‘Media negeren privacybelang slachtoffers’

slachtofferDe media negeren stelselmatig het privacybelang van slachtoffers. Dat zeggen nabestaanden van slachtoffers die omkwamen door moord in het onderzoek ‘Publiek bezit tegen wil en dank’ dat Slachtofferhulp Nederland hield onder slachtoffers en nieuwsmedia. Journalisten geven daarentegen aan verstandig met nabestaanden om te gaan en zorgvuldig afwegingen te maken.

Slachtoffers voelen zich in hun privacy aangetast wanneer media uitgebreide persoonsgegevens vermelden, niet-geautoriseerd beeldmateriaal gebruiken en ongecontroleerd berichten overnemen. Ze vinden het een ‘grievende onrechtvaardigheid’ dat persoonlijke gegevens van slachtoffers bijna vanzelfsprekend in berichtgeving terechtkomen en die van daders niet. Slachtofferhulp Nederland concludeert dat nabestaanden afhankelijk zijn van het fatsoen van individuen. Wetgeving staat de journalistiek immers een hoge mate van autonomie toe en de zelfregulering is een ‘wassen neus’.

Journalisten en redacteuren die aan het onderzoek deelnamen, vinden dat zij – en journalistiek Nederland in het algemeen – aan de goede kant van de ethische grens staan en correct met slachtoffers en hun privacy omgaan. Vergeleken met de boulevardpers in Groot-Brittannië en de journalistieke praktijken in België vinden ze de Nederlandse media relatief terughoudend in hun berichtgeving.

Grens tussen informatie en sensatie
Naar aanleiding van het rapport en de Europese dag van het slachtoffer hield Slachtofferhulp Nederland afgelopen vrijdag een symposium met als thema ‘Slachtoffers in de media, publiek bezit tegen wil en dank?’. Volgens algemeen directeur Jaap Smit van Slachtofferhulp was de dag niet bedoeld om de media te ‘bashen’. “Want de media kunnen een heel belangrijke rol spelen. Er is niets mis met een verhaal van slachtoffers in de media. Dat is goed voor het verwerkingsproces. Wel moeten we praten over de grens tussen informatie en sensatie, die momenteel weg is. Slachtoffers zijn een bron van emotionele verhalen en de lezer wordt verwend met sappige details. De vrijheid van meningsuiting wordt al snel als excuus gebruikt. Maar wat is relevant? Is een foto van iemand die door een gek is vermoord relevant?”

Smit riep journalisten op zich te verplaatsen in de schoenen van nabestaanden of slachtoffers. Dat is de belangrijkste tip uit het rapport. Media zouden zich vooraf moeten proberen te realiseren wat hun handelen teweeg kan brengen bij mensen die net een ellendige ervaring hebben beleefd. Slachtofferhulp wijst slachtoffers er ook op dat het verlenen van medewerking aan de media de mogelijkheid biedt tot enige controle over de berichtgeving.

Slachtofferhulp zou willen dat media duidelijke afspraken maken om de contacten tussen slachtoffers en media te verbeteren, al beseft ze dat dit waarschijnlijk geen respons krijgt.

“Met een bonkend hart voor de deur”
Daphne Koene, secretaris van de Raad voor de Journalistiek, stelde dat er geen richtlijn kan komen die bijvoorbeeld voorschrijft de achternaam van een slachtoffer niet te noemen. “Dat is niet aan de orde. De huidige richtlijnen bieden voldoende handvatten om daar terughoudend mee om te gaan. Dat mensen informatie uit de krant willen houden is begrijpelijk, maar niet reëel.”

Misdaadverslaggever Niels Dekker van het Algemeen Dagblad vertelde over zijn werkwijze. Het is zijn taak aan te bellen bij mensen die iets ergs hebben meegemaakt – met een bonkend hart staat hij dan voor de deur. Hij benadrukte dat het belangrijk is dat slachtoffers ook worden gehoord. “In de berichtgeving na de moord op Jesse Dingemans ontbrak de mening van de ouders. Het waren alleen maar buren, schoolgenoten en vage kennissen die vertelden wat voor jongen hij was. Toen ik negen maanden na de gebeurtenis een portret moest maken van Hoogerheide heb ik de ouders benaderd. Toen bleek dat niemand ze nog iets had gevraagd. Terwijl ze wel grote moeite hadden met een foto die van Jesse op het journaal was verschenen. En ze ergerden zich aan feiten in de media die niet klopten.”

Jack Keijzer, vader van de op zestienjarige leeftijd vermoorde Pascal Keijzer, vertelde dat hij een goede band heeft opgebouwd met de journalistiek. “Al zijn er ook veel kwalijke zaken gebeurd. Mijn zoon werd in de media als drugsdealer omschreven en er verscheen een foto van hem met een pistool in zijn mond op het journaal. De media moeten zorgvuldig zijn in hun berichtgeving en voorzichtig omgaan met archiefbeelden. Het is ieders eigen keus mee te werken met de pers. Maar ik ben geen publiek bezit tegen wil en dank. Ik laat me niet neerzetten als zielig.”

Niels Dekker signaleert in de journalistiek steeds meer terughoudendheid als het gaat om privacy van slachtoffers. “Van de week heb ik nog de naam weggelaten van een lerares die door een leerling in elkaar werd geslagen. Journalisten zijn veel gevoeliger geworden voor nabestaanden, zeker bij mijn krant.”

Dekker denkt dat incidenten kunnen worden voorkomen als politie of Slachtofferhulp optreedt als woordvoerder van slachtoffers. Hij kreeg bijval van Tweede Kamerlid Fred Teeven (VVD). Samen met Jan de Wit (SP) heeft hij een algemeen overleg over het rapport aangevraagd. Teeven: “De informatievoorziening vanuit de overheid moet minder krampachtig. Ik wil weinig regelgeving, maar de overheid laat hier wel iets liggen. In een aantal situaties hoeft een verslaggever niet bij mensen aan te bellen als de overheid minder terughoudend is in het verstrekken van informatie. Zo voorkom je strooptochten. Ik denk dat het nu in veertig procent van de gevallen niet goed gaat. Als we dat naar twintig procent kunnen brengen, hebben we al een hoop gewonnen.”
Politie en Slachtofferhulp zouden ook fysiek bij elkaar moeten worden gebracht, vindt Teeven. ,,Daar is geld voor nodig maar het onderwerp verdient zeker aandacht.’’

Casemanagers
Sinds 2007 houdt Slachtofferhulp al een proef met zogenoemde ‘casemanagers’. Deze hulpverleners zijn binnen 24 uur aanwezig bij nabestaanden of slachtoffers. Het project wordt nu definitief ingevoerd in heel Nederland. Een casemanager is geen mediavoorlichter, maar heeft een voorlichtende functie naar de familie toe. Dineke Peterse, casemanager van Slachtofferhulp: “Wij komen tegemoet aan de behoeften van de familie. Een taak van ons is mensen te wijzen op de voor- en nadelen van contact met de pers. Dat is zinvol want niet iedereen is in staat dat te overzien.”

Ze zou het een goed idee vinden als een journalist met de nabestaanden belt als hij informatie gaat publiceren over bijvoorbeeld een veroordeling of verlenging van TBS. “Dat is een heel simpel oplossinkje dat erg op prijs wordt gesteld. Daar zou discussie over gevoerd moeten worden want journalisten kunnen er zelf ook baat bij hebben. Al vind ik niet dat er regels moeten komen.”

Op de vraag hoe de verhouding tussen pers en slachtoffers zich gaat ontwikkelen, antwoordde hoofdredacteur Harm Taselaar van RTL Nieuws dat de verantwoordelijkheid bij de journalisten ligt. “99.99 procent van de journalistiek is voor de nieuwe leidraad van de Raad voor de Journalistiek maar ik niet. Ik vind dat het fatsoen moet regeren maar ben tegen codes en leidraden. Die zijn niet nodig. Ik vind de Nederlandse journalistiek fatsoenlijk.”

Taselaar gaf wel toe dat er wel eens iets misgaat. Zoals recent bij een voorval waar hij emotioneel bij betrokken was. “De Telegraaf had een dag nadat ik de kinderen van Stan Storimans moest vertellen dat hun vader niet meer terugkwam een foto op de voorpagina van Stan. 99.9 procent van de journalistiek vindt dat een schande. Maar er is wél nieuws gebeurd, dus ik veroordeel ze niet. Wel veroordeel ik verslaggevers van De Telegraaf voor het feit dat ze bij de weduwe naar binnen gingen en zich niet als journalist bekendmaakten.”

“Meer oog voor ethiek”
Media-ethicus Huub Evers vindt dat elk medium een code met ethische regels op zijn website zou moeten zetten. “Het is gemakkelijk te zeggen dat er soms iets fout gaat. Over ethiek moet je blijven discussiëren. Er hoeven geen regels te komen, wel moeten redacties meer oog voor ethiek krijgen. En er moet meer debat komen tussen Slachtofferhulp en redacties over hoe je zorgvuldig met slachtoffers om moet gaan. Slachtofferhulp zou eigenlijk zelf naar redacties toe moeten gaan.” Ook Evers vindt het een goed idee nabestaanden of slachtoffers een woordvoerder te geven. “Slachtoffers zijn immers de zwakste partij.”

Bestuurslid Jansons van de VOVK (Vereniging Ouders van een Vermoord Kind) vond het een nuttige bijeenkomst. “Jammer dat niet alle media gehoor gaven aan de uitnodiging hier aan mee te doen want voor degenen die er waren denk ik dat het waardevol was.’’ Ze vindt dat fatsoen niet zonder richtlijnen kan. “Dan kunnen media op hun fouten worden aangesproken.” Het aanstellen van woordvoerders vindt ze een goed idee. “Niet iedereen heeft er een nodig, maar voor sommigen kunnen ze vooral in de eerste fase nuttig zijn. Het zou goed zijn als ze er komen.”

De toespraken op het symposium ‘Publiek bezit tegen wil en dank’ staan op de website van Slachtofferhulp Nederland.

2 reacties

  1. Pingback: ‘Media negeren privacybelang slachtoffers’ | Ger Timmer

  2. Pingback: ‘Media negeren privacybelang slachtoffers’ « Daan de Hulster

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>