Op zoek naar een smakelijke pudding

smakelijkDat het slecht gaat met kranten, hoef ik niet meer uit te leggen en dat de mediaconsument zich anders gedraagt, ook niet. Over de oorzaken daarvan kan lang en veel gediscussieerd worden, maar in essentie komt het volgens mij op het volgende neer: vraag en aanbod op de markt voor nieuws sluiten niet op elkaar aan.

De nieuwsvoorziening door bijvoorbeeld kranten is hoofdzakelijk aanbodgeörienteerd. De (kranten)redactie stelt het nieuwspakket samen en biedt dat pakket aan de lezer aan. Dat gebeurt op papier (een enkele uitzondering daargelaten) en ook op internet, dat vooral gezien wordt als een alternatief kanaal om nieuws en informatie bij de lezer te krijgen. Terwijl internet een heel ander medium is en naast informatiemedium vooral een communicatie- en transactiemedium is (terzijde: als the Medium the Message is, dan is internet hèt medium voor boodschappen).

Internet is vooral een medium, waarbij de bezoeker (lezer, kijker) aan de touwtjes trekt en zelf bepaalt hoe hij zijn informatiemenu samenstelt. Google heeft dat goed begrepen. Zij hanteren de filosofie dat de gebruiker zo snel mogelijk moet worden doorgestuurd naar de informatie waar deze naar op zoek is. En als dat lukt, betekent het dat de gebruiker de volgende keer weer terugkomt bij Google voor het antwoord op zijn volgende vraag. Hoe anders is het met kranten die veelal de filosofie hanteren dat de gebruiker zolang mogelijk moet worden vastgehouden op de site, maar ze slagen daar minder goed in omdat zij gewoonweg niet alle antwoorden in huis hebben. En dat terwijl de meeste kranten toch de pretentie hebben voor elk wat wils te kunnen bieden.

Eeuwenoude controverse
Dit past in de eeuwenoude controverse: wie bepaalt de inhoud van de krant, de lezer of de redactie? Zou alleen de lezer de inhoud bepalen, dan wordt de krant een allemansvriend en wanneer alleen de redactie de inhoud bepaalt dan krijgt de krant meer weg van een ivoren toren. Maar dat is een gedachte uit de tijd dat massamedia succesvol waren, er voor de lezer (kijker) weinig alternatieven voorhanden waren en de redactionele identiteit voldoende was om de lezer vast te houden. Die tijden zijn echter voorbij en de noodzaak om te innoveren is met de huidige economische recessie alleen maar groter geworden.

Al eerder ben ik op basis van de long tail tot de gedachte gekomen dat een iTunes-achtig model waarschijnlijk een oplossing biedt, al dan niet gekoppeld aan de mogelijkheid van microbetalingen (zoals legalsounds.com) of een abonnement (zoals Last.fm). Kern van dit model: het stelt de gebruiker centraal, de content is op itemniveau beschikbaar, het aanbod is groot en makkelijk doorzoekbaar, er is een gebruiksvriendelijke interface, de gebruiker is bereid te betalen voor de content èn er is een gebruiksvriendelijk apparaat waarop de content geconsumeerd kan worden. Als het met muziek lijkt te werken, waarom dan niet met nieuwsitems?

Belangrijkste struikelblok zal zijn of gebruikers en/of adverteerders bereid zijn te betalen voor nieuwsitems die verspreid worden via dit model. Dat zullen ze alleen doen als ze daar iets voor terug krijgen dat voor hen waarde vertegenwoordigt, zoals een voor de gebruikers relevante selectie van het nieuws en een voor adverteerders relevante doelgroep. Dan moet je het niet zoeken bij de algemene nieuwsitems waarover via alle media verslag wordt gedaan, maar bij nieuwsitems waaraan waarde is toegevoegd. Bijvoorbeeld door via onderzoek extra feiten aan het licht te brengen, het nieuws te duiden, relevante links naar andere informatie te leggen of gewoon een goed geschreven of opiniërend verhaal te maken. Kortom, door nieuwsitems te transformeren tot journalistieke items. Dat is bij uitstek iets waar krantenredacties goed in (horen te) zijn en dat ook meerwaarde heeft in een democratische samenleving.

Network Generated Content
Maar de transformatie tot journalistieke items en het afzonderlijk beschikbaar stellen daarvan is niet het hele verhaal. Internet is een netwerk en waar de gebruiker zich op het internet massaal organiseert in allerlei (sociale) netwerken, zien we dit aan de aanbiederskant niet of nauwelijks gebeuren. Ligt het niet voor de hand dat aanbieders van journalistieke items – dat kunnen zowel krantenuitgevers, omroepen als internetsites zijn – strategische allianties met elkaar aangaan om op die manier een voor de gebruiker relevant aanbod te scheppen? Deze Network Generated Content (c) kan dan via de iTunes-achtige interface beschikbaar worden gesteld aan de gebruiker, op basis van diens persoonlijke voorkeuren, zoals ‘lidmaatschappen’ van sociale netwerken, waardering van andere artikelen van dezelfde auteur of redactie, onderwerpen waar hij of zij in geïnteresseerd is, etc.

Een voorbeeld. De kwaliteitskranten uit het PCM-concern en stellen hun databases met journalistieke items (inclusief relevante links) beschikbaar aan de leden van Dutch Media Professionals, die vervolgens voor een klein bedrag per maand (of gratis, want de doelgroep moet toch interessant zijn voor adverteerders) alle relevante items over media-gerelateerde zaken tot zich kunnen nemen. Dit gaat voor uitgevers dus verder dan het multi- of crossmediaal werken: zij gaan ‘netwerkmediaal’ werken.

Tot slot de laatste hobbel: het gebruiksvriendelijke apparaat waarop de nieuwsitems te lezen zijn, oftewel de iPod voor journalistieke items. Natuurlijk zijn er verschillende draagbare apparaten zoals netbooks, smartphones (iPhone) en e-readers die die functie kunnen vervullen, maar naar mijn gevoel is het ideale apparaat nog niet gevonden. Voor het welslagen van het bovengeschetste model zal het niet noodzakelijk zijn, het zou de ontwikkeling wel in een stroomversnelling kunnen brengen.

Pudding
Gaat het werken, dit recept om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten? Zoals zo vaak, is the proof of the pudding in the eating en is het aan de markt om er in de praktijk iets van te maken (en aan de overheid om zoiets eventueel te faciliteren). En natuurlijk zijn er andere recepten denkbaar die wellicht ook een smakelijker pudding opleveren, maar alle ingrediënten lijken aanwezig voor product dat in een behoefte voorziet en waarbij de kok zijn eigen professionaliteit kan behouden.

Rick van Dijk schreef dit artikel op persoonlijke titel.

4 reacties

  1. Aafje schreef op 1 april 2009 om 20:55

    Zou de lezer niet vooral zitten te wachten op goede journalistiek, waar tijd in is geÍnvesteerd, dat niet vooringenomen is en goed onderbouwd, in plaats van al het oppervlakkige infotainment dat kranten proberen te slijten als journalistiek?

  2. Miriam van der Have schreef op 1 april 2009 om 22:59

    ___Als het met muziek lijkt te werken, waarom dan niet met nieuwsitems?___

    Je geeft het antwoord zelf al:

    ___kranten die veelal de filosofie hanteren dat de gebruiker zolang mogelijk moet worden vastgehouden op de site, maar ze slagen daar minder goed in omdat zij gewoonweg niet alle antwoorden in huis hebben___

    Zelfs een groot netwerk heeft niet alle antwoorden. Het internet is een netwerk van netwerken. Het web is een netwerk van informatie. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe onbetekenend de informatie van de Nederlandse journalistiek is op de schaal van het complete web. Dat is dan ook de reden waarom Google wel geld verdient, want Google maakt de informatie op het web toegankelijk. In feite is Google Search de eerste functionerende toepassing van het Semantic Web.

    Naar mijn mening is het Semantic Web een deel van de oplossing die kranten op dit moment zoeken. Op die manier wordt de informatie die kranten produceren veel beter toegankelijk en dat kan geld opleveren.

    Overigens ben ik het niet geheel eens met je opmerking dat kranten de filosofie hanteren dat de gebruiker zolang mogelijk moet worden vastgehouden op de site. Misschien willen ze dat wel, maar ze handelen precies tegengesteld. Want enerzijds doen kranten via SEO moeite om een zo hoog mogelijke Google-ranking te krijgen, anderzijds proberen ze de consument met advertenties (vaak via Google!) te laten doorklikken naar andere websites. Onbegrijpelijk, zeker als je bedenkt dat dergelijke advertenties weinig geld opleveren in vergelijking met gedrukte advertenties.

    Je schrijft:
    ___De kwaliteitskranten uit het PCM-concern en stellen hun databases met journalistieke items (inclusief relevante links) beschikbaar aan de leden van Dutch Media Professionals, die vervolgens voor een klein bedrag per maand (of gratis, want de doelgroep moet toch interessant zijn voor adverteerders) alle relevante items over media-gerelateerde zaken tot zich kunnen nemen.___

    Dat is precies de reden waarom ik allergisch ben voor mensen die met mij willen ‘samenwerken’. Te vaak komt het er op neer dat ik het werk moet doen en dat zij de rekening willen versturen. De taak van een uitgever is uitgeven, niet weggeven. Bij het uitgeven moeten de uitgevers zich niet afhankelijk maken van een ander bedrijf. De afgelopen jaren hebben krantenuitgeverijen vooral bij hun websites veel taken overgelaten aan andere bedrijven. Maar dat is zo gebeurd dat die andere bedrijven nu het geld verdienen en de uitgeverijen nauwelijks zonder deze ‘hulp’ kunnen.

    Ik kan me voorstellen dat het model dat de Guardian nu gebruikt – een API waarmee de content PLUS de bijbehorende advertenties – succes heeft. Maar alleen als de Guardian de baas blijft over wat er met de content gebeurt en niet een ander bedrijf of LinkedIn-groep.

  3. Rick schreef op 3 april 2009 om 09:38

    @Aafje: wat jij zegt past helemaal in de lijn van mijn verhaal, namelijk journalistiek waarde voor de lezer toevoegen.
    @Miriam: de Guardian is inderdaad op de goede weg. De essentie van mijn verhaal is dat uitgevers zich fundamenteel anders moeten opstellen: lezer centraal, nadruk op journalistieke items, zelf netwerken vormen en aansluiting zoeken bij andere netwerken. Ik heb PCM als voorbeeld gebruikt, maar zeg daarmee niet dat het op die manier zou moeten gaan. En wat je zegt over het semantische web: ik ben het met je eens dat web 3.0 voor uitgevers een uitkomst zou kunnen zijn, maar dat vereist net zo goed een andere opstelling dan de huidige.

  4. Boeiend verhaal Rick. Eerder hebben we bij mijn weten wat van gedachten gewisseld over zo’n model. Ik noem het maar even eenvoudig ‘netwerkjournalistiek’.

    Met bovenstaande reageerders geloof ik in de creatieve journalistieke prestatie die leidend moet zijn en blijven, en beter worden. Uniek ook, terwijl die nu vaak dupliceert. Dat maakt Google News transparant.

    Met publicatie van enkele boeken, onder meer over web 2.0 is zoiets geprobeerd: zet de hoofdstukken op internet en vervolmaak ze met behulp van reacties alvorens het boek te drukken. Ook Marketingfacts.nl heeft enkele jaren aangetoond dat zoiets werkt: vaak matige artikelen kregen pas meerwaarde door de discussie. Het ‘afmaken’ tot een product ontbreekt.

    Netkwerkjournalistiek zou uitgewerkt moeten worden in wat modellen om te beproeven. Er zijn tal van problemen op te lossen, niet in de laatste plaats commercieel want ‘we’ hebben een rechtenprobleem met teksten. De door Rick aangesneden onderwerpen zijn er twee: enerzijds nieuwe vormen van productie en anderzijds de mini-afrekening die de commissie-Brinkman wellicht zal helpen ontwikkelen.

    Ik ga de netwerkjournalistiek testen op Netkwesties.nl. Ik geloof voor internet en voor journalistiek in het primus inter pares idee (of ‘filosofie’ maar dat woord is al aan inflatie onderhevig) : de journalist leidt en maakt gebruikt van een uitgebreider netwerk dan zijn traditionele adresboekje (hoewel bij mij inmiddels ruim 400 pagina’s). Geld ermee verdienen? Misschien wel met een ‘event’ als bijproduct…

    En PCM wordt genoemd: ik heb daar eerder tevergeefs wat voorstellen gedaan. Volgens mij is dat concern strategisch al jaren dood; in tegenstelling tot de titels die dus terecht zijn verzelfstandigd en wel innoveren. Al is dat wel jammer want over de grenzen van titels heen had PCM zo veel kunnen innoveren in wat tot voor kort ‘krantenland’ was. Misschien iets voor de Persgroep.

    (Opvallend is overigens wel dat Rick bij het Stimuleringsfonds Pers moet werken met strakke voorwaarden die optimaal subsidiëren van online vernieuwing in de weg staan ;-) Daar kan de cie. Brinkman ook wel wat aan doen…)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (849 van 889 artikelen)


Het experiment van NRC Handelsblad en de Franse krant Les Echos om ...