Met de handen in het haar zoeken media naar nieuwe verdien- en distributiemodellen. Drukpers en krantenjongen zijn te duur, de website levert nog te weinig op. In die zoektocht naar een nieuw model experimenteren enkele media met een nieuw online distributiemiddel: de API. Wat is dat eigenlijk? En wat kan het?
De API, voluit Application Programming Interface, is niets nieuws. Een API zorgt er simpelweg voor dat het ene computerprogramma met het andere kan communiceren. Binnen de media staat de term API echter voor veel meer. Daar gaat het om een nieuwe manier van het publiceren en verspreiden van allerlei content op het web.
Op het moment verspreiden de meeste media online hun artikelen, foto’s en video’s via hun website, nieuwsbrieven en RSS-feeds. Iemand die dagelijks wil lezen wat De Telegraaf over de misdaad in Nederland schrijft, heeft waarschijnlijk weinig behoefte aan meer mogelijkheden. Die surft naar de website, opent de nieuwsbrief of zijn RSS-lezer.
Handmatig een misdaadkaart maken: een hoop werk
Maar wat nou als je al die misdaadartikelen op een kaart van Nederland wilt zetten? Dat een artikel over een moord in Eindhoven met een speld bij Eindhoven verschijnt en een video over een bankoverval in Amsterdam bij Amsterdam. Dan zit er meestal maar één ding op: zoeken in het archief van de website, stuk voor stuk alle artikelen doornemen, vervolgens zelf iedere markering op de kaart aanmaken en die telkens koppelen aan het juiste artikel. Wanneer er een dag later een nieuw artikel verschijnt, moet de maker van zo’n mash-up dat artikel wederom zelf toevoegen op de kaart.
Met een API maak je die kaart bijna automatisch
Als dat medium nu een publiekelijke API had, zou het maken van die kaart een stuk sneller gaan. Grof gesteld hoeft er dan alleen software geprogrammeerd te worden die de API van dat medium aanspreekt. Die software vraagt die API om alle content met misdaadnieuws. De API stuurt niet zomaar een hoop artikelen terug, maar geeft ook bij ieder artikel of video aan op welke locatie het nieuws zich afspeelde. De software van de mash-up zet die artikelen vervolgens op de kaart en als er iets nieuws wordt gepubliceerd, verschijnt dat ook op de kaart.
De API werkt als een bibliothecaris die een stortvloed aan informatie weet te filteren en uiteindelijk exact die informatie levert waar de gebruiker om vroeg. Dat in tegenstelling tot een website, nieuwsbrief of RSS-lezer die als een krantenjongen alle informatie op de deurmat leggen.
Enkele media experimenteren al met een API
Wereldwijd experimenteren mediabedrijven met API’s. The New York Times en The Guardian bijvoorbeeld. The New York Times biedt er inmiddels zelfs elf aan.
In Nederland zijn de eerste stappen inmiddels ook gezet. NRC Handelsblad maakte voor haar boekenwebsite nrcboeken.nl een API. “Voor de DOK Bibliotheek uit Delft hebben wij een API ontwikkeld. Als je in hun boekencatalogus naar de pagina van een boek gaat, verschijnt automatisch een teaser van de recensie die NRC over dat boek schreef – mits wij een recensie hebben natuurlijk. We hebben nog geen ruchtbaarheid aan deze API gegeven, maar iedereen kan ‘m gebruiken”, legt Ivo van Doesburg, ontwikkelaar bij NRC, uit.

Bij The Guardian kunnen via het zogenoemde Open Platform, de API, volledige artikelen opgevraagd worden. Eén van de websites die daarvan gebruikmaken, is Tweetminster.co.uk, een website die de Twitter-berichten van Britse politici verzamelt. Via een computerprogramma kunnen gebruikers vergelijken over welke termen de politici twitteren. Bij die vergelijking worden relevante artikelen van The Guardian geplaatst. Wie zoekt op “banks” en “flu” ziet bijvoorbeeld dat de politici op 1 mei bijna niets twitterden over banken maar wel veel over de varkensgriep. Door op de grafiek te klikken, verschijnen in een zijbalk relevante artikelen die linken naar de website van The Guardian.

Het Amerikaanse Daylife biedt een zeer uitgebreide API
De toepassingen van de API’s van beide kranten zijn echter kinderspel bij het Amerikaanse Daylife. Zij aggregeren artikelen, foto’s en video’s op het web – van Jeff Jarvis’ weblog Buzzmachine tot de BBC – die gebruikers van het Daylife Platform vervolgens kunnen herpubliceren. Allerlei media kunnen vervolgens die content op hun website herpubliceren. The Washington Post en het Britse Sky News maakten op hun website foto-overzichten rondom de Amerikaanse verkiezingen. Die overzichten werden automatisch gevuld met relevante foto’s die van andere media en eigen materiaal.
Daylife platform overview from Daylife on Vimeo.
API’s maken het dus gemakkelijker om content te verspreiden op het web. De boekenrecensie van NRC Handelsblad verschijnen op de website van de DOK Bibliotheek, artikelen van The Guardian bij Tweetminster en foto’s van allerlei media op de internetpagina’s van The Washington Post en Sky News. Zonder de API was het een stuk lastiger en arbeidsintensiever geweest om dat voor elkaar te krijgen.
‘API dé manier om meer bezoeker te trekken’
Voor media die meer bezoekers naar hun website willen trekken is de API een van dé middelen om dat te doen, stelt Upendra Shardanand, oprichter en directeur van Daylife. “Meer journalisten aannemen om het wereldnieuws te verslaan, is geen optie omdat dat veels te duur is. De journalisten die er al zitten, sneller en meer laten schrijven, werkt ook niet. Maar met een API kun je automatisch relevante informatie publiceren bij de content die de journalisten van het medium zelf publiceren. Op die manier maak je het makkelijker voor mensen om het nieuws te volgen vanaf jouw webpagina zonder dat je daarvoor veel meer personeel hoeft aan te nemen.”
Ook door zelf een API ter beschikking te stellen, kunnen media een groter publiek voor zich winnen, stelt Shardanand. De artikelen, foto’s of video’s worden namelijk toch al voor het eigen medium geschreven en gemaakt. Als relevante content vervolgens ook op andere plekken op het web verschijnt, bereik je nieuwe en meer lezers, redeneert hij.
Nadeel van de API: ‘Verlies aan controle’
Maar er zijn ook nadelen aan het gebruiken van een API. Ivo van Doesburg (ontwikkelaar bij NRC): “Een zwak punt is het verlies van controle, voornamelijk wat de merkbeleving van een medium betreft. De meeste kranten hechten veel waarde aan de presentatiewijze van hun content. Bij een API bepaalt niet langer de krant hoe de content gepresenteerd wordt. Dat is aan diegene die de content via de API opvraagt.”
Weinig ervaring met verdienmodel
Daarnaast is er nog relatief weinig ervaring met het achterliggende verdienmodel. The Guardian publiceert advertenties in de content die via de API verspreid wordt. De resultaten zijn echter nog niet bekend.
Van Doesburg kan zich desondanks toch goed voorstellen dat de API een antwoord is op de vraag hoe er geld verdiend kan worden met content op het web. Van Doesburg: “Met distributiepartners – organisaties die de API gebruiken – kunnen afspraken gemaakt worden over het betalen van het gebruiken van de artikelen. De organisatie betaalt dan voor de artikelen die de bezoeker van hun website gebruiken. Dit in tegenstelling tot consumenten die betalen voor de artikelen die zij lezen – daar zijn maar weinig succesvolle voorbeelden van.”
9 reacties