Hij staat te boek als een ‘botte hork’, maar dat interesseert de nieuwe hoofdredacteur van het noodlijdende opinieweekblad HP/De Tijd niet. Wat hem wel bezighoudt is de toekomst van zijn zorgenkind. ‘Ik ga ervoor zorgen dat dit blad weer meer lezers krijgt’. Een gesprek met de strijdlustige Jan Dijkgraaf (46).
Het medialandschap kent grofweg twee typen hoofdredacteuren, de ouderwetse en de moderne. De eerste spendeert negentig procent van zijn tijd aan de inhoud van zijn blad of krant. De tweede neemt goede mensen aan die daarvoor zorg dragen en richt zich liever op de presentatie van zijn product, denkt mee over marketingstrategieën en heeft een gezond gevoel voor commercie. En ja, voor beide types geldt; in tijden van nood moet hij in zijn personeelsbestand durven hakken. De moderne hoofdredacteur kan dat trouwens beter dan zijn stoffige collega. Aldus de analyse van Dijkgraaf, die zichzelf tot de categorie moderne bazen rekent.
‘Wie bij een printmedium werkt lijkt per definitie een loser’, constateert de oud Panorama-chef en Metro-hoofdredacteur glimlachend van achter zijn bureau op het kantoor van uitgever Audax in Amsterdam. ‘Al dertig jaar kampt de geprinte pers met malaise, teruglopende abonnementen, kelderende advertentie-inkomsten. Volgens moeilijke berekeningen zakt bijvoorbeeld de Volkskrant-oplage in het jaar 2027 voor het eerst onder de 100 duizend. En bij die krant neemt niemand voor die dalende trend verantwoordelijkheid. Mijn vriend Pieter Broertjes zwaait er al twaalf jaar de scepter en al twaalf jaar gaat het slecht. De hele wereld heeft schuld, met de zogenaamde ontlezing voorop. Een botte leugen, er wordt meer gelezen dan ooit, ook door de jeugd. Ondertussen kijkt het Volkskrant-volk met volhardende arrogantie neer op het gewone volk, want dat draagt nog de meeste schuld, dat snapt niet dat het de Volkskrant moet lezen. Dan vraag je je toch af of er in dat hele redactiegebouw geen spiegel hangt waar vriend Broertjes eens in kan kijken?
Ruggengraatloze typetjes
Duidelijke, klare taal. Daar houdt Dijkgraaf van. Toen verschillende collega-media na zijn aanstelling bij HP/De Tijd berichtten over onvrede bij de nog zittende redactie –die zou vrezen dat het opinieblad onder zijn leiding tot een rellerig magazine zou verworden- liet hem dat dus ook koud. Immers, je verzamelt óf de moed om hem direct op zaken aan te spreken, of het is niet gezegd. ‘Ik kan helemaal niks met mensen die alleen achter je rug van alles over je vinden. Van die ruggengraatloze typetjes die op websites als Villamedia onder pseudoniem op je benoeming reageren, daar moet je keihard om lachen.’
Het schaap in wolfskleren, hij mag dan een botte hork heten maar ‘in het echt’ is hij best vriendelijk, houdt van het winnaarsgevoel en precies dat, zo neemt hij zich voor, gaat het avontuur bij HP/De Tijd hem opleveren. Binnen twee jaar moet het weekblad weer gaan floreren. ‘Een van de belangrijkere lessen die ik geleerd heb, is dat je nooit een absolute topper moet opvolgen. Je moet alleen ‘ja’ zeggen tegen functies waarin je het verschil kunt gaan maken. Op het gebied van de verpakking, het commerciële verhaal, de marketing, maar ook het bladenmaken kan ik dat bij HP. Inhoudelijk was ik al fan.’
Bij HP moet nu vooral puin geruimd. Onder de oude hoofdredacteur Henk Steenhuis vloog een derde van de redactie eruit. De huidige freelancers hebben drie maanden opzegtermijn. Op 1 mei wordt dus duidelijk wie van hen van Dijkgraaf mogen blijven. Columniste Fleur Jurgens zegde zelf haar contract al op. ‘Wegens gebrek aan aandacht van mij, daar komt het ongeveer op neer. Nou, prima dan. Ik lig daar geen seconde wakker van.’
Ouderwets kutblad
Als het aan Dijkgraaf ligt, kenmerkt de HP/De Tijd nieuwe stijl zich door een open houding, een blad met ruimte voor iedereen. Van Islamcritici tot hoofddoekdragers. ‘Het verhaal van Margriet van der Linden, de nieuwe hoofdredacteur van Opzij, over de vernieuwing bij dat opinieblad kan ik bij wijze van spreken één op één overnemen.’
Verder opent Dijkgraaf de aanval op het fenomeen verzuring en lanceert hij half april een nieuwe website. ‘Een nette, intelligente variant op GeenStijl. Op GeenStijl verzamelen zich onder de reageerders vooral kansloze losertjes en zielepieten. Die willen wij per se niet. Het weblog doet een aantal dingen heel goed hoor, het zet aan tot discussie en genereert op gewiekste wijze reacties. Daar kun je van leren. Maar nogmaals, die ongeciviliseerde internethooligans hoef ik niet over de vloer.’ En nee, dat GeenStijl HP/De Tijd volgens Dijkgraaf een ‘ouderwets kutblad’ noemt, heeft met zijn kritiek op dat blog niets te maken.
Tot slot zegt hij: ‘Stel je voor, in het Amsterdamse café De Pels zitten elke avond vijf grumpy old men, journalisten, elkaar te vertellen hoe HP/De Tijd er uit zou moeten zien. Ze zijn het roerend met elkaar eens, die oude mannen. Eigenlijk bepalen zij vanachter hun kroegtafel hoe het blad wekelijks van de persen zou moeten rollen. Het interesseert deze heren helemaal niks of dat opinieblad ook gelezen wordt. Als het maar geen prooi van die Dijkgraaf wordt. Die mannen zien het blad desnoods liever naar de knoppen gaan, dan zich aanpassen aan de eisen van deze tijd. Die mannetjes hebben er niks van begrepen. Want we maken HP/De Tijd straks niet meer voor de journalisten en de buren, vrienden, familieleden en kennissen, maar voor de lezers. Die groep wil ik koesteren, de lezers. Alleen dan wordt HP/De Tijd weer een succes.’
Dit artikel verscheen eerder op Pluspost.
6 reacties