Boeken, boeken, boeken… (3)
De komende maanden trekken miljoenen Nederlanders de wereld in om ‘even bij te tanken’. Ofwel: vakantie. Deel van het jaarlijkse ritueel is bij sommigen de voorpret van het aanleggen van een stapeltje boeken ‘voor in de vakantie’. De Nieuwe Reporter wordt gelezen door jonge, maar ook ervaren journalisten. We vroegen de wat ervarener journalisten (en ‘mediawerkers’): Welk (vak)boek zou een jonge journalist in z’n koffer moeten steken? En natuurlijk: waarom? We hebben het over boeken die iets met journalistiek en/of media te maken hebben. Maar dat is ook de enige beperking. We roepen alle DNR-lezers op eveneens hun favoriete vakboek toe te lichten in maximaal een alinea en die tekst te mailen aan De Nieuwe Reporter (redactie@denieuwereporter.nl). Vandaag tips van: Olaf Koens, Bart Brouwers, Hans van Maanen, Piet Bakker, Maarten Reijnders, Alexander Pleijter, August Hans den Boef en Theo Dersjant.
Olaf Koens (GPD-correspondent in Moskou)
Ik ben niet echt de aangewezen persoon om iemand op vakantieliteratuur te wijzen, want ik ga eigenlijk nooit op vakantie. Een vreemde gewaarwording, maar als je bijna altijd ‘on the road’ bent is nog een extra trein, autorit of vliegtuig wel het laatste waar je aan denkt.
Maar al dat reizen gaat niet zonder een aantal kilogram literatuur in de handbagage. Ik zou iedere journalist van harte ‘The Great Shark Hunt‘ willen aanraden. Ruim 600 pagina’s aan prachtige journalistiek, van de Hunter S. Thompson die eind jaren ‘50 werd ontslagen bij de luchtmacht tot de Thompson die twintig jaar later door Rolling Stone met een privéjet werd rondgevlogen. Met als absolute hoogtepunt de Amerikaanse verkiezingen van ‘72. Strange tales from a strange time. Na lezing blijft een gedachte hangen: het verhaal achter het verhaal is het echte verhaal.
Bart Brouwers (Hoofdredacteur Sp!ts)
When News was New, Terhi Rantanen, 2009
Het ideale journalistieke boek bestaat niet, zeker al omdat er zo veel verschillende zijn: jongensboeken, theoretische verhandelingen, praktijkanalyses. Rantanens boek is interessant omdat het een verrassende kijk geeft op het thema dat ons allen zo raakt: het nieuws. “News has stopped to be a marker of time, because the flow of news is constant.”
Hans van Maanen (Freelance wetenschapsjournalist)
Ik zou, denk ik, de nieuwe druk van het Handboek Stijl van Peter Burger en Jaap de Jong aanraden. Dat blijft toch de helderste uiteenzetting over journalistiek schrijven die ik ken, met tips die een carrièrelang van pas blijven komen. Moet het in mijn eigen straatje blijven, dan wordt het natuurlijk Bad Science, van Ben Goldacre, of, wat meer over cijfers, The tiger that isn’t, van Michael Blastland en Andrew Dilnot. Worden ze van Goldacre wat somber, dan fleuren Blastland en Dilnot ze weer wat op.
Piet Bakker (UvA, Lector Cross Media Content aan de HU)
Nick Davies’ Flat Earth News. Niet alleen over de Britse pers, maar vooral over de sluipende opmars van non-nieuws, de onmogelijkheid om alle zaken nog te checken, de teloorgang van de regionale nieuwsvoorziening, de aantasting van de privacy en de greep van de PR op het nieuws.
Toevoeging van DNR: Volgens de website van Nick Davies wordt er op dit moment gewerkt aan een Nederlandse vertaling van zijn boek.
Maarten Reijnders (De Nieuwe Reporter)
Wie geïnteresseerd is in de Amerikaanse verkiezingen en de manier waarop media daar verslag van doen, ontkomt er niet aan om een keer The Boys on the Bus van Timothy Crouse te lezen. Crouse beschrijft hoe de Amerikaanse media de presidentsverkiezingen van 1972 versloegen. Crouse doet uit de doeken hoe groepen journalisten werken (en hoe politici daar handig op in spelen – destijds overigens nog een stuk amateuristischer dan nu) en legt uit waarom de Watergate-onthullingen van de Washington Post tijdens de verkiezingen geen rol speelden. Een meeslepend geschreven boek.
Dat kan niet worden gezegd van Girls in the Van, het boek dat AP-verslaggeefster Beth Harpaz schreef over de senaatsrace van Hillary Clinton in 2000. Eerlijk gezegd kan ik me daarvan maar één anekdote herinneren: Clintons tegenstander Rick Lazio noemde de Noord-Koreaanse leider Kim-Jong Il in een speech Kim-Jong de tweede.
Wie deze zomer wil lachen om fouten, blunders en missers van collega’s, leze Uit onbetrouwbare bron van DNR-eindredacteur Theo Dersjant. Alleen nog maar tweedehands verkrijgbaar.
Alexander Pleijter (Docent en onderzoeker Universiteit Leiden, werkzaam voor de opleidingen: ‘Journalistiek en Nieuwe Media’ en ‘Science Communication & Society’.
Arnold Karskens (2001). Pleisters op de ogen: De Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo.
Oorlog en vakantie is natuurlijk niet zo’n fijne combinatie. Maar een spannend oorlogsboek kan best de nodige ontspanning bieden op het strand of de camping. Speciaal voor journalisten is ‘Pleisters op de ogen’ van Arnold Karskens een enorme aanrader als vakantieboek. Zijn geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving is een intrigerende reis door de tijd en de wereld. Hij neemt je mee vanaf de Tachtigjarige Oorlog via de Tweede Wereldoorlog en Vietnam naar de oorlog in voormalig Joegoslavië. Je reist naar Rusland, Indonesië, Korea, Hongarije, Spanje, Israël, China, Roemenië, Irak en El Salvador. In no time ben je op de hoogte van het wel en wee van Nederlandse oorlogsjournalisten in de afgelopen eeuwen, want het boek leest als een trein. Het is alsof Karskens overal zelf bij was, zo tastbaar zijn de verhalen over oorlogscorrespondenten in den vreemde. En Karskens is bijzonder kritisch. Zonder genade laat hij zien wat er misgaat door censuur en zelfcensuur, door onmacht en onkunde. Het stemt tot nadenken over de moeilijkheden en onmogelijkheden van oorlogsverslaggeving. En dat is prima, want peinzen mag ook best tijdens de vakantie.
August Hans den Boef
Met de Millenium-trilogie van Stieg Larsson kun je wel vooruit. Een van de twee hoofdpersonen is een onderzoeksjournalist voor een links maandblad. Zijn werk wordt niet geromantiseerd, zij het dat hij wel veel tijd aan zijn onderzoek kan besteden. Positief is de manier waarop met wetenschappelijke onderzoekers wordt samengewerkt. De hoofdredacteur van het maandblad vertrekt naar een rechtse krant. Vecht vanaf de eerste dag tegen bezuinigingen en seksisme.
Prikkelend leesvoer is de zojuist verschenen bundel Civil society tussen oud en nieuw van Govert Buijs, Paul Dekker en Mark Hooghe (red.). Prikkelend omdat geen van de elf auteurs aandacht aan de media besteedt! En wie stripverhalen over het vak wil lezen, vergete niet de avonturen van Tom Poes & Heer Bommel, waar we een kleine halve eeuw ontwikkelingen in het metier kunnen volgen via de journalist, met het uiterlijk van een rat, Argus, (en zijn baas Fanth Mzn.). Hilarischer zijn de avonturen van de liftboy Robbedoes en zijn vriend, de journalist Kwabbernoot (en diens concurrente IJzerlijm).
Theo Dersjant (De Nieuwe Reporter, Fontys Hogeschool Journalistiek)
Alles van de Amerikaanse journalist Mitch Albom. Die debuteerde in 1997 met ‘Tuesdays with Morrie‘ (Nederlandse vertaling: Mijn dinsdagen met Morrie). In het boek doet Albom verslag van zijn bezoeken, op dinsdag, aan zijn stervende oud-docent Morrie Schwarz. In tien jaar tijd werden er rond de 14 miljoen exemplaren van het boek verkocht. Albom is daarmee op dit moment een van de mega-sellers in de VS. Na zijn nonfictie-debuut, volgden twee romans: ‘The five people you meet in heaven‘ en ‘For One More Day‘. Alle boeken werden hits. In september komt wederom een nonfictie-boek van zijn hand uit: ‘Have a Little Faith‘.
Mitch Albom, sport-columnist bij de Detroit Free Press, schrijft de mooiste zinnen in strakke en kale taal. Of het nou non-fictie is of zijn twee romans, steeds verbaas je je over zoveel vertelkunst met zo weinig woorden. Misschien is dat wel het gevolg van het jarenlang woekeren met het beperkt aantal woorden van een column. Uiteraard werkt dat het beste in de Engelstalige uitgave. Lees bijvoorbeeld de eerste zinnen van ‘The Five People You Meet in Heaven’:
This is a story about a man named Eddie and it begins at the end, with Eddie dying in the sun. It might seems strange to start a story with an ending. But all endings are also beginnings. We just don’t know it at the time.
Anneke van Ammelrooy
Voor deze vakantie kan ik nog adviseren Regels voor het mensenpark van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk te lezen, een kort essay over de vermoedelijke teloorgang van het lezen als voorwaarde voor toegang tot de elite. Er moet waarschijnlijk minstens tot de kerstvakantie gewacht worden op een vertaling van Du mußt dein Leben ändern, een magnum opus over de vermeende terugkeer van ‘de religie’ overal ter wereld, met inzichten hoe de mensheid werkelijk overleeft – zonder iets hogers maar door veel oefening in alle takken van de beschaving. Ik ga Peter trouwens voorstellen een verkorte en vereenvoudigde uitgave hiervan te schrijven, want zeshonderd pagina’s hoeft echt niet.










2 reacties:
24 juli, 2009
[...] maar ook ervaren journalisten. We vroegen de wat ervarener journalisten (en ‘mediawerkers’): Welk (vak)boek zou een jonge journalist in z’n koffer moeten steken? En natuurlijk: [...]
1 augustus, 2009
Voor wie de mogelijkheid heeft een zwaar boek mee te nemen dat nog (steeds) niet is gelezen/doorgebladerd: De Bosatlas van Nederland. Gegarandeerd enkele tientallen uren lees- en vooral kijkgenot. En spoor de vele kleine foutjes op (zoals op de krantenkaart, pag. 355).