Stop het reddingsplan voor de Nederlandse pers

krantenKranten en weekbladen sterven een langzame dood. Nadat oplagecijfers jarenlang van het ene naar het andere dieptepunt tuimelden, heeft het slagveld op de advertentiemarkt de strop nu nog verder aangetrokken. Onder druk van dalende oplage- en omzetcijfers snijden de traditionele printmedia massaal in de omvang van hun redacties.

Journalistenvakbond NVJ bespreekt dinsdagavond in de Rode Hoed ‘een reddingsplan voor de Nederlandse pers’. De wanhoopskreet van de vakbondsbroeders richt zich tot de commissie-Brinkman die in opdracht van minister Plasterk de toekomst van de gedrukte media onderzoekt. ‘Het lukt de meeste betaalde bladen niet hun oplage en omzet op peil te houden [...] Cultuurgoed dreigt verloren te gaan, de waakhond van de democratie raakt verlamd. De overheid moet ingrijpen.’

Naïef
De oproep komt op mij niet alleen sympathiek, maar ook tamelijk naïef over. Wie anno 2009 denkt dat de printmedia de toekomst hebben, gaat met gesloten ogen door het leven. Het papieren tijdperk komt ten einde. De eeuwenoude techniek van bomen planten, kappen, tot papier vermaken, bedrukken, verspreiden en de onverkochte exemplaren weer inzamelen, legt het af tegen distributie van dezelfde informatie via het internet. Dat laatste medium is sneller, flexibeler, minder bewerkelijk, interactief en bovendien aanmerkelijk goedkoper, om maar eens een paar voordelen te noemen.

Zoals de handgeschreven brief en de grammofoonplaat hebben plaatsgemaakt voor de e-mail en het mp3’tje, zo zullen kranten en tijdschriften op termijn het veld ruimen ten gunste van nieuwe media. Wie meent ‘de pers’ te kunnen redden door gratis krantenabonnementen te verstrekken aan 18-jarigen, zoals sommigen nu opperen, mist de kern van het probleem.

E-readers
Willen krantenconcerns overleven, dan kunnen ze niet anders dan vernieuwen en overstappen op papierloze alternatieven voor het leveren van kwaliteitsjournalistiek. De mogelijkheden daarvoor verbeteren snel. Een van de pre’s van een papieren krant is de leesbaarheid. Niemand scrollt voor zijn lol door een doorwrocht achtergrondartikel op zijn laptop, laat staan op zijn mobieltje. Maar nog dit jaar komen verschillende producenten met flexibel of zelfs opvouwbaar elektronisch papier van A4-formaat, aanmerkelijk groter dan de huidige e-readers van Kindle of iLiad. De draadloze elektronische krant moet straks net zo lekker lezen als de vertrouwde papieren versie.

De mogelijkheden die de e-readers scheppen, kunnen leiden tot enorme kostenbesparingen voor uitgevers en tot kansen voor nieuwkomers op de nieuwsmarkt. Met deze ontwikkelingen in het achterhoofd lijkt het redden van ‘de Nederlandse pers’ een onzinnige opgave. Overheid, uitgevers en journalisten kunnen beter hun energie steken in het stimuleren van kansrijke initiatieven die onafhankelijke Nederlandse kwaliteitsjournalistiek brengen via de nieuwe media.

Terwijl de behoefte aan snelle, betrouwbare en onafhankelijke informatie van hoge kwaliteit stijgt, verkeren de traditionele verdienmodellen in grote problemen. Natuurlijk zou het zonde zijn als de ‘oude’ media die jarenlang ervaring hebben in het leveren van journalistieke producten hierdoor en masse verdwijnen, maar hun redding moet komen van een nieuw businessmodel. En niet van het in stand houden van het oude.

Nostalgie
Van rechtstreekse staatssteun aan de noodlijdende dagbladsector, waar de NVJ nu om lijkt te bedelen, valt evenmin weinig heil te verwachten. Staatsinmenging leidt hoe dan ook tot afhankelijkheid en kan nooit een gezonde voedingsbodem vormen voor een vrije pers. Als inwoner van Shanghai word ik daar elke dag aan herinnerd door de China Daily. Afgezien daarvan lost staatssteun de structurele problemen van de printmedia niet op.

Kevin Kelly, oprichter van het Amerikaanse blad Wired, gaf in een lang essay andere oplossingsrichtingen aan. Door de opkomst van internet, betoogde hij, worden tekst, muziek en film eindeloos gratis gekopieerd en dat blijft zo. Uitgevers en bladenmakers moeten daarom richten op het verkopen van zaken die niet gekopieerd kunnen worden, zoals betrouwbaarheid, snelheid, toegankelijkheid, beschikbaarheid, authenticiteit, interpretatie en personalisering van de inhoud voor elke afzonderlijke lezer.

Te lang hebben Nederlandse uitgevers krampachtig vastgehouden aan de papieren krant en het papieren weekblad als het belangrijkste verspreidingsmiddel van hun ‘kwaliteitsjournalistiek’ en aan het verkopen van artikelen als belangrijkste bron van inkomsten. Die aanpak faalt nu. Als onder druk van belangengroepen met gevoel voor nostalgie opnieuw wordt gekozen voor een zinloze poging de dode bomen te ‘redden’, wordt de Nederlandse kwaliteitsjournalistiek daarvan uiteindelijk het slachtoffer.

Wie wil winnen moet vooruitzien. De toekomst ligt niet in papier.


8 reacties:

Fons Tuinstra
7 april, 2009

Helaas mist ook deze schrijver waar het bij de online revolutie echt om gaat. Natuurlijk verdwijnt het papier, daar is geen twijfel over mogelijk, en de traditionele media zouden (zoals sommige ook doen) redacties overeind kunnen houden door helemaal digitaal te gaan en de kosten aan drukken en distributie grotendeels te schrappen.
De meer fundamentele verandering is het feit dat het platform zoals wij dat kennen langzamerhand aan het verdwijnen is. Voor de digitale medemens is het niet langer interessant of een programma van de VPRO komt of dat een artikel in de NRC Next staat. De vraag is of die producten een bijdrage leveren aan het gesprek (niet de zender), de conversatie, het debat waarin de burger is geinteresseerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze gemakkelijk en zonder financiele of technische barrieres beschikbaar moeten zijn.
Ook digitale platforms als portals en weblogs zien steeds vaker een teruggang in de toeloop, omdat het debat zich verplaatst, versnippert. De enige manier om in dit proces een rol te blijven spelen is niet langer focusen op het platform, of dat nu nog een TV zender is, een dagblad of een weblog. Het gesprek, het debat, de conversatie, dat zouden sleutelwoorden moeten zijn.
De traditionele media zijn, qua mensen, geld en voorzieningen, uitstekend geschikt om in dat proces een rol te spelen. Maar door angstvallig vast te houden aan het vertrouwde en verdwijnende platform, lopen ze net die unieke kans mis.
Natuurlijk kan hier ook geld verdiend worden, al is het misschien wat minder dan vroeger. Maar dat lijkt me een mooie kans voor al die duur betaalde marketingmensen: creatief hierop inspringen.

Elmar Veerman
7 april, 2009

Papier is niet de issue. Het gaat om de inhoud. Hét grote probleem is: hoe kun je in deze tijd geld verdienen met kwaliteitsjournalistiek, met het systematisch opdiepen en openbaar maken van relevante feiten, zonder je oren te laten hangen naar adverteerders of investeerders? Ik denk dat dat in het internettijdperk niet goed genoeg kan als het puur commercieel moet, zeker niet in een klein taalgebied.
En dat onze democratie daardoor niet goed kan werken zonder staatssteun voor goede journalistiek. De vraag is alleen hoe je dat aanpakt. Want staatsinmenging is natuurlijk ook niet goed voor de democratie. Dus wat is goede journalistiek, wie bepaalt dat?

(De consument? Ik ben er een beetje huiverig voor, maar ja, democratisch is het wel. Als we mensen nu eens lid laten worden van een krant zoals ze dat nu van een publieke omroep zijn, voor weinig geld maar met een tienvoudige staatsbonus erop?)

En Fons: het gesprek, het debat, de conversatie, dat ontspoort allemaal zonder kennis van de feiten. Meningen zijn er al genoeg, en die zijn gratis. Verse feiten vinden kost tijd en geld, maar levert niks op als die informatie vervolgens gemakkelijk en zonder financiele of techische barrieres beschikbaar moet zijn.

Fons Tuinstra
8 april, 2009

Ik weet niet of monumentenzorg nog wat ruimte op het budget heeft? Steun van de staat in welke vorm dat ook heeft geen zin bij het onderhouden van een platform dat haar tijd heeft gehad. Het probleem is natuurlijk dat de meeste participanten in dit debat – inclusief de journalisten – zich geen journalistiek kunnen voorstellen zonder de traditionele platforms.
In de VS is althans bij de journalistenscholen in elk geval het debat gaande over de toekomst van die journalistiek, zonder dat dat noodzakelijkerwijs vast zich aan een platform als een TV zender of dagblad. Dat betekent een nieuwe rol voor journalisten, waar ze zich voor een belangrijk deel bezighouden met het organiseren, inclusief checken en op waarde inschatten, van de stroom aan feiten, geruchten en roddels die via de nieuwe media bij de consumenten uitkomen.
Daarmee heb je nog geen manier om de journalistiek te financieren, maar je zult toch eerst een beeld moeten hebben over hoe de media van de toekomst eruit gaan zien, voordat je daar financiering bij kunt bedenken.

Sent Wierda, freelance journalist
8 april, 2009

Michiel Hulshof heeft een merkwaardig beeld van de huidige kranten en weekbladen in Nederland. Hij schrijft dat de oplagecijfers ‘jarenlang van het ene naar het andere dieptepunt tuimelden’. Nou, er is wel iets getuimeld, maar de oplagecijfers niet. De oplagecijfers zijn nu nauwelijks anders dan 15 jaar geleden. En dat is niet alleen in Nederland zo. Een krant als The Wall Street Journal, om maar eens een krant in de VS te noemen, is zeer tevreden over de huidige oplage-situatie.

Michiel Hulshof
8 april, 2009

@Sent: Je bent een uitstekende close-reader. Ik bedoelde uiteraard de oplage van de traditionele, betaalde kranten. Diegenen dus waarover de NVJ zich zo’n zorgen maakt. Uit de context was dat wel duidelijk, dacht ik zo. Met de succesvolle innovatie van gratis kranten meegerekend blijft de totale oplage inderdaad zo’n beetje gelijk.

@Fons: Van online revoluties heb ik inderdaad geen verstand. Wel van onzinnige plannen en daartoe behoorde volgens mij de oproep van de NVJ. Overigens ben ik wel benieuwd waar het debat straks in jouw ogen de feiten vandaan haalt. Wie moet die verzamelen?

Peter Olsthoorn
9 april, 2009

Discussie wordt inderdaad niet helderderderder als inhoud en vorm zo door elkaar gehusseld worden als in deze bijdrage.

Fons Tuinstra
9 april, 2009

@Michiel: Als ik een oplossing had, dan zou ik het even melden. Door de snel dalende inkomsten (inderdaad, minder advertenties en minder betalende lezers) is het huidige model onbetaalbaar. Alles online zetten is een manier om het einde uit te stellen – en dat is wel handig als je nog geen echte oplossing hebt.
Net journalistieke talenten zijn nodig om bij de nieuwe media onderscheid te maken, het kaf van het koren te onderscheiden. Maar met honderd mensen dezelfde gebeurtenis verslaan is onzin, dan kun je beter achter je computer zitten en daar de journalist uithangen: snel selecteren, analyseren en verder verspreiden van het nieuws. Dan mogen de marketing mensen daar een financieel model bij bedenken.

Thomas Moerman.nl
9 april, 2009

[...] als we niet overal over zouden debateren. Een fonds dat de kranten moet helpen vernieuwen. Goed of slecht, daar zijn de meningen over verdeeld. Maar ook hier mag het gezegd worden: kranten hebben twintig [...]


Laat een reactie achter »