De NVJ krijgt nogal wat over zich heen: verantwoordelijk in sociaal plannen voor het verlies aan kwaliteit, star en altijd overal populistisch tegen. Ik dacht het toch niet! Mag ik er aan herinneren dat de NVJ de hele discussie over de broodnodige vernieuwing in dagbladland zo’n beetje alleen op de agenda heeft gezet.
Terwijl uitgevers onderling nog zaten te kibbelen of de overheid de dagbladsector wel zou mogen steunen, was de NVJ de partij die als eerste de minister om ander beleid t.a.v. de pers vroeg. Jarenlang werd elke vorm van overheidssteun hovaardig door hoofdredacties en uitgevers afgewezen. Inmiddels zien ook zij in dat de bestaande verdienmodellen geen garantie bieden voor een journalistiek sterke toekomst en wordt schoorvoetend gewerkt aan een Haagse lobby.
Gezonde kritiek
De NVJ gelooft heilig in de toekomst van de journalistiek, maar investeringen in innovatie, zowel van de bedrijven zelf als van de overheid, zijn daarbij een eerste vereiste.
De NVJ steunt vernieuwing en beseft zich terdege dat reorganisaties nodig zijn om de slag naar nieuwe markten te maken. Reorganisaties die echter louter een rendementsdoelstelling op korte termijn hebben en geen perspectief bieden op een journalistiek sterke toekomst voor de krant en andere journalistieke (nieuwe)mediavormen, kunnen op gezonde kritiek van de NVJ rekenen.
Het hoofddoel van de meeste reorganisaties van de afgelopen jaren was steevast: bezuiniging op kosten zonder een wenkend perspectief op investeringen in nieuwe journalistieke activiteiten en mensen, ook bij de TMG.
Daarbij worden reorganisaties door uitgevers en hoofdredacteuren aangegrepen om op goedkope wijze van kennelijk minder bruikbare krachten af te kunnen komen.
LIFO
Daarvoor heeft de wetgever – en niet de NVJ – terecht een aantal garanties ingebouwd, waaronder het LIFO-principe, dat ervoor zorgt dat reorganisaties niet voor dit soort oneigenlijke doeleinden worden gebruikt. Als hoofdredacties praten over het probleem op redacties van ongemotiveerde, weinig toekomstgerichte en starre ouderwetse medewerkers, dan benoemen ze in feite hun eigen falen.
Het is immers de permanente taak van hoofdredacties om de kwaliteit te bewaken en hun redacties flexibel inzetbaar te houden. Reorganisaties gebruiken om die schade weg te werken getuigt van slecht beleid. Bij reorganisaties gaat het ons erom het bedrijf en de hoofdredacties uit te dagen om hun uiterste best te doen om journalisten die jarenlang keihard hebben gewerkt voor de krant, die over veel waardevolle kennis beschikken op een slimme manier in te zetten voor de gestelde, nieuwe doelen.
Dat wij ons daarvoor inzetten is niet een kwestie van star beleid, zonder oog voor kwaliteit, maar kansen bieden aan mensen, over wiens functioneren nooit is geklaagd, die veel voor het bedrijf gedaan hebben en die op de huidige arbeidsmarkt veel te verliezen hebben.
Juist onze hechte verbinding met de redacties doordat wij onze rol als beroepsvereniging combineren met vakbondstaken geeft ons recht van spreken als het gaat om de aanpak van reorganisaties, waarin we nooit een opstelling kiezen die behelst dat elke verandering/ reorganisatie negatief zou zijn.
Armoede
Een onderbouwing voor dit inhoudelijk beleid en onze visie op een journalistieke toekomst vormen de afspraken die wij deze zomer maakten bij Wegener. Daarin benadrukten wij dat het ons niet ging om het behoud van specifieke functies in bestaande vorm, maar vooral om behoud van de noodzakelijke menskracht om redactionele ambities (kwaliteit, investeringen in nieuwe media) te kunnen waarmaken.
Volledig gesteund door de redacties hebben wij daar dus niet ingezet op het fenomeen “niemand de poort uit” maar op een gezonde toekomst voor regionale redacties in een nieuw mediatijdperk. Dat kan gepaard gaan met het gebruik van een sociaal plan en het afscheid nemen van journalisten die daarin niet mee willen, maar wel op een zorgvuldige wijze.
Ook de jonge-instroomprojecten, min of meer uit armoede geboren, getuigen van onze inspanningen om juist jonge journalisten een kans te geven in de sterk verouderde dagbladbedrijven. Uit armoede, want blijkbaar lukt het de bedrijven niet meer op eigen kracht om te investeren in jong bloed, op een enkele uitzondering als NRC Next en de gratis kranten na.
Kwaliteit
Met de meeste verbazing heb ik echter gelezen hoe Brouwers het contractenbeleid van de Telegraafgroep jegens freelancers denkt te kunnen verdedigen.
Doe mij een lol en lees dit contract. De manier waarop De Telegraaf hier met de auteursrechten en handelingsvrijheid van freelancers denkt om te kunnen gaan, gaat echt alle perken te buiten, zeker als daarbij ook nog eens de prijzen, vanaf 18 euro per foto worden betrokken die TMG-bedrijven aan hun freelancers betalen.
Een hoofdredacteur die staat voor de kwaliteit van zijn krant, lokaal, gratis of landelijk, weet dat een dergelijk contract feitelijk de onafhankelijke rol van een freelancer ontkent en dat de daarbij gehanteerde tarieven garant staan voor een keldering van kwaliteit.
Economisch allemaal vast wel uit te leggen en het wordt voorlopig ongetwijfeld nog geaccepteerd door de lezers ook, maar het draagt wel bij aan het volstrekt irrelevant maken van het beroep. If you pay peanuts, you get monkeys, luidt een ware uitspraak. Het is de taak van de beroepsvereniging én van de hoofdredacteuren om te voorkomen dat de kranten en nieuwssites straks gevuld worden door deze diersoort, ook al zouden dat er dan misschien een paar meer zijn dan nu!
5 reacties