Hyperlokale media: een groeimarkt in de VS

jasonmiller2Jason Miller is een moedig man. De inwoner van Concrete in de Amerikaanse staat Washington zal vanaf 6 mei weer de Concrete Herald, die in 1992 over de kop ging, uitbrengen. Op papier. Met betalende abonnees. Dat kan omdat hij hyperlokaal nieuws publiceert, zegt Miller (42), een freelance-journalist. “In plaats van verslag te doen van alles wat in de wereld gebeurt, richt ik me uitsluitend op het nieuws in een kleine gemeenschap. Het soort nieuws dat je niet gratis op internet vindt.” Hij verwacht dat de Concrete Herald zijn inkomen elke maand met 600 dollar netto aanvult.

De Concrete Herald, die aanvankelijk als maandkrant in een oplage van drieduizend gaat verschijnen, zal berichten over de dorpspolitiek, maar ook over opvallende schoolprestaties en vruchtbare berenjachten in het 845 inwoners tellende Concrete en vijf omringende plaatsen in de Cascade Mountains.

“Omdat we hier geen lokale media hebben, hebben veel mensen het gevoel dat het leven gefragmenteerd is, dat ze niet met elkaar verbonden zijn”, zegt Miller, terwijl hij zijn ronde door het centrum maakt om donatieverzoeken uit te delen. De enige krant in de omgeving huist tientallen kilometers verder en stuurt zelden een journalist deze kant op. De behoefte aan een lokale krant is dan ook groot in Concrete. Bijna overal waar Miller komt, krijgt hij geld in zijn handen gedrukt. Van de tienduizend dollar die hij als startkapitaal nodig heeft, heeft hij al 8.470 dollar ingezameld.

De Kamer van Koophandel en de bedrijfjes in de omgeving dragen graag bij, omdat Miller in zijn krant economische groei in Concrete wil promoten. “Ik geef de mensen weer een stem”, zegt hij. En zichzelf niet te vergeten, want Miller is ook gemeenteraadslid – een dilemma voor reguliere journalisten, maar niet voor hun hyperlokale collega’s zolang ze er duidelijk over zijn. Mocht de hel toch losbreken over zijn dubbelfunctie, zegt Miller, “dan kies ik voor de krant”.

Minstens achthonderd sites
Hyperlokale media nemen in Amerika hand over hand toe nu kranten steeds minder lokaal nieuws publiceren. Zelfs de New York Times experimenteert sinds begin maart met twee buurtblogs onder de titel The Local. Toen J-Lab, een instituut voor interactieve journalistiek, in 2006 een onderzoek deed naar deze sites in Amerika, telde het er vijfhonderd. Inmiddels zijn het er minstens achthonderd (bloggers niet meegeteld). Hoewel vrijwilligers de meeste hyperlokale sites volschrijven, heeft een handvol journalisten zich eveneens op het model gestort.

Een van hen is Tracy Record. Met haar man Patrick Sand publiceert Record, die na dertig jaar in de journalistiek genoeg had van de reguliere media, West Seattle Blog. Het echtpaar is een uitzondering: het verdient volgens Record “een ruim salaris” aan hyperlokaal nieuws omdat ze hun advertenties “niet voor een te lage prijs verkopen, zoals sommige sites”.

Daarvoor publiceert Record, met behulp van enkele betaalde freelancers, wel dagelijks zo’n twaalf nieuwsartikelen op de site, die 21.000 pageviews per dag krijgt. “Je moet al het nieuws in je buurt verslaan”, zegt Record. Zij en haar man – die verantwoordelijk is voor de advertenties – werken dan ook zeven dagen per week, zestien uur per dag. “Maar we zijn geen sociale mensen en hebben geen familie, dus we zijn hier erg geschikt voor”, zegt Record.

Chi Town Daily News
Veel lof krijgt ook Chi Town Daily News in Chicago, in 2005 opgezet door onderzoeksjournalist Geoff Dougherty. De site heeft honderd onbetaalde burgerjournalisten om over alle 77 buurten in Chicago te berichten – naast vier betaalde fulltime verslaggevers die bredere onderwerpen als onderwijs en politiek volgen. Over advertenties hoeft Dougherty zich niet druk te maken: Chi Town is een non-profit met een jaarbudget van 600.000 dollar, dat vooral bestaat uit donaties van lezers en stichtingen.

Het uitzonderlijke is dat Dougherty zijn buurtverslaggevers in vier sessies journalistieke basisvaardigheden bijbrengt. “De kwaliteit van de artikelen is me meegevallen”, zegt hij. “Ik heb zelfs twee vrijwilligers aangenomen als fulltime-verslaggevers.” Maar het lastigste is ervoor te zorgen dat de buurtjournalisten blijven produceren. Ze zijn ook minder goedkoop dan wordt gedacht, omdat de eindredactie meer tijd in hun artikelen moet steken, waarschuwt Dougherty.

Buurtjournalisten hebben echter een uniek pluspunt: ze zijn populairder dan hun professionele collega’s “omdat ze diepe wortels hebben in hun gemeenschap”.

Dat maakt hen geschikter om hyperlokaal nieuws te verslaan dan professionele nieuwsjagers, zegt ook J-Lab-directrice Jan Schaffer. “Hyperlokale mediamakers zijn vaak mensen die heel actief zijn in de gemeenschap, die het voetbalteam trainen of in de schoolraad zitten. De buurt kent hen. Journalisten zijn daarentegen altijd onthecht en ‘puur’. Omdat hun verhalen zijn opgebouwd rond conflict, verdelen ze de gemeenschap, vinden oprichters van hyperlokale sites. Die willen juist gemeenschapszin creëren.”

Record van West Seattle Blog meent daarentegen dat journalistieke ervaring zeker zijn voordelen heeft. De grootste fout die hyperlokale sites volgens haar kunnen maken: onzin plaatsen en slordig zijn. “Daardoor worden ze ongeloofwaardig en trekken ze geen lezers en dus ook geen advertenties.”

OurTown
De populariteit van hyperlokaal nieuws heeft inmiddels de aandacht getrokken van investeerders die geld uit het model willen slaan. Het commerciële, één jaar oude OurTown bijvoorbeeld is een nationaal netwerk van hyperlokale sites aan het opbouwen. De startup heeft 70.000 websites beschikbaar – één voor elke postcode in de VS. Redacteuren mogen aangeleverde informatie van onder meer scholen en kerken plaatsen, of zelf nieuws zoeken. OurTown voorziet hen van een template om tekst, foto’s en video’s te uploaden.

De startup heeft momenteel 1200 redacteuren, onder wie voormalig journalisten, zegt George Blake, oud-hoofdredacteur van de Cincinnati Enquirer en hoofd nieuws bij OurTown. “Lokale kranten kunnen niet elk schoolevenement verslaan of de preek van de kerkdienst plaatsen, onder meer omdat ze moeten gaan voor the big picture-verhalen om veel lezers te bereiken. Hyperlokaal nieuws gaat juist om the smallest picture.”

De (onbetaalde) redacteuren moeten zelf de advertenties voor hun site binnenhalen. Tegen betaling van 1000 tot 2995 dollar per jaar aan OurTown mogen ze de opbrengst houden. Hoewel OurTown op de site redacteuren voorhoudt dat ze 45.000 tot 65.000 dollar per jaar kunnen verdienen, beweert Blake niet bij te houden hoeveel ze werkelijk binnenhalen. Het bedrijf zelf is in elk geval nog niet winstgevend.

Record van West Seattle Blog gruwt van nationale ‘hyperlokale’ media als OurTown. “Ze denken dat ze het big media-model hierop kunnen toepassen, terwijl hyperlokaal nieuws echt van onderaf moet ontstaan. Elke buurt heeft immers zijn eigen karakter.” Daarop kun je geen template loslaten, zegt Record, die zelf WordPress (een Open Source-project) gebruikt. Minstens zo belangrijk: “Iemand die zo hard werkt als een hyperlokale journalist moet daarvan zelf financieel profiteren. Niet een bedrijf.”

Hélène Schilders

Hélène Schilders is correspondent in Seattle voor Elsevier. Ze is op Twitter te vinden onder: @heleneschilders

Alle artikelen van Hélène Schilders op De Nieuwe Reporter.