Meeschrijven met de goede zaak, wat is daar eigenlijk tegen? De tijd waarin sommige journalisten schouder aan schouder stonden met de kraakbeweging, anti-kernenergiebeweging en de vredesbeweging is voorbij. Maar als reporter heb je natuurlijk wel een hart. Dus het is goed dat een krant als Het Parool zich het lot van de Amsterdamse horeca aantrekt, gebukt als die gaat onder crisis, rookverbod en strenge regels die nog worden gehandhaafd ook.
Op dinsdag 10 maart zagen we in de Amsterdamse krant een mooi staaltje van wat de moderne actiejournalistiek vermag. Het Parool kopte in haar gedrukte editie: ‘Rookverbod leidt tot ruzies en rotzooi op de stoep’. Het artikel levert volop munitie aan al die horecaondernemers die tegen minister Klink van Volksgezondheid strijden.
Volgens Het Parool heeft het rookverbod tot een ‘enorme’ stijging van de overlast geleid van cafébezoekers die buiten hun sigaretten roken. In het artikel wordt gerept van een ‘chaos op straat’, ‘opstootjes met rokende cafébezoekers’ en ‘ruzies met portiers’.
Een deel van de oorzaak zou, volgens verder niet bij naam genoemde ‘ambtenaren’, het gevolg zijn van ‘smirten’: mensen die tijdens het roken flirten en daardoor extra lang op straat staan. Er is overigens wel een klein verschil tussen de gedrukte editie van Het Parool en de digitale. In de krant is het woord ‘enorme’ geschrapt, maar een ‘chaos’ blijft het in beide verhalen.
Terraslawaai
Bij het lezen van de feiten die de basis van het bericht vormen, bekroop ons meteen een gevoel van argwaan. De bron blijkt een rapport van het stadsdeel Centrum waarin staat dat er vorig jaar sinds de invoering van het rookverbod sprake was van 121 klachten over ‘terraslawaai’ en ‘roken op straat’. Maar is dat nu zo veel? In het bericht staat dat er in het centrum 1650 horecagelegenheden zijn (waarvan volgens gegevens van het stadsdeel 900 een terrasvergunning hebben). Dat betekent dus dat in de periode van 1 juli (toen het rookverbod inging) tot 31 december 2008 gemiddeld sprake was van minder dan één klacht per tien horecagelegenheden.
De begeleidende foto die Het Parool op haar interneteditie plaatst, helpt niet de geloofwaardigheid van het verhaal te vergroten. Daarop zie je een vijftal doodkalme jongeren naast elkaar op een bankje voor een horecagelegenheid zitten. Typische voorbeelden van rokers die geen onruststokers zijn.
Begrippen als ‘veel’, en ‘enorm’ blijven natuurlijk subjectief. Maar wij zouden geneigd zijn te denken dat het aantal klachten enorm laag is. Vooral als je bedenkt dat er in de binnenstad genoeg mensen zijn om te klagen en over te klagen. In het centrum van Amsterdam wonen rond de 80.000 mensen op minder dan 8 vierkante kilometer oppervlakte, en dan laten we de stromen toeristen nog even buiten beschouwing. En zijn Amsterdammers volgens de rest van Nederland niet overassertief?
Bovendien is het niet zeker of alle klachten het gevolg zijn van het rookverbod.
Mooi weer
In het rapport (met als titel: Invoering rookverbod in de horeca) staat bijvoorbeeld niet dat het ‘terraslawaai’ alleen wordt veroorzaakt door de rokers. Wel staat er dat de meeste klachten in september werden geregistreerd, toen het mooi weer was, en dus ook veel niet-rokers zich op de terrassen ophielden. In de maanden daarna zakte het aantal klachten aanzienlijk.
De stelling dat er sprake is van een ‘stijging’ door het rookverbod kan verder alleen maar worden waargemaakt als we die vergelijken met de cijfers van de jaren daarvoor. Helaas was dit de eerste keer dat het stadsdeel dit onderzoek liet uitvoeren. Wat wel helemaal klopt is dat er sinds het rookverbod op en rond de terrassen veel sigarettenpeuken liggen.
Over de in het bericht genoemde opstootjes en ruzies met portiers is niets te vinden in het rapport.
De vraag die ons nog bleef intrigeren was hoe dat nu zat met die ruzies over het smirten. De anonieme bron van Het Parool is snel gevonden: Ton Boon, woordvoerder van het stadsdeelcentrum. ‘Ik heb juist gezegd dat het smirten een positief gevolg kan zijn van het rookverbod. Maar de journalist van Het Parool redeneerde net de andere kant op.’
Dit artikel verschijnt ook in Intermediair.
3 reacties