Een uitweg uit het sterfhuis van de media

onlineofflatlineTraditionele media hebben geen keuze. Om te overleven in barre tijden is er voor kranten, tijdschriften en omroepen maar één devies: maak de overstap naar internet. Dat betogen Alex Beishuizen en Johannes van Bentum in hun boek Online of flatline. De auteurs vormen de hoofdredactie van het ict-vakblad Computable. Ze veranderden het ruim veertig jaar oude weekblad in een online titel en de volledige redactie in een internetredactie. De overgang die Computable heeft gemaakt is noodzakelijk voor alle traditionele media om te kunnen overleven, is hun stellige overtuiging. Dat geldt niet alleen voor vak-, publieksbladen en kranten, maar ook voor omroepen.

In het begin van dit millennium werd nog gesproken over Nieuwe Media als het om internet ging. Tegenwoordig weten we beter: internet is geen nieuw medium, het is een nieuw platform. Alle oude media blijven bestaan, maar worden in toenemende mate geconsumeerd via internet. Er is dus niet zoiets als een nieuwe journalistieke werkwijze voor dat niet bestaande nieuwe medium. Radio blijft radio, televisie blijft televisie en geschreven pers blijft geschreven pers – ook al staat het online.

Internetjournalisten bestaan niet
De journalisten die nodig zijn om redactionele inhoud op dat nieuwe platform te verzorgen, zijn dezelfde journalisten die momenteel werken voor de bestaande media. Rond de millenniumwisseling was er een dappere poging van de scholen voor journalistiek om internetjournalisten op te leiden, maar verder dan een poging kwam het niet. Logisch, want internetjournalisten bestaan niet. Of juist wel, want eigenlijk zijn alle journalisten internetjournalisten. Een goede krantenjournalist is ook een prima internetjournalist en datzelfde geldt voor goede omroepjournalisten. Slechte journalisten zijn ook op internet prutsers. Om journalistiek succesvol te zijn op internet, is een aanpassing van de journalistieke werkwijze niet nodig.

Maar artikelen en audiovisuele content op internet moeten toch kort zijn? En de kop boven een artikel moet toch sensatiebelust zijn, of tendentieus? En zo’n kop moet toch bij voorkeur een mening bevatten? Welnee!

Lees dit niet
Een kenmerk van het nieuwe platform is dat lezers niet langer alleen consumeren wat zij dagelijks krijgen voorgeschoteld, maar ook zelf op zoek gaan naar informatie wanneer zij daaraan behoefte hebben. Dat betekent dat wanneer zij het woord ‘applicatievirtualisatie’ in een zoekmachine hebben ingetikt, zij waarschijnlijk blij zijn met een uitputtend artikel over de ins en outs hiervan. Dan maakt het niet uit dat het artikel in afgedrukte vorm vier A4-tjes beslaat. Zolang het artikel relevant is voor de lezer en goed geschreven, maakt de lengte van het artikel weinig uit.

Een artikel moet een goede kop, een goed intro en bij voorkeur een goede foto hebben, anders wordt het niet gelezen. Dat is een eeuwenoude journalistieke wetmatigheid. Een leuke cryptische kop die lekker allitereert, zegt zoveel als: lees dit niet. Dat geldt in de krant, in een weekblad en op internet. Een kop is het eerste wat de lezer ziet, op papier en online. Die moet dus oproepen om het artikel te gaan lezen. Dat doe je niet met cryptische spitsvondigheden, maar door de lezer te interesseren. Ook de intro moet de interesse wekken van de lezer. Hij moet meer willen weten. De bijbehorende foto hoort hetzelfde te doen. Kortom, journalistieke abc’tjes gelden net zo goed offline als online.

Belediging van redacteuren
De meeste journalistieke organisaties kiezen voor een aparte internetredactie naast de traditionele redactie. Dit is volledig uit de tijd, niet erg toekomstgericht en een grove belediging van de redacteuren op de traditionele redactie. Waarom mogen zij hun journalistieke content niet direct op internet publiceren? Door twee gescheiden redacties te handhaven, worden de redacteuren op de ‘oude’ redactie mettertijd overbodig. Internet heeft immers de toekomst, of het nu om kranten, tijdschriften, radio of televisie gaat.

Elke journalist moet daarom een internetjournalist worden, anders is hij binnen afzienbare tijd zijn baan kwijt. En de redactie moet in zijn geheel een internetredactie worden om uiteindelijk te kunnen overleven.

Zodra een redactie een internetredactie is geworden, moet de website ook het vertrekpunt zijn voor alle journalistieke activiteiten. Of het nu gaat om een televisieprogramma, een radioreportage of een weekblad – alle content staat eerst online en alle andere journalistieke uitingen zijn bijproducten van de website.

Angst voor de zogenoemde kannibalisatie is onterecht. De wijze van consumeren van websites verschilt enorm van de consumptie van kranten, bladen of programma’s. Boeiende artikelen lezen op een laptop in bad of op de wc is onhandig en mogelijk gevaarlijk. Internet is vraaggericht, de traditionele media zijn aanbodgericht. De lezer van het blad betaalt voor de journalistieke selectie van het nieuws en de achtergronden daarbij. Voor internet betaalt hij natuurlijk niets, want online content hoort gratis te zijn.

Journalistiek is cruciaal
Een journalistieke werkwijze blijft cruciaal voor de inhoud, de betrouwbaarheid, het imago, de geloofwaardigheid en bovenal de functie van de journalistiek. Er is op dat punt geen verschil tussen internetredacties en traditionele media.

Zodra redacties commerciële inmenging van buitenaf toestaan, betekent dat het einde van de journalistieke werkwijze. Een redactie die advertorials produceert in opdracht van een bedrijf werkt niet journalistiek. Het draait om het checken van de feiten, het toepassen van hoor- en wederhoor en de mogelijkheid om onafhankelijk afwegingen te maken en besluiten te nemen.

Persoonlijke targets
Het beoordelen van journalisten is dankzij internet eerlijker en objectiever geworden. Een internetredacteur kan worden beoordeeld op basis van meetbare criteria. Die criteria zijn niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Niet alleen de hoeveelheid woorden, artikelen of items, maar ook het rendement en de relevantie kunnen worden gemeten. Het wordt daardoor ook veel eenvoudiger om individuele redacteuren en redacties in hun geheel af
te rekenen op meetbare doelstellingen, persoonlijke targets.

Een journalist en een redactie kunnen een minimale productie opgelegd krijgen, bijvoorbeeld vier berichten per werkdag. Naast de journalistieke productie is ook te meten hoeveel mensen het werk hebben bezocht, dus ook een doelstelling in pageviews is mogelijk.

Eventueel kan ook de gemiddelde leestijd worden meegenomen, want ook die is meetbaar.

Het aantal inhoudelijke reacties op het journalistieke werk getuigt van de relevantie voor de doelgroep en is dus ook een mogelijke doelstelling, bijvoorbeeld minimaal vijf serieuze en inhoudelijke reacties per bijdrage.

Tot slot is het via een online waardering door lezers mogelijk om een gemiddelde waardering voor het werk van een redacteur of redactie vast te stellen. Dit zegt iets over de kwaliteit van het werk volgens de doelgroep. Dat is een veel betrouwbaarder gegeven dan de kwalitatieve beoordeling door hoofdredactie of collega’s.

Omhooggevallen journalist
Het berekenen van de kosten van een redactie en van journalistiek werk was jarenlang nattevingerwerk, door hoofdredacteuren met frisse tegenzin uitgevoerd. Dat kan niet meer. Of redacties en hoofdredacteuren het nu leuk vinden of niet, het resultaat van journalistiek werk is meetbaar geworden en dus zijn ook de kosten om dat resultaat te bereiken eenvoudig te berekenen.

Alleen de hoofdredacteur die zijn cijfermateriaal op orde heeft en snel kan berekenen wat de kosten en baten zijn van bepaalde maatregelen op de redactie, is op zijn taak berekend. Een omhooggevallen journalist die een hekel heeft aan cijfertjes, die bij tegenwind om de haverklap roept dat de kwaliteit in gevaar komt zonder te aan te geven wat die kwaliteit dan is en die bang is voor begrippen als rendement, business case en return on investment moet zich onmiddellijk beraden op zijn positie. Hij is geen volwaardige gesprekspartner voor uitgevers, directie en overig management en zal uiteindelijk zijn redactie alleen maar schade berokkenen.

Alex Beishuizen en Johannes van Bentum

Alle artikelen van Alex Beishuizen en Johannes van Bentum op De Nieuwe Reporter.

  • kdd

    Interessante visie, maar volgens jullie eigen criteria is dit artikel dus gebuisd…

    “Het aantal inhoudelijke reacties op het journalistieke werk getuigt van de relevantie voor de doelgroep en is dus ook een mogelijke doelstelling, bijvoorbeeld minimaal vijf serieuze en inhoudelijke reacties per bijdrage.”

    Ik weet niet of het aantal reacties wel relevant is voor de kwaliteit van een stuk. Mijn ervaring is dat er vooral gereageerd wordt als er fouten in de tekst staan, of als het om een controversieel onderwerp gaat. Er zijn veelgelezen stukken die nauwelijks reacties oproepen, omdat er nu eenmaal weinig aan te voegen valt.

  • Madijn

    Aan de targets zou nog kunnen worden toegevoegd wat artikel en onderwerp op sociale netwerken oproept en hoevaak het positief of negatief aan de orde komt.

    Internet is immers is snel tempo van een zender-ontvanger model aan het veranderen in een model met snellere en directere dialoog (web 2.0).

  • wilbert

    Interactie opgevat als responsmogelijkheid, is pas de start van ‘het betrekken van de lezer’! Co-creation is hier ook het buzzword, ben ik van mening. Stop de journalistieke arrogantie en werk samen met de lezer en help hem om conclusies te trekken door goed te informeren. Dat is journalistieke kwaliteit 2010!
    Wilbert