De komende maanden trekken miljoenen Nederlanders de wereld in om ‘even bij te tanken’. Ofwel: vakantie. Deel van het jaarlijkse ritueel is bij sommigen de voorpret van het aanleggen van een stapeltje boeken ‘voor in de vakantie’. De Nieuwe Reporter wordt gelezen door jonge, maar ook ervaren journalisten. We vroegen de wat ervarener journalisten (en ‘mediawerkers’): Welk (vak)boek zou een jonge journalist in z’n koffer moeten steken? En natuurlijk: waarom? We hebben het over boeken die iets met journalistiek en/of media te maken hebben. Maar dat is ook de enige beperking. We roepen alle DNR-lezers op eveneens hun favoriete vakboek toe te lichten in maximaal een alinea en die tekst te mailen aan De Nieuwe Reporter (redactie@denieuwereporter.nl). We voegen de tekst dan toe aan de komende blogposts met boekentips. Vandaag tips van: Cisca Dresselhuys, Ad van Liempt, Theo van Stegeren, Eric Ulken, Dolf Rogmans, Marie-José Klaver, Hans Wansink, Jaap Lodewijks, Hugo Arlman en Arnold Karskens.
Cisca Dresselhuys
Tja, mijn aanbevolen ‘vakboek’is een oudje, dat men uit een bibliotheek, dan wel een antiquariaat moet halen, vrees ik.
Het is het boek: ‘Mijn beurt om thee te zetten‘ (“My turn to make the tea‘) van Monica Dickens, achterkleindochter van de bekende Engelse schrijver Charles Dickens.
In de jaren dertig werkte Monica Dickens, dochter van een advocaat, zeer tegen de zeden en gewoonten van die tijd in, als dienstmeisje, kok , verpleegster en journaliste. Over vrijwel al die banen schreef ze een boek. Over haar dienstmeisjes- en koks-bestaan was dat : “One pair of hands‘,( een bestseller). Over het verpleegstersbestaan schreef ze: “One pair of feet‘. Over haar journalistenbestaan – bij een regionale Engelse krant schreef ze in 1951 “My turn to make the tea“.
Toen ik als 18-jarige in de jaren zestig op de regionale Utrechtse redactie van Trouw begon, kocht ik dit boek, geheel bij toeval, voor een kwartje op een verkoping van alle boeken uit een Utrechtse buurtbibliotheek.
Het was een schot in de roos, want alles wat Monica Dickens beleefde op die plattelandsredactie, en waarover ze zeer hilarisch schreef, overkwam mij ook, daar in Utrecht. Als het water mij soms wel eens aan de lippen stond (er had zich weer eens een woedende secretaris van de zangverenging Soli Deo Gloria bij mijn chef gemeld met een klacht over mijn verslag van zijn jubileum-voorstelling), greep ik altijd naar Dickens’ boek, dat mij troostte. Klaarblijkelijk is het je lot, als beginnend journaliste op een streekredactie, om kwaaie stads- of dorpsgenoten aan je bureau te krijgen.
En net als bij haar, was het altijd mijn beurt om thee te zetten, elke ochtend om half acht, wanneer wij ons werk begonnen. Ik was namelijk het enige meisje ter redactie.
Snapt u nu waarom ik later feministe werd?
Monica Dickens, die in 1992 overleed, was ook de schrijfster van de bekende jeugd-televisieserie Follyfoot.
Ad van Liempt
Het is geen vrolijke vakantielectuur, integendeel, maar iedere journalist zou “In Depot” moeten hebben gelezen, van Philip Mechanicus. Het is het dagboek dat deze journalist van het Algemeen Handelsblad heeft bijgehouden tijdens zijn verblijf in doorgangskamp Westerbork, gedurende de Tweede Wereldoorlog. Mechanicus was een topverslaggever van joodse komaf, en hij besloot alles wat hij in het kamp zag, hoorde en meemaakte op te schrijven. Hij beschouwde zichzelf als de chroniqueur van een schipbreuk waarbij hijzelf betrokken was. Hij ging inderdaad mee ten onder, in Auschwitz. Zijn aantekeningen uit Westerbork zijn bewaard, het is een aangrijpend boek, volgens mij de grootste journalistieke prestatie uit onze geschiedenis.
Theo van Stegeren (Hoofdredacteur De Nieuwe Reporter)
Als vakantielectuur beveel ik twee Kuifjes aan. Voor de journalist die vrede met de eigen inertie wil krijgen, is er de stripheld die zich altijd en overal ‘reporter’ noemt en toch maar in één album op het verrichten van journalistiek handwerk kan worden betrapt. The Economist memoreerde die arbeidsmoraal met een mengeling van afgunst en misprijzen. In een van de albums, noteerde het weekblad in een eerbetoon aan de stripheld, peinst Kuifje ’s avonds over hoe een belangrijk artikel op de redactie te krijgen, alvorens geeuwend voor zijn bed te kiezen: “Daar denk ik morgen wel over na… Eerst maar wat slapen.”
Dan, voor wie de adrenaline niet kan of wil laten zakken, die tweede Kuifje: Greg Palast, de voor BBC Newsnight en The Guardian rondzwervende investigative reporter, ook wel omschreven als een “kruising tussen Sam Spade en Sherlock Holmes”. Covert de hele wereld, met een bijzondere belangstelling voor onrecht. Lees zijn New York Times bestseller The best democracy money can buy waarin hij o.a. de verkiezingsfraude in Florida ontrafelt en de werkelijke agenda van IMF en Wereldbank onthult. Enige nadeel van dit boek: je krijgt meteen weer zin om aan het werk te gaan….
Eric Ulken (freelancer, VS, vanaf deze maand columnist bij De Nieuwe Reporter)
I’m almost finished with Clay Shirky’s “Here Comes Everybody“, an insightful book about the organizing power of the internet. It illustrates how online social tools are upending traditional organizational structures. The efficiencies introduced by social media are making it possible for groups to do things that would never have been economically feasible in the offline world. Anyone who works in journalism today needs to understand the new group dynamics of the internet, and this is about the most interesting explainer I’ve come across.
Dolf Rogmans (Hoofdredacteur/directeur De Journalist/Villa Media)
1. De Welwillenden door Jonathan Littell Het boek geeft een beeld van de Tweede Wereldoorlog door de ogen van de Duitse officier Max Aue. Hij beschrijft onder meer in detail hoe de legers van Hitler in het oosten van Europa tekeer gingen en hoe de vernietiging van het joodse volk werd voorbereid en uitgevoerd. Dat was geen toonbeeld van efficiency, zoals mij op school is wijsgemaakt, maar een gruwelijk en waanzinnig geklungel met mensenlevens. Littell heeft veel oog voor de waanzin van het systeem. Waarom moet ook een journalist dit boek lezen? Journalisten berichten over mensen en hun gedrag. Dit boek is een gruwelijke uitvergroting van onze slechtste eigenschappen en daarom een aanrader.
2. De Prooi door Jeroen Smit. Er zijn twee goede redenen om dit boek in de zomer te lezen. Als je het al niet gelezen hebt. Allereerst omdat het laat zien dat journalistiek een breed, boeiend en tegelijk moeilijk vak is. Jeroen Smit beschrijft op razend knappe wijze opkomst en ondergang van ABN AMRO. Hij doet dat in een boeiende, verhalende vorm. Ten tweede laat Smit (net als Littell) zien dat gedrag van organisaties uiteindelijk gedrag van mensen is. Organisaties handelen niet rationeel, maar emotioneel. Als journalist is het verstandig daar ook op te letten.
3. What would Google do? door Jeff Jarvis. Dit is een boek dat nu eens niet leest als een roman en misschien meer een werk dan een vakantieboek is. Toch handig om te lezen. Jarvis stelt vooral vragen en geeft weinig antwoorden. Ook probeert hij dat in het tweede deel van het boek wel. En hij hemelt Google nogal op. Die twee aspecten maakt het soms lastig alles serieus te nemen. Toch is dat wel verstandig. Jarvis laat zien hoe snel de wereld verandert door internet. En aangezien journalistiek daar een onderdeel van is, gaat die ook op de schop. Je hebt Jarvis niet nodig om dat te zien, maar wel om na te denken over wat dat betekent en hoe je daar mee om kunnen gaan. Door je bijvoorbeeld net al hij deed de vraag te stellen: wat zou Google in mijn situatie doen? Het boek is een weerslag van twee jaar bloggen. Op http://www.buzzmachine.com/ gaat het boek dan ook verder.
Marie-José Klaver (freelance internetjournalist)
Het Bureau van J.J. Voskuil
Deze zevendelige roman zou eigenlijk iedereen moeten lezen. De cyclus biedt inzicht in de hedendaagse geschiedenis van Nederland. Voskuil beschrijft meesterlijk hoe Nederland de afgelopen decennia is veranderd van een calvinistische samenleving in een hedonistische maatschappij waar het ik centraal staat. Daarnaast is Het Bureau een roman over werk en alle conflicten, intriges, successen en persoonlijke tragedies die daarbij horen. Juist vakantie is dé periode voor reflectie op ons arbeidzaam leven.
Hans Wansink (Politiek commentator de Volkskrant)
Een door Bert Vuijsje, Henk Hofland ,Jan Blokker én Ronald Plasterk hooggeprezen overzicht van alle debatten over de toekomst van de kranten, plus conclusies en verwijzingen, is De krant moet kiezen. De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek van Warna Oosterbaan van NRC Handelsblad en Hans Wansink van de Volkskrant (uitgeverij Prometheus). Bevat ook de inside story van nrc.next. En: lag op het nachtkastje van de commissie-Brinkman!
Een zeldzame proeve van snoeiharde mediakritiek door onafhankelijke deskundigen op verzoek van een krant is: Tussen de regels. Vijf jaar verslaggeving in de Volkskrant (uitgave Meulenhoff). Daar kan de PvdA nog wat van leren! En andere kranten en niet te vergeten de televisie en de nieuwe media ook.
Tegengif tegen de internetverheerlijking door vele bloggers op De Nieuwe Reporter is: Andrew Keen, The Cult of the Amateur – How today’s Internet is Killing our Culture. (uitgave Doubleday).
Jaap Lodewijks (adjunct-hoofdredacteur de Stentor)
Wie per se iets over het vak wil lezen in zijn hangmat adviseer ik ‘De communicatieoorlog‘ van Frits Bloemendaal. Het gaat over – de ondertitel – hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen, maar is ook kritisch over de ontwikkelingen binnen de journalistiek zelf. Vlot geschreven, anekdotisch, en zeer belangrijk om als jonge journalist te snappen hoe al die voorlichters werken (of ons tegenwerken). In de ‘oude tijden’ waren ze er nog niet (of met weinigen) en zaten wij gezellig met de politiechef of de wethouder te praten over wat er aan nieuws was, nu moeten we ons door een woud non-communicatiemedewerkers heenwerken. De commissie Brinkman heeft de landelijke verhouding journalist-voorlichter haarfijn gekwantificeerd in het voordeel van de laatste beroepsgroep. En Bloemendaal analyseert haarfijn waar dat allemaal toe leidt. En je krijgt er na lezing dorst van………………….
Hugo Arlman (Voorzitter Fonds Juridische Ondersteuning tegen Onrechtmatige Mediaberichten)
Natuurlijk zijn er spannender boeken voor jongere journalisten, musts zoals Tegels Lichten van H.J. Hofland, Scoop van Evelyn Waugh, The Best and The Brightest van David Halberstam, maar het boek over journalistiek dat ik dagelijks in mijn hoofd bij me draag is The Elements of Journalism van Bill Kovach en Tom Rosenstiel. Glashelder, beknopt, alle essentialia en ethica van het journalistieke vak in nog geen tweehonderd pagina’s. Een boek dat alle elektronische revoluties, krantencrises en getweet met minister Verhagen zal overleven.
Heart of Darkness van Joseph Conrad.
Arnold Karskens (Uruzgan)
Heart of Darkness van Joseph Conrad.
Vergeet de 13 in een dozijn reportageboeken die tegenwoordig de boekhandel terroriseren. Trek een verstofte klassieker uit eigen kast. De zoektocht naar handelsagent Kurtz in de binnenlanden van Congo bijvoorbeeld. Een citaat: ’Maar de wildernis had hem al snel doorzien en op een gruwelijke manier wraak genomen voor de groteske inbreuk die hij op haar gepleegd had’. Dit epos legt zo veel meer bloot over de tekortkoming van de mens, de hunkering naar grensverlegging en de woestheid van het bestaan in den vreemde, dan de aanhoudende stroom egocentrische dwalingen in overbekende oorden van collega-journalisten.
2 reacties