Een ramp voor het land blijkt nog steeds een zegen voor de krant. Ondanks verhoogde oplages moesten heel wat kiosk-uitbaters gisteren – ‘The day after’ – al na het middaguur ‘nee’ verkopen aan mensen die nog graag een gazet hadden aangeschaft. Hoewel dat beeld overeenkomt met de losse verkoop na 11 september 2001 en die van na de moord op Fortuyn (6 mei 2002), is in toenemende mate de intrigerende vraag: waarom kopen mensen op zo’n dag massaal de ouderwetse krant? Iets nieuws hadden de dagbladen nauwelijks te melden.
Theo van Duijvenbode is manager losse verkoop bij De Telegraaf. Hij bevestigt dat er gisteren een flinke run was zijn krant. Hij schat dat al een minuut of vijf na het incident in Apeldoorn op Koninginnedag duidelijk was dat De Telegraaf zou gaan bijdrukken. “Eigenlijk is het ook wel bizar. Liever wil je niet dat er zoiets gebeurt waardoor je moet bijdrukken. Maar ja, daar zijn wij nou eenmaal voor.” Van Duijvenbode kreeg gisteren veel telefoontjes uit ‘het land’, waarin gemeld werd dat de krant uitverkocht was.
Zonder nog de exacte cijfers te kennen, schat hij dat er gisteren 25 tot 45 procent meer exemplaren van De Telegraaf in de losse verkoop over de toonbank gingen. Een forse verhoging. Maar nog niet zoveel als na 11 september 2001. Toen had de krant net een nieuwe drukpers die de hele nacht extra werd ingezet, waardoor de volgende dag het dubbele aantal kranten verkocht kon worden.
Noodplan
Het Algemeen Dagblad had al een losse verkoop gepland voor 1 mei die vijftig procent hoger lag dan normaal. “De dag na Koninginnedag verkopen we altijd veel kranten”, zegt Jan van Houwelingen, als manager telemarketing en services bij PCM Uitgevers verantwoordelijk voor de contacten met de circa 14.000 zakelijke klanten (waaronder de kiosken). Al snel na het drama in Apeldoorn werd via wat hij noemt een ‘noodplan’ besloten nog eens 15.000 extra nummers te drukken, bovenop de 35.000 tot 40.000 losse exemplaren die van de algemene editie het land zouden ingaan.
Andere PCM-kranten als Trouw en de Volkskrant drukten volgens Van Houwelingen geen extra exemplaren. Dat is ook niet eenvoudig, want op dergelijke hoogtijdagen verdringen de diverse kranten elkaar op de PCM-drukpers voor extra capaciteit.
Niet veel toe te voegen
De run op de dagbladen is geen vreemd verschijnsel bij grote calamiteiten. Toch lijkt in toenemende mate de vraag wat mensen in die kranten denken te vinden. De dagbladen hadden immers niet veel toe te voegen aan wat al bekend was via radio, televisie, internet of Teletekst. Terwijl de gedachte toch is dat mensen een krant te kopen om iets te lezen dat ze nog niet wisten.
Blijkbaar speelt dat bij dergelijke affaires nauwelijks een rol. En dat is wellicht een teken aan de wand voor de maatschappelijke functie die een krant nog altijd vervult. Toevallig maakte leesonderzoeker Carlo Imboden er een opmerking over tijdens het recentelijk gehouden European Newspaper Congress. Imboden onderzocht hoe ‘crossmediale consumenten’ zowel het nieuws van een website haalden als hoe zij de krant lazen. Imboden stelde vast dat een lezer die uitgebreid op het internet de uitslagen van zijn eigen voetbalclub opzoekt en de competitiestand bestudeert, na het openslaan van de krant op de sportpagina, diezelfde competitiestand nogmaals uitgebreid gaat bekijken. Ook hier wordt duidelijk dat een lezer helemaal niet per definitie op zoek is naar iets dat hij nog niet wist.
Hetzelfde geldt voor een bezoeker aan het theater of een voetbalstadion. Welk stuk wordt er daags erna als eerste gelezen? Precies: de recensie van het toneelstuk of het verslag van de wedstrijd. Terwijl de lezer er nota bene zelf bij was en er dus geen enkele behoefte zou behoren te zijn om te weten wat de krant over wedstrijd of acteurs meldt.
Blijkbaar speelt ‘verbondenheid’, ‘betrokkenheid’, ‘erkenning’ of ‘bevestiging’ een grote rol in het lezen van een krant. De consument wil zien wat het dagblad te melden heeft over iets waar hij of zij zelf bij betrokken was. En dat maakt het verslaan van dergelijke gebeurtenissen meteen ook een hachelijke affaire. Want er zit ook een schaduwzijde aan de ‘betrokkenheid’: de krant kan het al snel verbruien als de lezer zich (inclusief emoties) niet ‘herkent’ in het stuk in de krant.
Bij de Apeldoornse ramp was heel Nederland betrokken. Iedereen kon de gebeurtenissen van minuut tot minuut volgen via radio of tv. Dat de dag erna de krant toch nog steeds in trek bleek, mag bemoedigend worden genoemd in een tijd dat het medium toch al onder druk staat. Blijkbaar zit de wereld toch nog iets ingewikkelder in elkaar dat de simpele conclusie dat mensen de krant niet meer lusten omdat zij het nieuws al kennen.
11 reacties