Online nieuws is doorgeefnieuws

jfkWhere were you when JFK was shot? Wereldwijd moet de vraag ontelbaar keer zijn gesteld. En beantwoord, want iedereen die oud genoeg is weet – net als Lou Reed – nog precies waar hij was op 22 november 1963. De verankering van de moord op Kennedy in het individuele geheugen is het archetype geworden van wat psychologen een flashbulb memory noemen, een zeer gedetailleerde herinnering aan een schokkende gebeurtenis. Een recenter voorbeeld is de collectieve flitslichtherinnering aan 11 september 2001.

Hoe cru het ook klinkt, tragische gebeurtenissen als de aanslag op Kennedy zijn een goudmijn voor wie meer wil weten over de invloed van de media. Al snel na That day in Dallas werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de verspreiding van het nieuws. Niet de vraag waar men was toen JFK werd vermoord stond centraal, maar hoe men daarvan hoorde. De resultaten waren verrassend: De helft van de respondenten vernam het nieuws via radio of televisie, de andere helft – veel meer dan verwacht – hoorde over de aanslag van anderen. De krant speelde geen enkele rol.

Crash
Welke invloed heeft de komst van het web op de verspreiding van nieuws? In 2001 nog weinig. Uit onderzoek onder 180 Amerikaanse studenten blijkt dat maar 2 procent van hen via het web vernam van de aanslagen op het Pentagon en het World Trade Center. Verder was de verdeling hetzelfde als bij de moord op Kennedy: ongeveer de helft hoorde het nieuws op radio of tv, de rest van anderen.

Maar inmiddels zijn we ruim zeven jaar verder. Zou de rol van het web zijn gegroeid, bijvoorbeeld bij de verspreiding van het nieuws over de vliegtuigramp bij Schiphol? Navraag bij 35 Leidse studenten laat een vertrouwd beeld zien voor radio en televisie, respectievelijk de bron voor 7 en 10 studenten. Samen ongeveer de helft. Van de andere helft hoorden er 11 over de crash in gesprekken met anderen. Een relatief grote groep van 7 studenten las het nieuws op het web.

Anekdotisch bewijs natuurlijk, maar de verleiding is groot te veronderstellen dat de verspreiding van nieuws via het web ten koste is gegaan van verspreiding van mond tot mond. Die gedachte lijkt logisch: door de komst van (mobiel) internet hebben veel meer mensen dan in de jaren zestig de hele dag door direct toegang tot de media. Elkaar het nieuws doorvertellen is dus niet meer nodig. Zou je zeggen. Maar wat doen we als we op ons weblog verwijzen naar een krantensite? Als we een linkje posten op Twitter, of een bookmark op Delicious? Waartoe dienen sites als Digg en StumbleUpon? We wijzen elkaar op het web de hele dag door op interessante berichten. Online nieuws is doorgeefnieuws.

Nieuwswolk
Misschien is er dus toch niet zoveel veranderd sinds de jaren zestig. Volgens de wetenschappers die de berichtgeving over de moord op Kennedy onderzochten, geven we nieuws door als we denken dat het voor iedereen belangrijk is om te weten (zoals de moord op een politiek leider) of als we denken dat de ander bijzonder geïnteresseerd is in een bepaald onderwerp. Precies hetzelfde zie je bijvoorbeeld op Twitter. Er wordt verwezen naar groot nieuws (bloedbad in Winnenden, terreurdreiging in Amsterdam) of naar berichten over heel specifieke onderwerpen, kennelijk vanuit de (correcte) gedachte: wie mij volgt, deelt ook mijn interesses.

Hoe nieuws zich op het web verspreidt, al dan niet via verwijzingen op weblogs of binnen sociale netwerken, is nog een groot vraagteken. Reden voor het Berkman Center for Internet & Society om een database op te zetten waarin automatisch berichten van honderden (Engelstalige) weblogs en nieuwssites worden opgeslagen en ontleed. De data in deze Media Cloud kunnen door iedereen worden doorzocht en gevisualiseerd. De website is pas net in de lucht, maar de initiatiefnemers hebben hoge verwachtingen van het onderzoek naar de mediawolk.

De economisch zo geplaagde kranten hebben geen tijd om op de resultaten van dat onderzoek te wachten. Zij doen er alles aan om hun eigen rol bij de verspreiding van het nieuws op het web te vergroten. The Guardian stelde afgelopen week – in navolging van The New York Times – zijn database open voor programmeurs. Wie wil, kan de berichten van de Britse krant voortaan gebruiken voor eigen, commerciële toepassingen. Voorlopig levert het vooral een hoop mooie plaatjes op, maar op termijn zou het een overlevingsstrategie kunnen zijn: de krant als platform.

Overigens hoeven die kranten zich ook weer niet al te grote zorgen te maken. Mocht zich in het jaar 2019 een gebeurtenis voordoen die de wereld schokt, dan is de kans groot dat dat nieuws zich vooral verspreidt via het aloude dagblad in een hypermodern jasje. Als het aan Microsoft ligt tenminste:


3 reacties:

[...] Iedereen kan tegenwoordig publiceren. Mensen verkeren bovendien in toenemende mate in netwerken en sturen elkaar nieuws (en wat ze verder nog interessant vinden) door. De krant is niet meer het centrale [...]

Henk Blanken
17 maart, 2009

Sociale netwerksites zijn volgens mij geen massaplatform. Dat Hyves zeven of acht miljoen gebruikers heeft, maakt het nog niet tot een massaal platform. Ik vermoed dat wat Clay Shirky zegt over MySpace (het meest voorkomende aantal vrienden – in statistische termen de mediaan – is een handvol) ook voor Hyves geldt.

Social networks laten zien wat de toekomst van internet is, of de toekomst van de media-sinds-internet: kleine groepen (van een handvol vrienden, of hooguit een paar honderd mensen die het nu over dit onderwerp hebben, en morgen, in een ander verband, over een ander onderwerp).

Des te fascinerender is de vraag die Bas opwerpt: wanneer en waarom en hoe explodeert een “verhaal” vanuit de kleine groep waarin het is opgepikt tot “breaking news” waarover “iedereen het heeft”.

De vergelijkbare vraag is deze: hoe en waarom kan het dat de massamedia enerzijds aan impact verliezen, lijken te fragmenteren, maar op “breaking news”-momenten (9/11) meer mensen dan ooit aan de buis kluisteren of besluiten een krant te doen kopen?

Wilbert
18 maart, 2009

Wat doorgeefnieuws keihard raakt is het concept van media zoals kranten. Er is geen hierarchie meer nodig, deze beperkt alleen maar. Het enige wat overblijft is een grote wolk met informatie en iedereen pakt er uit wat voor zijn of haar netwerk belangrijk genoeg is om te delen. En verdeelt (of retweet) informatie opnieuw.

Bij breaking news is snelheid van belang, maar zo veel “breaking news” is er niet op een dag.

Het wordt voor media in zo’n geval belangrijker om de meest actieve leden van een netwerk te bereiken (of de cirkel daar dicht omheen), zij zijn de personen met de grootste netwerken en kunnen de grootste impact of het grootste netwerkeffect hebben. Zij staan aan het begin van een keten.

En zo willen nieuwsmedia eigenlijk hetzelfde als ieder ander merk. Namelijk de trendsetters of de meest invloedrijke leden van een groep bereiken.


Laat een reactie achter »