Het “geenstijltje” maakt school

vogelEr is momenteel sprake van een mechanisme dat je de ‘coproductie’ van politiek kunt noemen. De nieuwsmedia zijn zelf een politieke institutie geworden: een medespeler bij de articulatie van politieke issues, belangen en besluiten. Het model wordt geleverd door Obama in The Audacity of Hope. Een bepaalde tv-journalist had er een zodanig handje van om de uitspraak aan te reiken waar hij zelf op zat te wachten dat interviews met hem gingen lijken op een Abbott en Costello-routine: ‘Voelt u zich verraden door het besluit van de gouverneur gisteren?’ Nee, ik heb met hem gesproken, en ik weet zeker dat we onze verschillen voor het einde van de zitting kunnen oplossen. ‘Zeker… maar voelt u zich verraden door de gouverneur?’ Ik zou dat woord niet gebruiken. Zijn opvatting is dat… ‘Maar is dat niet eigenlijk verraad van de gouverneur?’

Kabinet verklaart de oorlog
Nederlandse voorbeelden te over. Denk aan de totstandkoming van het ‘fatale’ Volkskrant-interview met Pim Fortuyn (9 februari 2002) door Hans Wansink en Frank Poorthuis, die net zo lang bleven zitten en doorvragen totdat Fortuyn eindelijk Artikel 1 van de grondwet wilde afschaffen en de islam een ‘achterlijke cultuur’ noemde. Of denk aan de manier waarop RTL-journalist Frits Wester tijdens het eerste lijsttrekkersdebat van de campagne-2003 vicepremier Gerrit Zalm min of meer dwong om ‘ja’ te zeggen op zijn ja-of-nee vraag: ‘Is Nederland vol?’

Zalm is er overigens vaker ‘ingeluisd’ door verslaggevers, zoals na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004. ‘Betekent dit dat het kabinet de oorlog verklaart aan deze vorm van terrorisme?’ Zalm: ‘mwa’. ‘Zo wilt u het kenschetsen: echt oorlog verklaren aan het terrorisme? Zalm, nu duidelijker: ja.
Later op de avond in het radioprogramma Het Oog op Morgen: ‘Is het oorlog?’ Zalm: ‘We verklaren in ieder geval de oorlog terug. We gaan de oorlog aan om dit soort extremisme en radicalisme te bestrijden. Daar zullen we op alle fronten extra middelen voor inzetten’.
De volgende ochtend kopten de meeste kranten met deze oorlogsverklaring: ‘Kabinet verklaart terreur de oorlog’ (De Telegraaf en Trouw), ‘Moord begin heilige oorlog in Nederland’ (de Volkskrant), ‘Zalm: We zijn in oorlog’ (AD).

Staring him down
Dan Ella Vogelaars beruchte, want volgens Geert Wilders ‘knettergekke’ uitspraak in mei 2007 dat Nederland over honderd jaar wel eens een ‘joods-christelijke-islamitische’ beschaving zou kunnen zijn. In retrospect lijkt ook deze duidelijk te zijn aangereikt door de interviewer, waarna Vogelaar deze zich eigen maakt.
Een ander soort machtsspel is te zien in het beruchte bijna-tv-fragment-van-het-jaar-2008, waarin de minister hinderlijk werd achtervolgd door de journalist Rutger Castricum van GeenStijl. Haar poging tot staring him down had een averechts effect. Haar gebrek aan communicatief vermogen was een belangrijk element in haar val als minister. Dat was Pim Fortuyn niet overkomen, die dezelfde soort achtervolging door Wouke van Scherrenburg pareerde met de onvergetelijke woorden: ‘Mevrouw, u bent een etter’. En toen zij aanhield: ‘Mens ga koken, da’s veel beter’.

Een nog recenter voorbeeld: Pim van Galen (Den Haag Vandaag) achtervolgt minister van defensie Eimert van Middelkoop na het Kamerdebat waarin hij opnieuw excuses moest aanbieden voor zijn onhandige optreden: ‘Is dit nu uw laatste blunder geweest?’ Van Middelkoop: ‘U heeft het recht niet dat aan iemand te vragen’ en wendt zich af. Ferry Mingelen commentarieert vervolgens: ‘De les van Vogelaar was toch dat je niet moet weglopen voor lastige vragen?’ Mijn indruk was eerder dat de interviewer een ‘geenstijltje’ uitprobeerde. Het gebrek aan stijl van GeenStijl maakt, met andere woorden, ook school in zogenaamd serieuze nieuwsrubrieken.

Populisme als uitdaging
Maar het is te gemakkelijk om te stellen dat cynische nieuwsjagers misbruik maken van politici die het slachtoffer worden van hun scoringsdrift. Tweederde van de parlementariërs vindt dat de media teveel politieke macht hebben, 37% is zelfs van mening dat veel politieke journalisten worden gedreven door het verlangen om zelf politieke macht uit te oefenen (Brants, Van Praag en De Vreese 2007). Maar die kritiek wordt enigszins gerelativeerd als je bedenkt dat veel politici op hun beurt verlangen naar een grotere presentie in de media. De ‘coproductie van politiek’ tussen mediaprofessionals en politieke professionals is waarschijnlijk onvermijdelijk. Politici moeten hier een inhaalslagje maken en de machtsbalans herstellen. Pim Fortuyn liet zien hoe het ook kan. Waarom niet gewiekster, mediawijzer, ietsje doortrapter, in elk geval zelfbewuster, volgens het model-Pechtold of desnoods het model-Wilders, die zowel zijn collega-politici als de media maandenlang in spanning hield rondom zijn tegenvallende filmpje Fitna?

Dit is een passage uit een keynote speech die door de auteur werd uitgesproken tijdens het symposium ‘Media, Populisme en Politieke Cultuur’ van de afdeling Mediastudies, Universiteit van Amsterdam. De volledige speech is hier te lezen

2 reacties

  1. Hans Roodenburg schreef op 12 februari 2009 om 12:35

    Het probleem is dat journalisten – en zeker de ‘cowboys’ onder hen – maar één ding voor ogen hebben: SCOREN! Dat was bij sommigen, ook zij die voor kwaliteitsmedia werken, altijd het geval. Maar nu is het heel erg aan het worden. Tijd voor een nationale cursus ‘hoe blijf ik de onafhankelijke journalist, c.q. doorgeefluik, van de nationale samenleving’?
    Anders moeten ze maar columnist of opinieschrijver worden. Dan mogen ze provoceren, cynisme bedrijven en retorisch zijn, zoveel als ze willen!

  2. Erik van Heeswijk schreef op 12 februari 2009 om 15:02

    Net iets anders: het is de laatste jaren ook mode en masse te melden dat er sprake is van een mediahype, of dat er “grote belangstelling van de media is.”En dat komt dan uit de mond van een journalist ter plaatse. Heeft niemand daar nu moeite mee?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>