Twitter als digitale dwangneurose
Fijn relletje op Twitter afgelopen week. “Wie er niet op zit, doet eigenlijk niet mee” schreven Koster en Jojanneke in een puntig stukje in De Pers. En ook: “Twitteren is masturberen met je ziel.” Dat hebben ze geweten. De reacties op het hipste platform van dit moment logen er niet om. De fine fleur van de vaderlandse internetgemeenschap reageerde verontwaardigd (”klopt niks van”), ging vlot over op verkettering (”hebben het niet begrepen”) en begon toen te schelden (”blond meisje, intellect van een kapster, neukt zich weg omhoog”).
De column had duidelijk een gevoelige snaar geraakt, de reacties gaven de auteurs deels gelijk: je snapt het en je hoort erbij, of je begrijpt er niks van en telt dus niet mee. De discussie onder journalisten over Twitter volgt hetzelfde patroon als die over weblogs een paar jaar geleden. Er is iets nieuws, er ontstaat debat over de vraag wat je er als journalist mee kunt en het eindigt zo ongeveer met de verplichting eraan mee te doen. Toen waren het de NOS-presentatoren die zich gedwongen voelden te gaan bloggen (en het niet zo lang volhielden), nu zijn het de redacteuren van Sp!ts die van hun hoofdredacteur verplicht aan de tweets moeten. Toen was de boodschap dat journalisten die niet bloggen hun baan zouden verliezen, nu vrezen studenten dat ze minder kans maken bij sollicitaties als ze niet actief zijn op Twitter.
Twentor
Soms vraag je je opeens af of we niet een beetje zijn doorgeschoten. Natuurlijk, de mediaconsumptie verandert en de journalistiek moet zich aanpassen om te overleven. Maar laten we niet het gedrag van een kleine groep exemplarisch maken voor dat van de grote meerderheid. Zelfs niet voor het mediagebruik van jongeren.
Aan de Universiteit Leiden geef ik college over de veranderingen in de journalistiek onder invloed van de digitale revolutie. Ik vroeg de studenten naar hun eigen mediaconsumptie. De resultaten zijn geenszins representatief of wetenschappelijk verantwoord, maar toch vermeldenswaardig. Van de 36 studenten leest de helft een betaalde krant (waarbij aangetekend dat een aantal nog thuis woont). Eenderde bezoekt minstens een keer per week nu.nl. Een ruime meerderheid heeft een profiel op Hyves. Slechts twee studenten zijn actief op Twitter. Let wel: deze studenten zijn geïnteresseerd in journalistiek en nieuwe media.
Paul Bradshaw had de afgelopen dagen een soortgelijke ervaring. Hij geeft les in Online Journalism aan de Universiteit van Birmingham en probeert zijn studenten kennis te laten maken met Twitter. Maar op een enkeling na willen ze niet zo. Bradshaw doet zijn best met uitgebreide handleidingen en suggesties voor onderwerpen. Maar ondanks een lange lijst aanbevelingen waarin gebruikers het nut van het platform proberen uit te leggen, willen zijn studenten het kennelijk maar niet begrijpen. Uiteindelijk roept Bradshaw andere Twitteraars op een van zijn leerlingen te adopteren en in te wijden in de geheimen van de tweet als ‘Twentor‘. Misschien iets voor Koster en Jojanneke?
Concentratie
De Twitter-generatie als opvolger van de Google-generatie – als die al bestaat – laat dus nog wel even op zich wachten. En misschien is dat niet zo erg. Er blijken ook nadelen te kleven aan de oprukkende cyber-samenleving. Maakt Google ons dommer? vroeg Nicolas Carr zich in de zomer van 2008 af. Voor hem als auteur was het web een godsgeschenk, zo beschrijft hij in zijn essay. Meer en meer speelde zijn leven zich af online. Maar voor die verhuizing naar het web betaalde hij wel een prijs. Carr kreeg moeite zijn aandacht ergens bij te houden. Normaal een boek lezen werd een opgave, concentratie een gevecht. Hij suggereert dat het veelvuldig gebruik van het web zijn hersenen heeft veranderd. Fysiek.
Carrs vermoeden lijkt bevestigd te worden door wetenschapelijk onderzoek naar het leergedrag van Amerikaanse kinderen. Het gebruik van digitale media vergroot de visuele intelligentie maar verzwakt het kritisch en analytisch denkvermogen. Ook krijgt hij bijval van Maggie Jackson. In haar boek Distracted beschrijft deze voormalig journaliste hoe ons vermogen tot concentratie wordt ondermijnd door ons overvolle digitale leven. We zij het gewoon gaan vinden voortdurende te worden onderbroken door een niet aflatende stroom aan telefoontjes, e-mails, smsjes en – jawel – tweets. De gevolgen zijn serieus, vertelde Jackson aan Wired: stress, frustratie en afnemende creativiteit.
Wat zou Jackson vinden van Twitter, de ongebreidelde stroom aan concentratie verbrekende micro-informatie, de ultieme digitale dwangneurose? Het antwoord laat zich raden. Bij Carr is raden niet nodig. In maart 2007, twee jaar voordat De Pers repte van mindmasturbatie, schreef hij: “Twitter is the telegraph of Narcissus. Not only are you the star of the show, but everything that happens to you, no matter how trifling, is a headline, a media event, a stop-the-presses bulletin.” Het credo van de Twitteraar zou volgens hem niet moeten zijn I Twitter, therefore I am maar I Twitter because I’m afraid I ain’t.










15 reacties:
19 februari, 2009
Het Carr-citaat is pre-Mumbai, pre-toepassing tijdens live evenementen als operaties/rechtszaken/keynotes, pre-Stephen Fry en andere interessante programmamakers… kortom, inderdaad een mening van inmiddels twee jaar oud.
Er wordt nog een hoop ge-ego-twittert, maar gelijk de vallende boom blijft een tweet zonder publiek ongehoord.
Zelf volg ik geen veredelde rss-feeds, geen mensen die het enkel gebruiken om te melden dat ze een nieuwe blogpost hebben geschreven of zij die enkel in gesprek zijn met anderen zonder ooit ‘zelfstandige’ (en interessante) tweets te versturen.
Ik vind het – na een lange aanlooptijd waar ik het nut er niet van inzag – een interessante manier om contact te houden met vrienden of collega’s in het veld.
Het is een intieme (in de juiste zin van het woord) vorm van communicatie en voor mij een nuttige verrijking. De drempel om iemand te volgen is laag en de tweets zijn veelal informeel van aard, wat het makkelijk maakt iemand aan te spreken.
Met alle toepassingen die rondom Twitter verschijnen zijn snel trends te zien, zijn nieuwsgebeurtenissen razendsnel bekend en kan geput worden uit een ‘hive mind’ aan kennis.
Voor een eindconclusie over de (on)zinnigheid van Twitter is het nog te vroeg, vind ik.
19 februari, 2009
Beste heer Broekhuizen,
met alle respect en met het gevaar af om door u beschuldigd te worden van verkettering toch een reactie.
Wat een slecht onderbouwd stuk voor iemand die volgens mij veel beter zou moeten weten.(compleet met een niet representatief onderzoek)
Ik ben nu bijna 2 jaar aan het twitteren en het heeft mij geen windeieren gelegd.
Ik ben ZZP er en heb dankzij Twitter nieuwe mensen ontmoet,nieuwe opdrachten gekregen en vooral veel nieuwe ideeën opgedaan.
De grootste denkfout die tegenstanders van Twitter begaan is volgens mij om er teveel waarde aan het tooltje te hechten. het is niks meer en minder dan een handige “real time” internet tooltje.
Maar u klinkt in het stuk als de boeren die klaagden dat de koeien minder melk gaven toen de eerste stoomtreinen verschenen.
Ook het stuk van Carr heeft u niet helemaal goed begrepen.Want Carr vraagt zich ook af of het erg is dat er een nieuwe manier van intelligentie ontstaat doordat wij nu alles kunnen googelen.
Als u dit ketterij noemt is het best. Maar ik noem dit “gewoon” vooruitgang.
19 februari, 2009
Het woord ketterij neem ik terug vooruitgang niet;-)
19 februari, 2009
“nu vrezen studenten dat ze minder kans maken bij sollicitaties als ze niet actief zijn op Twitter?” Wat – dat heb ik nog nooit bij klasgenoten journalistiek gehoord. Graag een onderbouwing.
“Deze studenten zijn geïnteresseerd in journalistiek en nieuwe media”. Blijkbaar niet echt, als je hun mediaconsumptie bekijkt.
Twitter moeilijk aan de man (of student) te brengen. Ik heb daar hele andere ervaringen mee.
Tijdens mijn vak ‘New Media’ moesten wij ‘verplicht’ twitteren van ene meneer Stronks – ik was een van de weinige die het toen al eens gebruikte. Nu gebruikt zeker nog de helft van de mensen Twitter en kent iedereen in ieder geval de voordelen (en nadelen).
Daarnaast heb ik de laatste maanden heel veel nieuwe journalistiekstudenten actief zien worden op Twitter – zonder enige dwang.
“ongebreidelde stroom aan concentratie verbrekende micro-informatie”. Alles heeft een uitknop! telefoon, computer, email, twitter…
Als je geconcentreerd wil werken kan je daar zelf voor zorgen. Maar als ik aan het researchen ben op het internet, vind ik het niet erg om zo nu en dan een mailtje te krijgen, of twitterberichten te lezen – dat kan ook als ontspanning worden gezien.
19 februari, 2009
“nu vrezen studenten dat ze minder kans maken bij sollicitaties als ze niet actief zijn op Twitter.”
Niet geheel ten onrechte vind ik. Studenten die niet weten wat Google is maken ook minder kans bij sollicitaties. Niet dat Twitter de heilige graal voor journalisten is, maar je mag verwachten van studenten journalistiek dat ze zich verdiepen in tools die van nut kunnen zijn in hun aanstaande beroepsuitoefening. Prima dus dat Paul Bradshaw zijn studenten aan het twitteren wil krijgen. Wederom, niet omdat ze allemaal kosten wat het kost moeten twitteren, maar wel omdat het goed is als ze serieus zouden ervaren wat Twitter inhoudt. Net zoals ze moeten ervaren wat internetresearch inhoudt.
Overigens, inmiddels zijn 4 studenten van Journalistiek en Nieuwe Media actief op Twitter. Hoewel ‘actief’ een groot woord is. Sceptisch zijn ze in elk geval stuk voor stuk. Maar daarin zijn ze geen uitzondering.
19 februari, 2009
Is ‘Twitter’ niet net zoiets als ‘balpen’? Je kunt er lang over praten, maar een nieuw stuk gereedschap is nog niet automatisch een nieuwe manier van werken. Laat staan dat het een nieuwe manier van denken is.
Als je bijvoorbeeld echt op de hoogte wilt blijven van de nu gevoerde rechtszaak tegen de mensen achter piratebay.org kun je de hele dag bij Twitter gaan F5-en …
http://search.twitter.com/search?lang=all&q=%23spectrial
of je kunt de speciale website van the Pirate Bay in de gaten houden…
http://trial.thepiratebay.org/
(En hier ook video http://bambuser.com/channel/Spectrial )
of je zou op de ouderwetse manier kunnen gaan luisteren wat er in de rechtbank wordt verteld.
Zelfs dat kan via het internet, via een live stream van de Zweedse omroep:
http://svtplay.se/popup/minispelare/v/1416410?pl
Beetje lullig als je geen Zweeds verstaat, maar wie die taal wel beheerst zal merken dat het minder tijd kost om zo’n live stream op de achtergrond aan te hebben staan, dan je bij iedere tweet af te vragen in hoeverre de berichtgeving gekleurd is.
Twitter zal in sommige situaties echt handig zijn, maar Twitter is net als een telefoonboek: veel gegevens, maar alleen als je weet waar je naar op zoek bent, kun je spreken van informatie en zelfs dan moet je maar hopen dat de informatie klopt.
Ah, in Zweden zijn ze net terug van de lunch…
19 februari, 2009
Allereerst allen bedankt voor de reacties.
Laat me een ding duidelijk maken: ik ben geen ‘tegenstander’ van Twitter. Ik maak er zelf – zij het niet zo fanatiek als sommige anderen – met veel plezier gebruik van. De mening van Carr (die overigens de afgelopen jaren niet is veranderd) is niet de mijne, het citaat geeft vooral aan dat de kritiek in De Pers niet bijster origineel is.
Wel viel het me op hoe fel er gereageerd werd op het stukje van Koster en Jojanneke. Een felheid die me deed denken aan de onzinnige strijd over de journalistieke waarde van bloggen. Een strijd waar we gelukkig een punt achter hebben gezet met wat mij betreft de conclusie dat bloggen een mooi nieuwe aanvulling is op de journalistiek. Net als Twitter dat misschien ook zal blijken te zijn.
Maar – en daar komt bovenstaand stuk eigenlijk uit voort – ik vraag me wel steeds vaker af of journalisten, deels gedreven door de huidige economische en inhoudelijk problemen in het vak, niet te veel verwachten van nieuwe technieken. Het web heeft een duidelijk plek verworven in het mediagebruik, maar slechts een klein deel van de gebruikers is echt interactief betrokken (zie ook mijn vorige bijdrage aan deze site). Dus natuurlijk is het goed om studenten kennis te laten maken met nieuwe technieken, maar ze het gevoel geven dat je alleen een goede journalist kan worden met minstens twintig tweets per dag, is misschien iets te veel van het goede.
De connectie met Nicolas Carr en Maggie Jackson komt voor uit persoonlijke ervaring: ik herken de gevolgen van veel online zijn die zij beschrijven en Twitter heeft verslavende trekjes, zo merk ik. Emile hierboven heeft gelijk dat overal een uitknop op zit, maar die is soms moeilijk te vinden :-)
19 februari, 2009
Excuus, Emile moet zijn Emiel
19 februari, 2009
In deze twee artikelen met de oprichter van Twitter, wordt het allemaal haarfijn uitgelegd.
Je *hoeft* er niet aan mee te doen, het is maar net welke diepte je er zelf aan geeft.
Mooie quote: “There’s a universe in the smallest, most “trivial” details of one’s life.”
Het is dus maar net of je daar wat in ziet. Anders: zonde van de tijd.
Verder: Twitter heeft net als elk andere medium zijn do’s en don’ts.
Hier de artikelen:
http://latimesblogs.latimes.com/technology/2009/02/twitter-creator.html
http://www.technologyreview.com/TR35/Profile.aspx?trid=700
19 februari, 2009
@Bas: nuanceren totdat de koeien op stal gaan is natuurlijk prima. Maar de “felheid” in reactie op het stukje van K&J in de zich ‘kwaliteitskrant’ noemende De Pers kan natuurlijk niet los worden gezien van dat stukje zelf.
De teneur daarvan laat zich samenvatten als: journalisten besteden maar beperkt tijd aan Twitter, worden niet juichend als ‘Jezussen-op-ezelsafari-in-Jerusalem’ binnengehaald door de community. En schrijven een stukje dat ‘niemand houdt van mij en dus is het stom’ als teneur lijkt te hebben. Zie ook http://explore.twitter.com/2525/status/1191301688 voor de bondige reactie van Francisco van Jole.
Midden in de nacht vanuit je zolderraam dronken roepen dat de wereld toch zo’n mooi liefdevol oord moet zijn, maar dat je daar zelf niets van merkt: je krijgt hoogstens de ergernis van de buurt over je heen. Dat gebeurde nu ook. Erg netjes ging dat niet – je citeert het als altijd fleurige proza van @lucasbert en dat mag van mij ook wel wat minder – maar enigszins begrijpelijk was die irritatie wel.
Nu houdt de populariteit van K&J me niet uit m’n slaap, maar ik vind het wel bijzonder jammer dat dergelijke stukjes het onbegrip bij de digitale ‘have nots’/'want nots’ toeneemt. ‘Online’ wordt al vaak geridiculiseerd, en er lijkt zelfs een zekere angst te bestaan onder sommige journalisten om online actiever te worden. Zo kreeg ik bij een training bij een grote nieuwsorganisatie recent van een cursiste de opmerking dat een Nederlandse twitteraarster vast niet echt zou zijn ‘want mooie vrouwen verspillen hun tijd niet online’. Bedankt, De Pers.
Twitter is geen heilige graal, maar faciliteert wel nuttige en plezierige gemeenschappen instrument waaruit je veel kunt halen als je ook bereid bent er tijd en moeite in te investeren. Zoals eigenlijk sinds mensenheugenis voor sociale groepen heeft gegolden. Alleen hebben we er nu eentje bij die een aantal logistieke beperkingen rond tijd & plaats overwint. Mooi toch?
19 februari, 2009
Mijn stuk uit 2007, op DNR, is hieromtrent nog STEEDS actueel, zie http://www.denieuwereporter.nl/2007/07/de-ware-internetgeneratie-is-veertig-plus/
20 februari, 2009
Ach, daar komt weer het misverstand van het generatieverschil naar boven, nog eens benadrukt door Hans van Willigenburg.
Twitter is juist een handig medium voor volwassenen wiens netwerk zich niet meer tot de directe dagelijkse fysieke omgeving beperkt, en voor wie instand messaging veel te intensief is naast alle andere activiteiten. Jongeren hebben lang niet zo’n behoefte aan Twitter, net zoals ze veel minder behoefte hebben aan email naast MSN, SMS en het dagelijkse fysieke contact met nagenoeg hun hele sociale netwerk. Net zoals ze nu nog geen behoefte hebben aan LinkedIn, dat komt allemaal later pas als hun levenspatroon en behoeften veranderen.
Het mediagebruik van jongeren nu zegt niets over hun mediagebruik in de nabije toekomst, en dus ook niets over de toekomst en relevantie van een medium als Twitter.
20 februari, 2009
Studenten Journalistiek is natuurlijk ander verhaal dan studenten of jongeren in het algemeen, als het gaat om jongeren dan hebben die (net als wat Rick aangeeft) op dit moment (zal nog wel komen) nog niets aan Twitter, die vinden Hyves nog spectaculair.. maar zodra het internet niet meer gekoppeld is aan de computer zal ook Twitter interessant kunnen worden voor jongeren en dan neemt het gebruik ervan ook toe.
22 februari, 2009
[...] De reacties op het hipste platform van dit moment logen er niet om. De fine fleur van [...] Ga naar het orginele bericht (Geen stemmen) Loading [...]
24 februari, 2009
“Van de 36 studenten leest de helft een betaalde krant (waarbij aangetekend dat een aantal nog thuis woont). Eenderde bezoekt minstens een keer per week nu.nl. Een ruime meerderheid heeft een profiel op Hyves. Slechts twee studenten zijn actief op Twitter. Let wel: deze studenten zijn geïnteresseerd in journalistiek en nieuwe media.”
Met alle respect, maar dit zegt volgens mij heel veel over het (gebrek aan) niveau van de opleiding, dat heel goed aangeeft waarom we juist in nederland achterlopen op internet gebied.
Waar blijft immers het nederlandse successverhaal op internet?
Zo’n 70 leden van het amerikaanse congress zitten op twitter. Die zien blijkbaar iets in twitter waar de gemiddelde nederlandse student nog achter moet komen (over twee jaar is het ingeburgerd). Er zit dan ook van alles in. Laast je niet van de wijs brengen door de ogenschijnlijke simpelheid van de techiek, maar expirementeer daar nou eens wat meer mee zou ik zeggen.
Kijk nou eens naar facebook en vergelijk het met hyves, en zoek de verschillen, en leg dat eens naast twitter en de honderden applicaties die op twitter zijn gebaseerd. Je zal tot de conclusie komen dat hyves hopeloos verouderd is, met name waar het gaat om toegevoegde waarde. Er is een wereld te winnen op dit gebied, en dat opent nieuwe mogelijkheden zou ik zeggen.
Leuk om te weten: Jaiku (http://www.jaiku.com/) heeft erg veel gemeen met Twitter en werd reeds ruim een jaar geleden door Google overgenomen.
Alle reden dus om je er wat meer in te verdiepen.
Laat me een voorbeld geven: Statistieken. Alle uitgevers zijn er dol op. Kijk dus eens naar Tweetstats (http://tweetstats.com)of twtpoll (http://twtpoll.com/).
Wil je weten waar mensen nu over praten? Probeer http://www.monitter.com/. Heb je een advertentiecampagne? Probeer http://twittertise.com/. Er zijn namelijk honderden applicaties voor twitter en iedere dag komen er wel weer een paar bij en er zit veel tussen.
Ik denk dat je Twitter kunt zien als een soort hybrid van email en sms, met een gigantische gezamenlijke inbox. Transparantie ten top dus.
Met 2010 in het zicht staat de nieuwe generatie inmiddels voor de deur te trappelen:
http://www.youtube.com/watch?v=0FiuDrfu2D8