Wat moeten journalisten nog wel doen?

“Doe waar je goed en bent en link naar de rest” is misschien wel de beste oneliner van Jeff Jarvis in What Would Google Do? Journalisten moeten zich beperken, zegt mediablogger en –docent Jarvis. Ze moeten waarde toevoegen aan wat er al is. En de rest overlaten aan het netwerk op internet, de “link economy”.

Jarvis heeft gelijk. Maar hoe werkt dat uit voor een landelijke krant in Amsterdam of een regionaal dagblad in Oost-Nederland? Hoe voeg je waarde toe? Waar kan ik dat netwerk van links vinden? Moet ik niet meer naar het Binnenhof? Of naar de Sahel? Checken we nog politieberichten?

Het ligt in Europa – veel landen en talen, minder massa – anders dan in de VS, waarop Jarvis zijn apodictische wisecracks heeft gebaseerd. Wij zijn internationaler georiënteerd dan Amerikanen, waardoor we per hoofd van de bevolking veel en veel meer buitenlandse correspondenten aan het werk hebben. We kennen een invloedrijker publieke omroep dan de VS. En twee dagbladuitgevers – PCM en NDC – met idealistische roots in het WOII-verzet.

De basale vraag – hoe voegt een journalist waarde toe, en wat moet hij overlaten aan de link economy? – blijft echter gelijk. Een paar pogingen tot antwoorden:

Dichtbij
Niets is krachtiger dan lokaal nieuws, nieuws dat dichtbij is, in geografische of mentale zin. Mensen willen weten wat er in hun dorp of buurt gebeurt, en ze willen ervan uit kunnen gaan dat er niets aan de hand is als het dorp vandaag niet in de krant staat (dat laatste, het ik-mis-niks-gevoel, wordt zwaar onderschat). Dat pleit voor een netwerk van regionale verslaggevers, maar wat moeten die doen? Is er een netwerk waarnaar ze kunnen linken, of zijn zij de enige bron van nieuws?

Heel praktisch: kunnen we ons voorstellen dat een regionale krant meer, of zelfs alleen nog linkt, naar de persberichten van autoriteiten, naar de site met politieberichten en raadsverslagen? Daar is iets voor te zeggen als die krant toch al weinig meer doet dan de politieberichten overtikken in leesbaar Nederlands, en een braaf, getrouw – maar begrijpelijk – verslag geeft van de gemeenteraad.

Wie waarde wil toevoegen zal zich moeten beperken tot de politieberichten die wantrouwen verdienen, en persberichten of raadsbesluiten (en –voornemens) die analyse nodig hebben, of verdieping, of argwaan. Uitsluitend ernaar linken staat haaks op de journalistieke plicht de macht te controleren, ook op lokaal niveau. Maar de mankracht ontbreekt ons alles te doen. Scherper kiezen kan helpen, scherper dan we nu al doen.

Veraf
Een buitenlandcorrespondent die zich laat voeden door de plaatselijke pers, de hele dag achter de televisie zit en incidenteel een persconferentie bijwoont of een presidentskandidaat mag interviewen (die tien minuten over heeft voor de vertegenwoordiger van de Nederlandse pers), voegt niet zo heel veel toe. Dat was vroeger anders. Nu kunnen we die buitenlandse kranten en hun commentatoren via internet zelf lezen als we willen, en zien we de kandidaat een uur lang op CNN.

Het wordt – opnieuw heel praktisch – een ander verhaal als de buitenlandcorrespondent de enige verslaggever is die in een Afrikaanse dictatuur doordringt (Bram Vermeulen), of met een persoonlijk geschreven en dwingend verhaal zijn collega’s ver achter zich laat (Phillipe Remarque heeft niet voor niets De Tegel gewonnen).

Het verschil, en kranten begrijpen dat steeds beter, zit in het maken van moeilijke keuzes. Ze laten de brede stroom van het nieuws over aan Reuters en AP, en beoordelen op de buitenlanddesk zo goed en zo kwaad als het gaat of die berichtgeving deugt (wat volgens Nick Davies notoir niet het geval is).

Ook kiezen kranten steeds vaker voor de opiniërende bijdrage uit het buitenland. Als het kan vanuit “ons” perspectief: wat betekent het voor “mijn lezers”. Dat voegt waarde toe, meer dan de standupper van een tv- of radio-stringer die vanuit “de studio” iets eerder vertelt wat een kwartier later via CNN wordt bericht vanuit het weiland waar net een vliegtuig is neergestort, of nog sterker: wat een kwartier eerder via twitter door inzittenden of ooggetuigen wordt verteld.

Persbureau
En alles wat zich tussen deze uitersten bevindt, tussen donker Afrika en donker Enschede? Hoeveel verslaggevers zijn er nodig om Groningen-Feyenoord te verslaan, of een kamerdebat over de wao? Of elk ander nieuws waarbij de media kluitjesvoetbal spelen? Hoe zinvol is het om met twintig verslaggevers naar het huis van Jan en Yolante af te reizen, slechts om te constateren dat ze beide thuis zijn?

Maken we het ons makkelijker door naar die ene verslaggever te linken, zoals Jarvis lijkt te bedoelen? Spelen we dan mankracht vrij die beter ingezet kan worden om onderzoeksjournalistiek te doen (Vermeulen in Afrika, mijn krant bij dodelijke maagoperaties in Emmen) en persoonlijke analyses te schrijven? Of doen we dat al, en moeten we de persbureaukopij nog steeds allemaal natrekken omdat we die niet kunnen vertrouwen (Reuters brengt niet de waarheid, zegt Davies, maar geeft hooguit een balanced account van wat beide partijen beweren)?

Jarvis heeft dus gelijk. De pers kan bezuinigen door meer te linken, moet dat zelfs doen wil ze in tijden van saneringen nog verslaggevers over houden die doen waar ze goed in zijn, of beter in zouden moeten worden: zelf nieuws opdiepen dat anders verborgen zou blijven en lezers aan zich binden met een “eigen” aanpak, toon en opinie (ook opinie, ja, ik geloof in de kracht van “auteursjournalistiek”, mits volstrekt duidelijk is wie aan het woord is, wat zijn preoccupaties en bindingen zijn).

Tegenpartij
De grote vraag is hoeveel verslaggevers er nodig zijn om een samenleving geïnformeerd te houden. Zijn dat er dertienduizend, het aantal journalisten dat Nederland in 2004 telde? Zijn het er veel meer, omdat ook het aantal voorlichters, spindoctors en zelf bloggende politici zo sterk is toegenomen (en je de “tegenpartij” met gelijke middelen moet bestrijden)? Of ligt de ondergrens lager, omdat we te veel werk doen dat niet zo heel nuttig meer is en meer van “netwerkinformatie” zouden moeten profiteren.

Dit is geen pleidooi voor minder journalisten, geen alibi voor bezuinigingen, al was het maar omdat ik me grote zorgen maak over het sluiten van regiokantoren rond pakweg Rotterdam of het “terugtrekken” van correspondenten uit crisisgebieden. Wel wil ik de heidens lastige vraag opwerpen – in navolging van Jarvis – of we nog wel de juiste dingen doen, en die goed doen, en hoeveel journalisten daarvoor nodig zijn.

[Dit stuk staat ook op MediaBlog]

Eén reactie

  1. Roland Pelle schreef op 21 mei 2009 om 16:42

    Een hele goede vraag, die niet beantwoord kan worden,zonder de rol van de journalistiek breder te trekken.
    Het is natuurlijk van belang om de lezer/burger goed te informeren, maar wat is goed?
    Weet de burger dat nog wel, het verschil tussen goed en slechte journalistiek? Weet hij wel hoe belangrijk het is om uit gevalideerde en betrouwbare bron te vernemen hoe het werkelijk in elkaar steekt? In plaats van populistische en sterk versimpelde berichtgeving via allerlei zichzelf journalist noemende lieden?
    Dat is een discussie, die zeker gevoerd moet worden, maar belangrijker is, vind ik, dat we weer ergens beginnen met het uitdragen van het belang van goed geïnformeerd zijn door onafhanlkelijke bronnen.
    En dat is ( inderdaad mijn stokpaardje) bij kinderen en jongeren.
    We zijn al een complete generatie kwijt(daar moeten we zeker iets aan doen), maar laten we in ieder geval bij de kinderen en jongeren beginnen en hen uitleggen wat belangrijk is in de nieuwsgaring, nieuwsvoorziening en duiding. En hoe dat proces tot stand komt zonder dat daar eigen of andere belangen een rol bij spelen. Nu nog zijn er leerkrachten en docenten, die dat toch wel belangrijk vinden en bereid zijn daarbij te helpen. Over 5 tot 10 jaar niet meer.Want dan staat de generatie, die geen kranten meer leest of het Journaal kijkt voor de klas.
    Eén ding staat nu al vast:jongeren vinden het leuk om te lezen, als het gaat over iets dat hen interesseert en als het betrekking heeft op de actualiteit, zodat ze er over kunnen meepraten.
    Ook “uitgevers” hebben hier belang bij, want op deze manier wordt er geïnvesteerd in onze toekomstige klanten.
    Er zijn nu al vele gezinnen waar geen krant meer binnen komt en waar het Journaal niet meer wordt aangezet.
    Dus laten we gaan investeren in het belang van algemene ontwikkeling, naast het leren voor een beroep.
    Met algemene ontwikkeling kun je meedoen aan discussies en debatten,je eigen mening vormen en deelneme aan de werled waarin je leeft.
    Omdat je meer weet, beter op de hoogte van achtergronden en ook in staat bent op uit te vinden of iets klopt of niet.
    Laten we kinderen en jongeren leren verder te kijken dan een nieuwsite. Laten we ze leren wat journalistiek is, wat een energie het kost om een verhaal goed boven tafel te krijgen en alle betrokkenen te horen.
    En laten we hen leren hoe belangrijk het is om goed geïnformeerd te zijn in deze complexe wereld en dat daar moeite voor moet worden gedaan.
    Dit is zowel lokaal, regionaal , landelijk als internationaal van belang.
    Als we het hebben over wereldburgers, dan moeten onze kinderen en jongeren verder geïnformeerd zijn dan wat op Google en Wikipedia te vinden is. Dan moeten we ze leren dat door het nieuws en achtergronden te volgen (dat door onafhankelijke journalisten is verzameld en weergegeven), ze in staat zijn om zelf een oordeel te vormen over de zaken die in hun omgeving spelen.
    Dan worden ze mondig.
    En dan is het op termijn niet meer nodig 20 journalisten naar Volendam te sturen voor een verbroken relatie van twee mensen uit de showwereld, omdat het dan nog slechts een randbericht zal zijn tussen de echt belangrijke nieuwsfeiten van die dag.
    En als we dat dan gaan doen(en we hebben echt een lange weg te gaan), zullen we het op termijn niet meer gaan redden met dertienduizend journalisten.Dan zijn er echt veel meer nodig.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (1435 van 1534 artikelen)


Hieronder de tekst die Paul Brill (de Volkskrant) dinsdag uitsprak bij de ...