Shell de boeken had gefingeerd en helemaal niet bleek te beschikken over genoemde voorraden olie en aardgas werd bij monde van Gerrit Zalm – eerder bekend vanwege zijn grote aandeel in het verduisteren, openen, wijzigen en doorsturen naar derden van mijn persoonlijke en zakelijke belastingdocumenten – het volgende bedacht en uitgevoerd. De Nederlandse regering verkocht haar (uw!) aandeel in de Gasunie aan Shell voor 3.2 miljard dollar. Hiermee werden de voorraad tekorten in één klap fors teruggedrongen. Dit geschiedde geheel buiten het gezichtsveld van het parlement en de media. Via een mij bekende redacteur van het Amerikaanse CNN werd ik geattendeerd op deze opmerkelijke ‘deal’ en haasten mij de Nederlandse berichtgeving hieromtrent nauwlettend in de gaten te houden. Een dergelijke ‘deal’ heeft namelijk niet alleen enorme nieuwswaarde vanwege de identiteit van de grootaandeelhouders van Shell, i.e. de familie die zich Van Oranje noemt en goed is voor 12% van de ‘Koninklijke’, maar is ook van groot belang voor de beurswaarde van Shell. Buitendien bevestigde bovengenoemde ‘deal’ de directe financiële en persoonlijke connecties tussen de Nederlandse regering (inclusief Beatrix) en multinationale ondernemingen zoals – maar zeker niet uitsluitend – Shell.

    Helaas was het nieuwsbericht slechts een half uur op CNN te zien waarna – aldus de redacteur van CNN – het “van hoger hand” was ingetrokken. In Nederland droeg het ANP verder zorg voor het niet verspreiden van dit opmerkelijke nieuwsfeit. En met succes: geen enkele media-entiteit heeft er in Nederland ook maar één woord aan besteed. Het was simpelweg nooit gebeurd. Zes maanden later berichte Zalm triomfantelijk een “meevaller” van drie miljard euro. Deze was volgens het ANP aan alles te danken (lees: het ‘doortastende’ beleid van kabinet Balkenende), behalve aan de werkelijke toedracht. In het kader van Balkenendes oproep aan de vaderlandse media eens op te houden met het brengen van slecht nieuws, en meer aandacht te besteden aan “positief nieuws”, was de financiële “meevaller” een perstechnische buitenkans van jewelste. Geen haan die kraaide naar de onzinnige uitleg van Zalm waar die drie miljard euro precies vandaan kwamen.

    De nieuwsverspreider ANP dient ook nog een ander doel: het aan de schandpaal nagelen van diegene die de leugens die ons regeren trachten te openbaren. Uiteraard in nauwe samenwerking met de regering. Hierbij is de rol van het ANP voor zowel binnenlandse als buitenlandse consumptie bedoeld. Immers, het ANP wordt, net als hier te landen, in het buitenland gezien als de betrouwbaarste bron van Nederlands nieuws. Een officieel bericht van deze nieuwsdienst dat bij buitenlandse persdiensten terecht komt wordt klakkeloos overgenomen en onmiddellijk voorzien van een ‘waarheidscertificaat’. Mijn persoonlijke ervaringen in deze zijn legio. Zo hebben, buiten uw gezichtsveld, vele Europese en Amerikaanse kranten en tijdschriften pertinente leugens over mij en mijn vrouw – aangereikt door het ANP – gedwee overgenomen. Recentelijk melden het ANP nog (ogenblikkelijk gevolgd door het NOS TV-Journaal en de Wereldomroep) dat er tegen mij een “opsporing- en aanhoudingsbevel uitgevaardigd was”. De criminalisering van mijn persoon die uit deze volstrekte onzin voortvloeide heeft inmiddels ook in het buitenland wortel geschoten. Slechts trouwe Propria Cures lezers kennen de ware toedracht van het ‘verzoek’ van de regionale recherche aan mij.

    Eerder had het ANP al de demonisering van Pim Fortuyn in de buitenlandse media voor zijn rekening genomen. Een prachtig voorbeeld van een ‘samenwerkingsdriehoekje’ tussen regering, ANP en NRC Handelsblad waarbij de aanstaande premier van Nederland neergezet werd als een fascistische demagoog die Nederland liever kwijt dan rijk was. Deze ‘managé à trois ’ heeft er in dezelfde periode – met succes – ook zorg voor gedragen dat de sadomasochistische uitspattingen van de toenmalige lijsttrekker van de PvdA, Ad Melkert, volstrekt buiten de binnen- en buitenlandse media zijn gebleven, terwijl er nota bene foto’s van zijn gemaakt. Om zeker te zijn dat een en ander onder de hoed van Majesteit bleef werd Melkert subiet door de Nederlandse regering bij de Wereldbank in Washington weggezet. Opgeruimd staat netjes, zeggen ze dan in Den Haag. Het mag duidelijk zijn dat dit ook – zij het in een geheel andere dimensie – voor Fortuyn gold.
    Kennis is macht. Het controleren en manipuleren van informatiestromen is één van de belangrijkste voorwaarden voor het behoudt van macht. Een wetenschap die ze in het ‘Torentje’ en op Huis Ten Bosch maar al te goed begrijpen. Wij dienen ons echter af te vragen hoe het mogelijk is dat ‘ons’ nationale persbureau haar maatschappelijke verantwoordelijkheden al sinds de jaren ’30 verzaakt en in plaats van het aan de kaak stellen van malafide (overheids-) praktijken ingezet wordt voor politieke, zakelijke en persoonlijke doeleinden van de machthebbers in Nederland.

    De huidige eigenaar van een meerderheidsbelang (60%) in het ANP is de investeringsmaatschappij NPM Capital. Hieronder handelen een veertigtal bedrijven. Deze maatschappij is volledig eigendom van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) Holding, een machtig industrieel conglomeraat van de familie Fentener van Vlissingen. Deze holding stond tot voor kort onder leiding van President-Commissaris Paul Fentener van Vlissingen, kleinzoon van nazi collaborateur en profiteur Frederik Hendrik Fentener van Vlissingen, die net als grootvader innige banden met Bernhard Pantchoulidzew, a.s.k.a. Bernhard zur Lippe Biesterfeld, en de familie Van Oranje onderhield. De banden van F.H. Fentener met nazi kopstukken en nazistisch georiënteerde bedrijven en instellingen dateren echter van ver voor de Tweede Wereldoorlog.

    Toen Adolf Hitler in 1926 zijn NSDAP al flink op de kaart had gezet – de eerste donaties voor Hitler en zijn partij kwamen uit Nederland, in het bijzonder uit de kas van de voorlopers van de huidige ABN-AMRO – werd Frederik Hendrik Fentener benaderd door Gustav Krupp von Bohlen und Hallbach om als ‘front’ voor de Duitse wapenindustrie in Nederland te dienen, via de Hollandse Industrie En Handelsmaatschappij (later omgedoopt in Siderius). Fentener was sinds 1911 directeur van de SHV en onderhield als zodanig innige contacten met Duitse industriëlen en industrieën. Hij bekleden talloze functies en commissariaten, waaronder het voorzitterschap van de Internationale Kamer van Koophandel, de ICC. Als medeoprichter van de AKU, een voorloper en later onderdeel (tot 1998) van het huidige AKZO Nobel was Fentener kind aan huis bij de Vereinigte Glanzstoff Fabriken (VGF) dat intense banden met de nazi-top onderhield. Notoire nazi’s als Hermann Abs (Deutsche Bank, Berlijn) en Kurt von Schröder (Steinbank, Keulen) maakten zelfs deel uit van het management van AKU. Persoonlijk was Fentener verbonden met de Duitse industriële familie Henkell, via zijn dochter Line die getrouwd was met Stephan Henkell. Een nazistisch geslacht dat van origine champagne produceert. Stephan Henkell was op zijn beurt weer de zwager van Hitler’s trouwe gezant Joachim von Ribbentrop. Von Ribbentrop, een geadopteerde wees, was namelijk getrouwd met Henkells zuster, Anneliese. Bovendien heeft Fentener zichzelf, net als Bernhard dat twee jaar later deed, in 1940 als ‘Stadhouder der Nederlanden’ aan de nazi-top ‘aangeboden’.

    Fentener onderhield ook nauwe banden met IG Farben. Deze deden hem in 1934 in Berlijn in contact komen met Bernhard. Sinds die tijd zijn beiden hecht bevriend geraakt en heeft Fentener vlak na de oorlog, in zijn hoedanigheid als KLM-commissaris, medecommissaris Bernhard geassisteerd de vlucht van tientallen nazi oorlogsmisdadigers naar Argentinië, via Schiphol en Frankfurt, te arrangeren. De levenslange band tussen de Fenteners en de Oranjes die dus voor, tijdens en vlak na de oorlog is gesmeed, kwam recentelijk nog tot uiting kwam toen Paul Fentener o.a. ‘Prinses’ Mabel (in de onderwereld beter bekent als “de marmot” en één van de vele ‘handjes’ van meesteroplichter Georges Sorros) , Laurens-Jan Brinkhorst (Beatrix’s lover), Neelie Kroes (directe baas van mijn zwager Jaime de Bourbon Parme te Brussel) en Victor Halberstadt (Oranje-knecht en trouw lid van de duistere Bilderberg Conferentie, begeleiden in het Zwitserse Davos bij een vergadering van het World Economic Forum.

    Na de oorlog heeft de Nederlandse regering er alles aan gedaan de ontmaskering van Frederik Hendrik Fentener in de binnen- en buitenlandse media te voorkomen en hem uit de (Amerikaanse) gevangenis te houden vanwege zijn samenzwering met nazi Duitsland. Met succes. Op zijn beurt heeft deze Fentener de zoon van Meindert Rost van Tonningen, Grimbert, in 1946 in huis genomen. Fentener, aldus de ‘Zwarte Weduwe’ Florry Rost van Tonningen, deed dit niet alleen uit dank voor het feit dat hij door Meindert Rost uit de klauwen van Höhere SS- und Polizeiführer in die Niederlande Hanns Albin Rauter was gered. De ‘kaltstellung’ van Grimbert dienden ervoor te zorgen dat de kennis die hij over zijn vader, Bernhard, Pieter Menten en vele andere had, uit de media bleef. Grimbert Rost van Tonningen is recentelijk intensief betrokken geweest bij de overname van PCM (o.a. De Volkskrant, Trouw, NRC Handelsblad) door APAX-UK.

    Ongetwijfeld liggen economische rendementen in eerste instantie ten grondslag aan de overname in 2003 van het ANP door de familie Fentener van Vlissingen. Het zou onzinnig zijn te denken dat dergelijke industriëlen in een onrendabel bedrijf of een failliete boedel zouden investeren. Het zou rechtevenredig onzinnig zijn te denken dat de enorme hoeveelheid macht die de Fenteners op dergelijke wijze naar zich toe hebben getrokken niet een veel belangrijker motief voor de overname van het ANP is geweest dan het ‘economisch rendement’. Immers, zoals ik al heb opgemerkt: wie de media controleert, controleert de “waarheid’’, of liever, begeeft zich in de riante positie feitelijkheden te manipuleren, te saboteren of zelfs aperte leugens voor waarheden te verslijten. Het is een hoogst kwalijke zaak en een onwenselijke situatie dat ‘ons’ ANP verre van de gepropageerde “onpartijdigheid en onafhankelijkheid” opereert. Dat de familie Fentener niet direct op de redactie van het ANP werkt zegt natuurlijk niets over de grote mate van invloed die zij, ter bescherming van de Nederlandse regering (voor de in het verleden door ‘staatswegen bewezen diensten’), persoonlijke vrienden (o.a. de familie Oranje) en haar eigen belangen, uitoefenen op de nieuwsverspreiding ‘verzorgd door het ANP’.

    E.K.W. de Roy van Zuydewijn

    bron: partijvoordejongeren (niet meer online)