Een van de grote nieuwe mediabeloftes sinds het midden van de jaren 90 is de ‘interactieve televisie’. Talloze partijen hebben pogingen ondernomen om van het rondje zappen op de bank een ‘rijke interactieve ervaring’ te maken: speel mee met een quiz via de afstandsbediening, bepaal het camerastandpunt tijdens een Formule 1 race, druk op de rode knop tijdens een commercial om snel een pizza te bestellen. Echt ingeburgerd zijn dat soort diensten niet.
Op de jaarlijkse CHI (Computer Human Interaction) conferentie die vorige week plaatsvond in Boston, legde de Belgische onderzoeker David Geerts uit waarom de meeste van die initiatieven tot nog toe zijn mislukt: ze zijn te weinig sociaal.
‘Televisie is bij uitstek een sociaal medium, je kijkt vaak samen met anderen naar de televisie’, stelde Geerts. De televisie is vaak aanleiding tot het voeren van gesprekken, zowel thuis op de bank als de volgende dag rond het koffiezetapparaat op het werk. ‘Waarbij de gesprekken lang niet altijd ook over de inhoud van het televisieprogramma zelf gaan.’ Veel interactieve televisiediensten richten zich echter op de individuele gebruiker. Om succesvol te zijn, zouden ontwerpers beter het idee van ‘sociale televisie’ als uitgangspunt kunnen nemen.
Watching Apart Together
Nieuw is dat idee niet, gaf Geerts aan. Al in de jaren 90 introduceerde America Online het idee van een ‘buddy list’ – een lijstje met IM-contactpersonen- met wie je via de televisie kon chatten. Het Microsoft Mediacenter biedt vandaag de dag een soortgelijke dienst (gebaseerd op Windows Messenger). Alcatel experimenteerde met Amigo Tv. En ook Motorola doet in haar laboratoria onderzoek naar live chat via de televisie. Andere diensten – bijvoorbeeld Boxee – richten zich niet zozeer op live interactie tussen vrienden, maar op het asynchroon delen van content. Als je Boxee opstart ziet de gebruiker wat zijn ‘vrienden’ de afgelopen dagen hebben gekeken, waarna je diezelfde programma’s ook zelf kunt opvragen, Watching Apart Together, zeg maar.
Al die diensten hebben een aantal nadelen: je hebt een aparte set-top box nodig, gebruikers moeten lid worden van weer een nieuw sociaal netwerk, de applicatie moet op het scherm concurreren met het televisiebeeld, en het invoeren van tekst via een afstandsbediening is niet echt handig. Al hebben sommige systemen daar een oplossing voor: je kunt meerdere apparaten gebruiken – bijvoorbeeld je computer om vriendennetwerken op te geven, of je mobiele telefoon om door keuze menu’s te bladeren. De Nederlandse ‘Ambulant Annotator‘ gebruikt eveneens een apart scherm waarop gebruikers televisiecontent kunnen bewerken en delen. En een draadloos toetsenbord valt gemakkelijk toe te voegen aan de rits afstandsbedieningen die in de meeste huizen rondslingeren.
Daartegen staan ook een aantal voordelen, zo bleek uit een presentatie van Motorola-onderzoekers op de CHI. Het telecombedrijf heeft een prototype ontwikkeld (‘Social Television 3′) waarmee televisiekijkers met elkaar kunnen communiceren. Wanneer je televisie gaat kijken, zie je wie van je vrienden nog meer tv aan het kijken is, en naar welke zenders zij kijken.
Motorola testte het systeem enkele weken bij een groep van 5 vrienden. Deze vrienden woonden niet al te ver van elkaar vandaan, maar sinds een aantal van hen kinderen had gekregen zagen ze elkaar minder vaak. De Motorola dienst zorgde ervoor dat ze weer vaker kort met elkaar spraken, via hun televisie. Soms leidde dat ook tot afspraken (‘Wij gaan nu even uit eten, zin om mee te gaan?’). Nu hadden ze elkaar natuurlijk ook kunnen bellen, of via de computer een bericht kunnen sturen, maar die communicatiemodi gebruikte deze vriendengroep niet. Het grote voordeel van een sociaal netwerk via de televisie volgens deze respondenten: als je ziet dat iemand televisie aan het kijken is, is hij kennelijk vrij, en weet je dat je hem kunt storen.
Richtlijnen
De dienst van Motorola is nog niet op de markt, en sociale televisie bevindt zich duidelijk nog in een experimenteerfase. Voor ontwikkelaars van sociale televisiediensten presenteerde David Geerts op de CHI een lijst met 12 richtlijnen. Hieronder volgen er een aantal:
1. Zorg voor verschillende mogelijkheden tot communicatie: van een zeer simpel kanaal waarop je alleen een aantal beperkte emoties mee uit kunt drukken (‘duim omhoog’) en text-chat tot voice chat. Uit het Motorla-onderzoek bleek dat de deelnemers de voorkeur gaven aan het versturen van tekstberichten boven voice chat. Voornaamste reden opnieuw: je stoort de andere partij minder.
2. Zorg voor ‘awareness tools’, laat op de een of andere manier zien wie er nog meer in de kamer naar de televisie zitten te kijken, zodat gebruikers bijvoorbeeld niet over iemand beginnen te chatten die ook op de bank zit. En bied ook de mogelijkheid om aan te geven dat iemand niet gestoord wil worden, omdat hij naar een spannende serie zit te kijken bijvoorbeeld.
3. Zorg voor synchrone en asynchrone communicatiekanalen, zodat vrienden ook van elkaar kunnen zien wat ze eerder hebben gekeken of bediscussieerd.
4. Geef de gebruiker controle over zijn data. Hij moet aan kunnen geven welke gegevens openbaar zijn, en welke privé. Misschien wil hij niet dat anderen weten dat hij naar een bepaald programma kijkt, of wil hij niet dat zijn gegevens worden verzameld voor diensten die nieuwe programma’s aanraden.
5. Minimaliseer de afleiding in het beeld, het tv-programma moet voorrang krijgen. Maar zorg wel voor een notificatiesysteem als bijvoorbeeld vrienden online komen, of hun televisie juist uitzetten.
6. Ontwerp ook diensten voor collectief gebruik, bijvoorbeeld een dienst om een tv-programma te vinden dat meerder kijkers aanspreekt.
Of sociale televisie diensten echt aan gaan slaan, blijft nog even afwachten. In het publiek merkte iemand op dat veel diensten hem overbodig leken, aangezien mensen nu toch ook al met de laptop op schoot televisie keken, en dan met hun vrienden konden chatten? Het Motorola-onderzoek liet zien dat de beleving van chatten via de televisie en de sociale relatie die daardoor wordt gevormd net weer anders is dan via de computer. Al bestaat de kans dat dergelijke ervaringen ook variëren per demografische groep.
Wel denk ik dat er een toekomst is voor de koppeling van sociale netwerken aan ‘content’, waarbij je op de hoogte blijft van wat voor programma’s of muziek je vrienden kijken en luisteren. En een strategie waarbij een dergelijke dienst op verschillende schermen toegankelijk is (zowel via de computer, de mobiele telefoon als op de televisie) lijkt mij persoonlijk het meest kansrijk.