Hoort een krant ook tv te maken? Bas Blokker, adjunct-hoofdredacteur innovatie van NRC Handelsblad, twijfelde aanvankelijk, maar inmiddels is hij er volledig van overtuigd dat een krant dat zeker moet doen. Dat heeft nrc.tv voor hem bewezen. “Als krantenredactie produceren we geen letters, maar journalistiek.”
Hoewel nrc.tv, het online videokanaal van NRC Handelsblad en nrc.next, inmiddels ruim een half jaar bestaat, is het niet de eerste keer dat de twee kranten tv maken. Van mei 2006 tot december 2007 produceerde de krant in samenwerking met RTL 7 Who’s Next. Ruim twee jaar lang nam NRC-journalist Robert van de Roer, afgewisseld door Babs Assink en Monique Snoeijen, ‘s ochtends vroeg nrc.next door met bekende Nederlanders.
Na een kleine 200 afleveringen stopte dat tv-programma. “De toenmalige hoofdredactie stopte met Who’s next, omdat het NRC Handelsblad en nrc.next te weinig opleverde. Die kleine lettertjes in de aftiteling en af en toe een wat hard nieuws wogen niet op tegen de inspanning”, legt Blokker uit.
Los van het besluit om te stoppen met Who’s Next wilde de toenmalige hoofdredactie door met televisie. Blokker: “Folkert Jensma, destijds hoofdredacteur, vond dat wij ook het medium televisie in onze vingers moesten krijgen. Hij vergeleek het met foto’s in de krant. Een foto is ook niet het werk van een krantenjournalist. Maar het hoort er wel bij.” De redactie van Who’s Next ontwikkelde vervolgens nrc.tv.
Kritisch
Aanvankelijk stond Blokker kritisch tegenover Jensma’s gedachte. Net als vele collega’s had ook hij zijn twijfels bij een krant die tv gaat maken. “Als lid van de redactieraad vroeg ik mij af of we niet te arrogant waren. Het is toch een vak om tv te maken? Moeten ons als krant daar dan wel aan wagen?”
Inmiddels is Blokker ervan overtuigd dat een krant op z’n minst moet experimenteren met tv. “Als krantenredactie produceren we geen letters waarmee we de krant vullen, maar maken we een bepaalde manier van journalistiek. We moeten onszelf de vraag stellen op welke andere platformen en media we diezelfde manier van journalistiek – die we nu met de krant maken – ook kunnen bedrijven. De journalistiek van NRC Handelsblad kleeft niet aan papier. Alleen, toen de krant werd opgericht, wás er alleen papier. En daar verdienen we nu nog het meeste geld mee.”
‘Ontspanning op niveau’
Bij de lancering van nrc.tv waren er geen webvideo’s met duiding van hard nieuws te bekijken. Wel kookte culinair journaliste Janneke Vreugdenhil voor de camera allerlei lekkers, legde de Vlaamse kunstenaar Kamagurka momenten uit zijn leven op absurdistische wijze op video vast en praatte radiomaker en muziekkenner Eric Corton kijkers bij over allerlei muziek terwijl de webcam draaide.
“We zijn begonnen met ‘ontspanning op niveau’ zoals hoofdredactrice Birgit Donker het omschrijft. Maar na een paar maanden vonden we toch dat die video’s wat ver van ons afstonden. De redactie is vervolgens gaan zoeken naar belangrijke onderwerpen in het nieuws om daaromheen video’s te maken. Aangezien dit in september speelde en toen de kredietcrisis heel actueel was, bleek dat onderwerp zo gevonden. Samen met economieredacteur Maarten Schinkel is vervolgens een eerste serie video’s gemaakt waarin hij de kijkers in een paar minuten bijpraatte over de crisis.”
Daarna volgde er nog veel video’s die verbonden waren met de actualiteit. Freek Staps, correspondent in de Verenigde Staten, ging met een camera op pad in Wall Street. Andere redacteuren werden op locatie of via Skype geïnterviewd over actuele onderwerpen. Rondom Prinsjesdag produceerde nrc.tv een debat tussen verschillende redacteuren. Blokker: “De volgende stap moet zijn dat we onderwerpen die in de krant aan bod komen, ook op video tonen, zónder dat het gaat om commentaar van een deskundige redacteur.”
Hoewel al die video’s sterk verbonden zijn met artikelen in de twee kranten, vindt Blokker niet dat een video hetzelfde is een stuk uit de krant. “Zo’n video van Freek Staps die op Wall Street met passanten over de crisis praat is echt wat anders dan een stuk in de krant. Natuurlijk kun je ook een stuk schrijven. Maar het is echt anders om als het ware tegelijk met de journalist te zien wat er zich op Wall Straat afspeelt.”
Critici
Maar zo gemakkelijk krijgt Blokker het echter niet uitgelegd waarom journalisten ook moeten experimenten met video’s op het web. Zijn vader en coryfee in de journalistiek, Jan Blokker, verbaasde zich over het Skype-gesprek dat Robert van de Roer met correspondent Guus Valk voerde voor nrc.tv. “Robert van de Roer stelt Guus Valk enkele vragen over actualiteiten in het Midden – Oosten. Mijn vader keer daar naar en zei: ‘Dat kan die Guus Valk toch ook opschrijven?’ Natuurlijk en dat moet hij ook doen, was mijn antwoord. Maar zo’n Skype-interview is ook niet bedoeld voor een lezer die toch het stuk van Guus Valk gaat lezen. Het is bedoeld voor de lezer die het stuk niet leest. Het is geen vervanging, maar een aanvulling. Sceptici zeggen dat het zonde van de tijd is. Dat Guus Valk als NRC-correspondent in Israël zijn tijd verdoet voor de camera, terwijl hij in diezelfde tijd een prachtig stuk zou kunnen schrijven.
Veranderd mediagebruik
Dat probleem zorgt er echter niet voor dat NRC Handelsblad niet wil experimenten. Vanwege nieuwe technologie en het veranderende mediagebruik van consumenten vindt Blokker het juist noodzakelijk dat de krant experimenteert. “Steeds meer mensen maken gebruik van mobiele telefoons, netbooks en e-readers waarmee ze de hele dag online zijn en dus het nieuws op kunnen volgen. Over een paar jaar hebben we wellicht allemaal kleine rolletjes bij ons die je kunt uitrollen en daarop de krant kunt lezen. Daar hoort natuurlijk beeld bij. En dan heb ik het niet alleen over foto’s of een graphic, maar ook bewegende graphics en video. Voor mij hoort video bij de krant zoals foto’s bij de krant horen.”
Of nrc.tv een blijvertje is weet Blokker nog niet helemaal zeker niet. Voorlopig blijft het een experiment. Daarbij hoeven de video’s op het moment ook nog niet compleet uit de kosten te komen, legt de adjunct-hoofdredacteur uit. Blokker: “Het is eigenlijk niet relevant wat het kost, omdat video hoort bij internetjournalistiek. Je vraagt van een foto in de krant toch ook niet wat die oplevert?”
Eén reactie