Kan innovatie de krant redden? (deel 1)

reageerbuisDe commissie-Brinkman heeft de toekomst van de krant onderzocht. Innovatie moet een belangrijke rol in de redding gaan spelen. Innovatieadviseur Christiaan Mooiweer bekijkt in een vierdelige serie hoe innovatie de kranten kan redden.

Innovatie is voor elke organisatie broodnodig om te overleven. Voor de pers komt nu een persinnovatiefonds, maar, zoals ik al eens eerder heb betoogd, geld is het probleem niet. Als je met een innovatiebril naar de perssector kijkt, zie je dat problemen heel ergens anders zitten.

Een belangrijke denker op het gebied van innovatie is Harvard-professor Clayton Christensen. Hij onderzoekt hoe verhoudingen binnen industrieen door innovatie veranderen en welke nieuwe mogelijkheden voor innovatie ontstaan binnen de levensloop van een sector. Hij maakt hierbij onderscheid tussen incrementele innovaties en radicale innovaties.

Radicale innovatie door ruimte in bestaande aanbiedingen
Incrementele innovatie wordt gedaan door stapsgewijze verbeteringen, terwijl radicale innovatie de wereld op z’n kop zet. Christensen stelt dat gedurende de levensduur van een product, incrementele innovaties het product verbeteren, tot voorbij het punt waar mensen eigenlijk behoefte aan hebben.

Dit schept ruimte voor nieuwe uitdagers die radicaal innoveren: zij bieden een product aan dat objectief minder presteert, maar zich veel specifieker richt op een paar behoeftes en op die behoeftes ‘goed genoeg’ is. Hiermee bereiken ze vaak klanten die door het oude product niet bereikt werden of bestaande klanten in een nieuwe context. Vaak zit er ook een volledig ander business model aan het nieuwe product vast. Langzaam verbetert de nieuwe aanbieding, zodat het ook voor bestaande klanten interessant wordt om over te stappen en de oude aanbieding steeds verder wordt teruggedrongen.

Concurreren is voor bestaande aanbieders lastig
Om een idee te geven hoe dit in de praktijk werkt; denk aan de telefoon ten opzichte van de telegraaf. In eerste instantie zag niemand iets in de telefoon, waar je slechts over zeer korte afstanden mee kon communiceren. Maar voor mensen was het wel een stuk eenvoudiger dan naar een mannetje gaan om een boodschap in te laten tikken, een boodschapper te laten lopen of zelf een half uur te gaan wandelen. De telefoon verbeterde, werd daardoor voor steeds meer berichten interessant, begon op zeker moment direct met de telegraaf te concurreren en drukte die op het einde uit de markt. In eenzelfde beweging marginaliseerde mobiel bellen – bellen in een nieuwe context – decennia later het bellen met vaste lijnen.

Waarom is het zo moeilijk voor bestaande aanbieders om met radicale aanbieders te concurreren? Dat komt doordat het business model van de radicalen meestal compleet anders is. Een bestaande aanbieder die probeert mee te gaan, loopt vaak het risico zijn eigen business te kannibaliseren en het prijspeil waarop de radicale aanbieder werkt kunnen zij niet halen zonder afscheid te nemen van allerlei zaken waarvan zij denken dat het noodzakelijk is voor hun eigen business.

Bhide: geld vaak contraproductief
Vanuit een andere invalshoek is Amar Bhide ook iemand die zinnige dingen (.pdf) kan zeggen over vernieuwing en innovatie. Bhide richt zich op ondernemerschap en onderscheidt twee verschillende manieren waarop een onderneming kan starten. De eerste is de big buck strategie, waarbij een starter op zoek gaat naar een investeerder die hem het benodigd kapitaal verschaft om te kunnen groeien. Hoewel het een strategie is die in sommige industrieën bijna onvermijdelijk is, wijst Bhide erop dat de beschikbaarheid van geld vaak contraproductief werkt: men jaagt luchtkastelen na, verliest focus en besteedt geld aan de verkeerde dingen en wordt pas gedwongen van koers te veranderen als het eigenlijk al te laat is. Een starter kan ook bootstrappen; met minimale middelen beginnen en snel op zoek gaan naar activiteiten die winstgevend zijn. Door het gebrek aan geld heeft men een extreme klantfocus en gaat men vaak eerst in een kleine niche zitten voordat later de ‘echte’ markt opgegaan wordt. Daarmee heeft de onderneming echter wel ervaring opgedaan.

Veel van de zaken die Bhide onderscheidt bij starters vinden hun weerklank bij Christensen als het gaat om problemen die grote bestaande bedrijven hebben om te innoveren. Behalve door hun business model worden ze ook gehinderd door organisationele logica. In een op papier veelbelovend initiatief wordt veel geld gepompt en als de eerste resultaten tegenvallen wordt er alleen maar meer geld tegenaan gegooid in plaats van dat de koers wordt aangepast. Tegelijkertijd kunnen succesvolle initiatieven niet opgemerkt worden doordat bijvoorbeeld een product relatief wel hard groeit, maar op het geheel van het bedrijf erg klein is. Simpel gezegd: een bedrijf met 1 miljard omzet heeft moeite aandacht te geven aan een nieuw initiatief dat in het eerste jaar 2.000 euro oplevert en het tweede jaar 25.000. Bedrijven zijn slecht in snel mislukken en slecht in langzaam slagen.

In deel 2 gaan we bekijken wat gebeurt als de kranten inderdaad geconfronteerd worden met een radicale innovatie.

16 reacties

  1. Sent Wierda schreef op 25 juli 2009 om 15:29

    Dat Metro een succesvol businessmodel is, is inmiddels een achterhaald standpunt.
    Dat geld het probleem niet is voor de krantensector, is inmiddels een achterhaald standpunt: Wegener, PCM en De Telegraaf hebben dringend veel geld nodig.
    Christiaan Mooiweer baseert zijn meningen op drijfzand.

  2. Chris schreef op 25 juli 2009 om 19:20

    Beste Sent,

    Beter lezen ajb: “Dat geld het probleem niet is voor de krantensector, is inmiddels een achterhaald standpunt:” Ik heb gesteld dat geld niet het probleem is waardoor innovatie binnen de krantensector niet van de grond komt en vanuit dat oogpunt een innovatiefonds onzin is.

    “Dat Metro een succesvol businessmodel is, is inmiddels een achterhaald standpunt.”

    Een stelling ontkracht je niet door alleen maar te zeggen dat het onzin is. Argumenten aub.

  3. Joost schreef op 25 juli 2009 om 19:51

    Waar baseer je op dat dat achterhaald is? In Nederland maakt Metro bij mijn weten gewoon winst hoor.

  4. Sent Wierda schreef op 27 juli 2009 om 12:04

    M.b.t. Metro. Metro is internationaal gezien al enkele jaren zwaar verliesgevend. Het gevolg is geweest dat in een aantal landen Metro activiteiten beeindigt. (Bron: NRC, 5 febr. 2009.) Ik hoop dat Joost gelijk krijgt wat betreft de Nederlandse uitgave in 2009.
    M.b.t. geld. Geld is wel het grote probleem. Met name door het ontbreken van geld, kunnen de dagbladen geen drukpersen aanschaffen voor het Berliner formaat. Vele dagbladen zitten te springen om dat formaat. Het gaat om een aantal keren (10, 20?)een pers van 30 miljoen euro.

  5. Chris schreef op 27 juli 2009 om 13:37

    Sent,

    Je moet echt even beter lezen.

    Ik ontken nergens dat kranten niet in zwaar financieel weer verkeren.
    Het enige dat ik zeg, is dat de beschikking over geld niet de bepalende factor is voor het slagen van innovatie. Dat is een veel specifieker punt.
    Tenzij jij meent dat het aanschaffen van drukpersen het voorbeeld van een innoverende krant is, ben jij dus kritiek aan het leveren op iets waar ik het niet over heb,

    Wb Metro. Zwaar verliesgevend is denk wat te sterk uitgedrukt, maar, het is waar, ze hebben het moeilijk. Desalniettemin is het wel interessant wat ze gepresteerd hebben: ze hebben eigenhandig de markt voor dagbladen vergroot en weten de groep jongeren te bereiken waar reguliere kranten al jaren niet meer kunnen aanhaken. Dan lijkt het me toch verstandig om goed te bekijken waarom ze dat nou lukt, ipv het zonder te denken terzijde te schuiven.

  6. Sent Wierda schreef op 27 juli 2009 om 17:26

    @Chris. Het journalistieke toverwoord is niet ‘innovatie’, maar ‘kwaliteit’.
    Met innovatie red je het vandaag de dag niet als je niet tegelijkertijd voor kwaliteit zorgt. Een voorbeeld is het Duitse weekblad Focus – opgericht als innovatieve tegenhanger van de degelijke Der Spiegel. Het afgelopen jaar (2009 2e kwartaal vergeleken met 2008 2e kwartaal) is de oplage van Der Spiegel gestegen (van 1.027.000 naar 1.029.000), die van Focus is in elkaar gestort (van 751.000 naar 656.000). Die Zeit, het andere Duitse kwaliteitsweekblad (in uw ogen wellicht weinig innovatief) heeft de oplage zien toenemen van 480.000 naar 501.000.

  7. Chris schreef op 27 juli 2009 om 20:37

    Sent,

    Lastig dat je reageert op opmerkingen in een andere thread, maar goed.

    Ik denk dat jij innovatie te smal ziet en alleen focust tot journalistiek in beperkte zin. Het gaat mij om iets anders: hoe kan je als pers nieuwe inkomstenbronnen aanboren, gebruik makend van je (onbekende) sterkten?

    Ik ken de Duitse weekbladenmarkt niet, maar ik vind 2 datapunten wel wat weinig.
    Wat is de langjarige trend van de verschillende bladen? (zeg vanaf 1995)
    Wanneer is Focus begonnen? Wat is hun trend sinds de oprichting?

    En dan nog: dat met kwaliteit nog geld te verdienen is, is niet in tegenspraak met alles dat ik hierboven geschrevn heb. Ik geef zelf immers aan dat een industrie die geconfronteerd wordt met bedreiging van onderen logischerwijs zal kiezen voor een vlucht naar boven. Daar zitten je klanten die nog onvoldoende bediend worden.

  8. Sent Wierda schreef op 28 juli 2009 om 10:00

    Mijn reactie had betrekking op de eerste zin van deze thread: Innovatie is voor elke organisatie broodnodig om te overleven.

    Innovatie zie ik zeer ruim, maar dan wel met handhaving van kwaliteitsjournalistiek (m.n. onderzoeksjournalistiek) in combinatie met Berliner formaat, gezamenlijke bezorging en betalen voor content. Geld is nu eenmaal onontbeerlijk. Ontbreekt geld, dan krijg je de situatie zoals die nu is bij de regionale dagbladen: de oplage kalft sterk af.
    De Duitse dag- en weekbladenmarkt is als het ware een uitvergroting van de Nederlandse markt. Daarom is de Duitse markt zo interessant. (Het enige andere land dat met de Nederlandse situatie vergelijkbaar is, is -Duitstalig- Zwitserland.)
    Wat Focus betreft: dit blad is begin 1993 opgericht door het Burda-concern als innovatieve tegenhanger van de als te degelijk ervaren Der Spiegel.
    De oplagecijfers gaan op dit moment niet verder terug dan 1998. Wat de verkochte oplage in het tweede kwartaal 1998 betreft: Der Spiegel 1.045.000, Focus 732.000 en Die Zeit 459.000.
    Focus heeft in 2003 het hoogste aantal bereikt met 810.000.
    Der Spiegel heeft in de periode 1998-2009 altijd een oplage gehad tussen 1.000.000 en 1.100.000. Die Zeit heeft voor 2009 nooit een oplage gehad die hoger was dan 500.000.

  9. Chris schreef op 28 juli 2009 om 11:08

    Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat jij innovatie vooral bekijkt vanuit het perspectief van mogelijke aanpassingen van je journalistieke kernproduct, waarbij je geld als een gegeven beschouwt.

    Ik kijk vanuit de gedachte dat kranten bepaalde kwaliteiten en sterkten hebben en dat ze die kunnen inzetten om op nieuwe manieren geld te verdienen.

    Geld is namelijk inderdaad onontbeerlijk, maar moet verdiend worden. Met andere woorden, je moet dingen doen die voor anderen een waarde hebben zodat ze ervoor betalen. Dat is niet anders dan luisteren naar je (potentiele) klanten; iets wat elk zichzelf respecterend bedrijf doet.
    Zolang “de journalistiek” blijft denken dat ze om een of andere reden recht heeft op geld blijft ze bezig met een achterhoede gevecht.

  10. Sent Wierda schreef op 28 juli 2009 om 18:07

    @Chris. Het omgekeerde is eerder de waarheid: surfers moeten leren accepteren dat waardevolle journalistieke producten niet gratis kunnen zijn (Metro, Spits en nu.nl vallen niet onder die definitie). Kwaliteitsjournalistiek kan per definitie niet gratis zijn. Tot nu toe zijn dagbladen zo dom en nonchalant geweest niets of vrijwel niets te laten betalen voor content. Dat heeft ze tientallen, zo niet honderden miljoenen euro’s gekost; het heeft mede bijna hun ondergang bewerkstelligd. De tijd van gratis weggeven is nu zo langzamerhand toch echt wel voorbij! Uitsluitend betaalde abonnementen (papier en PDF) plus dagtarieven en artikeltarieven – dat is de oplossing.

  11. Chris schreef op 29 juli 2009 om 12:13

    Sent,

    Eerst even een observatie: ik surfde zondagnacht naar de site van Volkskrant on te lezen wat de zwemsters gepresteerd hadden. Daar stond sinds een uur of acht alleen een kort ANP-bericht. Op nu.nl was om 8 uur het ANP bericht verschenen, die om 9 uur aangevuld was (wellicht weer op ANP basis) tot een lang artikel met het hele wedstrijdverslag. Kortom, nu.nl leverde sneller een waardevoller journalistiek product. Gratis.

    “Kwaliteitsjournalistiek kan per definitie niet gratis zijn. Tot nu toe zijn dagbladen zo dom en nonchalant geweest niets of vrijwel niets te laten betalen voor content.”

    Door deze twee zinnen in 1 adem te noemen, suggereer je dat alle content kwaliteit is waarvoor betaald moet worden. Onzin. Ook de landelijke betaalde dagbladen stikken van de licht geretoucheerde ANP-berichten. Dat noem jij wellicht geen kwaliteitsjournalistiek, maar dat betekent feitelijk dat de prijs die ik voor mijn krantje betaal gebaseerd is op de 20% (?) die je wellicht wel kwaliteitsjournalistiek noemt.

    Daarnaast constateer ik dat op sommige punten wel degelijk gratis kwaliteitsjournalistiek bedreven wordt. Het bekendste voorbeeld in Nederland is hoe Steeph van Sargasso de vinger aan de pols houdt wat betreft allerlei maatregelen op het gebied van privacyinperkingen. In de VS zijn op het blogvlak nog veel meer voorbeelden te vinden, zie een Nate Silver van fivethirtyeight.com. De Nederlandse markt lijkt vooralsnog te klein voor zichzelf kunnen bedruipende kwaliteitsblogs (hoewel ik niet uitsluit dat het op enig moment toch lukt), maar de Amerikaanse voorbeelden geven wel aan dat je stelling in principe onjuist is. Het is niet per definitie niet mogelijk, maar afhankelijk van de marktomstandigheden lastiger of minder lastig.

    “Uitsluitend betaalde abonnementen (papier en PDF) plus dagtarieven en artikeltarieven – dat is de oplossing.

    Als dit de oplossing was, dan had iemand dit allang gedaan. Ik vind dat jij veel te eendimensionaal kijkt, namelijk vanuit hoe jij vindt dat het zou moeten zijn. Jij meent: “er zij kwaliteit, en daar dient voor betaald te worden.” Wat dat betreft ben je niet veel anders dan de techneut die een geweldige uitvinding doet, daar een fenomenaal product van maakt en vervolgens gaat zitten wachten op de klanten die niet komen. Zeg maar, het vroegere Philips-probleem.

    Ik pleit niet voor blind alles weggeven, maar kranten moeten wel begrijpen dat als zij ergens geld voor vragen, ze helder voor ogen moeten hebben welke waarde iets voor iemand vertegenwoordigd en waarom iemand iets van ze wil. Daarom stel ik bijvoorbeeld voor om toegang tot je archief te verlenen op basis van een trefwoord. Waarom sluit je geen raamcontracten met instellingen als universiteiten en hogescholen waarmee studenten onbeperkt je archief in kunnen?

    Nogmaals, ik prentendeer nergens de oplossing te hebben. Maar ik stel wel dat als kranten niet op een andere manier gaan kijken naar vernieuwing van hun verdienmodellen, we nog een stroom mislukte initiatieven kunnen verwachten.

  12. Chris schreef op 29 juli 2009 om 15:20

    au..vertegenwoordigd…

  13. Sent Wierda schreef op 29 juli 2009 om 16:11

    @Chris. Met betaalvormen op internet (= abonnementen) is de Volkskrant al zeer ver gevorderd – het verst gevorderd van alle landelijke dagbladen. Daarom is deze krant niet erg actief met gratis content.
    Overigens is het belangrijkste verdienmodel van dagbladen: het abonnement. Dit was zo, dit is zo en dit zal ook zo blijven.
    Kranten bestaan niet voor 20% uit kwaliteitsjournalistiek maar voor -circa- 80%. De 20%-norm lijkt me van toepassing op Metro en Spits.

  14. Chris schreef op 29 juli 2009 om 17:01

    Ik heb in een reactie op de discussie over deze serie bij GeeenCommentaar aangegeven dat ik een aantal ontwikkelingen bij de Volkskrant erg interessant vind. Dat gaat niet zozeer over de abonnementen (ik heb net gekeken, maar ik zie niet wat zo bijzonder aan die abonnementsvormen is), maar wel om initiatieven als VK-banen. Dat is een initiatief dat, geredeneerd vanuit de concepten die in deze serie aan de orde zijn gekomen, wellicht potentie kan hebben. Ik ben benieuwd hoe dat initiatief financieel draait.

    “Overigens is het belangrijkste verdienmodel van dagbladen: het abonnement. Dit was zo, dit is zo en dit zal ook zo blijven”

    Dat zal best en ik ontken dat ook niet. Sterker nog, het is een punt dat Christensen zelf aandraagt. Een van de redenen dat gevestigde spelers zo moeilijk reageren op nieuwe initiatieven is dat je nog heel lang geld kan verdienen met wat je al deed.

    Dat dat kan is echter het argument niet. Het punt is dat het wel je belangrijkste inkomstenbron kan zijn, maar dat er nauwelijks groei meer in zit en op lange termijn steeds verder zal afkalven. Volgens mij zie je precies die beweging bij de kranten; het is geen “crash and burn” maar heel langzaam kopje onder gaan. Daarom zullen ze toch op zoek moeten gaan naar nieuwe inkomstenbronnen.

    Ik zal de krant vanavond eens turven.

  15. Sent Wierda schreef op 29 juli 2009 om 18:24

    N.a.v. de opmerking van Chris over de Volkskrant. Het aantal betalende digitale (deel)abonnees van de Volkskrant is circa 40.000. De enige kranten die (verhoudingsgewijs) in de buurt komen van dit indrukwekkende aantal zijn de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden.
    In deze abonnementsvorm zit een belangrijk deel van de toekomst van de dagbladen. Immers: een dure drukpers en een duur bezorgapparaat zijn niet nodig.

  16. Chris schreef op 30 juli 2009 om 13:36

    @Sent

    Prima cijfers. Maar dat maakt het nog niet bijzonder. Jij schrijft: “Met betaalvormen op internet (= abonnementen) is de Volkskrant al zeer ver gevorderd – het verst gevorderd van alle landelijke dagbladen.”

    Dan verwacht ik bijzondere betaalmodules te zien voor het afnemen van specifieke content o.i.d. Maar nee, je kan gewoon een digitale versie van de krant krijgen, net zoals dat bij NRC kan, als dat bij Trouw kan etc… Digitaal zal steeds belangrijker worden. Maar de echte lol is de mogelijkheid tot het loskoppelen van papier en inhoud, waardoor je bijvoorbeeld iedereen zn ideale krant kunt laten samenstellen. Wederom kijk jij slechts vanuit het kostenperspectief van de krant. Absoluut belangrijk, maar echte innovatie begint -ik herhal het nog maar eens- bij het nadenken over de (soms latente) wensen van mogelijke gebruikers.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (724 van 891 artikelen)


De komende maanden trekken miljoenen Nederlanders de wereld in om ‘even bij ...