In al dat troosteloze proza over verschralende media, zieltogende kranten en falende businessmodellen valt me één ding op. Niemand schijnt rekening te houden met de mogelijkheid dat de consument het nieuws in z’n algemeenheid – hóe ook gepresenteerd! – minder interessant of belangrijk is gaan vinden.
Toevallig las ik net nog dat er bij het ‘historische bezoek’ van Obama aan Rusland vrijwel niemand langs de kant van de weg stond, toen de zwarte president per auto naar het Kremlin werd vervoerd. Tussentijdse conclusie: zelfs de mythische leidersfiguur Obama heeft kennelijk moeite om de gemoederen van de ‘gewone bevolking’ te beroeren. Een teken aan de wand?
Ik merk in mijn omgeving dat nieuws en actualiteiten steeds vaker als ‘een saai onderwerp’ wordt bestempeld (’wat moet je d’r mee? je hebt er tóch geen invloed op!’); zelfs op de redactievloer waar ik part-time werk, praat men liever over een grappig YouTube-filmpje of schunnige verspreking dan over, pakweg, de route naar vrede in het Midden-Oosten. Ik denk ook even aan onlangs toen tennisser Roger Federer geschiedenis schreef met zijn 15e Grand Slam-titel. De Britse pers probeerde de gebeurtenis met vette koppen en uitroeptekens tot een sensatie te maken, maar Roger zelf bleef er toch vooral erg nuchter onder en ik heb tot dusver nog niets gehoord van spontane volksfeesten in zijn geboortestad Basel.
Het is me even ontschoten wie het was, maar ooit zei een slimme man: ‘Er zijn geen andere omstandigheden dan persoonlijke omstandigheden’. Ofwel: ’samenleving’, ‘maatschappij’, ‘politiek’, ‘economie’ – het zijn allemaal ficties, die ons, vooral via de media,worden opgedrongen. Of dit nu waar is of niet, deze zienswijze komt opvallend weinig aan bod in de discussies over de toekomst en de subsidiëring van media. Onterecht!
Want die 15 Grand Slam-titels van Federer mogen dan wereldnieuws zijn en de voorlopige kroon op zijn indrukwekkende tennisloopbaan, als – ik noem maar wat – zijn kindje straks niet (helemaal) gezond ter wereld komt, zal hij die titels hoogstwaarschijnlijk graag inleveren voor een wél gezonde baby. Met dit sentimentele voorbeeld wil ik maar even aangeven hoezeer nieuws, en ook werk, zich uiteindelijk in de periferie van het leven afspelen en de ‘echt belangrijke dingen’ nooit ofte nimmer in de media komen (al kruipen de makers van reality-tv nog zo brutaal en nog zo fanatiek de meest afzichtelijke huizen binnen).
Deze korte overdenking poogt niets anders dan de mogelijkheid te opperen dat minder (passieve) mediaconsumptie – games zijn een ware groeimarkt, natuurlijk! – dan misschien een groot probleem is voor de traditionele zenders en mediaconcerns. Maar dat het voor de volksgezondheid misschien wel een pré is als er wat kranten, tv- en radiozenders verdwijnen. Opgeruimd staat netjes! Laten we meer tijd aan onze vrienden en naasten besteden! Of aan boeken! Met name dichtbundels…
25 reacties