Goede journalistiek kan niet zonder eindeloos vragen stellen, onderzoek doen en feiten controleren. Uitzoeken hoe de wereld in elkaar steekt en wat er achter een bepaalde stap zit. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de Wet Openbaarheid van Bestuur, een tijdrovende maar grondige manier van onderzoek. De website Bigwobber wil helpen bij dat onderzoek en vooral documenteren wat al publiek is gemaakt.
De wob-praktijk
Onze overheid publiceert veel informatie op websites en maakt die gegevens zo onderdeel van het publiek domein. Toch gaat het daarbij maar om een klein deel van alle documenten die ambtenaren produceren. Veel blijft binnen de kantoren en is dus niet direct voor ons toegankelijk. Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) is die informatie wel op te vragen. In principe is namelijk alle overheidsinformatie voor iedereen beschikbaar, tenzij er een uitzondering van toepassing is.
In de praktijk betekent dat dat een wob-verzoek leidt tot de verstrekking van de documenten aan één persoon of journalist. Er volgt een artikel, een boze brief of misschien gebeurt er niets en raakt de informatie in de vergetelheid. Heel soms publiceert een bestuursorgaan de documenten op de eigen website of publiceert een medium of stichting stukken online. Soms zijn dat alle documenten, maar meestal niet.
Archief
Ik dien – meestal vanuit mijn werk als journalist – regelmatig wob-verzoeken in en bemachtig zo interessante informatie. De artikelen leiden nog wel eens tot discussie en eigenlijk is dan het enige juiste om de lezer zelf toegang te geven tot de documenten. Om dat in het artikel te doen is niet praktisch, omdat de meeste wob-verzoeken nogal wat documenten genereren. Daarom verzamel ik wob-verzoeken via de website Bigwobber.nl, waar ieder wob-verzoek met alle stukken wordt gepubliceerd.
Op Bigwobber.nl plaats ik niet alleen mijn eigen wobs. Het is juist de bedoeling om een archief met zoveel mogelijk verzoeken te creëren. Zo ontstaat een mooi overzicht van gehonoreerde en geweigerde aanvragen en de verstrekte informatie. Het is voor iedereen toegankelijk conform het principe: wat beschikbaar is voor de één, is beschikbaar voor iedereen.
De afkomst van de wob-verzoeken is op dit moment tweeledig. Om te beginnen zijn er de verzoeken afkomstig van eigen vangst. Daarnaast zijn er bestuursorganen, die zelf selectief besluiten wob-verzoeken online te plaatsen. Bij ieder artikel is duidelijk aangegeven waar de informatie verkregen is. Natuurlijk wordt een archief pas echt interessant als de collectie enkele duizenden verzoeken bevat. Wie zelf een afwijzing, procedure of wob-buit heeft liggen, wordt dan ook van harte uitgenodigd om in contact te treden en die gegevens zinvol te hergebruiken.
Meer transparantie
Door mee te doen, komt er meer transparantie. Journalisten kunnen hun artikelen beter onderbouwen, er is meer duidelijk over hoe onze overheid functioneert en alles staat bij elkaar op een logische plaats. Het principe is dat alles wordt gepubliceerd en er geen selectie plaatsvindt.
Misschien is dat eventjes slikken voor journalisten. Het voelt wellicht als het prijsgeven van bronnen. Dat is echter niet het geval: de praktijk zal toch zijn dat iemand eerst de stukken verwerkt en pas daarna publiek maakt. Na publicatie verdwijnen de stukken in de kast of in een papiercontainer. Dat is wèl werk waar een ambtenaar soms wekenlang aan heeft gewerkt.
Ook voor de overheid heeft de site een groot voordeel. Wat eenmaal is verstrekt en is gepubliceerd hoeft niet nogmaals te worden verstrekt. Verwijzen is voldoende. Dat bespaart een lange en vooral dure zoektocht naar informatie.
Maar misschien het mooiste van publicatie nog wel dat er nu opeens meer mensen naar de documenten kunnen kijken, erover kunnen discussiëren en er dus nieuwe inzichten komen: het gevierde crowd sourcing. Reden genoeg om eigen wob-vangsten eens te delen.
10 reacties