Debat voorstel Marijnissen ontbrandt. Doe mee!

Ter toelichting op de 24 reacties die u hieronder te lezen krijgt, even kort de voorgeschiedenis.
Jan Marijnissen, Tweede Kamerlid voor de SP, uitte vorige week in een opvallend betoog in NRC Handelsblad zijn zorg over het voortbestaan van de kritische kwaliteitsjournalistiek. Die is volgens hem even essentieel voor een democratie als de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging maar dreigt nu met de kranten grotendeels ten onder te gaan.
Marijnissen gaf ook aan in welke richting hij een oplossing zoekt:


“Er bestaat geen eenvoudige oplossing in deze, al staat voor mij inmiddels vast dat het taboe op steun door de gemeenschap doorbroken moet worden. Natuurlijk, onmiddellijk dringen zich vragen op als: welke kranten krijgen steun en welke niet? Komt de neutraliteit tegenover de overheid niet in gevaar? Hoe verhoudt steun zich met de commerciële doelen van de onderneming? Allemaal terechte vragen, maar net als bij de publieke omroep moet er een toelatingssysteem bedacht worden, moet er een garantie voor non-interventie en journalistieke onafhankelijkheid afgegeven worden, en moet door middel van het stellen van voorwaarden aan de steunverlening de zekerheid gegeven worden dat de gelden niet weglekken haar het bedrijfsresultaat.

Er is geen keus. Op straffe van het totaal verdwijnen van de controle op de macht en de voorlichting aan de burgers, moet daar steun worden gezocht waar dat tot op heden niet zo voor de hand lag.”

Omdat met het lanceren van dit idee een code doorbroken wordt – alleen het fluisteren ervan was al taboe – legde de redactie van De Nieuwe Reporter Marijnissens voorstel aan experts en betrokkenen voor. Een respectabel aantal reageerde inhoudelijk op een zestal antwoord-alternatieven (zie einde artikel).

We zullen bewust niet proberen de reacties samen te vatten maar raden iedereen aan ze zelf door te lezen – zeer de moeite waard!

Duidelijk is dat er veel huiver en weerzin bestaat. Maar duidelijk wordt ook dat er opeens in dubbel opzicht een revolutie smeult. Er wordt openlijk gedelibereerd over een dagbladjournalistiek die geld van de overheid ontvangt en middenin het tumult daarover doet de journalistiek een greep naar de macht: geef ons het geld maar, suggereert menigeen, wij zijn de eerstaangewezenen om de kostbare erfenis te beschermen.
________________________________________________________________________

Marijnissen wordt zo nog eens een van onze eerste ‘elder statesmen’. Chapeau!
Maar ik zie zijn oproep als een tijdelijke oplossing: als de markt zich herstelt, is het wenselijk dat de geschreven pers weer helemaal los komt van iedere band met de overheid. Niets gaat boven echte onafhankelijkheid.
Maar ook een tijdelijke oplossing – staatssteun aan de kranten – kan niet zonder voorwaarden. Zo zou er lering getrokken moeten worden uit de fouten in het omroepbestel. Daar is de invloed van de overheid nog te direct. Het Raad van Bestuur-model staat nog te dicht bij de politiek. Een onafhanklijke board of directors die het overheidsgeld zonder politieke inmenging verdeelt, zou niet alleen bij omroepen maar ook bij kranten te prefereren zijn.
Die board zou op een aantal beroepsethische kwesties en een aantal zaken van journalistieke doelmatigheid scherp moeten toezien:

Van de zijde van kranten moeten er strenge regels komen die commerciële schnabbels en onwenselijke dubbelrollen van (nu door de belastingbetaler beloonde) journalisten verbieden. En van hoofdredacteuren moet verwacht worden dat ze in Marijnissen’s woorden daadwerkelijk controleurs van de macht zijn en niet de slippendragers. Dus minder lunches met ministers, bijeenkomsten met leden van het koningshuis of lidmaatschappen van allerlei adviesgroepen en genootschappen. Meer aanwezigheid op redacties, meer ‘de poten in het bluswater’. Gewoon: kritische kranten maken voor de nog steeds naar goede informatie hunkerende lezers! Anders heeft de hartverwarmende oproep van Marijnissen geen zin gehad.
Marc Josten
Hoofdredacteur KRO Reporter/Profiel

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is niet wenselijk.
De argumentatie vind ik niet valide, want het is in wezen denken in middelen en niet in doelen: waarom zou je een drager (in dit geval krantenpapier) subsidiëren? Bovendien speelt het niet in op consumentengedrag.
Als het gaat om meer controle, dan lijkt het me verstandiger om mensen daarvoor te faciliteren en deze zelf te laten bepalen welke media relevant zijn. ‘Het totaal verdwijnen van de controle op de macht en de voorlichting aan de burgers’ is te zwaar aangezet. Daarvoor besteden we toch publiek geld aan het journaal, de actualiteitenrubrieken, documentaires, op radio, tv en internet? De kracht van dagbladen, net zoals tijdschriften, is juist dat ze naast de Publiek Omroep zelfstandig en autonoom zijn. Als – zoals betoogd – steeds minder burgers een papieren drager pakken, dan lost een structurele subsidie dat ook niet op. Overigens vind ik het ook erg jammer dat kranten het zwaar hebben, ik lees er nog steeds tenminste drie per dag van het papier.
Paul Disco
Directeur/uitgever De Groene Amsterdammer

Uiteraard is het van het grootste belang dat kritische kwaliteitsjournalistiek blijft bestaan. De oplossing van Marijnissen is me echter te gemakkelijk. Waarom bijvoorbeeld je beperken tot kranten? Kranten hebben niet het monopolie op kwaliteitsjournalistiek. Ook vind ik de aanname dat het ANP zijn journalistieke plicht niet zou doen op zijn minst discutabel.
Als je al subsidie zou overwegen, dan zou ik me echt niet beperken tot de aloude ‘courant’. Op internet ontstaan allerlei interessante nieuwe initiatieven die in de kiem dreigen te worden gesmoord als Marijnissen zijn zin krijgt. Je kan je ook afvragen of eventuele subsidies niet naar onafhankelijke (onderzoeks)journalisten zou moeten gaan in plaats van de instituten.
Laurens Verhagen
Hoofdredacteur Nu.nl

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten biedt mogelijk een oplossing maar moet eerst grondig worden onderzocht
Er zullen goede juridische waarborgen moeten worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat politieke inmenging (bijv. bevriezen/terugdraaien subsidie bij onwelgevallige publicaties; zoals wat er gebeurde met de publieke omroep nadat de LPF aan de macht kwam) tot een minimum beperkt blijft. Redactiestatuten alleen bieden niet genoeg waarborg. Europeesrechtelijk (staatssteun!) zal er nog wel het een en ander aan bezwaren te overwinnen zijn. Maar het taboe op een (deels) publieke financiering moet inderdaad, daar ben ik het zeer met Marijnisen eens, aan de kant.
prof. dr. Frank Huysmans
bijzonder hoogleraar Bibliotheekwetenschap
afdeling Mediastudies
Universiteit van Amsterdam

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is niet wenselijk, het schaadt de onafhankelijkheid.
Carl Königel
Mede-oprichter Sargasso

Het is is niet haalbaar en uiteindelijk ook niet wenselijk. Mijn voorstel is tweeledig:

- steun aan de journalistiek in brede zin, niet aan de media, maar steun aan initiatieven die de functie van de serieuze journalistiek in brede zin (productie, distributie en consumptie) ondersteunt, zoals ik heb bepleit in Het Financieele Dagblad (een stuk dat door De Journalist ongevraagd en verknipt is overgenomen);
- verscherping van eisen aan de publieke omroep om meer en betere journalistieke programma’s te brengen (buitenlandmagazine enz.), en de licentieverlening aan alle televisie- en radiozenders te verbinden aan de verplichting nieuwsprogramma’s te brengen (zoals in het Britse duale bestel gebruikelijk was)
Frank van Vree
Hoogleraar Journalistiek en cultuur, UvA

Lijkt me geen goed plan. Journalistiek financieren uit algemene gelden vind ik geen probleem, want journalistiek is van algemeen belang. Dus van groot belang dat onafhankelijke journalistiek blijft bestaan. Steun mag dus best komen uit belastinggeld. Maar steun aan specifieke mediasoorten vind ik niet van deze tijd. Dus geen steun voor omroep of krant, maar voor journalistieke producties. Steun die vergelijkbaar is met zoiets als het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten.
Alexander Pleijter
Journalistiek en Nieuwe Media
Universiteit Leiden

Als we het Nederlands publieke bestel volgen qua model, is het zeer
zeker onwenselijk. de NPO is mijns inziens de slechtst presterende
media-organisatie in west-europa. Deze discussie is nog lang niet
beslecht. Krijgen we uiteindelijk het BBC-model? Ik hoop het. Anderen
niet.
Het gegeven dat deze discussie zo heftig gevoerd wordt, geeft aan dat het model verre van perfect is. Dus om onze kranten onder zo een omstreden model te hangen is hoe dan ook onwenselijk.

Het “failliet” van PCM is mijns inziens geheel en al te danken aan
henzelf. Ze hebben niet kunnen omgaan met veranderingen als
“kredietkrises”, of “Internet”. Sterker nog: ze voeren die factoren
telkens aan als schuldigen. PCM is gewoon een slecht presterend bedrijf.
Niet meer en niet minder.

Wat echter wél goed werkt aan publieke omroepen, eender welk model ze volgen, is het centraliseren van faciliteiten. Als kranten bijvoorbeeld toegang zouden krijgen tot de infrastructuur van de NPO (serverparken, netwerk- en communicatie-infrastructuur, transcodering en opslag (bijv. Beeld En Geluid) kan dat een aardige winst opleveren.
Bèr Kessels
Zelfstandig ondernemer, eigenaar van webschuur.com, Drupal ontwikkelaar en ‘hacker in de goede zin van het woord’

Als hoofdredacteur van de VPRO Radio ben ik verantwoordelijk voor het journalistieke onderzoeksprogramma Argos. Van autoriteitenvrees heeft Argos nooit last gehad. Het programma keert al jaren tegels om die anderen ongemoeid laten. Daarbij heeft het een naam op te houden: in de zestien jaar van zijn bestaan heeft Argos nooit hoeven rectificeren.
Probleem: Argos is duur. Of liever: degelijke onderzoeksjournalistiek kost tijd en vraagt vakmanschap. En dat tikt snel aan.
Hoewel ook binnen het publieke bestel voortdurend gevochten moet worden om journalistieke kwaliteit zoals die van Argos (en, bijvoorbeeld, Reporter, en Zembla) in stand te houden, biedt het voor onze continuïteit grote voordelen dat wij niet volledig van Sterinkomsten afhankelijk zijn. Van concessies aan onze journalistieke onafhankelijkheid als gevolg daarvan, heb ik nooit iets gemerkt (Overigens herinner ik me wel, uit een diep verleden waarin ik bij Vrij Nederland werkte, dat de KLM zijn advertenties terugtrok toen een artikelenserie de directie niet beviel, maar dat terzijde) Kortom: ondanks (of, om eerlijk te zijn: dankzij) overheidsfinanciering, kunnen wij ons werk verantwoord doen. Ik behoor dan ook tot de rekkelijken en geloof niet dat steun vanuit de gemeenschap per definitie leidt tot redactionele hoererij.
Kees Schaepman
Hoofdredacteur VPRO Radio

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is niet wenselijk. Onafhankelijke media dienen zo ver mogelijk van welke overheid dan ook af te staan. De huidige problemen in de krantenwereld worden mede veroorzaakt door oneerlijke staatssteun aan de publieke omroepen, die met belastinggeld vrijelijk kunnen experimenteren en concurreren op het gebied van nieuwe media. Zoals daar zijn online, mobiel, digitale themakanalen en dergelijke – en daarmee toetreden van commerciële partijen op deze markten tenminste bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken.

Het streng reguleren en in stand houden van een publiek omroepbestel was te verdedigen in tijden van (ether) schaarste, maar daarvan is inmiddels geen sprake meer.

De beste oplossing zou daarom zijn het terugbrengen van de publieke omroep tot een BBC, VRT of ARD model, waarbij één organisatie landelijk twee netten krijgt toegewezen, te betalen uit algemene middelen en het afschaffen van de STER. Tevens dienen nieuwe media initiatieven getoetst te worden op eventuele marktverstorende werking (gebeurt al bij BBC door BBC Trust en is in lijn met de voorstellen van de Europese Commissie).

Bestaande publieke omroepen die zich hierin niet kunnen vinden, zijn vrij om zelf een particuliere omroep te beginnen – aan kabel, satelliet of IPTV capaciteit geen gebrek.

De idiotie en wat mij betreft het faillisement van het huidige bestel wordt inmiddels afdoende bevestigd door het huidige circus van nieuwe omroepen…. kranten (De Telegraaf), websites (Geenstijl), commerciele zenders (Oranje TV) die een eigen “publieke” omroep beginnen – geef ze eens ongelijk.

Het is uiterst amusant om te zien hoe Hagoort klaagt over een toestroom aan nieuwe omroepen – iets dat alleen mogelijk is geworden omdat een aantal van de bestaande omroepen hun A-status dreigden te verliezen en daarom de toegangsnormen (getalsmatig) zijn verlaagd. Het failliet van Llink spreekt ook boekdelen.

Dus de problemen oplossen van de krantenwereld door gebruik te maken van een failliet model van de publieke omroepwereld lijkt me een heel erg slecht idee.
Robert Briel
Broadband TV News

Voor de pluriformiteit van de media is het belangrijk dat verschillende financierings-mechanismen naast elkaar bestaan, elkaar aanvullen en geen gaten laten onstaan. In een systeem dat uiteindelijk vooral op commerciële overwegingen is gebaseerd, raken allerlei zaken in de knel – zoals we nu al kunnen zien. Reclamegeld heeft bij bepaalde formules en rubrieken steeds meer invloed op redactionele invulling (door coöptatie of het Umfeld-effect). Onderzoeksjournalistiek is duur en maakt niet veel vrienden. Het columnisten wereldje is tamelijk incestueus, en er is weinig echt fundamentele tegenspraak. Bij de grote kwesties van de afgelopen jaren (van de WMD in Irak tot het zien aankomen van de credit crash) hebben veel grote media het goeddeels laten afweten.
Dr. Jaap van Ginneken
Associate prof. media psychology

De echte kritische kwaliteitsjournalistiek waar Jan Marijnissen zo van houdt, had de crisis in de journalistiek, want dáár gaat het om, allang betrapt en te vuur en te zwaard bestreden. En misschien wel een substantieel aantal van al die weggelopen abonnees teruggehaald. Het failliet van de moderne ‘geschoolde journalistiek’ met z’n hyperigheid, z’n quasi objectiviteit, z’n achterhaalde schaamlappen van hoor en wederhoor en het mantra van de feiten zijn heilig, een mening is gratis én gratuit, wordt alleen benadrukt door de belachelijke ramp die Perscombinatie heet en die is komen te staan voor het fiasco van de hele branche. De journalistiek heeft op alle vragen over eigen vak en medium geen antwoord gevonden en soms niet eens een vraag gesteld. Er is geen hoofdredacteur gesneuveld of opgestapt vanwege die crisis of al die weglopers, er is geen redactie in opstand gekomen, er is niet gestaakt. Nee, het waren de Britse durfkapitalisten, het was het mismanagement en het bestuurlijk onvermogen aan de top, het was de ontlezing, het was internet, het was de hele jonge sms-generatie, het was de verandering van de nieuwssnelheid, de tabloidgekte, het waren de gratis kranten, het was de beeldvorming, en het lag absoluut niet aan het afschudden van de ideologische veren, het niet eens zoeken naar een gezamenlijke factor in het tijdelijke era van het individualisme, het afbreken van oude banden, het loslaten, sommigen zullen zeggen het verraden van de lezers. Het lag overal aan behalve aan de journalistiek.

Wie alle actualiteitenrubrieken op de tv met een stalen gezicht drie keer de Volkskrant noemt, ontkomt er niet aan om de landelijke dagbladen van tegenwoordig ook op één grote onmachtige hoop te gooien. Daar moesten we maar geen publiek bestel voor maken. Eerst moet de kwaliteitsjournalistiek zich weer onmisbaar maken, ons probleem is namelijk dat we al zoveel onwetende en bange burgers hebben.
Ruud Verdonck
Van 1969 tot 2003 sportjournalist, coördinator, chef van verschillende redacties, commentator en columnist bij het dagblad Trouw. Was daarnaast meer dan vijftien jaar tv-recensent.

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is in deze vorm niet wenselijk.
De mediabedrijven moeten innoveren, en de overheid moet geen slechte en zelfvoldane bedrijven overeind houden.

Politici moet je weg houden van macht over de media. Ze zijn teveel gespitst op nut van de media voor de eigen loopbaan en/of die van hun partij. Ook de publieke omroep lijdt hieronder. Het bestel is een slecht politiek compromis. Politieke druk wordt helaas normaal gevonden, bv. via politieke benoemingen in de top van de PO, via mediawetgeving, via belastinggeld, via bescherming van programmagegevens, het parkeren van omroepgelden bij het Stimuleringsfonds, via kamerdebatten, via de minister die de ene aspirantomroep steunt en de andere negeert etc.
Toch heeft de politiek de taak de kwaliteit van het media-aanbod (kenmerk van de democratie) te bewaken.

Als mede-oprichter van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten en als oud-bestuurder van het Stimuleringsfonds ben ik altijd pleitbezorger geweest van steun aan journalisten voor specifieke journalistieke projecten en van het financieel stimuleren van journalistieke genres die slecht gedijen in de markt maar wel de pluriformiteit (niet alleen in politieke zin) en de diepgang van de media bevorderen. Uitbreiding van die steun via fondsen die op afstand van de overheid staan, lijkt mij vooralsnog beter dan het instandhouden van platforms voor de publicatie en de verspreiding. Die platforms zullen zich, waar nodig, ontwikkelen, verwacht ik. Onderzoek moet, permanent, want markt en technologie scheppen steeds nieuwe werkelijkheden.
Emile Fallaux
Was o.m. hoofdredacteur Vrij Nederland, programmamaker VPRO-televisie en directeur Internationaal Film Festival Rotterdam

Mijns inziens is dit om een aantal redenen niet wenselijk:
1. Kranten bestaan al ‘honderden’ jaren op eigen kracht
2. Het wegvallen van enkele minder goedlopende kranten is geen enkel probleem, gezien het feit dat er de afgelopen jaren enkele nieuwe kranten zijn opgericht (Spits, Metro, De Pers). Het wegvallen van bedrijfsmatig slecht functionerende kranten biedt bovendien mogelijkheden voor dagbladen die wel goed worden geleid.
3. Kranten zijn niet de enige waakhond van de democratie; inmiddels zijn er ook kwalitatief goede websites, tv- en radio-programma’s.
4. Financiering door de overheid gaat al gauw gepaard met een linkserige opstelling van het medium, zoals te zien is bij de Publieke Omroep.
5. Het zou concurrentievervalsing zijn voor media die niet gefinancierd WILLEN worden door de overheid.
6. De recente overeenstemming tussen PCM en Van Thillo geeft wel aan dat er nog ondernemers zijn die brood zien in het maken van kranten. Gezien de resultaten (ook voor wat betreft b.v. sfeer en leesbaarheid) bij Het Parool, mag er hoop zijn op een verbetering van deze resultaten bij de PCM-bladen.
7. Overheidsbemoeienis levert op termijn niets op; integendeel zelfs. Zie ook de Publieke Omroep. En zie straks ook de bankensector.
Maurice van Uden
Algemeen directeur Search & Co

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten biedt mogelijk een oplossing maar moet eerst grondig worden onderzocht.
Stap een: de problematiek tot de kern terugbrengen, niet beweren maar analyseren.
Stap twee: het sectormanagement zover krijgen dat over niet-commerciele (aanvullende) middelen mag worden nagedacht.
Stap drie: de diverse scenario’s benoemen en publiek bespreekbaar maken.
Jan Bierhoff
Associate lector bij het lectoraat Infonomics & New Media – European Centre for Digital Communication (INM-EC/DC) van de Hogeschool Zuyd

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten biedt mogelijk een oplossing maar moet eerst grondig worden onderzocht.
Bart Brouwers
Hoofdredacteur Sp!ts

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is niet wenselijk.
Aan het financieel infuus liggen bij de overheid ondermijnt de onafhankelijkheid van de journalistiek, én de zakelijke creativiteit. De enige manier om de journalistiek op langere termijn te onderhouden én te legitimeren is financiering uit veel kleine bijdragen van veel verschillende partijen (lezers, kijkers, luisteraars, bezoekers). Wij moeten laten zien dat wat wij doen voor hen relevant is, en hen ervan overtuigen dat ze daarvoor moeten betalen. Als we die relevantie niet kunnen aantonen, falen we; en als ze ook wanneer ze zijn overtuigd van die relevantie niet willen betalen, dan houdt het gewoon op.
Dick van Eijk
Redacteur van NRC Handelsblad. Bekleedde daar verschillende functies, waaronder die van chef internet.

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten is niet wenselijk. Kranten hebben hun ondergang aan zichzelf te danken. Het is geen toeval dat EN.nl van PCM is mislukt, maar NU.nl niet. Dat Clickwork.nl is mislukt, maar Monsterboard.nl niet. Dat Skoeps.nl is mislukt, maar Flickr.com niet. Decennialang hebben kranten hun lezers niet serieus genomen, maar in een bizarre omkering van zaken volgehouden dat zíj door hun lezers serieuzer dienden te worden genomen.

Kranten hadden goud in handen, zeker de regionalen. Ze hadden een ‘community’ waar veel websites jaloers op waren: eentje die loyaal was en zelfs (op internet zeldzaam) graag geld betaalde. Maar vanuit die bijzonder sterke uitgangspositie hebben ze het nagelaten te innoveren, het bleef bij enkele gevalletjes van ‘me too-ism’.

Meer regionale, misschien zelfs (hyper)lokale verslaggeving? ‘Kan niet, we moeten een compleet nieuwsaanbod aanbieden.’
Databasejournalistiek op internet, zodat lezers op een zoekmachine-manier het voor hen meest relevante nieuws zelf kunnen opzoeken? ‘Kan niet, wij als journalisten moeten altijd de voorselectie maken van wat wel/niet belangrijk is, en dat kan alleen in klassieke reportages.’ Lezers laten kiezen welke katernen ze wanneer ontvingen? ‘Kan niet, gesegmenteerde bezorging staat haaks op onze verantwoordelijkheid naar de lezer.’

De rode draad door alles is: het beter weten dan de markt, het beter weten dan de lezer. Wie vanuit zo’n prachtige uitgangspositie zoveel fout weet te doen, moet niet met overheidsgeld overeind worden gehouden. Dan is het beter te vertrouwen op Schumpeters ‘creatieve destructie’: er komt wel iets beters voor in de plaats. Adieu, krant. Het was leuk zolang je het zelf liet duren.
Zo, dat lucht op ;-)
Arjen Dasselaar
Docent internetjournalistiek aan de RU Groningen, daarnaast consultant, trainer en freelance journalist

Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten biedt mogelijk een oplossing maar moet eerst grondig worden onderzocht.
Het lijkt me een interessant idee, maar het feit dat er nergens ter wereld zo’n systeem is, geeft te denken (wel zijn er natuurlijk door de overheid gesteunde kranten (Zweden), en staatskranten (China, Rusland) maar een echt “publiek bestel” van kranten bestaat nergens voor zover ik weet. Het zou dus eerst grondig onderzocht moeten worden.
José van Dijck
Hoogleraar Media en Cultuur; momenteel tevens decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen aan de UvA

Ik heb over het voorstel van Marijnissen een andere mening. Zijn pleidooi is hartverwarmend omdat hij zeer treffend het belang en de meerwaarde van de onafhankelijke journalistiek benoemt, niet alleen rechtstreeks voor het publiek, maar ook voor de goede werking van de politiek. Toch lijkt ons het optuigen van een (tweede) publiek bestel naast de omroep een moeilijk begaanbare weg. Een dergelijk bestel zou immers reclamevrij moeten zijn, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De introductie van een volwaardig publiek bestel is in deze tijd domweg onhaalbaar.

Daarom pleiten wij vooral voor maatregelen, die het journalisten mogelijk maakt om ook in een commerciële omgeving hun meerwaarde te kunnen bewijzen.
Dat betekent op de meest neutrale wijze drempels verlagen om de journalistiek haar werk te kunnen laten doen, bv
* door het auteursrecht beter te regelen,
* partijen te laten betalen die profijt hebben van journalistieke inspanningen,
* door btw-tarieven te verlagen voor alle journalistieke uitingen of belastingmaatregelen, die redacties ontzien
* door als overheid eenvoudige en betaalbare distributie te verzorgen, juist om ook kleinere uitgevers in staat te stellen te overleven
* door overheidsinvesteringen in nieuwe technologie, die bv micro-payments op internet soepel realiseerbaar maken.
* Het stimuleren van innovatie binnen de bedrijven kan ook een treffend middel zijn, zeker nu er nog geen verdienmodellen voor de digitale media beschikbaar zijn, doch daarbij zou de meerwaarde voor de journalistiek wel een duidelijk toetscriterium moeten zijn.
* Ook innovatie-steun rechtstreeks gericht op journalisten is denkbaar, bv door vanuit de overheid tijd en middelen vrij te maken voor permanente educatie van de journalstieke beroepsgroep.
Thomas Bruning
Algemeen secretaris NVJ

Staatssteun aan media is uit den boze (dus ONGEWENST) tenzij men geleidelijk de kritische pers wil afschaffen. Subsidie maakt lui en afhankelijk, zie de publieke omroep, DE MEDIA MOETEN LEREN INNOVEREN.
Grimbert Rost van Tonningen
Directeur-uitgever opinie internetkrant Pluspost

Mijn keuze gaat naar derde optie: mogelijk een oplossing. Ben het met Marijnissen eens dat printmedia op een of andere wijze een steun in de rug kunnen gebruiken.

Echter: veel beren op de weg. Niet in de laatste plaats dient de vraag te worden beantwoord wat wij allen onder ‘kritische kwaliteitsjournalistiek’ verstaan. Wat mij betreft niet alleen NRC, Volkskrant etc. Maar evenzeer, mits goed gemaakt, tabloids als De Pers of Metro. Idem: regionale kranten. In de tijdschriftensector gelden soortgelijke afwegingen.

Mogelijk moeten we meer kijken naar animo voor, bereik en impact van media. Moeten we ons ook afvragen of ze kwantitatief en kwalitatief werkelijk iets toevoegen (vgl beoordeling aspirant omroepen).

Overheidssteun mag louter worden bestemd tbv redactionele werkzaamheden. Subsidie niet bedoeld om ondernemingen commercieel overeind te houden.

Wat te doen met het Stimuleringsfonds voor de Pers?
Idem: gelden voor bijzondere journalistieke producties?

Enfin: een goede commissie zou e.e.a. eens onder de loep kunnen nemen. Een commissie uit de sector zelf met vrijdenkers c.q. niet al te voor de hand liggende jouranalistiek hotemetoten.
Jelle Leenes
Was de eerste hoofdredacteur van Metro. Thans zelfstandig gevestigd journalist/publicist

Het ‘publieke bestel’ van Jan Marijnissen is onwenselijk.
Politici die kritische media prijzen, zitten meestal in de oppositie. Zo ook Marijnissen.
Nu het, pas sinds kort overigens, in de media-wereld echt tegenzit, moet vooral niet als ouderwets automatisme naar de beschermende hand van de overheid worden gezocht. Daar komt weinig goeds van.
Voorzover de overheid oneerlijke concurrentie in stand houdt, zoals met de Publieke Omroep toch in enigerlei mate het geval is, evenals bijvoorbeeld met door de overheid in stand gehouden tijdschriften en knipselkranten, kan van de gelegenheid gebruik gemaakt worden dat eens op te ruimen.
Maar je moet er toch niet aan denken dat we met de gedrukte media in net zo’n bureaucratische, dubbelwerk verrichtende organisatie terecht komen als door Marijnissen en zijn Haagse collega’s sinds decennia in Hilversum overeind wordt gehouden.
Hugo Arlman
Freelance journalist o.a. Vrij Nederland en NRC-Handelsblad

De oplossing ligt in samenwerking tussen de oude en nieuwe media. In plaats van met elkaar te strijden moeten bedrijven begrijpen dat samenwerking ontzettend belangrijk gaat worden nu de strijd op een hoogtepunt is gekomen. De crisis is heftig, de techniek gaat snel vooruit, noem alles maar op – wie kan dat alleen aan? Zoek elkaar daarom op. Werk samen. Met pioniers. Met jongeren. Met nieuwe media. Met oude media. Met de concurrenten. En er is geen overheid die deze sleutel tot succes kan smeden. Dat moeten de media organisaties toch echt zelf doen.
Paul Vereijken
Freelance journalist en student journalistiek

________________________________________________________________

De voorgelegde vraag en antwoord-alternatieven luidden:
Realisering van Marijnissens ‘publiek bestel’ voor kranten

o is niet wenselijk
o is wel wenselijk maar niet haalbaar
o biedt mogelijk een oplossing maar moet eerst grondig worden onderzocht
o vormt dé oplossing en mag wat mij betreft zo snel mogelijk gerealiseerd worden
o ik heb hierover een andere mening (gebruik ruimte hieronder)
o weet niet/geen mening

(Eventueel) toelichting op mijn standpunt:

4 reacties

  1. Hans Roodenburg schreef op 6 maart 2009 om 13:27

    Het voorstel van Jan Marijnissen betekent ook dat hoofdredacteuren ook niet meer mogen verdienen dan de Balkenende-norm. De meeste zitten daar ver boven!

  2. Sent Wierda, freelance journalist schreef op 6 maart 2009 om 18:43

    Kwaliteitsjournalistiek is het sleutelwoord – stelt Jan Marijnissen mijns inziens terecht. De consequentie hiervan is dan dat verloedering van de journalistiek zoveel mogelijk dient te worden ontmoedigd.
    De reactie van Bèr Kessels vind ik onbegrijpelijk. Hij stelt dat het ‘failliet’ van PCM geheel en al te wijten is aan henzelf. Volgens mij hebben de redacties van de PCM-kranten part noch deel aan het ‘failliet’ van PCM. De schuld ligt toch met name bij de onbekwame concernleiding?
    Dat Bèr Kessels PCM ‘gewoon een slecht presterend bedrijf’ noemt, is volgens mij het verdraaien van de feiten.

  3. Pingback: NU.nl, uw digitale dief» RethinkingMedia

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (868 van 891 artikelen)


“Ze denken een dode journalist in Somalië is weer een dode journalist ...