Laat recensies over aan vakbladen en hun sites

609-witVierde en laatste reactie op de debatbijdrage “Wordt kunstkritiek een zorg van de overheid?”

In zijn algemeenheid onderschrijf ik wat Beerenkamp naar voren brengt. Op het gebied van de theaterrecensies waren Volkskrant en NRC de laatste witte raven, maar ook hun vleugels zijn gekortwiekt. Tot aan die operatie, begin dit jaar, vormden deze twee landelijke dagbladen een redelijk betrouwbaar kompas, zowel in de breedte als in de diepte. Daaraan is helaas een einde gekomen nu een aanbodgestuurd redactiebeleid is vervangen door een vraaggestuurd beleid. Daarmee is, behalve de twee die Beerenkamp opvoerde, ook de derde functie van de recensie weggevallen: de recensie als nieuwsbericht, als kennisgeving van het ontstaan van een nieuw kunstwerk.

Drie partijen
Met het, gedeeltelijk, wegvallen van Volkskrant en NRC kunnen we zonder voorbehoud concluderen dat het dagblad zijn spilfunctie in de kunstkritiek heeft ingeleverd.
Blijft de vraag of we een serieuze kunstkritiek nodig vinden en op prijs stellen? Leescijfers van de dagbladen – massamedia bij uitstek – hebben opgeleverd dat het grote publiek er geen behoefte aan heeft.
Voor wie is een serieuze kunstkritiek dan wel van belang? Ik zie drie partijen die geïnteresseerd zijn in een kritiek die zich toelegt op, zoals Beerenkamp omschrijft, ‘het duiden van het besproken werk in het licht van de historische traditie, de ideologische lading, de ontwikkeling van de betreffende cultuurvorm, de maatschappelijke betekenis en al het andere dat er niet alleen komend weekeinde toe doet.’ Dat zijn de heavy user (vaak aangeduid als ‘de elite’), instanties die een cultureel beleid voeren (overheid en fondsen) en de kunstproducenten zelf die het van belang vinden een serieuze spiegel voorgehouden te krijgen. Het is voor deze partijen niet van belang waar de reacties worden gepubliceerd. Van belang is dát ze worden gepubliceerd en dat ze worden geschreven door critici wier expertise en oordeel boven de waan van de dag uit gaan. Waar ze worden gepubliceerd is dan van minder groot belang, zolang er maar een vast en toegankelijk kader voor is. Dat kan op internet zijn, maar ook een gespecialiseerd tijdschrift gekoppeld aan een website, om recht te doen aan de actualiteit.

Bescherming overheid niet nodig
Vanuit het Theater Instituut Nederland wordt in samenwerking met het Domein voor Kunstkritiek al initiatief genomen recensies en kritieken te laten schrijven en te publiceren. Liever zie ik vakbladen en hun sites die functies bekleden, omdat zij kunnen werken vanuit professionaliteit en worden gegarandeerd door redactiestatuten. Bescherming van de overheid is dan niet nodig, wel een vorm van stimuleringsbeleid om de overgang van de oude naar de nieuwe situatie mogelijk te maken. Zo zou het geen slecht idee zijn als de overheid het onlangs door een aantal overbodig geworden recensenten opgerichte Cultureel Persbureau, dat recensies wil verzamelen en distribueren, in staat zou stellen volwaardig te gaan functioneren.


4 reacties:

Amjw
6 juli, 2009

Van kunstkritieken heb ik geen verstand, maar vakbladen zijn in zijn algemeenheid slecht te beschermen tegen druk vanuit het vakgebied waar ze over schrijven. Als NRC een paar machtige mensen in de kunst kwaad maakt met een eerlijke recensie, so be it; een vakblad dat al zijn inkomsten haalt uit de kunst kan het zich niet veroorloven tegen schenen te schoppen.
Dat blijkt ook uit de praktijk van veel vakbladen. Veel informatie wordt weggelaten vanwege de dreiging van verlies van inkomsten. En dat is geen goede basis voor goede, eerlijke en betrouwbare recensies.

Wijbrand Schaap
7 juli, 2009

Beste afkorting (amjw),
Je verwart vakbladen met bedrijfsbladen of personeelsbladen. Zulke bladen werken zonder redactiestatuut en worden door het bedrijf betaald als verlengstuk van de pr-afdeling. Een vakblad als TM is volledig redactioneel onafhankelijk, net als het Cultureel Persbureau, dat eveneens met een stevig redactiestatuut en een onafhankelijk bestuur werkt. De reputatie van de aangesloten schrijvers doet de rest.

Amjw
8 juli, 2009

Beste Wijbrand,
je denkt toch niet dat ik op dit platform zomaar iets roep? Ik spreek uiteraard uit eigen ervaring, zowel van binnenuit als van buitenaf. Ik heb gewerkt bij een grote, niet nader te noemen uitgever van vakbladen, en daar werd mij geregeld te verstaan gegeven dat bepaalde info niet in de bladen mochten verschijnen. Omdat het slecht zou zijn voor de relatie met adverteerders.

Dat er een redactiestatuut is, zegt me weinig; veel journalisten zijn zich er niet van bewust. Het kan in elk geval nooit een argument zijn voor onafhankelijkheid: het heeft geen juridische kracht. Komt bij dat er volledig onafhankelijke redacties zijn zonder statuut en volledig afhankelijke redacties mét. It’s all bout the money; adverteerders geven weinig om onafhankelijkheid is mijn ervaring, en als zij de geldkraan dichtdraaien is het over. Daar helpt de reputatie van de schrijvers niets aan.

Geldt overigens niet alleen voor vakbladen; ook publieksbladen zijn veelal in mijn ervaring heel beinvloedbaar.

Sonja van der Valk
23 september, 2009

Constant Meijers noemt in zijn reactie van 7 juli op het artikel van Hans Beerekamp Theater Instituut Nederland (TIN)een voorbeeld van een sectorinstituut dat verantwoordelijkheid neemt voor de kritiek, en dat in samenwerking met het Domein voor Kunstkritiek kritieken laat schrijven en publiceren.
Enige actuele aanvulling daarop kan geen kwaad.In 2006 ontstond vanuit Theater Instituut de stichting Domein voor Kunstkritiek – het type instituut voor scholing van kunstcritici (uit verschillende kunstdisciplines), onderzoek en debat, waarover Maarten Doorman in zijn reactie schrijft. Al is instituut een groot woord voor het nog jonge initiatief.
Toen was al duidelijk dat de toekomst van de professionele kritiek niet bij de oude media zou liggen. Bovendien mist het theater een traditie in het kritische theater-essay. Daarom namen het TIN, het Domein voor Kunstkritiek en de Brakke Grond het initiatief tot het Corpus Kunstkritiek, http://www.corpuskunstkritiek.nl Vijf ervaren critici produceerden in het afgelopen seizoen 31 ’slow journalism’ theaterkritieken. Het Corpus is altijd bedoeld geweest als een tijdelijk project. Het gevoel van verantwoordelijkheid van de drie partners werd gedeeld door het NFPK+ en het Nederlands Toneelverbond die de eerste jaargang mee financierden. De tweede jaargang gaan TIN, Domein en Brakke Grond in met het voornemen een media partner te vinden die het project overneemt. Een gesprek met het fonds over mogelijk zo’n rol voor TM staat in oktober gepland.
Ondertussen blijft het TIN tenminste deze kunstenplan periode het Domein voor Kunstkritiek structureel ondersteunen, althans in de scholings- en onderzoeksactiviteiten op het terrein van de theaterkritiek. Voor de andere kunstdisciplines heeft het Domein weer andere partners – Virtueel Platform bijvoorbeeld, ook zo’n sectorinstituut.


Laat een reactie achter »