Erik van Gruijthuijsen (ANP): ‘Er is een storm over dit bedrijf getrokken’

anpAls geen ander bepaalt het ANP de nieuwsagenda, maar in de discussie over de toekomst van kwaliteitsjournalistiek lijkt het persbureau geen rol te spelen. Directeur/hoofdredacteur Erik van Gruijthuijsen maakte een rondje langs de mediaspecialisten van de politieke partijen. “De kwaliteit van het nieuws loopt terug.” Tegelijkertijd ergert hij zich af en toe aan de discussie over ‘churnalism’. “Je zou willen dat bij alle andere media dezelfde standaarden golden als bij ons.”

De redactiezaal van persbureau ANP oogt als die van een dagblad, met telefonerende verslaggevers, flatscreens met CNN en een drukbezochte koffieautomaat. Maar in de hoek staan hier cabines waar het radionieuws wordt ingesproken, voor talloze stations. “En daar boven werken twaalf redacteuren aan de video-items voor vandaag,” zegt Erik van Gruijthuijsen. Sinds januari maken ze voor Nu.nl ook een kant-en-klaar ‘flashy’ journaal van vijf minuten, voor de mobiele telefoon.

Eenmaal op zijn kamer zet Van Gruijthuijsen het verschil uiteen tussen een Blackberry (“Voor ons, professionals, stabieler”) en een iPhone. Voor een hoofdredacteur van een traditionele nieuwsorganisatie zit hij vrij goed in de techniek. Het ANP lanceert binnenkort een programmaatje voor de smartphones, waarmee journalisten zich op de hoogte kunnen houden van persconferenties, het laatste nieuws en de benodigde telefoonnummers.

De oud-hoofdredacteur van Het Parool zit nu twee jaar in Rijswijk. “Wat mij heeft getroffen is dat het ANP veel veranderingsgezinder is dan de dagbladen. Ik durf te zeggen dat wij beter weten wat onze klanten willen, en daar spelen we op in.” Het persbureau, zo staat in marketingtaal op de eigen website, heeft zich omgevormd van ‘van aanbod- naar vraaggestuurd’.

Vooruitgestuurde snuffelaar
Meerdere ontwikkelingen die zich bij het ANP al voltrokken, lijken een voorbode te zijn van wat bij de kranten staat te gebeuren. Alsof het ANP – opgericht door en tot 2007 eigendom van de dagbladen – opereert als een vooruitgestuurde snuffelaar. Het persbureau zet zwaar in op video, internet en nieuws op mobiele telefoons. Het zocht en vond nieuwe klanten. En, dat vooral, er verloren een hoop journalisten hun baan. “De afgelopen vijf jaar is een storm over dit bedrijf getrokken.”

De afkalvende oplagen en teruglopende advertentiegelden bij de dagbladen kwamen hard aan. Wijzend naar de gratis kranten en het nieuws op internet hadden de traditionele dagbladen steeds minder over voor de ANP-feed. En dan was er ook nog eens een nieuw persbureau, Novum, dat in 2000 begon, even een gevaar leek, maar anno 2009 toch geen echte concurrent is. Niettemin: “De betalingen door de dagbladen zijn in 2007 met zeker een kwart afgenomen. De meeste contracten lopen door tot het eind van dit jaar. Het is afwachten hoe het dan verder gaat.”

Bij het ANP zijn nu 87 schrijvende journalisten (fte’s) in dienst. Vijf jaar eerder waren dat er 120. Daar bovenop werken nog zestig andere redacteuren, maar die houden zich bezig met eindredactie, fotografie, graphics, radio en – steeds meer – met video.

Nu willen schrijvende collega’s nog wel eens laatdunkend doen over het persbureau, maar zelfs de dagbladen met een grote eigen redactie leunen behoorlijk op het ANP, de gratis kranten Spits en Metro en de vele nieuwssites bijna volledig. Behalve dat ANP-berichten ongecontroleerd worden doorgeplaatst, worden ze gebruikt voor ‘eigen stukken’. Ook fungeert het persbureau als achtervanger (Mooi, hoeven wij zelf niet naar die persconferentie), stuurt het dagelijks agenda’s uit en meldt rampen vaak als eerste. De beeldbank van het ANP telt 4,5 miljoen foto’s.

Hevig gloeiend krantenhart
Waarschijnlijk is er geen ander mediabedrijf dat zoveel invloed heeft op de nationale nieuwsagenda, maar het ANP speelt in de discussie over de toekomst van de dagbladen – eigenlijk: over het voortbestaan van kwaliteitsjournalistiek – geen rol. Vreemd. Toch? “Enerzijds wel, maar het gaat hier om de relatie tussen de dagbladen en hun lezers. Wij zitten daar achter. Wij zijn grondstoffenleverancier, zodat onze klanten zich op hun eigen dingen kunnen concentreren.”

Niettemin maakte Van Gruijthuijsen uit eigen beweging een rondje langs de fractiespecialisten van alle politieke partijen. “Om uit te leggen hoe wij de toekomst zien. Ik heb nog steeds een hevig gloeiend krantenhart. En eerlijk is eerlijk: indirect gaat het ook over het ANP.”

De boodschap? “Dat onder druk van de markt de breedte, diepte en kwaliteit van het nieuws achteruit gaan.” De oplossing? “Geen subsidie,” zegt Van Gruijthuijsen, in eerste instantie. “Daar ben ik principieel tegen. Je moet niet afhankelijk willen zijn van een partij die je geacht wordt te controleren.” Even later: “Ik hoop op een fonds met meer dan de toegezegde acht miljoen euro, waarmee kranten kunnen innoveren, liefst in samenwerking met publieke omroepen, zodat die oneerlijke concurrentie verdwijnt.”

Een fonds en publieke omroepen, dus toch staatssteun. En waar moet het dan heen? “Kranten moeten zichzelf opnieuw uitvinden, zoals wij dat nu ook doen.” Van Gruijthuijsen schetst een toekomst waarin op print nog maar ruimte is voor hooguit twee algemene, nationale nieuwskranten. De dagbladen zullen niches moeten kiezen om te overleven, geografisch of inhoudelijk, en onder druk van bezorgingskosten naar nieuwe distributiekanalen moeten zoeken (“Waarom niet bij de bakker ophalen?”). En dagbladen zijn als brengers van het laatste, bekende nieuws achterhaald. Daar heb je de snelle media voor, zoals internet en televisie, die de krantentitels ook zouden moeten inzetten om hun ‘community’ te bereiken.

Huiskamergeleerde
Het ANP blijft in zijn visie leverancier van grondstoffen, van afgeronde nieuwsberichten, radiobulletins (ruw) videomateriaal. “Sinds wij twee jaar geleden in handen kwamen van particuliere investeerders zijn we vrij om te doen wat we willen. We zouden ook rechtstreeks de consumenten kunnen benaderen, maar daar bestaan geen plannen voor, want dan verliezen wij onze belangrijkste klanten.”

Hij moet erkennen dat ook de kwaliteit van de grondstoffen onder druk staat. “Er is steeds minder tijd om werk te maken van een bericht. Bovendien hebben we steeds minder specialisten in huis. Er is nog een parlementaire redactie en er zijn verslaggevers voor ‘justitie’, verder zijn alle redacteuren generalist. Vorig jaar hebben we wel onze eindredactie, die een paar jaar eerder was weggesaneerd, in ere hersteld. Er stonden te veel fouten in onze berichten.”

Hij zegt ook: “Een persbericht wordt voor publicatie minder vaak gecheckt. Dat gebeurt overal.” En: “Het leunen op slechts één bron neemt hand over hand toe.” Ja, in die zin maakte Guardian-journalist Nick Davies met zijn boek Flat Earth News een paar sterke punten. Toch heeft Van Gruijthuijsen zich gestoord aan de discussie over churnalism, vooral nadat de Nijmeegse onderzoeker Kees Buijs ANP-berichten gelijkstelde aan persberichten en ander pr-materiaal: allemaal ‘voorverpakt’ nieuws.

“Die huiskamergeleerde weet niet waar hij het over heeft. Je zou willen dat bij alle andere media dezelfde standaarden golden als bij ons: feiten feiten feiten, hoor en wederhoor, en bij een fout, meteen rectificeren. Helaas worden er steeds meer pogingen gedaan het nieuwscircuit te gebruiken als een soort reclamekanaal. Meestal hebben wij dat door. Zo is het ANP niet, zoals veel andere media, getrapt in het verhaal dat Bassie een kind had verwekt bij een jonge vrouw. Toegegeven, we zijn laatst wel te pakken genomen door Dries Roelvink, die zogenaamd Duitsland zou gaan veroveren (reclame van de ANWB, mve.).”

Entertainment is een nieuw aandachtsgebied van het ANP. Een jaar geleden stortte een nieuwe redactie van negen redacteuren zich op ‘alles wat met de rode loper te maken heeft’. “Dat is een module waarop klanten zich kunnen abonneren buiten de reguliere feed van binnenland, buitenland, economie en sport. Novum is ermee begonnen en het was een succes. Onze klanten vroegen er ook naar, en dus zijn wij er in gedoken. Nee, dat is geen illustratie van neergaande kwaliteit. Later dit jaar komen we met ANP Kennis, berichten over wetenschap.”

Chinese muren
De voornaamste ontwikkeling die het ANP heeft doorgemaakt, is zonder twijfel het vinden van andere afnemers. Verbazingwekkend: van de totale omzet (een kleine veertig miljoen euro) komt inmiddels meer dan de helft van niet-mediabedrijven. “We verkopen onze agenda, knipselkranten, geselecteerde berichten en foto’s aan de rijksoverheid, aan energiebedrijven, of gemeenten. We hebben ANP Perssupport, een kanaal naast onze eigen berichten waarmee wij persberichten van bedrijven en overheden verspreiden. En met dochterbedrijf Capital maken we foto’s in opdracht van derden.”

Die ontwikkeling gaat hard. Een jaar of tien geleden was het ANP nog voor zeker zeventig procent afhankelijk van dagbladen, omroepen en radiostations. “Het kan nog erger, of beter, zo je wilt. Persbureau Reuters, in veel opzichten een voorbeeld, is nog maar voor negen procent afhankelijk van mediabedrijven.”

‘Vraaggestuurd’, kortom. Maar druist dat niet in tegen de journalistieke onafhankelijkheid? “De producten voor de niet-media bedrijven worden door andere medewerkers gemaakt, veelal op een andere locatie. Zij mogen putten uit onze berichten, foto’s en video, maar kunnen die verder niet beïnvloeden. Chinese muren. En het nieuws dat wij aan de media leveren, blijft de kern van ons bedrijf. Dat is ons bestaansrecht, ons keurmerk, de voornaamste reden dat de zakelijke markt ANP-producten wil hebben.”

PCM
Tot slot: onder zijn leiding stapte Het Parool op miraculeuze wijze uit PCM, de uitgever die de Amsterdamse krant wilde opheffen. Het nieuwe Parool bleek opeens winst te kunnen maken. En zie, zes jaar later, keren de PCM-dagbladen terug naar Het Parool, althans, ze komen in handen van De Persgroep van Christian van Thillo. “Bizar. Reken maar dat Van Thillo flink gaat ingrijpen.” Onderwijl zoemt in de wandelgangen het gerucht dat Van Gruijthuijsen in het nieuwe krantenbedrijf een rol gaat spelen. Met een stalen gezicht: “Ik ben met niemand in onderhandeling.”

Marcel van Engelen

Marcel van Engelen is freelance journalist. Eerder was hij verslaggever voor Het Parool en De Pers. In 2008 verscheen zijn boek De Gelukzoeker, over zijn vriendschap met een illegaal. Hij werkt nu aan een tweede boek, over de Nederlandse slavenhandel.

Alle artikelen van Marcel van Engelen op De Nieuwe Reporter.

  • Marcel van Engelen: “Zelfs de dagbladen met een grote eigen redactie leunen behoorlijk op het ANP, de gratis kranten Spits en Metro en de vele nieuwssites bijna volledig.” Waar komt die wijsheid vandaan? Niet van een analyse van Sp!ts in elk geval. Ik kan natuurlijk niet voor anderen spreken, maar weet wel dat Sp!ts elke dag gemiddeld 70% unieke, eigen berichtgeving heeft. Dat laat trouwens onverlet dat het ANP ook bij ons nog steeds een belangrijke rol speelt.

  • Miriam

    ___“Die huiskamergeleerde weet niet waar hij het over heeft. ___

    Kees Buijs loopt langer mee in de journalistiek dan Van Gruijthuijsen . Hem een huiskamergeleerde noemen doet geen recht aan het werk dat Buijs tegenwoordig doet.

    Daar komt nog bij dat Buijs alleen maar de brenger van het nieuws is. De sectie communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen heeft, voor zover ik in hun materiaal heb kunnen lezen, persberichten niet gelijkgesteld aan persberichten en ander pr-materiaal. De onderzoekers gebruiken de aanduiding ‘voorverpakt nieuws’ als categorie voor berichten die niet door de eigen redactie van een krant is geproduceerd. De Volkskrant, De Telegraaf, Metro en de Barneveldse Krant kun je allemaal samenbrengen in de categorie dagbladen en niemand zal dan beweren dat je die kranten dan aan elkaar hebt gelijkgesteld. Ik kan me niet voorstellen dat Van Gruijthuijsen dat niet kan inzien.

    Blijkbaar denkt Van Gruijthuijsen dat de aanval de beste verdediging is. Jammer.

  • Erick

    *Erick moet even bijkomen van het lachen*

    Sorry Bart, maar de Spits is niet meer dan een papieren ANP-feed, aangevuld met gesponsorde content door eigen redacteuren geschreven, die hun ideeën kan en klaar krijgen van potentiële adverteerders Armin van Buuren ergens midden in een interview: ik maak mijn foto’s met … (vul sponsornaam in)).

    En mocht ik toch ongelijk hebben (iets dat jij ongetwijfeld zal betogen), dan heb ik iig de publieke opinie mee: mensen zien de Spits als ANP-krantje, of je nu wil of niet. Mensen zien namelijk het verschil niet tussen eigen content en ANP-berichten, al zet je er een naam bij.

    En juist dat maakt dat het ANP wél een partij is in de journalistieke discussie. Door deze en andere media (Nu.nl bijvoorbeeld) heeft het ANP een rechtstreeksere band met de lezer dan ooit tevoren.

    Ik heb alleen een tip voor mijn bijna-naamgenoot: neem alsjeblieft weer specialisten aan, want het heeft geleid tot een ernstige debilisering van de berichtgeving. Denk je dat het toeval is dat een site als Nu.nl de meeste mensen heeft zitten op hun ict-redactie (die zijn Internet noemen)? En ook berichtgeving vanuit de regio schiet er zo ernstig bij in, dat het ANP in bepaalde gebieden buiten de Randstad niet echt meer serieus genomen wordt; de agendasettende functie is daar helemaal weg.

  • Marcel van Engelen

    @Bart Brouwers: Je hebt een punt. ‘Bijna volledig’ leunen op het ANP gaat wat te ver voor Spits. Maar het gaat mij om de rol die het ANP speelt voor de betaalde kranten, voor De Pers en meer nog voor de andere gratis kranten. Die komt in de discussie over de toekomst van de dagbladen/kwaliteitsjournalistiek niet aan bod. En dat is opmerkelijk.

  • Hans Roodenburg

    Prima beschreven situatie bij het ANP. In de reacties stoor ik me weer eraan dat er tot nu toe weer twee zijn die (om wat voor redenen ook) reageren alleen onder voornaam. Who the hell is…? Hun opvatting kan ik op die manier nooit serieus nemen!

  • Miriam

    @Hans, als ik iets te vertellen heb waarvan ik denk dat het zinvol is dat het naar boven komt als iemand mijn naam googlet, zal ik altijd mijn volledige naam gebruiken. In andere gevallen is mijn voornaam voldoende. Lees andere reacties op deze website en dan zul je, naar ik hoop, zelf mijn achternaam vinden.

    Maar zelfs dan… who the hell is Miriam X? Je kunt het met mijn reactie hier eens zijn of oneens, maar dan is het toch nauwelijks belangrijk om te weten wat ik verder doe? Mocht je het toch belangrijk vinden… http://www.linkedin.com/in/newwws

    Het lijkt nu net of je probeert je opiniestuk op de website van De Journalist bij een ander onderwerp en zelfs op een andere website nieuw leven in te blazen.

    Enfin, op die andere website schrijf je:

    ___En uiteraard beschikt de krant of de site rechtstreeks over de adresgegevens van de mensen die reageren. En waarom zou je die willen beschermen?___

    De redactie van deze website heeft mijn email-adres dat lijkt me voldoende. En hieronder kun je lezen dat er heel veel redenen zijn om dat soort gegevens te beschermen.

    http://www.cbpweb.nl/documenten/rap_2009_niets_te_verbergen_en_toch_bang.shtml

    http://www.cbpweb.nl/documenten/rap_2009_onze_digitale_schaduw.shtml

  • Sent Wierda, freelance journalist

    Hans Roodenburg slaat de spijker op de kop. Wat is er op tegen voortaan uitsluitend die bijdragen serieus te nemen die voorzien zijn van voor- en achternaam? De discussie wordt er serieuzer en overzichtelijker door.

  • Mooi stuk Marcel! Van wie de boodschap nou komt, Van Gruijthuijsen heeft wel degelijk een punt als hij zich verzet tegen het beeld dat de productie van het ANP gelijk geschakeld moet worden aan persberichten. Dat is je reinste kolder.

  • @ Sent Wierda: Leuk idealistisch beginsel, maar ik heb bijvoorbeeld geen idee wie Sent Wierda is. Datzelfde geldt voor 95% of meer van de personen die hier of elders op het internet reageren. Ten eerste: maakt het dan nog zoveel uit voor het ‘overzicht’ van de discussie als je die mensen eerst moet gaan googlen? Ten tweede: waarom zou een discussie er serieuzer door worden? Je kunt zelf de meningen wel oppikken die zinvol zijn en als mensen gevonden willen worden geven ze dat zelf wel aan.

    En Hans Roodenburg heeft kennelijk extra publiciteit nodig voor zijn klaagzang, zoals Miriam ook al aangaf. Velen lijken te vergeten dat het leuke van internet is dat iedereen kan meepraten, of je nu Jan, Piet of Klaas heet. Het lijkt me weinig zinvol om dan de nadruk te leggen op een kleine minderheid die gaat lopen schelden. En waarom zou je als je met je hele levenswandel geregistreerd bent niet meer ‘zomaar wat kunnen roepen’? En wie bepaalt dan eigenlijk of dat zo is? Hans Roodenburg?

  • Erick, wie ben je, dan kan ik je uitnodigen voor een bezoek aan Sp!ts. Niet in de hoop dat je het met me eens wordt, maar zodat je in elk geval je mening ergens op kunt baseren. Je kunt me, als je dat liever hebt, ook mailen: info@dodebomen.nl

  • Goed verhaal van Erik Maarruh… “het verschil tussen een Blackberry (“Voor ons, professionals, stabieler”) en een iPhone ???

  • Frank

    “Voor een hoofdredacteur van een traditionele nieuwsorganisatie zit hij vrij goed in de techniek”. Mag ik even lachen? Van Gruijthuijsen weet ongeveer even veel van techniek als de gemiddelde voetballer van ballet. “Een blackberry, voor ons professionals, stabieler”, ja, dat is echt de uitspraak van iemand die weet waar het over gaat. Alleen al deze zin is voor mij reden de rest van het stuk met een scheepslading zout te nemen.

  • Sent Wierda, freelance journalist

    @ Willem Boersma: louter een voor- en achternaam googelen is niet altijd zinvol omdat de kans aanwezig is bij een naamgenoot terecht te komen. (Ook met mijn naam is deze kans redelijk groot.) Vandaar dat ik ‘freelance journalist’ bij mijn naam heb gezet. Het beste zoekresultaat geeft in dit geval niet Google maar http://www.defreelancejournalist.nl

  • Marcel van Engelen

    @Frank: waar het om gaat is dat Van Gruijthuijsen en het ANP meer met techniek of nieuwe platforms bezig zijn (of dat nou goed is of niet) dan de meeste andere ‘traditionele nieuwsorganisaties’. En daarbij denk ik vooral aan kranten.

  • Daar heeft Marcel absoluut gelijk in. Voorbeeld: de iPhone applicatie van het ANP is geweldig! Maar hoe lang blijft ‘ie gratis? Want het ‘business model’ erachter snap ik nog niet. En het ANP als nieuwskanaal op de Wii spelcomputer vind ik ook briljant.

  • Hans Roodenburg

    @miriam. Ik kan via een omweg nu inderdaad zien wie je bent en wat je doet. Waarom zo paranoia? Mijn opmerkingen om minstens voornaam en achternaam (te controleren!) te noemen slaat op serieuze journalistieke sites en discussies.
    Als je alleen je voornaam wil gebruiken, ook goed, maar doe dat dan op alle ramsj-sites. Of doe niet mee aan discussies. Of doe mee, maar dat heeft met een nickname ook geen zin, want IK zal in ieder geval je mening overslaan. Het is geen praatje pot!

  • Renzo verwer

    Het is een idee hoor, om gewoon op de inhoud van wat iemand zegt in te gaan ipv op zijn of haar naam. Ideetje maar hoor, maar ik geloof dat ik daar heel dom in ben. gelukkig maar., dat hou ik dan ook maar zo

  • Goof de Goof

    Want zoals Shakespeare al zei, what’s in a name. Wat is er zo belangrijk aan om de achternaam te gebruiken Hans. Is iemand die geen achternaam gebruikt voor jou geen serieuze gesprekspartner? Waarom niet? Er zijn nog ontzettend veel landen waar het helemaal niet gebruikelijk is om een achternaam te hebben. En echt alleen niet in nomadenculturen hoor, want in IJsland kent men ook geen formeel officiele achternaam. En Somalische vrouwen hebben formeel ook geen achternaam. Groet,

  • Willem Boersma

    Kennelijk ambieert Hans Roodenburg een functie als keurmeester van meningen. Misschien is het voor Roodenburg een idee om een bestand aan te leggen met combinaties van voor- en achternamen van personen die een mening hebben die volgens hem door de beugel kan…

  • Hans Roodenburg

    Hoe dan ook, het blijft natuurlijk laf als je niet voor een mening durft uit te komen met je naam… Dat is MIJN mening. Een ander mag gelukkig in dit land er een andere op na houden!

  • Goof de Goof

    Laf? Wat is dat nu voor rare constatering. Dus iemand die zijn naam onder z´n stukken schrijft, is moedig? Alsof er niet meer kleuren grijs zitten tussen zwart en wit. Edoch, we komen nu bij de kern Hans: meningen hoef je niet altijd te bestrijden, het kan ook gewoon interessant zijn om naar andermans meningen te luisteren, om ervan te leren, om met elkaar van gedachten te wisselen zeg maar. Wat maakt het dan uit wie welke mening toegedaan is? Hopelijk is dit het verschil tussen de oude generatie journalisten en de nieuwe. Doei.

  • Miriam

    @Hans, je schrijft ‘Waarom zo paranoia?’ Ik denk dat de twee links die ik je heb gegeven daar een goed antwoord op geven. Doe jezelf een plezier en zoek via Google naar de mening van Tim Berners-Lee, de bendenker van het World Wide Web, over privacy op het web.

    http://www.google.nl/search?hl=nl&q=tim+berners-lee+privacy

    Hier laat ik het bij; we verschillen op dit punt van mening en dat zal ook wel zo blijven – dat moet kunnen. Wat mij betreft gaan we terug naar het onderwerp: Erik van Gruijthuijsen die een collega een ‘huiskamergeleerde’ noemt.

  • KEES BUIJS

    Na een jaar of 40 als journalist te hebben gewerkt bij achtereenvolgens Het Vrije Volk, De Nieuwe Krant en De Gelderlander vond ik het erg grappig door een vroegere Gelderlandercollega te worden getypeerd als huiskamergeleerde. Het omgaan met onderzoek is nooit het sterke punt van de journalistiek geweest. Dat merkte ik al als wetenschapsredacteur, lezersredacteur/ombudsman en opinieredacteur, en ik merk het opnieuw sinds de presentatie van het onderzoek van de Radboud Universiteit naar de omvang en aard van ‘voorverpakt nieuws’ in Nederlandse kranten. Wie het fijne ervan wil weten: kijk op http://www.kimforum.nl/pdf/krantenonderzoek.pdf en oordeel zelf.

  • Pingback: Naamsvermelding in discussie « De nieuwe reporter()