De komende maanden trekken miljoenen Nederlanders de wereld in om ‘even bij te tanken’. Ofwel: vakantie. Deel van het jaarlijkse ritueel is bij sommigen de voorpret van het aanleggen van een stapeltje boeken ‘voor in de vakantie’. De Nieuwe Reporter wordt gelezen door jonge, maar ook ervaren journalisten. We vroegen de wat ervarener journalisten (en ‘mediawerkers’): Welk (vak)boek zou een jonge journalist in z’n koffer moeten steken? En natuurlijk: waarom? We hebben het over boeken die iets met journalistiek en/of media te maken hebben. Maar dat is ook de enige beperking. We roepen alle DNR-lezers op eveneens hun favoriete vakboek toe te lichten in maximaal een alinea en die tekst te mailen aan De Nieuwe Reporter (redactie@denieuwereporter.nl). We voegen de tekst dan toe aan de komende blogposts met boekentips
Tony van der Meulen (journalist/columnist/auteur)
Neem vooral mee op vakantie: Dreams from my father, van Barack Obama. Lijkt geen journalistiek boek maar is het wel degelijk omdat je zo nog veel beter begrijpt hoe hij zijn presidentschap invult. Vijftien jaar geleden geschreven, onbevangen, intelligent en ontroerend mooi!
Jeroen Maters (Maters & Hermsen):
1001 dagen werk, de verzamelde columns van Koos van Zomeren in NRC Handelsblad. Geweldig boek om mee te onthaasten. Als je zijn columns leest, krijg je enorm veel zin om mooi te gaan schrijven. Ik bedoel: het is echt klasse als je je gejaagde lezers tot het eind kan boeien met een verhaal over het zien van de eerste fuut langs de Hollandse Kade.
Peter Burger (PraktijkStudie Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden)
Mijn leestip (ik heb er zelf vorig jaar op Franse campings veel plezier van gehad): Moord, de media en amateur-speurders:
Bas Haan schreef er met De Deventer Moordzaak – Het complot ontrafeld een meeslepend, indrukwekkend gedocumenteerd boek over. Maar mijn ideale vakantieboek bevat al die elementen en méér: in The Suspicions of Mr Whicher or The Murder at Road Hill House (2008) reconstrueerde Kate Summerscale een moordzaak uit 1860. Summerscale laat zien hoe het raadsel van de moord op een jongetje van drie in een Engels landhuis vervlochten is met de ontwikkeling van de detectiveroman, het nieuwe beroep van rechercheur en Engelse gevoeligheden over seks en klasse. Spannend, wijs en prachtig geschreven. (Het boek verscheen onlangs in vertaling als De vermoedens van Mr Whicher.)
Kees Buijs (Radboud Universiteit Nijmegen)
Een aanrader voor aankomende én ervaren journalisten is Journalism and Truth (2007) van de Amerikaanse hoogleraar Tom Goldstein. Met veel praktijkvoorbeelden laat hij zien hoe journalisten in hun speurtocht naar de waarheid er niet zelden met een grote boog omheen lopen, en hoe ingesleten journalistieke routines het zicht op de werkelijkheid eerder belemmeren dan bevorderen. De journalistiek kan volgens Goldstein nog wat opsteken van onderzoeksmethoden van bijv. historici en juristen.
Jean-Pierre Geelen (tv-criticus de Volkskrant):
In plaats van doorgaans nogal taaie vakboeken laat ik mij liever inspireren door de grote goden. Verplichte kost – het is een cliché – blijft dan ook In Cold Blood, het meeslepende en destijds vernieuwende ‘faction’-relaas van Truman Capote over de daders van een roofmoord. En als er nog plaats is in de koffer, doe er dan meteen ook de uitnemende biografie bij van de auteur, Capote, a biography, door Gerald Clarke, om te zien hoezeer grote journalistiek soms de uitkomst is van de verwevenheid van het persoonlijke met het professionele.
Van eigen bodem: al het ‘natuurjournalistieke’ werk van Koos van Zomeren (De levende have, Een vederlichte wanhoop, Winter, Zomer, De bewoonde wereld en nog veel meer) toont hoe je op de vleugels van een tureluur journalistiek tot literatuur kunt verheffen. Zeldzame klasse.
Leren schrijven (en kijken) doe je ook met Martin Bril, met de bundel Het tekort.
Mijn iPod is deze zomer overigens gevuld met podcasts van oude marathon-interviews (vijf uur (!) Ischa Meijer met Freek de Jonge, gratis voor het opscheppen op http://www.vpro.nl/programma/marathoninterview/), en gemiste uitzendingen van Kunststof, al jaren een van de beste radioprogramma’s. Het voordeel is dat je beide handen vrij houdt om te juichen: de journalistiek is het mooiste vak op aarde.
Laurens Verhagen
Het boek dat ik iedereen kan aanraden, is Mediamores van Henk Blanken. Hierin beschrijft de adjunct van het Dagblad van het Noorden heel scherp de huidige journalistieke tijd waarin we leven en de problemen waar media te maken hebben. De middenpositie die Blanken inneemt is heel verfrissend. Hij is niet iemand die blind alle zegeningen van het internet omarmt. Hij ziet de gevaren, de verwarring (iedereen kan zich journalist worden) en de nadelen die ermee samenhangen. Tegelijkertijd is hij ook niet iemand die in oude denkkaders blijft hangen. Integendeel. Blanken heeft een heel scherp oog voor alle mooie nieuwe mogelijkheden en de nieuwe kansen die er liggen. Kortom: het ideale boek in deze verwarrende tijden waarin de dode bomen en de bloggende nieuwe generatie over elkaar heen buitelen.
Bert Maalderink (NOS Studio Sport)
Het boek dat met elke (sport)journalist op vakantie zou moeten, is: Het Wonder Van Castel Di Sangro, geschreven door Joe McGinnis.
Amerikaanse journalist volgt Italiaanse voetbalclub uit kleine provinciestad. Club werkt zich op tot Serie B. Veel wel en veel wee. Prachtig.
Het mooie van het boek is dat je als journalist denkt: wat een mooi vak kan dit toch zijn. En supergemotiveerd na de vakantie weer aan het werk gaat. Marcel van Roosmalen is volgens mij ook zo iemand. Dus gooi zijn als Hard Gras verschenen Vitesse-belevenissen Je Hebt Het Niet Van Mij en Het Jaar Van De Adelaar ook maar in de vakantiekoffer.
Folkert Jensma (commentator NRC Handelsblad)
Ik beveel ‘Torture Team, uncovering war crimes in the land of the free‘ aan, een uitgave van Penguin. Geschreven door Philippe Sands, advocaat in Londen, hoogleraar internationaal recht in Londen en New York. De auteur is geen journalist, maar wel een scherpzinnige analist die in dit boek een uitmuntend staaltje onderzoeksjournalistiek laat zien. Hij gaat uit van bestaande, gepubliceerde documenten en volgt het ‘papieren spoor’ terug. Wie schreef het, wie had inzage, wie parafeerde, waar kwamen de ideeën vandaan. Sands kreeg toegang tot de voormalige topmedewerkers van president Bush – allemaal juristen die best wel met zo’n londense professor wilden praten. Deze top ambtenaren zagen in de nasleep van de 9/11 hun kans schoon om het Verdrag van Genève en daarmee het folterverbod in de VS buiten werking te stellen. Expliciet op verzoek van hun politieke bazen en niet (voldoende) tegengesproken door de militairen in het veld, begingen zij volgens Sands een internationale oorlogsmisdaad waarvoor ze uitgeleverd zouden moeten worden. Net als Pincohet, die hij eerder 16 maanden huisarrest in Londen bezorgde. Een voorbeeldig journalistiek onderzoek en zeer informatief over de grensoverschrijdende rol van het internationale recht.
Patrick Selbach (Chef ANP Nieuws)
Het zou een heel goed idee zijn om eens geen ‘vakboek’ te lezen deze zomer want we struikelen over de ‘vakboeken’ over journalistieke vergezichten, burgerjournalistiek, social media, mediahypes en de opmars van de pr-machines. Het zou voor de oververhitte en deels elkaar nakakelende Nederlandse journalistiek eens heel goed zijn om eens even diep adem te halen, de ogen van onze navels te halen en een paar weken onze mond te houden.
De Nederlandse journalistiek heeft de neiging zichzelf enorm belangrijk te vinden en rond te draaien in beperkte cirkels van verontwaardigde commentaren, dikke rapporten, schrale debatten, flauwe pamfletten, iets te gehaaste reacties, venijnige blogs, stuitende arrogantie en regelrechte vingerwijzingen. Laten we dat eens een paar weken rusten en iets lezen over de echte wereld en de mensen die daarin (over)leven. Gewoon op een andere plank kijken in de boekwinkel. Het helpt!
Jan van Groesen (Stichting Media Ombudsman Nederland)
The Whisperers van Orlando Figes. Het is een boek dat gaat over de terreur van Stalin, waarin voortreffelijk wordt beschreven hoe gevaarlijk het was om destijds in die omstandigheden een eigen mening te hebben. Zodat journalisten meer dan nu beseffen hoe groot de verantwoordelijkheid is om pers- en meningsvrijheid te verdedigen in een democratische samenleving.
3 reacties