Tien voorstellen om de krant te redden

krantenPCM komt in Belgische handen, De Telegraaf maakt megaverlies terwijl Wegener en de Limburgse dagbladen eigendom zijn van het noodlijdende Mecom. NDC kondigde ontslag aan voor tientallen medewerkers terwijl ook de FD-groep fors gaat saneren. De vraag of het echt zo slecht gaat met Nederlandse kranten lijkt daarmee wel beantwoord. Veel uitgevers hebben acute financiële problemen die door overnames, kapitaalinjecties en saneringen opgelost moet worden. Ook kampt men met structurele problemen op het gebied van oplage en marktaandeel op de advertentiemarkt. Door de inzakkende economie lopen bovendien de reclame-inkomsten sterk terug. Dat lijkt conjunctureel maar dagbladen zullen er niet ongeschonden uitkomen, hun positie op de advertentiemarkt zal zwakker zijn dan voorheen.

Er zijn niet alleen problemen. Het bezoek aan dagbladsites neemt toe, digitale abonnementen zitten in de lift, terwijl ook via mobiel en e-readers kranten worden gelezen. Nieuwe papieren initiatieven zorgen voor meer lezers: nrc.next, De Telegraaf op zondag, VKbanen, deelabonnementen, gratis dagbladen. Deze initiatieven leveren echter minder lezersinkomsten en reclamegelden op dan traditionele kranten; ze zijn gratis of goedkoop terwijl tarieven laag zijn. Dit is de grootste uitdaging voor krantenbedrijven: businessmodellen ontwikkelen waarbij nieuwe – papieren en digitale – modellen ‘echte’ inkomsten opleveren. Tot dusver worden te vaak copycat- en parasietmodellen gebruikt: het traditionele model één op één verplaatsen naar een nieuwe omgeving of overhead en vaste kosten niet doorberekenen voor de nieuwe initiatieven. Dit gebeurt vanuit de veronderstelling dat op termijn digitaal wel bij zal trekken (fout: lezers gaan niet betalen en de tarieven blijven door de concurrentie laag). Ook nieuwe papieren initiatieven leveren structureel minder op: de betaalbereidheid is gering terwijl gratis (dus afhankelijk van advertenties) conjunctuurgevoelig blijft.

Om uit de problemen te komen is inmiddels een serie opvallende, innovatieve maar soms ook wanhopige ideeën geopperd: maak lezers aandeelhouders, geef alle 18-jarigen gratis een krant, verbied reclame op de publiek omroep, schakel over op e-readers, laat persoonlijk kranten op locatie drukken, verlaag het BTW-tarief etc.

Voordat naar oplossingen gezocht wordt, kan je je afvragen of papieren dagbladen waard zijn gered te worden. Kan hun functie niet door andere – meer eigentijdse – media worden overgenomen? Vandaag de dag lijkt het daar nog niet op. In Nederland is nog geen sprake van grondige onafhankelijke nieuwsvoorziening – buiten websites van bestaande media om – via internet. Nu.nl gebruikt vrijwel uitsluitend persbureaukopij terwijl de hoofdredacteur van GeenStijl aangaf geen bestaansrecht te hebben zonder traditionele media (dan drogen hun bronnen op). Er is gewoon geen businessmodel voor een digitale nieuwsvoorziening waarmee een volwassen redactie in stand kan worden gehouden. Er wordt wel gesteld dat het niet de kranten zijn die gered moeten worden maar de journalistiek. Een onjuiste gedachte: journalistiek zonder kranten zou in Nederland een marginale onderneming worden.

Het huidige businessmodel van kranten moet daarom aan een extreme make-over onderworpen worden, waarbij ook gezocht moet worden naar meer efficiëntie bij bestaande activiteiten. Ook het overheidsbeleid en de ondernemingsgewijze productie kan wel wat innovatie gebruiken, het zijn immers de ondernemingen zelf die honderden miljoenen kwijtgeraakt zijn door ondoordachte transacties terwijl de overheid zich tot dusver vooral bezig heeft gehouden met het innen van BTW, het verbieden van omroepactiviteiten en het controleren van het maximale marktaandeel.

De afgelopen maanden heb ik tientallen projecten, voorstellen, ingezonden brieven, opiniebijdragen, blog-entries, tweets en krantenberichten langs zien komen waarin innovaties werden gevraagd, voorgesteld of onderuitgehaald. Mijn persoonlijke top 10 (we leven nu eenmaal in een wereld van lijstjes) bestaat uit ideeën die het gehele spectrum bestrijken: van overheidsbeleid tot werk op de redactievloer.

1. Breaking the law
De discussie over het overheidsbeleid wordt vaak wat meewarig afgedaan, vooral vanwege de roep om ‘staatssteun’ en het voorstel om reclame op de publieke omroep af te schaffen (waarom zouden dagbladen daarvan profiteren?). Dat neemt niet weg dat er weinig bekend is over effecten van bepaalde maatregelen (BTW-tarieven, salarissubsidie, distributiesteun) terwijl ook de discussie over de etherreclame en de STER-tarieven zonder feitelijke basis wordt gevoerd. Een studie – zowel naar buitenlandse voorbeelden als met behulp van economische rekenmodellen voor ons land – kan duidelijkheid verschaffen. Het structurele probleem van de dalende oplages wordt hiermee overigens niet opgelost.

2. Eigendomsstructuur
Wat zijn de alternatieven voor de ondernemingswijze productie? Doen stichtingen en trusts het beter? Kunnen lezers en/of redacteuren mede-eigenaar worden? Is beursgenoteerd beter dan een familiebedrijf? Is een multimediaonderneming efficiënter dan een pure krantenuitgever? Kunnen titels buiten een concern overleven? Wat zijn ‘normale’ rendementen en hoe kan je ervoor zorgen dat die in de onderneming terugvloeien?

3. Het businessmodel
Hoe ziet een krantenbedrijf eruit waarbij een afnemend deel van de inkomsten uit traditioneel goedbetaalde abonnementen en krantenadvertenties komt en een toenemend deel uit digitale producten en diensten. In feite moet hier alles op de schop: omvang van bedrijf, overhead, salarissen, cultuur. Waar vroeger megalomaan in tv, radio, tijdschriften, direct marketing, landkaarten, platenmaatschappijen en online werd geïnvesteerd, is nu bescheidenheid op z’n plaats: hoe kunnen kernactiviteiten worden versterkt? De tijd dat alles zelf gedaan en betaald moest worden ligt achter ons. Outsourcing en partnerships lijken meer voor de hand te liggen dan mergers & acquisitions.

4. Integrated newsroom
Als nieuwe – digitale – activiteiten minder opleveren dan papieren producten kan je je afvragen waarom veel media beide soorten op dezelfde manier produceren. Is de integrated newsroom een ten onrechte heilig verklaarde instelling? Is het goed geld naar kwaad geld gooien? Het inwisselen van euro’s voor dubbeltjes? Curieus is dat er geen onderzoek is waarbij de economische grondslag van de geïntegreerde newsroom wordt geanalyseerd. Aan zo’n onderzoek is echter grote behoefte.

5. Supersize my newspaper
Bij McDonalds vragen ze wat je wil drinken bij je hamburger (in de VS of je hem wilt supersizen), de NS verhuurt fietsen, autoverkopers smeren je metallic lak aan. Overal probeert men klanten meer te verkopen dan waar ze voor kwamen en probeert men loyale klanten te binden door ze extraatjes te geven waardoor ze weer meer gaan besteden (Flying Blue, Bijenkorf-kaart, AH-bonus). Dagbladen doen dit ook (boeken, dvd’s, wijn), maar het is de vraag of het maximale uit de markt wordt gehaald. Waarom kan je niet (of moeilijk) foto’s uit de krant kopen, waar is de gallery van historische voorpagina’s? In wat voor cursussen zijn jouw lezers geïnteresseerd? In wat voor soort reizen of rondleidingen (met andere lezers)? Kunnen we communities van loyale lezers maken? Zeker vergeleken met het buitenland (Spanje, Japan) zijn de activiteiten bescheiden. Een studie naar de mogelijkheden en ervaringen zou veel op kunnen leveren: Supersize my newspaper.

6. 18-jarigen
De Franse president Sarkozy gaat alle 18-jarigen een gratis krant geven. Dat Nederlandse uitgevers voor zo’n plan zijn tekent de wanhoop in de sector. Het is namelijk geen goed plan: het is duur (overheid draait alleen op voor bezorgkosten), ongericht (is de 18-jarige wel de juiste doelgroep?), gevaarlijk (gaan de ouders niet hun abonnement opzeggen?) en biedt geen inzicht in effecten (geen controlegroep, geen vergelijking). Veel beter zou zijn om een representatieve steekproef van jongeren (niet per se 18-jarigen) een gratis abonnement aan te bieden en goed vooraf, tijdens en achteraf te meten hoe hun houding verandert (of niet) en zo ja, welke factoren daarvoor verantwoordelijk zijn.

7. De advertentiemachine
Je kan je eigen online kerskaart maken, een wereldreis boeken online of een cursus samenstellen, maar online een dagbladadvertentie plaatsen is niet zo eenvoudig. Sommige titels hebben een tarievenoverzicht, een rekenmodel of een online interface voor rubrieksadvertenties, maar een standaard ontbreekt terwijl je bovendien gegevens over kortingen, kleur, bereik en oplage weer ergens anders moet zoeken. Voorstel is een (open source) online advertentiemachine te ontwikkelen waar dat allemaal wel inzit: voor elke titel krijg je meteen de oplage (betaald & verspreid), het lezersbereik (hoeveel, wat voor soort lezers), de opties (omvang, plek, kleur, frequentie) en de prijs. Je kan ook opgeven hoeveel je wilt betalen en vervolgens kijken wat de opties zijn en hoeveel korting je krijgt als je vaker of groter adverteert. Je kan zelf tekst en plaatjes toevoegen, krijgt een pdf als voorbeeld (en later als bewijsexemplaar) en kan online betalen.

8. Increasing CPM
Bij het online businessmodel is één van de grootste problemen dat advertentietarieven laag zijn. Krantensites concurreren met andere algemene websites – adverteerders weten niet wie de website bezoekt en willen daarom ook niet meer te betalen. Voorstel is onderzoek te doen naar twee manieren om van een algemeen publiek een specifiek publiek te maken. Voor dat soort lezers (met speciale interesse, inkomensprofiel, locatie) hebben adverteerders namelijk wel vaak geld over. De technieken zijn geotagging (lokale identificatie van bezoekers) en contextual advertising (thematische identificatie). De vraag is hoe deze technieken effectiever – en in combinatie met elkaar – kunnen worden ingezet en of er omgevingen (portals) kunnen worden opgezet waarbij de adverteerder er zeker van is dat bezoekers geïnteresseerd in zijn product of dienst zijn. In Canada zijn er voorbeelden van CPM’s (kosten per duizend contacten) die met een factor vijf stegen na zo’n operatie. Samenwerking met andere media of andere websites is een serieuze optie in dit geval.

9. Cross-media advertising
Wie een klein deel van z’n reclamebudget van één medium naar een ander medium verplaatst zal daar profijt van hebben. Cross-media advertising werkt: een deel van het publiek ziet een boodschap nu nogmaals op een andere manier terwijl er ook een nieuw publiek wordt aangesproken. Het is effectiever dan het herhalen van dezelfde boodschap binnen hetzelfde medium. Grote reclamecampagnes werken vaak al zo maar voor kleinere campagnes is het vaak niet mogelijk een apart multimediaconcept uit te werken. Voorstel is om via een online interface adverteerders de optie te geven om van hun reclame-uiting een online advertentie te maken (banner, pop-up, promo in video) tegen geringe meerkosten waarbij gebruik gemaakt wordt van hetzelfde beeldmateriaal. Deze advertentie wordt op de website van de krant geplaatst. Een studie moet overtuigende voorbeelden verzamelen voor adverteerders en een online interface (open source natuurlijk) opleveren.

10. New journalism 2.0
Wie journalist wil worden moet multimediaal opereren (wie dat niet gelooft moet even de advertenties in de Journalist en op VillaMedia bekijken). Niet iedereen kan dat en ook niet iedereen wil dat. Dat neemt niet weg dat je als journalist toch minimaal kennis van nieuwe technieken moet hebben. Voorstel is om binnen een online community cursussen te ontwikkelen over nieuwe-mediatechnieken die journalisten kunnen volgen. Elk onderwerp (bloggen, RSS, video, Google Maps, Twitter, Coveritlive, slideshows, mobiele journalistiek) wordt op verschillende niveaus aangeboden: voor diegenen die alleen maar willen weten wat het is en voor diegenen die er echt mee willen gaan werken. Binnen de online community kunnen gebruikers tips geven om de cursussen aan te passen en ervaringen uitwisselen.

Dit is natuurlijk maar een selectie, probleemloos kunnen hier nog wel tien plannen aan toe worden gevoegd: kranten via iPhones en Kindles, magazines en nieuwe print producten, distributie-innovatie en flexibele abonnering, premiums & incentives, customer relation, newspapers in education, lokale nieuwsvoorziening, formaat-verandering & design, on-demand printing, online betaalmodellen… allemaal onderzoek- en innovatiewaardig.

20 reacties

  1. @Piet: Ik behoor bij degenen die de redding van de journalistiek belangrijker vinden dan de redding van kranten. Jij brengt daar tegenin dat de journalistiek zonder kranten marginaliseert. Maar heb je dan rekening gehouden met radio-, tv-, tijdschriften- en online-journalistiek?

    Deels heb je gelijk natuurlijk. Met het verdwijnen van kranten, verdwijnt ook veel journalistiek. Maar wordt het niet eens tijd dat we ons de vraag stellen waar de kritische grens ligt? Hoeveel journalisten heeft een land nodig? Wanneer komt de democratie in gevaar?

    Overigens lof voor je lijstje. Ik denk her en der veel van je voorstellen al in de praktijk wordt gebracht (onder meer bij mijn krant), maar dat we als kranten best wat meer out of the box mogen denken en wat meer geld & liefde zouden mogen besteden aan innovatie.

    Tenslotte: toevalligerwijs publiceerde ik vanochtend een lijstje met de elf “beste” en “slechtste” idee-en die kranten op internet hebben gehad. Is incompleet maar complementair aan jouw printlijst.

  2. @Piet,
    Daar gaan we weer: “Nu.nl gebruikt vrijwel uitsluitend persbureaukopij.” De term ‘vrijwel uitsluitend’ is natuurlijk erg rekbaar, maar ik denk dat het goed is om te beseffen dat NU.nl de laatste paar jaar juist enorm investeert in eigen nieuwsgaring. Het gevolg is dat we allang niet meer ‘vrijwel uitsluitend’ van het ANP en Novum afhankelijk zijn.

    Ik geef drie voorbeelden van gisteren; artikelen van onze Haagse redacteur:
    http://www.nu.nl/algemeen/1938154/cda-holt-macht-parlement-uit.html
    http://www.nu.nl/internet/1938375/sp-dringt-aan-op-bruikbare-overheidssites.html
    http://www.nu.nl/algemeen/1938460/vragenlijst-ouders-toonbeeld-probleemterreur.html

  3. Paul Disco schreef op 26 maart 2009 om 11:27

    Prima stuk met concrete voorstellen.

    Volgens mij ontbreekt er een cruciale constatering: uitgeven is een vak. Mooi dat half Nederland meedenkt (over hoe de andere helft aan het lezen te krijgen), maar de facto heb je een krachtige ondernemingsleiding nodig, die gevoel heeft voor het uitgeven, een gedragen visie kan formuleren en mee kan denken in de uitvoering. De ideale uitgevers top bestaat uit een mix van ondernemerschap en procesbeheersing. Vooruit, in gewoon Nederlands: geld verdienen en op de verdiende centen passen.

    Mij is opgevallen dat in mijn krantentijd (1988-2000) er heel veel prikkels waren om op korte termijn te scoren, geen enkele voor langere termijn. En er ontzaglijk veel mensen zich bemoeiden met de marketing, verkoop en communicatie die daar totaal geen verstand van hadden. Op een gegeven moment hebben we een Hodi-pot ingesteld. Voor het uitvoeren van matige (ik rond af naar boven), terugkerende ideetjes. Om nog maar te zwijgen over meestal ondoordachte, vaak vage, tijd- en geldverslindende, theoretische tips van adviseurs. Hoewel er hier en daar een uitzondering was.

    En als ik zo eens mijn oor te luisteren leg en mijn ogen de kost geef, dan is er niet zo heel veel veranderd. Pas nog lees ik dat de voormalige hoofdredacteur van NRC Next op de vraag over winst en gratis weggeven van een kwart van de oplage zegt: ‘Nou dat van dat gratis weggeven is nieuw voor mij hoor’. Terwijl dat samplen, toch een kostbare operatie, een cruciaal onderdeel is van de marketingstrategie. Hij wist het vast, staat gewoon in de HOI-cijfers. Nog geen jaar geleden luidde de boodschap van PCM-bestuursvoorzitter Bert Groenewegen: ‘PCM is een in de kern gezond bedrijf, waar nieuwe initiatieven ontstaan en dat geenszins berooid is achtergebleven na het vertrek van Apax.’ Bron: Jaarverslag.

    Laten we wel wezen: de daling van de oplage zette al een hele tijd geleden in, lang voordat internet aan de opmars begon. Dagbladuitgevers moeten het hebben van schaalvoordeel, maar dan echt. Kosten naar beneden brengen, investeren in zaken waar het echt om gaat. En zoals altijd: niche operaties blijven kansrijk, zo ook spelregels veranderen.

    Piet Bakker zegt, als ik zo vrij mag zijn, in de kern: verzamel de beste ideeën en test het eerst als het omvangrijk is. Ik zou beginnen met: heb een gedragen visie over wat wel en vooral ook wat niet (uitgeven is kiezen) en aan de achterkant: voer het foutloos uit en haal eruit wat er in zit. Try it, do it, fix it. Uitgeven is voor het leeuwendeel een routinematige, discipline eisende activiteit. Niks fancies aan. En dan mag je in je knuisten knijpen als je een goede uitgeverstop hebt en een flexibele organisatie waar zaken goed worden afgestemd.

    Maar goed, zoals ik al schreef: uitgeven is een vak. Dat kun je gewoon leren. Het is alleen een beetje als bij Cirque du Soleil. Als je het ziet denk je, dat kan ik ook. Valt tegen als je het ongeoefend in de praktijk brengt.

  4. Beste Piet

    Ik mis in jouw lijst m.b.t. tot de kranten het punt dat voor mij het belangrijkste is: kwaliteit. Er is een tendens gaande waarbij de lezer zelf op zoek moet naar de betrouwbaarheid en het waarheidsgehalte van de aangeboden informatie, en die nogal eens zelf moet aanvullen en in veel gevallen zeker zelf moet interpreteren.

    Als de krant wil overleven dat moet die zich gaan onderscheiden van andere kranten en digitale informatieverstrekkers op het internet (ook wel burgerjournalisten genoemd maar ik vind dat een nonterm omdat journalistiek een vrij beroep is) in plaats van klakkeloos achter de concurrentie aan te rennen waardoor vooral uniformiteit – in plaats van de verscheidenheid die gezonde concurrentie nu eenmaal vraagt – ontstaat.

    Neem het simpele feit dat iedere krant gebruik maakt van de feeds van persbureau’s en dat verkoopt als het laatste nieuws zonder dat die artikelen worden gecontroleerd. Ik breng je in herinnering het Kluundebacle(zie link hieronder), waar ik zelf zo boos om werd dat ik mijn abonnement op Trouw heb opgezegd en als je naar het nieuws van deze dag kijkt, dan springt er een artikeltje uit dat 60% van de Nederlanders voor een rookverbod in de auto is, afgemeten aan een enquête onder 800 autofanaten op de AutoRai. Het web is er al mee volgeplakt, en nergens een kritische toon dat dit toch nauwelijks een dwarsdoorsnede van de samenleving kan betreffen.

    Het maakt niet uit welke krant ik pak, het nieuws is vrijwel identiek, en kranten onderscheiden zich bijna uitsluitend in speciale katerns en columnisten. Nogal triest, vind ik. Dus ik zou zeggen, in plaats van tekens die beschuldigende vingers naar het internet en de zogenaamde burgerjournalistiek, hand in eigen boezen, weg met de feeds van de persbureaus en de agendajournalistiek en weer eens echt aan de slag met het nieuws.

    Hartelijke groet,
    Gigi Schuiten

    http://www.google.nl/search?hl=nl&q=kluun+hoofdredacteur+opzij&meta=

  5. Pingback: Seattle Post van ‘Print-to-Web’ at LUIT Consultancy

  6. Sent Wierda, freelance journalist schreef op 26 maart 2009 om 22:37

    @Gigi Schuiten. ‘Het maakt niet uit welke krant ik pak, het nieuws is bijna identiek..’ Dat gevoel heb ik helemaal niet als ik verschillende kranten lees. Vooral niet bij het lezen van ‘de Vollskrant’ of ‘NRC Handelsblad’. Het hangt er blijkbaar toch van af welke krant wordt gelezen.

  7. @Henk. Ik ben een liefhebber van journalistiek – ongeacht het medium. De vraag is of kranten daar essentieel voor zijn. Voorlopig nog wel was mijn analyse. Radio en tv functioneren in Nederland goed, de publieken hebben minder problemen met de financiering (BNR vraagt wel om verbod van reclame op publieke omroep om zo de broodnodige reclameinkomsten op te krikken). In de breedte en diepte is het toch minder dan ‘ouderwetse’ krantenjournalistiek. Online ben ik minder optimistisch, ik zie gewoon geen volwassen stand-alone online nieuwsvoorziening in Nederland ontstaan. En dank voor het inspirerende lijstje.

    @Laurens, inderdaad: ‘vrijwel uitsluitend’ is een rekbaar begrip. Ik hoor niet bij diegenen die van oordeel zijn dat nu.nl de ondergang van de journalistiek betekent. In tegedeel, nu.nl doet iets heel goed wat andere media veel minder goed doen: snel updates van nieuws geven zonder al te veel poespas. Andere dingen doen ze veel minder of helemaal niet: analyses, eigen verhalen van buitenlandse correspondenten, onthullingsjournalistiek, achtergronden, interviews, literatuurrecensies… Dat moeten ze ook helemaal niet doen, dat is niet hun sterke punt. En er zit af en toe een eigen bericht tussen, maar dat is dus volgens mij niet de grootste kracht van nu.nl en dat kan met een redactie met een bescheiden omvang ook niet (en daarom wordt er wel geld verdiend).

    @Paul: we zijn het grotendeels eens, journalistiek binnen een georganiseerde bedrijfsmatige context heeft het meeste kans van slagen. Tot 10 jaar geleden kon iedereen het, het geld stroomde inmmers toch wel binnen (en stroomde er minstens zo hard uit), al maakte je je herdershond CEO! Wat nu de bedrijfstak beheerst is paniek terwijl we behoefte hebben aan visie. Over hoe je dat zou moeten doen verschillen de meningen – ik denk dat je vrijwel alles ter discussie moet stellen, en heel veel moet proberen, innovaties mogen ook mislukken. Maar hou op met ongelimiteerde budgetten en projecten zonder einddatum.

    @gigi: met opzet heb ik het begrip ‘kwaliteit’ vermeden. Kwaliteit is voor iedereen wat anders, en eerlijk gezegd vind ik de Nederlandse kranten van nu een stuk beter dan die van 20 jaar geleden – en ik vind ook (@sent) helemaal niet dat ze erg op elkaar lijken (alhoewel ze wel eens wat minder op elkaar zouden mogen letten). Ze zijn breder geworden en bevatten dan ook meer dingen waarmee sommige lezers liever niet geconfronteerd worden – maar anderen weer wel. In deze hyper-kritische tijd geldt kennelijk “damned if you do, damned if you don’t”

  8. PS: de powerpoint van plan 7 (de advertentiemachine) staat online op Slideshare en hier met korte toelichting: http://tinyurl.com/dke5cm

  9. Overigens: op VK.nl is het al mogelijk om foto’s en historische voorpagina’s te bestellen. En in de webwinkel wijn, boeken, cd’s, etc. Dus punt 5 is al realiteit.

  10. @Piet: Wanneer u interesse hebt? Wij maken al meer dan 7 jaar diverse applicaties voor het online maken van pdf documenten. Van advertenties tot brochures.

    Voor Monuta hebben we voor uitvaartverzorgers een online studio gemaakt voor het maken van rouwkaarten, bidprentjes, dankkaarten en rouwadvertenties. Via een laptop bij de klant thuis.
    Voor consumenten hebben we een apart site gemaakt voor het maken en plaatsen van rouwadvertenties http://rouwbericht.monuta.nl

    Makelaars beheren zelf hun complete content. Een object (woning) wordt 1 maal ingevoerd en kan daarna online in de site gezet worden en met dezelfde content maken zij brochures, raambiljetten of advertenties.

    We hebben voor diverse uitgevers online applicaties gemaakt voor het maken van advertenties.

    Op dit moment zijn we in eigen beheer een online applicatie aan het maken waarmee een klant in elke uitgave (landelijke dagbladen, regionale dagbladen, alle huis-aan-huis titels, vakbladen, etc) personeelsadvertenties kan maken en plaatsen. De klant ziet het tarief en kan direct betalen en plaatsen.

    Overigens komt een collega van u in april bij ons langs. Los van wat u hier hebt geschreven denk ik.

  11. Pingback: De krant is maar een vieze, oude man « copytijgers.nl

  12. Jaap Stronks schreef op 29 maart 2009 om 21:54

    Een stuk over de redding van de papieren krant leidt hierboven tot een
    (quasi-spam-)link naar gedigitaliseerde rouwadvertenties. Irony, anyone?

  13. Frank Volmer schreef op 29 maart 2009 om 22:12

    Beste Piet,

    Een paar aanvullingen en kritische noten. Vooropgesteld; ik heb nog geen enkele uitgever horen pleiten voor subsidie. Het feit dat er toch een commissie aan de slag gaat, is het directe gevolg van het feit dat de Ster in 2008 acht miljoen meer heeft omgezet dan begroot en dat het minister Plasterk daarom een goed idee leek dat aan dagbladen te besteden. Die hebben het namelijk zo moeilijk….(en dan stoppen ze misschien met zeuren).

    Onder andere de NDP heeft er na veel lobbywerk voor kunnen zorgen dat de opdracht aan de commissie niet beperkt is gebleven tot de besteding van 8 miljoen overschot. Ze mag nu ook wat zeggen over het fundamentele probleem; een ongelijk concurrentieveld. Maar als de commissie maar niet komt met het voorstel om in te grijpen bij publieke omroepen of de Ster. Huh? Maar als dat nu wel een relatie blijkt te hebben? Het zou goed zijn als er nu echt eens samenhangend mediabeleid komt. En met samenhang bedoel ik hier dus het effect van ontwikkelingen en regelgeving van het ene mediumtype op het andere.

    De WRR heeft er in 2005 een lijvig rapport over geschreven; Focus op Functies. Maar ja dat was een vorig kabinet. Dat was in opdracht van Medy van der Laan van D66. Dus waarom zou je daar wat mee doen?

    Mijns inziens gaat deze hele discussie niet over kranten. Het gaat over journalistieke kernen in Nederland. En in het bijzonder over privaat gefinancierde journalistieke kernen. En mijn voorspelling is dat, als de politiek niet heel rap met ingrijpende maatregelen komt, het voortbestaan van een breed aanbod van privaat gefinancierde journalistieke kernen in Nederland in gevaar komt. Is dat erg? Als je echt gelooft dat journalistiek een belangrijke rol heeft bij het functioneren van de samenleving dan kan het antwoord niet anders dan ‘ja’ zijn. Als er geen journalisten betaald kunnen worden die de werkwijze van de AIVD bestuderen, als er geen journalist meer naar een rechtzaak of een gemeenteraadsvergadering gaat dan gaat een belangrijk controlemiddel op het functioneren van de rechtstaat verloren. En als deze journalistieke kernen hun primaire functie niet meer kunnen uitoefenen dan is er voor Google en Nu.nl ook weinig nieuws te genereren.

    In je eerste punt suggereer je dat het afschaffen van de Ster geen invloed zou hebben op de inkomsten van dagbladen. Dat is echt een verkeerde aanname. Elke econometrist kan je uitleggen hoe het werkt. Geld dat niet wordt uitgegeven aan de Ster kan dan wellicht allemaal aan SBS en RTL worden besteedt maar dat kan niet aan de Q (want die is tot een wettelijk maximum beperkt) dus moet het in de P van prijs gaan zitten. Daarmee wordt de prijs van TV reclame hoger en verandert het speelveld van alle bestedingen aan media. In het algemeen kan je zeggen dat een consument een minuut maar één keer kan besteden en een adverteerder een Euro ook. Ingrijpen in wat de publieke omroep uitzendt en hoe dat wordt gefinancierd heeft daarom een enorm effect. Zeker als je beseft dat de prijs van GRP’s (afrekeneenheid van TV reclame) op de Ster laag is omdat de totale kosten (900 mio) niet gedekt hoeven te worden door de omzet. (200 mio)

    Het 18-jarigenplan van Sarkozy is unaniem door de uitgevers afgewezen. (Overigens is dit plan in de Franse context wellicht zo slecht nog niet. Daar lezen veel minder mensen überhaupt kranten en is het thuisbezorgen van kranten de uitzondering en losse verkoop de regel). Als die 8 miljoen toch op moet, geef het dan aan het ministerie van onderwijs voor een breed lespakket voor de laatste klassen van de basisschool en de eerste klassen van de middelbare school en leer jongeren de functie en werking van journalistiek en media. Dat kan ook in samenwerking met KIK (een door de kranten gefinancierd activiteitenprogramma op basisscholen). Een andere mogelijkheid waarmee uitgevers geholpen zijn, is al de content die publiek gefinancierd is vrij te laten gebruiken door alle uitgevers. Dat is ook logisch want er is toch al voor betaald.

    De huidige kranten worden uitgegeven in bedrijven met privaat gefinancierde journalistieke kernen. Die zijn er ook nog bij een handje vol tijdschriften. De rest is vrijwel allemaal publiek gefinancierd bij de omroepen. In een markt waarin traditionele verdienmodellen eroderen moet je gewoon blijven ondernemen. Als je dat niet doet sterf je op den duur uit. Maar als de baas van Carré z’n best doet om goede artiesten op het podium te krijgen (inhoud), marketing bedrijft om de zaal vol te krijgen (oplage) en nog een aantal sponsors zoekt (adverteerders) dan is het wel frustrerend als in de Stopera publiek gefinancierde artiesten, gratis te bekijken zijn met een lage prijs voor sponsors.

    Groet,

    Frank Volmer

  14. Je conclusie dat zonder kranten in Nederland nauwelijks journalistiek zou plaatsvinden is ofwel te kort door de bocht of anders gewoon te treurig voor woorden (om niet te zeggen buitengewoon riskant).

    3, 5, 7+8 zijn ongeveer hetzelfde en ook de enige punten die echt hout snijden. Van de rest zul je het niet moeten hebben (10 spreekt voor zich, en 1+6, alstjeblieft…).

    Om een voorbeeld te geven, de Guardian geeft nu alle inhoud van hun artikelen weg via hun API zodat andere sites het kunnen herpubliceren. De voorwaarde is dat wanneer het advertentie-netwerk van de Guardian online is, zij hun eigen advertenties erbij kunnen plaatsen.
    Of Nederlandse kranten nu de visie en de know-how hebben om hun eigen advertentienetwerk te beginnen (of ook maar een API), vraag ik me erg af.

  15. Jan-Jaap Heij schreef op 30 maart 2009 om 15:18

    @Frank: Ik zou niemand willen vervelen met economenpraat, maar als die econometrist in z’n propedeuse een beetje heeft opgelet zou hij er meteen achteraan zeggen dat als P stijgt Q wel degelijk mee zou kunnen gaan stijgen: er komen meer TV-zenders. Het is daarbij maar de vraag of de equilibrium-P voor TV-reclame uiteindelijk stijgt (bij nieuwe toetreders kan die zelfs dalen, afhankelijk van hun kostenstructuur). En vervolgens is het ook maar de vraag of er reeel substitie mogelijk is tussen TV en print en de prijzen voor TV-reclame dus uberhaupt van veel invloed zijn op die van print.

    Kon het toch niet laten nee..:-)

    Ik zou nog wel samenhang zien in de zin dat adverteerders minder voor print willen betalen als ze online goedkoper uit zijn (een verschijnsel dat u niet onbekend zal voorkomen) maar andersom? We betalen meer voor print omdat TV duurder is (nogmaals: als dat al zo is..)? Nah. De energie van de NDP lijkt me een betere zaak waardig dan zo’n achterhoedegevecht.

  16. Pingback: Oneerlijke concurrentie Ster is het echte probleem voor privaat gefinancierde journalistiek « De nieuwe reporter

  17. @Bas: In mijn ‘supersize’ plan staat ook: “Dagbladen doen dit ook (boeken, dvd’s, wijn), maar het is de vraag of het maximale uit de markt wordt gehaald.” Dat jij het voorbeeld van foto’s en hostorische voorpagina’s van de Volkskrant noemt is in dit verband veelzeggend: misschien kan het wel maar na zeven keer klikken op de vk-site heb ik ze nog niet gevonden: moet ik zoeken in de webwinkel? Ik weet dat ze historische voorpagina’s verkopen, maar foto’s? Die optie is wel heel erg goed verstopt.

    @Erwin / @Jaap: Inderdaad ironisch maar toch, als de sector eens wat meer gekeken had wat anderen deden, had men daar wel wat van opgestoken. Bijvoorbeeld van de porno-industrie die altijd voorop heeft gelopen met technische vernieuwingen: geotagging, contextual advertising, videostreaming, online billing, micro-payments, partnerships. Online rouw-advertenties werken o.a. ook vanwege het ontbreken van concurrentie en omdat mensen niet over de prijs gaan zeuren. Kritiek op mijn ‘advertentiemachine’: “maar dan zien ze hoeveel een advertentie echt kost!”

    @Frank / Jan-Jaap: doe ik onder de post van Frank zelf.

    @Alper: Ik denk inderdaad dat zonder kranten journalistiek een fikse aderlating zou betekenen. Volgens mij zijn 3, 5, 7 en 8 nogal verschillende strategieën. Op 1 (overheidsingrijpen) kom ik terug, en voor 6 is het onderzoeksalternatief gewoon veel beter en goedkoper dan het domweg weggeven van kranten.

  18. Pingback: Het feest van de lezer « Thijs Kuipers

  19. Leuk artikel, na het door te hebben gelezen heb ik het ook gelijk naar een vriend gestuurd! Ik hou jullie website in de gaten, perfect!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (850 van 886 artikelen)


Burgerjournalistiek. Ik geloofde er nooit zo in. Beunhazen zijn het. Ik geloof ...