Al een jaar of vijf bestookt Google de wereld met een mitrailleurvuur van diensten en mogelijkheden. Het begon in 1998 met een zoekmachine,maar al in 2001 kocht Google het nieuwsgroepenarchief Dejanews, dat omgevormd is tot Google Groups. In 2003 werd bijvoorbeeld de weblogdienst Blogger aangekocht en sindsdien gaat het hard. De maildienst Gmail, het sociale netwerk Orkut, het nieuwsoverzicht Google News, het boekenarchief Book Search, Google Maps en Google Earth uiteraard en zo gaat dat maar door. Jonge loten aan de stam zijn bijvoorbeeld de browser Chrome, de telefoonsoftware Android en de dienst Latitude, waarmee bezitters van een telefoon met gps (satellietnavigatie) aan hun kennissen automatisch hun locatie kunnen doorgeven.
Sommige initiatieven, zoals Gmail en Google Maps, zijn begrippen geworden. Ze zijn succesvol – als ze niet netto geld opleveren zorgen ze er toch voor dat Google meer van zijn klanten weet. Andere doen het minder, zoals de chat- en belsoftware Google Talk, de fotodienst Picasa en de agenda Calendar. Het was onvermijdelijk dat Google ooit eens opruiming zou houden en die tijd is nu gekomen.
Mal project
Een van de eerste slachtoffers was eind vorig jaar Lively, een mal project dat helemaal niet bij Google paste. Met Lively kon je aan je website een soort virtuele ontvangstruimte koppelen, een 3d-omgeving die je kon inrichten met eigen ‘spulletjes’. Een pop die de eigenaar voorstelde zat daar klaar om de pop van een bezoeker te onthalen. Te flauw voor woorden, zeker voor een bedrijf dat het moet hebben van tijdbesparende en productiviteitsverhogende diensten.
Google Notebook, waarmee je op het web gevonden informatie kunt ordenen en bewaren (handig voor journalisten bijvoorbeeld), gaat eruit. Jaiku, een alternatief voor het kwetternetwerk Twitter, wordt niet gehandhaafd. Catalogs, een overzicht van postordercatalogi, wordt opgeheven. Google Video, overbodig sinds de overname van YouTube, zal geen nieuwe video meer accepteren. Eenmaal geüploade video’s blijven staan en als video-zoekmachine blijft de site functioneren.
Dat ruimt op. En nu staakt Google ook zijn pogingen greep te krijgen op de advertentiemarkt in oude media als print en radio. Drie jaar terug kocht Google voor honderd miljoen dollar het bedrijfje dMarc. dMarc had software om reclamezendtijd op de radio te verkopen zoals Google advertenties op websites verkoopt: rekening houdend met het publiek en met de inhoud van – in dit geval – de programma’s. In plaats van moeilijke dure contracten af te sluiten konden adverteerders op een website intekenen op een bepaalde hoeveelheid zendtijd, een bepaalde doelgroep, ze konden hun zelfgemaakte commercial uploaden, betalen met de creditcard en klaar. Zo kon ook de kleine adverteerder meedoen.
Gebrek aan medewerking van de radiowereld
Door gebrek aan belangstelling, mede veroorzaakt door gebrek aan medewerking van de radiowereld, is Audio Ads mislukt. Hoewel Google trots meldt dat 1600 stations meedoen, was dat vaak maar voor een bescheiden deel van de voorradige reclamezendtijd. Ook Print Ads, dat op vergelijkbare wijze optrad als makelaar in gedrukte advertenties voor achthonderd kranten, houdt er per 1 maart mee op. Google heeft nog wel een project lopen in tv-reclame (alleen via één satellietnetwerk, Dish) maar er lijkt weinig reden aan te nemen dat dit wel een succes zal zijn.
De weblog TechCrunch merkt op dat vooral de radiowereld weinig zin had het alomtegenwoordige Google te helpen aan een machtspositie op een nieuw terrein. En de blog vraagt zich af: had het interessante systeem van dMarc niet meer kansen gehad als het bedrijfje onafhankelijk was gebleven?
Bovenstaand artikel verscheen eveneens op Rostpluspost.
Pingback: Google verlaat oude media | Ger Timmer